Nummer 140


Actueel | oktober 2008


Amerikaanse kredietcrisis, Fortis, Dexia, Ethias... De politieke elite verongelukt! (Miel Dullaert)<< Nummer 140

Tijdens de deregulering van de kapitaalmarkt in de jaren tachtig- negentig werd de financiële catastrofe van vandaag jaren geleden voorspeld door heel wat analisten. Zij werden daarin geïnspireerd door de opeenvolgende crisissen in de jaren negentig in Mexico (1994), Zuid-Oost-Azië (1997), Rusland (1998) Argentinië (1998-2002). Zo ondermeer ook links flamingant Antoon Roosens in zijn essay "Mondialisering" (2000).

De deregulatie van de kapitaalmarkt (sinds de jaren 1980) was een politieke beslissing; de kapitaalmarkt werd een grote zeepbel met flitskapitaal van de ene hoek van de wereld naar de andere en zou, als ze doorgeprikt wordt, de wereldeconomie destabiliseren gezien de sleutelrol van de VS- economie in de wereld. Als besluit van zijn analyse, zegde Antoon Roosens (1929-2003) acht jaar geleden, als één van de weinigen, dat de wereld op een vulkaan leeft en dat de zeepbel ook in de grootste economie, de VSA, zou springen; voor hem was de vraag: wanneer? In september 2008 is op zijn vraag een antwoord gekomen.

De kredietcrisis die in de zomer van 2007 in de VS uitbrak destabiliseert vandaag de wereldeconomie. De banken in de VS hadden massaal zogenaamde ninja-kredieten verstrekt: ze leenden geld aan mensen met no income, no job and no assets (geen inkomen, geen werk, geen bezittingen). De banken wisten dat die leningen niet zouden terugbetaald worden. Normaal gezien onderzoekt een bank de financiële mogelijkheden van de lener want ze wil zeker zijn dat de lener de lening met interest terugbetaalt. In de VSA werd dat onderzoek niet gevoerd en ontwikkelde men een ander systeem: een paar maanden na afsluiten werd de lening samen met een ander pak leningen in een financieel product verpakt en vervolgens verkocht aan een andere financiële instelling die het weer doorverkocht, enz...tot in Europa en de rest van de wereld. Zo kwamen tienduizenden rommelhypotheken bij andere financiële instellingen terecht. Na enige tijd bleek dat de leners niet meer konden betalen. Het onderpand, meestal een huis, bleek veel minder waard dan gedacht. Een kettingreactie kwam op gang van grote instellingen die in zware moeilijkheden geraakten. In de VSA is men nu verplicht over te gaan tot overheidsingrijpen tot en met 'nationaliseringen'. Nationaliseringen zijn een techniek, het hangt ervan af wie en voor welk doel ze gebruikt worden. In dit geval moeten ze het privé banksysteem redden met belastingsgeld; het is socialisme voor de superrijken of socialisering van de verliezen. Wat in de VSA tot heel wat woede geleid heeft. De meer dan 120.000 werkloze bankmedewerkers, en de (voorlopig) één miljoen gezinnen die hun huis verloren in de VSA krijgen geen of nauwelijks steun.

*

De financiële crisis is een probleem van hebzuchtige bankiers, managers en speculanten maar vooral een politiek probleem, omdat het wettelijke kader dat de crisis mogelijk maakte werd gecreëerd door de politiek, vanaf de jaren tachtig van vorige eeuw (sedert president Ronald Reagan in de VSA en Margaret Thatcher in GB).

De "minimale staat" is de obsessie van dit beleid. Het is de vertaling van het aloude dogma van het liberale "laissez-faire, laissez-passer" (1776, Adam Smith, The Wealth of Nations) dit wil zeggen geen regulering van de economie. De "vrije markt" als het enige ordeningsprincipe van de economie die zichzelf reguleert. De staat is de vijand, een minimale staat is een soort "private protective agency", hij moet alleen het leven en bezit beschermen van het individu dat de enige maatschappelijke actor is. Deze opvatting vormde het kader voor de ontwikkeling van een klasse die in het boek (2008) van de Amerikaan David Rothkopf de superklasse genoemd werd "in een onzichtbaar netwerk van een wereldwijde machtselite".

Die "minimale staat" betekende niet dat er geen staat was. Het was een staat die bijv. onder acht jaar Bush van de VS een plutocratie maakte, met veel armoede (opgevangen door liefdadigheid en repressie) met een wegsmeltende middenklasse en enorme voordelen voor de superrijken. De breuk kwam in 1982 na een periode van relatieve gelijke inkomensverdeling van 40 jaar. Een analyse toont aan dat in de VS er een enorm grote concentratie aan inkomen is, vermits 1% van de rijkste personen 23% van het nationaal inkomen ontvingen in 2006 tegenover 10% in 1982!. De retoriek over de minimale staat betekende niet dat de overheidsuitgaven in toom werden gehouden onder het bewind van Bush jr. Het overheidstekort steeg van 2% (onder Bill Clinton) naar 18% grotendeels op rekening van uitgaven voor de oorlogen van het duo Bush jr. en vice-president D. Cheney (Etats-Unis: la fin d'un modèle, Michel Husson, La Brèche nr 3, 2008).

*

Europa is in hetzelfde bedje ziek als de VSA. In Europa leiden de elites voor de neoliberale mondialisering, in en rond de Europese Unie (EU) al dertig jaar de dans. De Belgisch heersende elite heeft zich geïntegreerd in het netwerk van mondiale deregulering. De jongste jaren kennen we voorbeelden hoe het Belgische establishment betrokken is bij sectoren waar telkens de Vlaamse werknemers, zelfstandigen het gelag betaalden. De lezer zal zich het dossier van Sabena en Swissair herinneren, de energie-prijsstijgingen en uitverkoop van Electrabel aan een buitenlandse groep (Suez), het proces Lernout & Hauspie (L.&H.), en nu als toetje de verkoop van Fortis België aan het Franse Paribas. Ook het vroegere Gemeentekrediet, het huidige Dexia moet van de ineenstorting gered worden.(op het moment dat we dit schrijven kennen we daarvan de uitkomst niet.)

Telkens zijn de spinnen in het web sleutelfiguren van het Belgische establishment: de haute finance, het Hof, de top van het ACW (zie ook elders in dit nummer van Meervoud) en het kartel van de drie staatspartijen..

De politieke klasse in Europa, ook de sociaal-democratie, heeft sinds 1980 het wettelijke kader van de minimale staat uitgebouwd: met uitholling van de economische macht van de overheid, privatiseringen en een massale transfer van inkomens uit arbeid naar kapitaal... Zo werd bijv. de goed functionerende overheidsspaarbank ASLK voor een zacht prijsje verkocht (1993) aan Fortis (Graaf Maurice Lippens). Het was Prof. Herman Verwilst (SP.a), die in Gent in de 1-mei-stoeten de Internationale meezong, die de privatisering van de ASLK beredderde. De Belgische politieke klasse zetelt met fikse vergoedingen in de bestuurskamers van Fortis en Dexia. De ACW-top (Arcofin, zie elders in Meervoud), de Vlaamse gemeenten en het Vlaams gewest zijn belangrijke aandeelhouders van Dexia, het vroegere Gemeentekrediet.

Al die structuren en politici hebben er blijkbaar geen graten in gezien dat de bank risicovolle activiteiten ontplooide. Wat deden zij toen die beslissingen werden voorbereid en genomen? Hetzelfde met de verzekeringsinstelling Ethias. Voorzitter Robert Stevaert (ex-SP.a- voorzitter) kon zijn klanten geen kapitaalsgarantie meer waarborgen omdat Ethias was verzekerd bij de nu verdwenen Amerikaanse Lehman-Brothers (overgenomen door het Britse Barclays). De superbonussen die topmanagers incasseerden in die banken ontsnapten blijkbaar ook aan het oog van de politici. Waar ze wel zeer actief in waren was een regeringsbeleid van zware inleveringen voor hun kiezers (bijv. Generatiepact, de gezondheidsindex en notionele interest, de wettelijke pensioenen verwaterden, zodat er een tweede private peiler nodig was die door de huidige crisis voor heel wat mensen minder pensioen zal betekenen of hogere premies...).

De politieke klasse bouwde het wettelijk kader voor het casinokapitalisme of liet na maatregelen te nemen; de bankiers konden zo hun hebzucht naar hartelust botvieren.. De politieke klasse heeft dus minstens even, zoniet meer boter op het hoofd dan de falende privé-bankiers en topmanagers. De minimale staat als "private protective agency" die de politieke klasse heeft uitgebouwd sedert 1980 is nu gediscrediteerd. Maar de ravage is groot. Een tribunaal of minstens een parlementaire onderzoekscommissie zou gepast zijn om schuld en boete uit te spreken.

In dit verband is het fout de kredietcrisis los te zien van de echte economie. De koers van aandelen, de (verwachte) winststijging bepaalt de sluitingen van ondernemingen en afdankingen in grote mate. Er wordt niet alleen gespeculeerd met geld, maar ook met voedsel, olie,... Er zijn op de financiële markt zogenaamde hefboomfondsen die voedsel opkopen, het opslaan en van de markt houden tot de prijzen stijgen. Zo ook met volle petroleumtankers die op zee worden geparkeerd naargelang de speculanten er winsten in zien. Het zijn de "onzichtbare handen" van de speculanten die via de klik op het toetsenbord het werk doen, hun winsten incasseren en de samenleving met de miserie opzadelen.

*

De Belgische politieke elite die bijna 30 jaar lang (ca 1980- nu) gedereguleerd heeft en het wettelijke kader maakte voor het gokkapitalisme, smeekt vandaag om meer toezicht en controle op financiële instellingen. Dit is niet nieuw. De Amerikaanse prof Luigi Zingales schreef: "Willen we leven in een systeem waar de winsten geprivatiseerd worden en de verliezen gesocialiseerd en waar belastingsgeld gebruikt wordt om failliete bedrijven te reanimeren? Voor wie gelooft in de vrije markt schuilt het grootste gevaar van de huidige crisis in het risico dat de belangen van enkele financiers de fundamenten van het kapitalistische systeem ondermijnen. Het is tijd het kapitalisme te redden van de kapitalisten" (Tijd, 27 sept. jl.). Kan het kapitalisme zonder kapitalisten? Redden door wie? Telkens het crisis is en de maatschappelijke stabiliteit in het gedrang komt, werd de belastingbetaler via de staat ingeschakeld om het systeem van de ondergang te redden; de staat als brandweerman.

Het is het concept van de Keynesiaanse corporatieve staat. Hoofdzaak is dat in dat concept de staat een actieve sociaal-economische rol speelt om het systeem recht te houden (wel kan een sterke arbeiders- en democratische beweging in deze momenten van crisis vormen van democratie en inspraak afdwingen van de heersende klasse). De geschiedenis geeft talrijke voorbeelden van actieve staatstussenkomst. We verwijzen naar het Belgisch nationaal kapitalisme. In 1838 moest de staat de Banque de Belgique redden, tien jaar later in 1848 geraakte de overgrootmoeder van Fortis, de Société Générale de Belgique in nauwe schoentjes, de staat moest tussenkomen de economie van de ineenstorting te redden. Ook die andere voorouder van Fortis, de Algemene Spaar- en Lijfrentekas (ASLK) zag het licht in de nasleep van de crisis van 1848. Staat en bankiers vonden het te riskant de spaarcenten van het publiek toe te vertrouwen aan het risicogedrag van de banken, ook met de dreiging van de opkomst van het socialisme. De oprichting van de overheidsspaarbank ASLK (1865) leek hiervoor een oplossing te bieden. Tijdens de crisis van de jaren 1930 stond ook het Belgische banksysteem aan de rand van de afgrond door de wildgroei van kredietverlening grotendeels gefinancierd door spaargeld van de bevolking. In 1934-1935 werd die groei fataal voor enkele banken. Onder meer de Algemene Bankvereniging ging kopje onder, een Vlaamse bank die banden had met de Boerenbond. De regering zorgde niet alleen voor de redding van de spaarcenten, maar hield ook de opvolger van de falende bank boven de doopvont, de Kredietbank. Nieuw was dat daarbij een aantal maatregelen werden genomen om het "roekeloze gedrag" van de bankers "definitief"(!) te voorkomen (Guy Vanthemsche, prof. Geschiedenis VUB, DM, 4 oktober).

Na de oorlog werd in de welvaartsstaat (1945-1980) de controle op het kapitaal in zekere mate verder uitgebouwd tot de mondiale deregulering werd georganiseerd (zie boven) en de kredietcrisis toesloeg met de gevolgen die we nu zien.

*

We beleven vandaag een scharniermoment. Het sprookje van het volkskapitalisme is voor veel mensen uit de arbeiders- en middenklasse, als welvaartsvast element, aan diggelen geslagen. Het begon al met Lernout & Hauspie. Diegenen die wat geld hadden om te sparen, te beleggen en aan privé-pensioensparen te doen dachten veilig te zijn en zien nu hun euro's verdampen.

De legitimiteit van de neoliberale pensée unique is zwaar beschadigd; miljoenen spaarders en beleggers zien tot wat het marktfundamentalisme en deregulatie geleid heeft. Terwijl in de jaren tachtig de onderkant van de samenleving werd weggedrukt door het liberaal beleid, is het nu de meer ontwikkelde en ondernemende arbeiders- en middenklasse die in de brokken deelt. Dit kan grote politieke gevolgen hebben en in elk geval een breuk met de dogma's van de "minimale staat".

Met de crisis is de "weldadige mondialisering" een monster geworden. De nationale staten zijn vandaag voor de bevolking de laatste redplank. De Vlaamse bevolking dreigt tussen wal en schip te vallen: tussen een onmachtige Vlaamse politieke klasse enerzijds en een volksvreemde Belgische, francofone elite anderzijds. Ten bate van welke klasse de nationale staatsmacht wordt aangewend hangt af van de krachtsverhoudingen tussen de sociale klassen in elke natie afzonderlijk. Eén zaak is zeker: vandaag leven we in de omgekeerde wereld. De gemeenschap, de overheid staat in dienst van de winstbelangen van private bedrijven, aandeelhouders en managers.

Wat ons betreft mag de Vlaamse overheid niet gedegradeerd worden tot de rol van brandweer voor het blussen van branden van pyromanen en hooligans.

De staat is het democratisch machtsinstrument van het volk. De staat, is de emanatie van de volksoevereiniteit en het algemene belang van de natie. Het private winstbejag moet via de rechtsstaat ondergeschikt worden gemaakt aan regels van controle op de banken (zie elders in dit Meervoudnummer) en op de geldstromen zodat rampen als nu voorkomen worden; de overheid en het sociaal middenveld hebben een rol van stimulering van een duurzame economie, vnl. deze gericht op de binnenlandse markt (bouw, alternatieve energie, gezondheidszorg, vergrijzing,...) en op sociale zekerheid ten bate van de algemene volkswelvaart en -welzijn.