Nummer 144


Internationaal | februari 2009


The Icepatrol (Lukas De Vos)<< Nummer 144

De koekenpanrevolutie is geslaagd. Het is een lange doodsreutel geworden voor de regering van de Ijslandse Conservatief Geir Haarde. Maar vier maand na de financiële implosie van het land, dat een direct slachtoffer is geworden van de Amerikaanse déconfiture en het bankroet van Lehman Brothers, heeft het volk toch zijn regenten ten val gebracht. Wat aanvankelijk begon als marginaal protest tegen de snel afnemende welvaart voor de 320.000 Ijslanders (buitenlandse leningen verdubbelden, of erger, op geen maand tijd; de kroon is tweederde van zijn waarde kwijtgeraakt, de koers werd bevroren, en de roep om de euro is niet meer te harden; de drie grote banken lagen op hun gat, nationalisering drong zich op, en buitenlandse kregeligheid tastte de kredietwaardigheid helemaal aan), nam de voorbije weken ongekend ruwe vormen aan. Elk weekend stroomden duizenden boze burgers samen voor het parlement, de Althing. Aanvankelijk met gedateerde protestsongs en vertederende familiereünies. Met het vriendelijk verzoek Mijnheer Oddson, ex-premier, ex-burgemeester van de hoofdstad Reykjavik, huidig voorzitter van de Centrale Bank de laan uit te sturen. "Want hij hoort bij de tien families die het hele land in handen hebben", zei een boze betoger me. "En ik ben mijn spaargeld en pensioen kwijt".

Met de weken die de crisis aansleepte, nam ook de nijdigheid toe. Voor het eerst in zestig jaar (!) moest de politie traangas gebruiken om betogers uiteen te drijven. De week ervoor hadden ze al - ongezien in ijsland - de toegang tot de Althing geblokkeerd. En het gebouw met tomaten en eierstruif bekogeld. En steeds meer mensen brachten, in Zuid-Amerikaanse traditie, potten en pannen mee om de regering kond te maken dat het welletjes was geweest. Haarde, die vaak meer last had van zijn keelkanker dan van de kredietcrisis, hield de boot zo lang mogelijk af. Hij vermaande de betogers, vroeg om vertrouwen, maar kon niet beletten dat de werkloosheid toenam, en buitenlandse reizen zo goed als onbetaalbaar werden. "Behalve voor de rijken, die wonen toch al in Engeland", sneerde een andere betoger. In arren moede kondigde Haarde nieuwe, met twee jaar vervroegde verkiezingen aan voor 9 mei. Het mocht niet baten. Zijn regeringspartner, de sociaaldemocratische partij van Ingibjorg Gisladottir (minister van buitenlandse zaken), zag het niet meer zitten, mede als gevolg van peilingen die steeds meer een ommezwaai naar links te zien gaven. De nekslag voor Haarde kwam toen zijn minister van handel Sigurdsson een deel van de verantwoordelijkheid op zich nam en aftrad. Haarde gooide de handdoek in de ring.

Hij vroeg daarop president Grimsson een overgangskabinet aan te wijzen tot de verkiezingsdag. Die regering is centrumlinks, maar ook partijvoorzitster Gisladottir weigerde premier te worden - zij moet zelf een heelkundige ingreep ondergaan voor een hersentumor. Zo lag de weg vrij voor Johanna Sigurdardottir, een ex-stewardess met dertig jaar parlementaire ervaring - én een holebi. Maar dat raakt de Ijslander zijn kouwe kleren niet, hij wil een beleid dat de afhankelijkheid van de banken en van Amerika terugdringt. Niet voor niets zijn negen op tien Ijslanders gewonnen voor de invoering van de euro, en klinkt de roep om lidmaatschap van de Unie met de dag luider, vooral bij de invloedrijke vakbonden. De minderheidsregering van sociaaldemocraten en Groen-Links (die het meest in de lift zitten, mochten er vandaag verkiezingen zijn) krijgt steun van de Progressieven om een meerderheid te halen. Sigurdardottir vatte meteen de koe bij de horens, ook al blijft het zaterdags protest aanhouden. Op 2 februari, de dag van haar aantreden, vertrok er meteen een brief naar de gouverneurs van de Nationale Bank, de Seddlabanki Islands, met het beleefde verzoek ontslag te nemen. Het onwillige driemanschap van gouverneurs, Oddson, Fridriksson en Gudnason, zweeg als vermoord. Vier dagen later lag er een wetsontwerp op tafel om de beleidsstructuur van de Seddlabanki om te gooien. Er moet één enkele bestuurder komen, die zeven jaar lang de bank mag leiden, een termijn die ten hoogste één keer verlengd kan worden. Hij wordt bijgestaan door vier andere deskundigen. Die bestuurder, astuce!, moet een economist zijn met grondige kennis van de financiële wereld. Wat Oddson uiteraard niet heeft. Hij is een jurist. Ook toen zwegen de heren, officieel omdat Oddson te laat was teruggekomen van een reis naar Engeland. Maar de uitgang staat wijd open, als volk én regering de rangen sluiten. Enig vraagteken is of de Progressieven mee zullen doen (ze kunnen eigenlijk moeilijk anders). Voorzitter Gunnlaugsson speelde het voor de bühne. "Alleen de koppen verwisselen helpt niet. De wet op de Centrale Bank moet grondig worden aangepast".

Reykjavik hoopt dat deze zwenking volstaat om zonder kleerscheuren op te stomen naar een machtswissel in mei. Sociale thema's ("We kijken beter uit naar steun van Rusland dan van Amerika", stelde een anarchist ferm) zullen sowieso moeten voorgaan op ongebreideld kapitalisme. De banken hadden een onevenredig aandeel in de welvaartsopbouw door al te speculatieve operaties. Arni Gudjonsson, die lang in Lokeren woonde, is daar niet rouwig om, al is er diep gesneden in haar tegoeden. "Ik had net 70 sneeuwscooters besteld", zegt ze. "Ik kan alleen maar hopen dat de diepe val van de munt wat meer toeristen aanlokt. Dan kan ik de schulden dichten. De overbodige luxe van hummers of weekendhuisjes mag er voor mijn part uit. En ach, als de economie met tien procent inkrimpt, zoals verwacht, dan ontdekken we toch opnieuw de echt waardevolle dingen van het leven?"