Nummer 15


Staatsvorming | oktober 1995


Niet de rand, maar Brussel is het eerste front! (Bernard Daelemans)<< Nummer 15

De verkiezing van de Franse rattachist Olivier Maingain aan het hoofd van de anti-Vlaamse politieke formatie FDF is een politiek feit van eerste orde, dat - naar men mag verhopen - in Vlaanderen eindelijk de ogen zal openen voor de zorgwekkende evolutie in het derde gewest. Maingain is de exponent van de jonge garde Franstalige separatisten die ervan dromen Wallonië mèt Brussel en een flinke hap uit de rand (en Voeren niet te vergeten) aan Frankrijk op een gouden schaaltje aan te bieden.

Men mag zich dus verwachten aan een steeds verdergaande francofone geldingsdrang in Brussel. De reeds fel aangetaste Vlaamse weerstand zal op alle fronten onder druk komen te staan. Men vergete ook niet dat het FDF vooralsnog stevig vastgeklonken zit aan de PRL die met wijlen Jean Gol eveneens sterk in gaullistische zin dacht, zoals door Paul Goossens in Knack werd aangetoond.

Men vergape zich ook niet aan de bedrieglijk sussende woorden van de franskiljonse Brusselse PRL-burgemeester François-Xavier de Donnéa, die weliswaar belooft zwaar te investeren in het stedelijk Nederlandstalig theatergebouw de KVS (wellicht in het besef dat dit toch hooguit dagjestoeristen uit Vlaanderen aantrekt) maar verder zonder verpinken bij het aantreden van de nieuwe bestuursploeg in Brussel pre-electorale afspraken om twéé Vlaamse schepenen aan te stellen (voorheen waren het er drie) overboord gooide, zodat er thans nog slechts één - overigens volkomen onschadelijke - Vlaming in het stadsbestuur zit.

Sedert AGALEV uit het Brussels hoofdstedelijk halfrond is verdwenen, moet men ook niet rekenen op enige communautaire matiging uit de franstalige groene hoek, waarvan het electoraat zich in dezelfde sociologische categorie situeert als de grand chic van PRL en FDF.

Maar ook de 'gematigde' Charles Picqué vindt het stilaan welletjes met de Vlaamse verzuchtingen. Voor hem kan er geen sprake zijn van verdere stappen in de federalisering. Dat zou het einde van België inluiden, zo stelde hij het in een interview met Le Soir. Ook Laurette Onkelinx wil het been nu stijfhouden: liever de buikriem aansnoeren in het Franstalig onderwijs dan bij de Vlamingen te gaan bedelen en dus communautaire toegevingen te doen. Niet slecht bekeken, want de tijd speelt in het nadeel van de Vlamingen, die in Brussel demografisch alsmaar meer in de verdrukking komen.

De combinatie van een institutionele status quo en een onstuimig offensief binnen de Brusselse instellingen kunnen de Vlamingen wel eens zware klappen toedienen.

De Vlaamse beweging heeft dit goed begrepen. De VVB plaatste terecht Brussel als topprioriteit op de agenda in zijn memorandum voor de Vlaamse regering. Ook Lionel Vandenberghe plaatste op de IJzerbedevaart de kwestie Brussel tussen de dringende desiderata. Ten slotte heeft ook het Vlaams Komitee voor Brussel lucht gegeven aan zijn bezorgdheid. Zijn oproep voor dringende maatregelen ten aanzien van Brussel had veel weg van een wanhoopskreet (zie ook onze Euro-Brusselrubriek).

Wie dit niet heeft begrepen is de Vlaamse pers. Een bepaalde lichting persmensen (we zullen maar geen namen noemen, het gaat tenslotte om een algemene teneur) heeft zich zodanig opgetrokken aan het establishment en aan de zelf-uitgevonden mythe van de pacificatie dat ze er bovendien in geslaagd is de Vlaamse opinie in slaap te sussen wat Brussel betreft en bijgevolg ook de Vlaamse politici elke belangstelling voor Brussel heeft doen verliezen. Eén treffend voorbeeld uit de recente berichtgeving kan deze vaandelvlucht illustreren: de toespraak van Lionel Vandenberghe op de omstreden laatste IJzerbedevaart bevatte een zéér duidelijke stellingname omtrent Brussel - er werd letterlijk gepleit voor de afschaffing van het derde gewest. Dit is de Franstalige pers zeker niet ontgaan. Zij plaatste deze eis sterk in de verf. Voor zover we konden nagaan werd dit in geen enkele Vlaamse krant nog maar vermeld.

Naast de tanende belangstelling voor Brussel als nationale kwestie, schijnt geen enkele Vlaamse krant het nog als een zending te beschouwen om de Vlaamse aanwezigheid in Brussel via zijn lokale berichtgeving waar te maken. Alleen Het Laatste Nieuws en Het Nieuwsblad doen dit nog enigszins, al ziet men ook daar een verschuiving van de belangstelling naar het Randgebied. Verkoopsargumenten schijnen daarbij de enige gewogen factor te zijn. Voor de gewone Brusselse ket houdt dit dus een verschraling in van het Nederlandstalige aanbod. Hij of zij moet zijn gading dan maar vinden in de Franstalige pers.

De politieke klasse volgt dan ook de verschuiving van deze belangsteling. Johan Van Hecke heeft wel de faciliteiten op de communautaire agenda gezet, maar Brussel schijnt hem geen moer te interesseren. Guido Ghekiere, voorzitter van Stad en Kultuur, een orgaan dat de Brusselse socio-culturele werking overkoepelt, heeft via een brief aan De Standaard gewezen op de gevaren van deze opstelling. Volgens hem kunen de faciliteiten best uitgehold worden naar Waals model. Dit maakt een onderhandelingsronde, waarbij een prijs betaald moet worden voor deze legtieme, maar weinig essentiële kwestie, overbodig. Niet de Rand, maar Brussel is het eerste front.

De gevestigde lichamen krijgen de laatste tijd objectieve bondgenoten uit onverwachte hoek: met name Alexandra Colen, senator voor het Vlaams Blok pleitte in 't Pallieterke voor het terugtreken van de Vlaamse administratie uit Brussel, wegens te Vlaams-onvriendelijk. Dit hoeft voor mevrouw Colen niet te betekenen dat de territoriale aanspraken m.b.t. Brussel worden opgegeven. Daarmee komt deze politica precies tegemoet aan de verzuchtingen van Maingain. Men vraagt zich af of deze Blok-mandataris nog enige zin voor realpolitik heeft. Een potentiële vervlaamsingsfactor wordt uitgeschakeld en één van de weinige institutionele troeven die bij een Belgische boedelscheiding internationaal enige indruk zou kunnen maken bij de toewijzing van het verder volkmen van Vlaanderen losgekoppelde Brussels gewest zou zomaar zonder slag of stoot aan de vijand worden afgestaan. We hebben niet bepaald een tweede Frans-Vlaanderen nodig.

Wat wel hoopvol stemt is de steeds nadrukkelijker kenterende houding van een aantal Brusselse politici, vooral CVP-raadslid Brigitte Grouwels (zie interview in Meervoud nr. 12), die samen met Walter Vandenbossche zowat een veto schijnt te hebben gesteld tegen het verder toekennen van federale gelden aan het Brussels gewest. (Naast de financiële problemen van de Franse gemeenschap is de ronduit desastreuze situatie van het Gewest zowat de enige zwakte van de francofonie). Zij moeten echter wel beseffen dat het bijlange niet zal volstaan in het Vlaams parlement aan de klaagmuur te gaan staan.

Een grondige sensibilisering van de Vlaamse opinie is van doen. De vraag is in hoeverre daarvoor de steun kan verwacht worden van de socialistische coalitiepartner in Brussel. En niemand schijnt veel verwachtingen te stellen in de efemere minister Anne Van Asbroeck. En wat zal de houding zijn van Chabert en van de liberale oppositie? Om maar te zwijgen van Vic Anciaux die zich momenteel voornamelijk bezighoudt met het bekampen van het Vlaams Blok.

Daarom kan de komst van Maingain duidelijkheid scheppen. Hij zal niet nalaten de Brusselse kwestie scherp te stellen. Op zich is dat een goede zaak, zeker weten!