Nummer 141


Baskenland | november 2008


Vrede nog niet voor morgen (Bernard Daelemans)<< Nummer 141

Het conflict in Baskenland lijkt in een uitzichtloos slop te verzeilen. Madrid zet alles op repressie en de harde kern van ETA lijkt nog verder te verharden. Vooruitgang op het vlak van politieke autonomie zit er zeker niet in. Intussen is het met de mensenrechten in Spanje nog steeds niet te best gesteld. Elf Europese parlementsleden hoopten daarom met hun 'Baskische Vriendschapsgroep' een debat op gang te brengen om de Europese Unie te responsabiliseren.

"Het ziet er niet naar uit dat er op korte of middellange termijn een nieuw staakt het vuren komt, laat staan een hervatting van de dialoog tussen beide partijen. Daarom juist is het nu dat men dapper moet durven zijn", aldus Raymond Kendall, een van de gastsprekers op de studiedag die op 11 november in het Europees Parlement in Brussel plaatsvond.

De Basken lijken verder af te staan dan ooit van een 'onderhandelde oplossing' van hun conflict met Madrid. Op 9 januari 2007 heeft ETA met een bomaanslag op een leegstaand parkeergebouw op de luchthaven van Madrid-Barajas, waarbij per ongeluk twee Ecuadoranen omkwamen, de dialoog opgeblazen die de regering-Zapatero met haar woordvoerders had aangeknoopt. Sindsdien heeft Madrid de repressie nog opgedreven tegen alles wat van ver of van nabij in de buurt komt van de linkse nationalisten uit het Baskenland. Ook ten aanzien van het 'officiële Baskenland' is de houding onvermurwbaar: terwijl de Cortes een weliswaar fel afgezwakte statuutswijziging goedkeurde voor Catalonië dat sedertdien zijn autonomie zag toenemen, werd een door het Baskisch parlement goedgekeurd ontwerp-statuut van autonomie in Madrid onontvankelijk verklaard. Het voornemen van minister-president Ibaretxe om in Baskenland een volksraadpleging uit te schrijven werd haast als een oorlogsdaad beschouwd. Het grondwettelijk hof maakte zodanig veel bezwaren dat de Baskische lehendakari, die door zijn eigen partij (de christen-democratische PNV) ook al niet geweldig gesteund werd, uiteindelijk zijn plan opborg.

Inmiddels werden nu al drie partijen buiten de wet gesteld: vooreerst Batasuna, maar vervolgens ook de feitelijke opvolger van Batasuna, EHAK, en nu ook de oude ANV (Acción Nacionalista Vasca). Ook kranten werden verboden en intussen blijven internationale rapporten gewag maken van folterpraktijken. De Spaanse en de Franse politie mogen dan al geregeld 'ETA-kopstukken' aanhouden, ze werken daar alleen maar een verdere versplintering en radicalisering van de gewapende organisatie in de hand. De aanslag op Barajas was al behoorlijk controversieel, de moord op een socialistisch gemeenteraadslid uit Arrasate op de vooravond van de gewestraadsverkiezingen afgelopen voorjaar was dat nog veel meer. En zo zit de situatie in Euskadi muurvast.

Op 11 november werd in ons land niet alleen 90 jaar wapenstilstand herdacht, in het Europees parlement vond een opmerkelijk initiatief plaats. Elf Europese parlementsleden van verschillende partijen die al in november 2005 de 'Baskische Vriendschapsgroep' opgericht belegden een studiedag omtrent de situatie in Baskenland. Deze groep streeft ernaar in Baskenland een vredesproces op gang te brengen. Toen de groep in 2005 werd opgericht was er hoop dat de gesprekken tussen de regering-Zapatero en ETA inderdaad zouden uitmonden op een brede dialoog die kont leiden tot duurzame vrede in Baskenland. Die hoop is nu wel voor onbepaalde duur de kop in gedrukt, maar juist daarom wilden de parlementsleden de Baskische problematiek opnieuw onder de aandacht brengen.

Het gaat vooral om parlementsleden uit de (ex-)communistische fractie (zoals Erik Meijer van de Nederlandse SP en Helmuth Markov van Die Linke), een aantal groenen (zoals Bart Staes en de Fransman Gérard Onesta) en nationalisten uit Ierland, Wales en Schotland. Er is dus niemand bij uit de grote Europese fracties (christen-democraten, liberalen of socialisten), maar een aantal parlementsleden stuurden wel medewerkers naar de studiedag.

Drie eminente sprekers werden voor het colloquium uitgenodigd. De eerste spreekster was Bairbre de Brún, Europees parlementslid voor Sinn Féin, laat ons zeggen ervaringsdeskundige, die vanuit een bevoorrechte positie de Iers-Britse vredesbesprekingen meemaakte, en het later schopte tot minister van gezondheidszorg in de autonome instellingen in het Noorden van Ierland.

De Brún gaf een redelijk indrukwekkend overzicht van de inspanningen die de Europese Unie gedaan heeft om het vredesproces in Ierland te ondersteunen. Ze gaf wel toe dat op het politieke vlak de Verenigde Staten en Zuid-Afrika het vredesproces meer impulsen gegeven hebben. Niettemin bestonden er al vanaf 1986 Europese programma's voor Ierland die vooral gericht waren op de economische ontwikkeling. Later kwam er de dimensie bij van verzoening. In 1994 kondigde de IRA zijn staakt-het-vuren af. Van dan af subsidieerde de EU allerlei initiatieven aan de basis om de lokale gemeenschappen te helpen samenwerken. Daarbij werd geen enkele politieke stroming uitgesloten. Dit werd door beide gemeenschappen aanvaard omdat de EU als een neutrale instantie werd gezien. In 1998 was er dan het Goede Vrijdagakkoord. Van dan af ging de EU ook economische samenwerking tussen Noord en Zuid stimuleren. Alles bij elkaar heeft de EU zo'n 750 miljoen geïnvesteerd in dergelijke programma's. De Brún beklemtoonde dat de investeringen aan de basis de omstandigheden creëerden waarin een politieke oplossing ook een kans zou krijgen. Ze onderstreepte ook het belang van de grensoverschrijdende economische samenwerking die nu voor het eerst sinds 1921 gestalte krijgt.

De tweede spreker was Brian Currin, uit Zuid-Afrika. Deze man was medeoprichter van de Waarheidscommissie, die na de val van het Apartheidsregime werd ingesteld om tot nationale verzoening te komen.

Currin stelde vast dat het Europees parlement moeilijk te overhalen is om ten aanzien van Baskenland soortgelijke inspanningen te leveren als wat men Ierland gedaan heeft, en zeker nu de besprekingen tussen Madrid en ETA zijn opgeblazen. Nochtans lijkt het logisch dat er des te meer nood is aan impulsen voor een vredesproces als er bommen in het spel zijn. Currin stelt vast dat de nationalistische linkerzijde in Baskenland volledig uit het democratisch proces gebannen is, omdat ze het geweld niet afzweren. Nochtans had de leiding van nationalistisch links zich geëngageerd in de dialoog. Dat was blijkbaar niet genoeg. Nochtans, een oplossing zonder deze actor is onmogelijk. Currin trok de vergelijking met Zuid-Afrika ten tijde van de overgang. Het contrast is groot: er was in 1990 geen sprake van een staakt-het-vuren vanwege het ANC. Het ANC had zich ook niet verbonden tot een dialoog. En toch besliste de regering om 50 verboden organisaties terug toe te laten. Dat was de noodzakelijke voorwaarde om het vredesproces te laten starten. In Baskenland gebeurt het tegenovergestelde. Er zijn draconische veiligheidsmaatregelen. Er is een systeem van incomunicado-opsluiting van verdachten gedurende vier dagen, er is sprake van foltering. Maar het gaat niet slechts om de vervolging van 'enkele fanatiekelingen'. Zelfs de lehendakari van Baskenland is in vervolging gesteld vanwege het feit dat hij het gesprek aanging met de leiders van Batasuna. Maar zonder gesprekken tussen alle actoren is een vredesproces niet mogelijk. Helaas is de 'Baskische Vriendschapsgroep' in Madrid niet welkom. Een vergelijking met het Verenigd Koninkrijk leert dat het beleid omtrent het noorden van Ierland nooit de inzet zou vormen van een electoraal opbod, hetgeen in Spanje juist wel het geval is geweest.

De meest opmerkelijke spreker op de bijeenkomst van de Baskische Vriendschapsgroep was zeker Raymond Kendall, die in zijn loopbaan tot driemaal toe secretaris-generaal van Interpol is geweest en die dus heel zijn leven op het hoogste niveau werkzaam is geweest bij internationale politionele machten. Een merkwaardige bondgenoot voor de Basken. Uitgerekend deze man nam de Spaanse rechtstaat nogal stevig op de korrel. Hij laakte het systeem van de uitgebreide incomunicadogevangenschap. Hij laakte de moeilijke toegang van verdachten tot rechtshulp bij een advocaat van eigen keuze. Hij laakte het verbod op verschillende partijen en de schending van de vrije meningsuiting van organisaties of bladen die op grond van een of ander wazig verband met de Baskische autonomiebeweging verboden of vervolgd worden. Kendall verwonderde zich daarover, temeer daar er voor de autoriteiten in Madrid kennelijk geen vuiltje aan de lucht is. Ze verkeren daar in de mening dat de Spaanse rechtstaat boven elke twijfel verheven is. Kendall kan alleen maar besluiten dat de overgang vanuit het Franco-regime naar een democratisch bestel in Spanje niet van aard is geweest om een bepaalde ingesteldheid in het gevangeniswezen weg te werken, dat er sprake is van een bepaalde judiciële cultuur die is overgeërfd en die tot op de huidige dag ongewijzigd is. Nochtans is Kendall ervan overtuigd dat Madrid een geweldige slag zou thuishalen mocht ze de kritiek op de mensenrechtenschendingen van elke grond ontdoen. Dat zou de radicalen in het isolement leiden.

Tijdens de debatten na deze uiteenzettingen was het woord aan de vergadering. Een belangwekkende tussenkomst was deze van Josu Ortuondo, gewezen burgermeester van Bilbao, thans Europees parlementslid (PNV). De man dankte de initiatiefnemers voor hun inspanningen maar toonde zich sceptisch over de kansen op slagen om het Europees parlement zover te krijgen om zich ten aanzien van de Baskische kwestie te engageren. Voor verreweg de meeste parlementsleden is dat een interne aangelegenheid van een lidstaat. Het was dan ook enkel en alleen toen de Spaanse regering zelf een initiatief genomen had om tot gesprekken met ETA te komen, dat het Europees parlement dit initiatief met een motie ondersteund heeft. De vergelijking met Ierland gaat hoegenaamd niet op. De EU zou nooit met die steunfondsen op de proppen gekomen zijn als de Verenigde Staten zich niet in het Ierse vredesproces had geëngageerd, en dat omwille van de vele Iers-Amerikanen die in de VS wonen. Voorts meende de PNV'er dat, anders dan in Baskenland, de IRA-mensen duidelijk de sprong gewaagd hebben naar het politieke niveau.

Ortuondo kwam wel even onder vuur te liggen toen andere deelnemers aan het forum zijn partij bekritiseerden, die mee verantwoordelijkheid draagt in de Baskische regering en die de autonome politie niet alleen inschakelt in een potig antiterrorismebeleid, maar ook ingezet wordt om links-nationalistische betogingen hardhandig aan te pakken. De PNV heeft ook niet al te luidkeels ruchtbaarheid gegeven aan zijn bezwaren tegen het verbod op andere Baskische partijen. Ortuondo zei daarop dat hij het optreden van de Ertzaintza bij de aangehaalde betogingen betreurde. Hij zei ook dat binnen de Ertzaintza de PNV niet de enigen zijn die de lijn bepalen. Het punt is vooral dat er geen Baskische judiciële ruimte bestaat. De autonomie van de Baskische politie is dan ook zeer relatief. Ortuondo betreurde tot slot de onenigheid onder de Basken.

Aan het einde van deze dag besloot Raymond Kendall dat hij persoonlijk niet gelooft dat er spoedig een nieuw ETA-bestand komt, en ook dat dat hoe dan ook niet van aard zal zijn om Madrid terug op het spoor van een dialoog te brengen. Een gestructureerd vredesproces is dan ook zeer veraf. Maar juist daarom is er nu moed vereist vanwege het Europese parlement om een stelling in te nemen en om initiatieven te ontwikkelen die op de lange termijn een basis kunnen vormen voor hernieuwde vredesbesprekingen.