Nummer 142


| december 2008


Volkeren in beweging ( )<< Nummer 142

Ronde van Spanje komt niet door Baskenland

De Baskische regering wil niet weten van een doortocht van de Ronde van Spanje door Baskenland. Al van 1978 is het geleden dat er nog een etappe van de Vuelta in Baskenland werd gereden, maar toen waren er verschillende incidenten op het parcours, waardoor de renners het grootste deel van het traject in hun busjes moesten afleggen en de uitslagen van de wedloop geannuleerd moesten worden.

Dertig jaar later stelde een PP-mandataris in het Baskisch parlement, Carmelo Barrio, voor dat de regering zijn medewerking zou verlenen aan een eventuele heropname van Baskenland in de ronde van Spanje. De wielersport in Baskenland is inderdaad buitengemeen populair. Ook ten onzent is de Ronde van Baskenland een begrip. Barrio kwam echter van een kale reis thuis, want de nationalistische meerderheidspartijen PNV en EA verwierpen het voorstel met een simpel: 'Baskenland is Spanje niet'. De vertegenwoordigster van het links-nationalistische EHAK kwam zelfs niet tussen in het debat.

Barrio laakte nog het feit dat de stad Bilbao wel zware inspanningen levert om de Ronde van Frankrijk (editie 2013) binnen te halen, en dat de lehendakari (Baskische minister-president) dit lobbywerk persoonlijk ondersteunt.

Raad van Europa feliciteert Baskenland, Galicië en Catalonië met taalbeleid

Een missie van de Raad van Europa bezocht Spanje tussen 14 en 17 september om hoogte te krijgen van de mate waarin het land gevolg geeft aan zijn verdragrechtelijke verplichtingen sedert de invoegetreding van het Europees Charter van Minderheidstalen (in 2001). De afvaardiging bezocht zowel de 'historische' naties Galicië, Baskenland en Catalonië als allerlei taalgemeenschappen in Aragon, Asturias, en zelfs de Spaanse enclaves in Marokko Ceuta en Melilla.

De drie regio's Baskenland, Galicië en Catalonië krijgen goede punten en worden nog verder aangemoedigd in hun taalbeleid, meer bepaald wat treft het immersie-onderwijs (eentalig onderwijs in de streektaal). Het rapport van de Raad van Europa meent niet dat dit verplicht moet worden (wat in Catalonië sinds kort wel het geval is).

De Spaanse staat krijgt wel slechte punten, want de taalrechten van Basken, Catalanen en Galiciërs worden wel ter harte genomen door de regionale besturen, maar bij de centrale overheid is het huilen met de pet op. In het gerecht en andere diensten van de centrale overheid kun je in het Baskisch of het Catalaans meestal niet terecht. En de verplichtingen die uit het verdrag voortvloeien binden wel degelijk ook de hoogste staatsorganen, zo menen de rapporteurs van de Raad. De Spaanse staat moet dus meer Baskischtaligen, enz. aanwerven in zijn diensten en meer taalcursussen aanbieden aan zijn personeel. Ook het Berbers in Melilla en het Arabisch in Ceuta, het Portugees in Olivenza en het Galicisch in Castillië en León moeten meer kansen krijgen.