Nummer 14


Standpunt | juli - augustus 1995


"Eerst de CVP, dàn Vlaanderen!" (Mireille Leduc)<< Nummer 14

De CVP blijft de Vlaamse belangen verdedigen. Zoals ze reeds manhaftig het statuut van Voeren veilig stelde, de toepassing van de faciliteiten in Wallonië afdwong, de rechten van de Vlamingen in Brussel verdedigde en de positie van het Nederlands in de Europese Unie onaangetast hield, zo ook heeft ze moeder Vlaanderen gegeven waar ze recht op had bij de regeringsvormingen.

Vlaanderen heeft nu een meer dan comfortabele regeringsmeerderheid met een zetel op overschot. Schrijnwerker Louis Tobback zal er wel voor zorgen dat die in stand wordt gehouden. Kathy Lindekens had de eer als eerste vastgeschroefd te worden. Naar het schijnt heeft Mister Flanders Luc Van den Brande immers in volledige onafhankelijkheid de wijze raad van Laeken opgevolgd en die lapzwans van een Sauwens in Limburg gelaten. Kan ie verder op zoek gaan naar geklasseerde kloosters. Verder mag het Vlaams 'parlement' niet over zijn bevoegdheden praten. Er is al genoeg onnozel gedaan. Wellicht bedoelt men dit met de revalorisatie van de parlementaire instellingen: een stemmachine die haar mond niet mag opendoen. Het verschil met de eens zo verguisde Belgische instellingen is hemelsbreed.

En toch: de CVP mag fier zijn op haar verwezenlijkingen. Voornamelijk in de federale regering. Wallinganten als Di Rupo of Daerden zal ze wel in toom houden. Deze PS'ers hebben immers al bewezen dat ze een groot respect hebben voor de federale loyauteit. Ze hebben ook perfect Nederlands leren spreken om hun eerbied voor de meerderheid der Belgen te tonen.

Maar de CVP heeft ook de grote verdienste Vlamingen in toom te kunnen houden: welke ongelukken zouden er niet gebeuren als ze de regionalisering van de sociale zekerheid zouden vragen ? Voor de verkiezingen beweerden een handvol Vlaamse CVP'ers wel dat ze zouden ijveren voor de regionalisering van de kinderbijslag en de ziekteverzekering. Maar gelukkig zijn ze op tijd tot betere inzichten gekomen. In 1999 hebben de franstaligen al hun (?) geld uitgegeven aan Carrefour en andere zottigheden, en zullen ze opnieuw komen bedelen. Voorwaar een vooruitziend beleid. Maar wisten onze CVP-boys en girls dat ook niet voor de verkiezingen?

Echter, de CVP verdedigt de Vlaamse belangen overal. In Vlaanderen in België en op alle plaatsen. Ook in de verre ontwikkelingslanden. Voor ontwikkelingssamenwerking heeft de partij immers een onvervalste staatssecretaris uit de mouw geschud. Een Gentse franskiljon. Grenzen kent hij niet. Zijn prachtig beleid bij 'Artsen zonder Grenzen' heeft Standaard-journalist Mon Vanderostyne reeds uitgetekend. Daarbij vergeleken is het Ministerie van Buitenlandse Zaken een burcht van onvervalst flamingantisme. Taalgrenzen kent dit personage in elk geval niet. We zijn toch allemaal wereldburgers, of niet soms? Hij zal dus een volwaardig wereldminister - sorry - staatssecretaris zijn. Hij voldoet immers aan de enige benoembaarheidsvereiste om Belgisch regeringslid te worden: Frans spreken ("de kennis van de tweede taal strekt tot aanbeveling").

Toch is dit ergens een gelukkige keuze. Hebben de Gentse franstaligen niet een jarenlange traditie van ontwikkelingswerk op hun palmares? Deze onbaatzuchtigen hebben zich ingezet, temidden van stomme Ménapiens, om enige sporen van cultuur achter te laten. Hun bondgenoten vonden ze in kardinaal Mercier en de Saksen-Coburgs. Hopelijk opent deze beloftevolle staatssecretaris binnenkort een voorstelling van 'Exploration du Monde'.

De CVP beging slechts één vervelende schoonheidsfout: deze man hadden ze moeten droppen in de zetel van Vlaams cultuurminister !