Nummer 143


Nieuws uit het derde gewest en zijn riante omgeving | januari 2009


(Euro-)Brussel-kroniek (Bernard Daelemans)<< Nummer 143

Staten-generaal van Brussel van start

Op zaterdag 10 januari vond de aftrap plaats van de 'Staten-Generaal van de Brusselse civiele maatschappij'. Het initiatief gaat uit van Alain De Neef (voormalig topmanager NMBS) met zijn vereniging Aula Magna waar ook Philippe Van Parijs (ULB) en Eric Corijn (VUB) aan verbonden zijn. Samen met de Brusselse nationalisten van Manifesto (o.a. Dieter Lesage) en Bruxselforum ("baas in eigen stad") kregen zij de formele steun van de Brusselse afdelingen van de socialistische en christelijke vakbonden van de Brusselse werkgeversorganisatie BECI alsmede van de Franstalige en Nederlandstalige kunstensector en beide grote milieuverenigingen. Daarnaast werden een honderdtal academici betrokken van ULB, VUB en Facultés Saint-Louis, maar de HUB (waaronder de KUB) werd niet gecontacteerd.

Men kan zich vragen stellen bij de legitimiteit van het initiatief. Behalve de reeds genoemde grote organisaties werd geen enkele sociaal-culturele vereniging of socio-professionele organisatie in Brussel uitgenodigd. De Brusselse burgers worden geacht via de pers op de hoogte te zijn van het initiatief en zélf de stap te zetten om deel te nemen. Alvast zeer opvallend was de verpletterende afwezigheid op de startdag van het leeuwendeel van de Brusselse bevolking, de allochtonen. De tweehonderd opgekomen aanwezigen vertegenwoordigden voor het merendeel de hoogopgeleide blanke middenklasse, waaronder - inderdaad - heel wat jonge en idealistische Dansaert-Vlamingen.

Op de startdag waren de Brusselse en Belgische sentimenten niet van de lucht. De liefdesverklaringen aan het adres van Brussel volgden elkaar op. De protagonisten stelden zich voor. Alain De Neef zette de werkwijze uiteen. Fase 1 van de Staten-Generaal is reeds achter de rug: de honderd academici vervaardigden 16 nota's over een aantal deelthema's die in de komende weken telkens op maandagavond zullen worden besproken. Op die debatten (de tweede fase) is iedereen welkom en kan iedereen vragen stellen of een statement doen. Vervolgens zullen uit de verslagen van die vergaderingen een aantal stellingen gedistilleerd worden die (fase 3) aan de politieke wereld zullen worden voorgelegd.

Bij de aanvang van het evenement heeft het Vlaams Komitee voor Brussel bij de ingang een spandoek ontvouwen met als boodschap: "Vlaanderen houdt van Brussel - Bruxelles aime la Flandre". Er werden pamfletten uitgedeeld om aan de deelnemers kenbaar te maken dat het VKB alvast een aantal uitgangspunten van het initiatief niet kan onderschrijven. Er werd immers al een platformtekst uitgewerkt die al heel wat krijtlijnen afbakenen waarlangs de discussies zullen worden gevoerd. "Voor het Vlaams Komitee voor Brussel is het geen uitgemaakte zaak dat 'de' Brusselaars zouden moeten streven naar een nieuwe 'Brusselse identiteit'. Een meertalige identiteit, die zou moeten gestalte krijgen in meertalig onderwijs, meertalige kieslijsten en meertalige culturele initiatieven die vanuit een 'unitair' Brussel bestuur zou moeten worden aangestuurd. Wij blijven de Vlaamse identiteit paren aan liefde voor Brussel. In het verleden en ook vandaag nog is duidelijk gebleken dat de oprichting van Vlaamse instellingen op het vlak van cultuur, onderwijs en welzijn noodzakelijk waren om de oorspronkelijke inwoners van Brussel toe te staan zich in hun eigen taal te laten emanciperen. (...) Stap voor stap werden autonome Vlaamse culturele instellingen uitgebouwd. Dat gebeurde zelden met de volle steun van de Brusselse autoriteiten en vaak was er tegenwerking. Vanuit die Vlaamse instellingen werd het mogelijk open te staan voor alle andere stadsbewoners, en ook om met anderen samen te werken aan de toekomst van de stad."

Op de startbijeenkomst werd het principe gehuldigd "Elk spreekt zijn taal", terwijl geen simultaanvertaling was voorzien. Ergerlijk was dat hier werd door de Vlaamse protagonisten nogal werd van afgeweken. Voorzitter Alain De Neef gaf het grootste deel van zijn uiteenzetting in het Frans, met hier en daar een minder belangrijke passage in het Nederlands. Maar professor Eric Corijn sprak ook overwegend Frans.

Corijn benadrukte dat Brussel al lang geen tweetalige stad meer is, maar een meertalige, multiculturele stad. De politieke structuren zijn volgens hem dan ook niet aangepast aan de realiteit. Dat de dialoog 'van gemeenschap tot gemeenschap' stokt, lijkt hem een teken aan de wand. Die gemeenschappen wees Corijn radicaal af, en hij hield een warm pleidooi om tijdens de Staten-Generaal rechtstreeks 'van burger tot burger' over de toekomst van de stad te spreken, los van taal- en culturele aanhorigheid. Hallucinant om aan te zien hoe een verstandig man, wetenschapper aan een Vlaamse universiteit zo enthousiast de tak lijkt te willen afzagen waar hij zelf op zit. Het complete fiasco van de biculturele gezondheidssector qua respect voor de Nederlandstalige bevolking in Brussel lijkt Corijn niet te deren, maar goed, hij bracht dan ook zoals gezegd niet eens het elementair zelfrespect op om zijn eigen taal te spreken in het (zoals ook al gezegd) alles behalve multiculturele gremium van de Staten-Generaal.

Er waren heel wat culturele intermezzo's en op het podium kwam de multicultuur als schaamlapje dan toch nog tot zijn recht met heel wat Afrikaanse klanken. En de immer goedlachse presentator Jamal Boukhriss hield er ook wel de schwung in. Er werd ook gelegenheidspoëzie gebracht, onder andere een niet van pathos gespeende 'lettre aux Flamands' waarin de Vlamingen bezworen wordt toch de schoonheid van het Belgique de papa te willen inzien. Lichtjes pijnlijk echter dat de Franse actrice die dit gedicht bracht bij de schaarse Nederlandstalige passages in deze tekst redelijk over haar tong struikelde (het kadansrefrein 'mijn vriend' werd dan steevast als 'mijn vreind' of 'mijn freund' uitgesproken) en de namen van de lieflijke Vlaamse dorpen die in het gedicht worden opgenoemd al helemaal niet konden begrepen worden.

Deze opmerkingen daargelaten heerste bij de startvergadering wel een gemoedelijke sfeer. Een sessie speed-daten tussen de deelnemers zorgde alvast voor interessante kennismakingsmomenten.

Bij de aanwezige politici merkten we Jean-Luc Vanraes en Sven Gatz (VLD) op en verder Marie Nagy en Henri Simons (Ecolo).

Staten-Generaal debatteert over mobiliteit

Twee dagen na de startdag vonden ook reeds de eerste twee themadebatten plaats, met name over 'veiligheid' en 'mobiliteit'. Er was voor beide debatten een hoge opkomst (telkens een 200-tal personen), maar ook deze keer was dit een louter blank gebeuren. Het kon niet verwonderen dat de (zowel Frans- als Nederlandstalige) groenen ruim vertegenwoordigd waren in dit debat, en dat de hartstochtelijke pleidooien voor meer fietspaden, meer, beter en goedkoper openbaar vervoer niet van de lucht waren. Ook deze keer was geen simultaanvertaling voorzien, maar de deelnemers spraken nu wel effectief hun eigen taal.

De voorbereidende nota van de professoren Michel Hubert (Saint-Louis), Frédéric Dobruszkes (ULB) en Macharis (VUB) sneed toch wel heel fundamentele punten aan, omtrent de ruimere mobiliteitsproblematiek. De academici breken onder meer een lans voor het aanmoedigen van 'residentiële mobiliteit' (met bijvoorbeeld fiscale maatregelen om meer mensen die in Brussel werken aan te moedigen om in Brussel te komen/blijven wonen). Ze stellen ook vast dat de gemeenten en het gewest mekaar tegenwerken zodat een coherent mobilteitsbeleid eigenlijk niet tot stand komt. Ook de coördinatie tussen de verschillende openbaarvervoersnetten van Spoor, MIVB, de Lijn en de TEC loopt mank. De realisatie van het Gewestelijk Expressnet is daardoor redelijk gehypothekeerd en dan is er nog de open vraag naar de financiering van het openbaar vervoer, dat ruim een vierde van het budget van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest opslorpt.

Op deze structurele vragen werd tijdens het debat nauwelijks ingegaan. Iedere deelnemer die dat wenste kreeg één minuut spreektijd toegemeten, maar dat waren toch heel vaak ego-verhalen en groene wenslijstjes. Dezelfde desiderata werden vaak herhaald. Er was toch een tegenstem van twee leden van de LDD-denkgroep die hartstochtelijk pleitten voor 'mijn auto, mijn vrijheid' en nog net niet gelynchd werden, maar moderator Alain De Neef trad hier krachtdadig op, zodat ze hun standpunt konden duidelijk maken.

MIVB-baas Alain Flausch kreeg redelijk de wind van voor met kritiek op de recente reorganisatie van het openbaar vervoer, waarbij heel wat lijnen werden doorgeknipt, zodat de reizigers op heel wat trajecten moeten overstappen. Flausch wuifde de kritiek van de hand, ook met betrekking tot het verwijt dat de tarieven te hoog liggen. In een internationale vergelijking blijkt het openbaar vervoer in Brussel eerder aan de goedkope kant te zijn. Bovendien is er een beleidslijn aan de MIVB 'opgedrongen' onder invloed van Vlaanderen, namelijk het 'gratisbeleid' voor bepaalde categorieën, met name de zestig-plussers die gratis mogen reizen. Dat betekent een financiële aderlating van 50 miljoen , die volgens Flausch ook op een andere manier hadden kunnen aangewend worden. Flausch kwam herhaaldelijk op dit punt terug met redelijk giftige verwijten aan het adres van Steve Stevaert, die er in Hasselt alleen in geslaagd is de voetgangers en de fietsers op de bus te krijgen. Deze aantijgingen werkten flink op het gemoed van een jonge Limburger in de zaal die plots in woede uitbarstte en Flausch begon uit te schelden voor leugenaar.

Er ging een golf van verbijstering door de zaal toen ondergetekende in het debat tussenkwam met een pleidooi om de terecht in de nota aangehaalde problemen van gebrekkige coördinatie tussen het binnenstads- en gewestoverschrijdend streekvervoer én de financieringsproblemen in één klap op te lossen door de MIVB en De Lijn te laten fuseren en het MIVB-budget uit de Brusselse begroting te lichten en over te hevelen naar de Vlaamse begroting. Ook hier trad De Neef correct op en garandeerde hij dat ook dit idee in de notulen zou worden opgenomen.

Een stelling die daarentegen blijkbaar minder weerstand opriep was die van een 'bijzondere getuige', een hoogleraar die ervoor pleitte om het openbaar vervoer over de territoriale ruimte van het GEN (dus van Ninove tot Leuven en van Halle tot bij Mechelen) onder één beheersstructuur te brengen. Een dergelijke 'groot-Brusselse' vervoersmaatschappij zou wel onder een nieuw politiek orgaan moeten ressorteren dat over dat hele grondgebied ook bevoegd zou moeten worden voor ruimtelijke ordening. Daarmee is duidelijk de eis tot gebiedsuitbreiding van Brussel op de agenda van de Staten-Generaal van Brussel gezet. Wordt vervolgd!

Ook de Walen willen Staten-generaal

Nog geen week na de start van de Brusselse Staten-Generaal werd in Luik een manifest voorgesteld met daarin een oproep om ook in Wallonië een Staten-Generaal bijeen te roepen. In tegenstelling tot de Brusselse versie gaat het initiatief hier uit van duidelijk Waalsgezinde intellectuelen, de essayist Jules Gheude, de filoloog Didier Melin en de professoren Thierry Ollevier en Claude Thayse.

Zij stellen vast dat België morsdood is, dat het land in een volledige politieke impasse is geraakt, dat de 'Vlaamse natie in wording' waar Manu Ruys het 35 jaar geleden over had een feit is en dat het aan de Walen is om daar nu gepaste conclusies uit te trekken. Jules Gheude citeert het artikel uit 'The Economist' van september 2007 waarin vastgesteld wordt dat België het werk waarvoor het was opgericht gedaan heeft (i.v.m. geopolitieke evenwichten in de 19de eeuw). 'The job is done'. "Wat er nog voor goeds inzit, kan evengoed tot zijn recht komen in twee of drie kleinere entiteiten of zelfs in een uitgebreid Nederland en Frankrijk".

Dat is de nagel op de kop voor Gheude en zijn geestesgenoten, die nu een petitie opstarten om een Waalse Staten-Generaal te organiseren met inbreng van vakbonden, universiteiten, culturele organisaties, vrije beroepen, middenstanders, arbeiders en studenten om vier mogelijke post-Belgische scenario's te onderzoeken: 1° een Waalse staat; 2° een Waals-Brusselse staat; 3° aansluiting bij Frankrijk; 4° aansluiting bij een andere Europese component.

Voor deze vier scenario's moet een soort kosten-batenanalyse gemaakt worden door experts van hoog niveau. De optie om een samengaan met Brussel te bestuderen getuigt voor Gheude van het feit dat de Walen niet onverschillig staan ten opzichte van de Brusselaars, maar dat het toch de Brusselaars zelf zijn die hun lotsbestemming zelf in handen moeten nemen. Gheude distantieert zich van de huidige ingesteldheid van onder andere de constitutionalist Marc Uyttendaele die binnen België een Waals-Brusselse entiteit wil verstevigen die, bij het uiteenvallen van België automatisch tot een Waals-Brusselse staat zou leiden. Gheude wil tot het zover is toch alle opties openhouden.

Voor de Waalse Staten-generaal is al een organisatiecomité opgericht. De initiatiefnemers gaan nu op pad met een petitie om belangstelling voor het initiatief los te weken én ook financiële steun voor de organisatie te verwerven. Verdere informatie is te vinden op de website www.etatsgenerauxdewallonie.net. Wordt eveneens vervolgd...