Nummer 14


Euskadi/Baskenland | juli - augustus 1995


Verkiezingen: polarisatie speelt in nadeel van radicale nationalisten! (Geert Orbie)<< Nummer 14

Recent vonden zowel in Spanje als in Frankrijk verkiezingen plaats; ook in beide delen van Baskenland dus. In Iparralde (Noord-Baskenland) kwam het erop aan in juni in twee ronden nieuwe gemeenteraden aan te stellen, terwijl men in Hegoalde (Zuid-Baskenland) bovendien ook voor de provincieraden kon kiezen. Vergelijkingen maken tussen beide is, gezien de totaal verschillende politieke situatie, zinloos. Daarom bekijken we de resultaten best afzonderlijk.

Hegoalde

In Zuid-Baskenland speelden de verkiezingen zich af tegen de achtergrond van een verhoogde militaire activiteit van ETA. Begin dit jaar bracht deze organisatie de gedoodverfde toekomstige burgemeester van Donostia (San Sebastian), Gregorio Ordoñez, van de Spaans-conservatieve Partido Popular, om het leven. In april volgde dan een ei zo na geslaagde aanslag op de nationale voorzitter van PP, Jose Maria Aznar. Juist voor de verkiezingen, op 9 mei, ontvoerde ETA Jose Maria Aldaia. Deze leider van een transportbedrijf uit Hondaribbia (Gipuzkoa) had steeds geweigerd de zogenaamde revolutionaire belasting te betalen. Iedereen herinnerde zich de gelijkaardige ontvoering van Julio Iglesias van juli tot oktober 1993. Deze actie had ETA weliswaar 400 miljoen pesetas opgeleverd, maar in Baskenland kwam er een nooit geziene beweging tegen de gewapende groeperingen op gang, die door de overheid georkestreerd en gestimuleerd werd. Mensen droegen in het openbaar een blauw lintje op hun kledij om de vrijlating van Iglesias te eisen. Ook deze keer maande de 'vredesbeweging' de bevolking aan deze lintjes op te spelden. Alle politieke partijen, op het radicale Herri Batasuna na, tot zelfs de katholieke kerk toe, repten zich om luidkeels hun verontwaardiging te uiten. Dit ontlokte aan het nochtans ETA-gezinde weekblad Enbata de commentaar dat "het maximum aan stemmen halen of de electorale score van Herri Batasuna verbeteren, niet de eerste bekommernis van ETA blijkt te zijn. " Hopen op een verkiezingsoverwinning om tot een duurzame oplossing voor het conflict in Baskenland te komen, is inderdaad waarschijnlijk dagdromerij. Maar anderzijds kan men de sinds enkele jaren gestadig verslechterende resultaten van Herri Batasuna toch moeilijk als een hart onder de riem beschouwen.

De steeds verder doorgedreven polarizatie, waarbij de tegenstanders over zo veel meer middelen beschikken om de bevolking voor hun zaak te winnen en te brainwashen, lijkt in het nadeel van de radicale nationalisten uit te draaien.

Ook deze keer diende Herri Batasuna dus campagne te voeren in een extreem-vijandig klimaat. Over heel Hegoalde behaalde de coalitie 187.735 stemmen (13.5%). Dit betekent een verlies van 15.871 stemmen en een achteruitgang van 2.3% ten opzichte van gelijkaardige verkiezingen vier jaar voordien. Toch betekent dit een heel pak meer dan de 140.859 stemmen die tijdens de laatste Europese verkiezingen werden behaald, een historisch dieptepunt. De leiders van Herri Batasuna spraken dan ook van een opstanding uit het dal.

Aan Baskische zijde brachten deze verkiezingen voorts een lichte groei in stemmen, maar een procentuele achteruitgang van de christen-democratische PNV mee en een lichte achteruitgang voor de gematigde nationalisten van Eusko Alkartasuna. De PNV blijft hiermee de grootste partij van Baskenland. Toch slagen de Baskische partijen er niet in om gezamenlijk 50% te behalen, en blijven ze steken op 47.6%.
Enkele jaren terug maakten de nationalisten ruimschoots de absolute meerderheid uit. Sinds kort zijn de Spaansgezinden electoraal in de meerderheid. Wat deze Spaanse partijen betreft, bevestigt de tendens van de vorige verkiezingen zich met een verlies voor de PSOE en winst voor de rechtse Partido Popular en het linkse Izquierda Unida. Gezamenlijk gaan ze er echter op vooruit.

De verhoogde opkomst voor verkiezingen die zich de laatste tijd in Baskenland voordoet, lijkt grotendeels naar hen te gaan. Het bitsige duel tussen de PSOE en PP in Madrid, met deze laatste die zich meer en meer opwerpt als toekomstige regeringspartij, laat zich natuurlijk ook in Baskenland gevoelen en werkt mobiliserend.

Voeg hierbij de electorale vermoeidheid en ontgoocheling die zich van een deel van het radicaal-nationalistische verkiezingskorps heeft meestergemaakt en je hebt al een plausibele verklaring voor de bovenvermelde evoluties. Toch kunnen we ons niet van de indruk ontdoen dat sinds enige tijd de links-nationalistische beweging, in al haar verschijningsvormen, de wind wat uit de zeilen heeft. De vijand, want deze term is hier op zijn plaats, is verdomd machtig en gebruikt alle (letterlijk alle) middelen in de strijd tegen de 'abertzales' (nationalisten). De situatie is totaal anders dan na de dood van Franco, waar ETA gelouterd uit het anti-franquistisch verzet kwam, of dan in de jaren tachtig, waar Herri Batasuna elke verkiezing in stemmen groeide. Nieuwe situaties vragen nieuwe tactieken. Dat is de uitdaging in Zuid-Baskenland.

Ipparalde

In Noord-Baskenland (het deel binnen de Franse staatsgrenzen) is de politieke en culturele situatie totaal verschillend. De denationalisering is hier veel verder gevorderd dan in het zuiden. Waar de nationalisten in het zuiden na de dood van Franco electoraal in de meerderheid waren (overigens hebben ze met deze meerderheid niet veel uitgespookt), was de abertzale-beweging in het noorden veel minder talrijk. Dit heeft niet belet dat dag na dag militanten zich hebben ingezet om de Baskische zaak te propageren. In het verleden wou deze beweging wel eens ondergaan in verdeeldheid, maar de laatste jaren is het besef gegroeid dat enkel een gemeenschappelijke aanpak hen vooruit kan helpen.

Bij de eerste ronde van de gemeenteraadsverkiezingen op 11 juni behaalden de nationalisten in de gemeenten met meer dan 3.500 inwoners een gemiddelde van 11%, wat een stijging van 1.7% tegenover 1989 betekent. In gemeenten met minder dan 3.500 inwoners stegen zij van 22.1 naar 26%.

Als het zo doorgaat, merkt Enbata met een knipoog op, hebben ze binnen 141 jaar de absolute meerderheid. In en meer ernstige analyse schrijven zij dit succes toe aan het dagelijkse veldwerk en de eendrachtige aanpak.

Wanneer gaan de abertzales in het zuiden, waar de situatie er weliswaar veel beter voorstaat, maar waar de Spaanse krachten steeds sterker worden, inzien dat hun onderlinge verdeeldheid de Baskische zaak niet veel vooruit heeft geholpen? Wellicht heeft dit verleden bij de enen (ETA en Herri Batasuna) teveel offers gekost en de anderen (vooral de PNV), dank zij hun collaboratie met het Spaanse systeem, te veel baten gebracht...