Nummer 146


Portret | april 2009


Piet de Groof: een 'situationistisch' generaal (Christian Dutoit)<< Nummer 146

Het internationaal 'situationisme', heeft u er ooit wel eens van gehoord? Het gaat om een internationale kunstzinnig-politieke beweging, die in 1957 te Cosio di Arroscia in Italië opgericht werd en een naar men aanneemt opgeheven werd in 1972. De voornaamste actievoerder van de beweging was de Deense kunstenaar Asger Jorn. Het situationisme wilde de vrije tijd bevrijden en ontregeling als principe brengen in de stad, de 'homo ludens' moest de 'homo faber' vervangen, het surrealisme moest verwerkelijkt worden in een libidinale politiek. De beweging wilde de marxistische filosofie mobiliseren voor ludieke interventies. Het situationisme is niet zo bekend in Vlaanderen, maar nog minder bekend is wellicht dat een Vlaams generaal van het Belgisch leger, Piet de Groof, één van de vooraanstaande situationisten was en is. Deze luchtmachtgeneraal, al tientallen jaren lang een vriend van het Vlaams Huis in Brussel, was zeer actief in het Vlaamse culturele leven in de hoofdstad, en in Parijs verscheen vorig jaar een boek, een soort uitgebreid interview zeg maar, met hem, onder de titel 'Le général situationniste'.

Eind maart ging in het kader van 'Passaporta-Festival' (voorheen bekend als 'het Groot Beschrijf') een lezing door over de Franstalige auteur Christian Dotremont. In het beruchte Brusselse café Het Goudblommeke van Papier, dat zich een literaire en dadaïstische reputatie verwierf in het interbellum (thans mag je er niet eens meer roken!). Piet de Groof en onze columnist Hendrik Carette gaven er in twee van onze drie landstalen tekst en uitleg over de letterkundige en romancier, plastisch kunstenaar, kunstcriticus en pamflettist (zie hiervoor ook de column van Hendrik Carette in het vorige nummer van Meervoud).

In het Parijse boek onthult luchtmachtgeneraal De Groof voor het eerst zijn pseudoniem: hij schreef vanaf de jaren vijftig onder de schuilnaam Walter Korun allerlei kunstkritieken in blaadjes die niet meteen behoorden tot de establishmentpers.

In volle Koude Oorlog was het niet zo vanzelfsprekend om zoiets te doen, het huidige 'cordon sanitaire' waarvan menig Vlaming vandaag het slachtoffer is (cfr. Koen Dillen) is maar klein bier in vergelijking met de situatie van de situationisten toen. Maar, zoals hij het zelf zegt, De Groof voelde zich een beetje de 'Candide' van Voltaire.

Het zou ons te ver leiden om in het bestek van dit 'portret' alle artistieke paden en kronkelwegen van de generaal-vlieger (ooit werd hij op een vernissage van bevriende kunstenaars ingeleid in een lichtelijk verkeerde vertaling als 'général voleur', terwijl het natuurlijk 'aviateur' moest zijn), maar op zich is de levenswandel van Piet de Groof op zijn minst merkwaardig te noemen, en dat heeft men niet geheel onterecht in Parijs opgemerkt.

In de jaren tachtig was Piet de Groof een monument in de Brusselse kunstwereld. Hij sloofde zich uit om allerlei jonge en minder jonge kunstenaars te steunen, zowel totaal onbekende beginnelingen als reeds doorgebroken namen. Ooit liet hij een assemblagekunstwerk van Camille Van Bredam naar Watou overbrengen met een luchtmachthelikopter, maar daarvoor werd hij op het matje geroepen door het Belgisch leger. Vergeten we niet dat De Groof als generaal een tijdlang commandant was van onder meer de basissen van Kleine Brogel en Bierset. In het cultureel centrum van de luchtmacht Oasis in Evere bracht hij allerlei avant-gardekunst, alsook in het toenmalige hotel Charlemagne, naast het eveneens toenmalige Internationaal Pers Centrum aan de Karel de Grotelaan. Hij was ook jarenlang voorzitter van het Willemsfonds van Laken, dat in die tijd de grootste Brusselse afdeling was met leden van diverse pluimage, waaronder veel journalisten en vrienden van de generaal, lang niet allemaal stamboekliberalen.

De Groof was een volbloed pluralist. Tijdens zijn studies aan de Koninklijke Militaire School gaf hij al het blaadje Taptoe uit, dat (clandestien) gedrukt werd in de kelders van deze instelling. Later werd Taptoe ook een bekende kunstgalerij. Hij vertoefde ook een tijd in Congo (Kamina), maar bleef steeds in contact met in situationistische 'internationale'. Hij was het bijvoorbeeld die in de Cobra-beweging (genoemd naar Copenhagen-Brussel-Amsterdam) Van Bruaene (de man achter het 'Goudblommeke') in contact bracht met Asger Jorn.

Piet de Groof politiek situeren is niet zo makkelijk. In het in Parijs uitgegeven boek licht hij wel een tipje van de sluier: "Overal regeert de zakenwereld. De Russische dichter Brodsky zei ooit dat de grootste dictatuur die we ooit gekend hebben, die van het geld is." Op de directe vraag waar hij zich in die tijd politiek bewoog, antwoordt hij: "Ik? Ik was zeker links omdat mijn vader en mijn grootvader spoorwegarbeiders waren. (...) En dus uiteraard socialisten." En op de vraag of hij, zoals vele dichters in die periode, sympathie had voor het communisme, antwoordt hij: "Neen, ik was ingeschreven aan de polytechnische school, het was dus een beetje moeilijk om communist te zijn. Maar ik had mijn ideeën over de geschriften van Trotski. Ik gebruikte die. Ik heb een groot document over Trotski waar ik alle slogans die Dotremont gebruikt heeft voor de Situationistische Internationale en Mei '68 terugvind."

Het boek over en met Piet de Groof is een boeiende wandeling door de wereld van de naoorlogse moderne kunst, met tal van pittige anekdotes over zijn vriendenkring, waar naast Jorn ook Hugo Claus, Pierre Alechinsky, Maurice Wyckaert, Roel D'Haese en vele anderen ten tonele gevoerd worden. Dank zij Jorn leerde hij het beroemde schilderij 'De intrede van Christus in Brussel' (1888) kennen. De Groof: "Vandaag bevindt het zich in Amerika, dank zij dit belachelijke land België" (p. 143).

Piet de Groof was en is zeker geen pretentieuze kunstgoeroe. Hij heeft door de jaren heen een kunstcollectie aangelegd om 'U' tegen te zeggen, maar velen van ons kennen hem vooral als een sociaalvoelend en zeer aimabel man, die graag met tremolo's in zijn stem Brusselse volksliedjes liet weergalmen in de Lakensestraat (de voorloper van het Vlaams Huis), met zijn favoriete en beklijvende "Als ge een werkmaske trouwt, dan hebde nooit geen miserie!".

Piet de Groof, Le général situationniste. Uitgeverij Allia, Parijs, 2007. 303 p.