Nummer 15


Column | oktober 1995


Lezer, let op uw zaak (Hendrik Carette)<< Nummer 15

Er wordt toch zooveel geschreven tegenwoordig.
Nescio in Titaantjes

God erbarme zich over de idealisten. En God weet dat een gekrenkte idealist gevaarlijker is dan een die nog naïef is. Of omgekeerd.

Vroeger was ik een dichtertje en schreef ik als motto bij een dichtbundel: Wat kan en wat moet een dichtertje meer doen dan zijn geheime tranen verzilveren in onvertaalbare, onverklaarbaar prachtige, gedichten en deze voor het voetvolk gooien in de lege arena van een leeg stadion.

Nu ben ik een columnist, een polemist en een publicist, maar m'n positie in de maatschappij is nog altijd een farce. En dat is geen lolletje, voor mij niet en voor niemand.

Vroeger, in Brugge, was ik een vrolijke flierefluiter en nu ben ik bijna een harde werker geworden en één van de vele Westvlamingen in de diaspora.

Maar ik mag niet klagen. Ik ben nu een gesubsidieerd auteur en ik zit nu bijna elke dag achter een lange houten werktafel in mijn werkkamer in een groot herenhuis, terwijl buiten de regen klettert en de tram (Silence) heel eventjes het hele huis doortrilt. Ik lees nu heel veel boeken, tijdschriften, weekbladen en kranten, want ik ben een verwoed lezer. Bijna een soort beroepslezer. De mooiste boeken zijn dan als besneeuwde bergtoppen en de mooiste en interessantste tijdschriften zijn de hoogvlakten.

Weekbladen en dagbladen zijn de moerassen op de vlakte.

Wie op de vlakte blijft, geraakt dus letterlijk en figuurlijk niet op de hoogte, komt niet op het noodzakelijke niveau om de horizon te kunnen zien. En terwijl ik luister naar muziek van Verdi en de hoog klagende stem van Maria Callas mij echt ontroert, ligt mijn kat languit en haast onbeweeglijk bovenop een hoop belangrijke papieren onder de bureaulamp. Zo'n moment van simpel huiselijk geluk is een moment van rust waarin de angst en de onrust tijdelijk vergeten en verdrongen worden.

Ik doe de radio uit. En ik lees en noteer in de marge wat mij al dan niet heeft gefrappeerd en zoek dagen later tevergeefs wat ik heb genoteerd. Want er wordt toch zoveel gepubliceerd tegenwoordig. Het wemelt werkelijk van de periodieken; de vaktijdschriften, de bijlagen, de culturele supplementen, de magazines, de maandelijkse en tweemaandelijkse cahiers, de kwartaalschriften, de ledenbladen en clubbladen met of zonder stijl en enig peil.

Maar wat erger is; ook de verwarring der geesten ljkt steeds groter en groter te worden. En dit zowel bij de koortsachtig snel schrijvende schrijvers (het zogenaamde journaille als bij de koortsachtig snel lezende lezers.

Ook en vooral binnen de Vlaamse beweging lijkt de papierberg steeds groter en groter te worden. De strijd van de Vlaamse beweging is een bevrijdingsstrijd. Noch min, noch meer. Vooral in de frontstad Brussel en haar Brabantse ommelanden is dat nog altijd zo. Het is niet in Brasschaat of in Brugge dat de Nederlandstaligen nog moeten strijden. Daar kan men zich gerust de luxe van het genuanceerd denken permitteren.

De verwarring binnen de Vlaamse beweging is zeer deplorabel. En belachelijk. Het groot aantal nu overal woekerende bladen is een exponent van deze hopeloze verwarring.

God erbarme zich over de idealisten en wereldverbeteraars van Meervoud. De God van de Nederlanden erbarme zich over ons. Want het zijn altijd de harde en nuchtere idealisten die het moeten doen.

Wie mij niet gelooft of hiervan niet overtuigd is, moet maar even de eerste nummers van het ts. Ons Erfdeel ter hand nemen. Of de vijf eerste jaargangen van het toen uiteraard nog ondergrondse weekblad Vrij Nederland onder de loupe nemen.

De voorlopig nog schaarse lezers van Meervoud doen er goed aan te bedenken dat het eerste nummer van het illegale blad Vrij Nederland op 31 augustus 1940 slechts in een oplage van 130 gestencilde exemplaren verscheen.

Nu, 55 jaar later, is het weekblad Vrij Nederland nog altijd present in een oplage waarvan we alleen maar kunnen dromen.

Het weekblad Vrij Vlaanderen (o utopie!) zal er wel nooit komen. Maar vanaf volgend jaar verschijnt Meervoud wellicht maandelijks.

Lezer, let op ons en op uw zaak en laat u niet misleiden door la conspiration du silence omheen uw vrije en radicale blad.