Nummer 14


Staatsnationalisme of staat van het nationalisme? | juli - augustus 1995


Naar een betere bestuurscultuur in Vlaanderen (Bernard Daelemans)<< Nummer 14

In De Standaard van 22 juli heeft de Noordnederlandse journalist Derk Jan Eppink in een artikel over "de staat van het nationalisme" de vinger op de Belgische wonde gelegd. "De Belg zegt "ja" tegen de macht die boven hem gesteld is, maar gaat volledig zijn eigen gang in de moestuin met de eigen groenten (...) Het Belgisch natiegevoel bestaat niet uit bravoure of tromgeroffel, maar uit een stille omzeiling van de staatsmacht. Dat is ook het onderscheid met het etatische Frankrijk of met het legalistische Duitsland".

Wellicht is Eppink te goed ingeburgerd in het soort Vlaanderen dat onder bovenstaande omschrijving valt om de tekenen van verandering helemaal in te zien. De door hem beschreven mentaliteit (zonder enige twijfel het produkt van eeuwen vreemde heerschappij, die wat Vlaanderen betreft door Belgie is voortgezet) heeft Vlaanderen omgetoverd tot een van de lelijkste landen ter wereld, met de slordigste ruimtelijke ordening, maar waar, voor wie de regels overboord gooit, toch een aardig knus huisje-met-tuintje het zijne kon worden. Gebrek aan burgerzin is lonend in dit land. Wie zich aan de regels houdt komt bedrogen uit.

Ethische meerwaarde

Het is een illusie te denken dat die gang van zaken, samen met tal van onzuivere bestuurspraktijken geen ergernis wekt. De electorale op- en neergang van de VU en Agalev (voor een "schoon" Vlaanderen), van de VLD van Verhofstadt (voor een ordentelijke staatshuishouding en een correct bestuur), van het Vlaams Blok ("grote kuis") en misschien zelfs voor Boudewijn (de onberispelijke) zijn hiermee in verband te brengen, daar zij appelleren aan een etische meerwaarde die de vertegenwoordigers van het Belgique de Jean-Luc volkomen ontberen. Het is ook niet de 'zorg voor de gemeenschap' (solidariteit), maar de angst om het eigen pensioen die Tobback de meeste stemmen opleverde. Maar dit België heeft in Vlaanderen slechts 46% van de stemmen gehaald. In zetels uitgedrukt, is er nog één stem op overschot.

Maatschappelijke plicht

Niet voor niets noemt Geert van Istendael, die graag met België dweept ("Ik ken geen andere land waar de corruptie zo democratisch is georganiseerd") zich reactionair. Dat de jonge garde intellectuelen en kunstenaars, die voor de galerij een modieus "links" afficheren, front vormen met de oude Belgische machtselite, is in meer dan een opzicht verbazingwekkend. Dat zij zich afkeren van het bekrompen Vlaanderen met zijn dorpse ruzies is verklaarbaar (en de reden voor de Vlaamse beweging zich hierover te bezinnen), maar dit ontslaat hen niet van hun maatschappeljke plicht ten opzichte van Vlaanderen.

Kleinheid

De emancipatie van Vlaanderen kan niet samengaan met het koesteren van Belgische nestwarmte. "België is geen vaderland. België is een no one's land" zo betuigde de Waalse socialistische republikein José Fontaine, voor wie België synoniem is voor een kleinheid die de wereld niet kan aanspreken, op een VVB-meeting in Gent.

Vlaanderen kan zich ontdoen van deze kleinheid. De te bewandelen weg leidt in de richting van wat we met een verdacht woord maar 'germaans' legalisme zullen noemen. Alles wijst erop dat het Waalse aanvoelen beter aansluit bij de Franse etatische traditie (wat volmaakt wordt geïllustreerd door de kwestie Van Hool en bijvoorbeeld het Henegouwen-beleid).

Breuk

In het verleden zijn door Vlaamse gezagsdragers een aantal beloften gedaan terzake ("wat we zelf doen, doen we beter") die niet zijn ingelost. Het Vlaanderen van Van den Brande blijft ontgoochelen (over het gesjoemel met de KS-miljarden is geen klaarheid geschapen en de koehandel rond het MAP kan bezwaarlijk model staan voor een behoorlijk functionerende democratische besluitvorming). De ijver om de Vlaamse macht onder de Belgische knoet te houden riskeert meteen elke vernieuwing van de bestuurscultuur te smoren. Het muilkorven van het Vlaamse parlement, dat geen enkele inspraak heeft gehad bij het totstandkomen van de Vlaamse regering, is een zeer slecht voorteken.

Het door Eppink geduide "Belgisch nationaal gevoel" is niets om fier over te zijn. De Vlaamse natie kan zich slechts grondvesten op een duidelijke breuk met het gefoefel, het gesjoemel, het dienstbetoon, de loodgieterij, de vriendjespolitiek, de corruptie, de Poupehan-besluitvorming, de partitocratie, die elke fatsoenlijke burger van de politiek afkeren.

Holle woorden volstaan niet langer. Een Vlaams bewind dat hier echt een prioriteit van maakt, zou vanzelf het gezag terugwinnen van de brede Vlaamse middenklasse, maar ook van het weifelachtige bedrijfsleven en van de verloren gelopen 'linkse' yuppies. Er zijn vier jaar om de daad bij het woord te voegen.