Nummer 15


Nieuws uit het derde gewest en zijn riante omgeving | oktober 1995


(Euro-)Brussel-kroniek ( )<< Nummer 15

Racisme

Het optreden van de Brusselse stadspolitie is soms voor de buitenstaander niet erg doorgrondelijk. Zo waren we eens getuige van een 'identiteitscontrole' van jonge migranten in je reinste Starsky-en-Hutch-stijl, waarbij we ons onwillekeurig afvroegen, welke gevaarlijke gangsters de politie onderhanden nam. Als eerbare burger zouden we ons deze aanpak wellicht niet laten welgevallen. Of de aanpak bij de bewuste controle door objectieve feiten te rechtvaardigen was, of dit ingegeven was door primair racisme of door gefrustreerde machtsdrang of angst, hebben we nooit onderzocht.

Evenmin is het ons duidelijk of de huiszoeking die recent in Sint-Joost-ten-Node aanleiding gaf tot de zoveelste migrantenrellen, volgens de regels is verlopen. Naar verluidt was er geen bevel tot huiszoeking afgeleverd en de betrokken personen dienden klacht in wegens racisme en mishandeling. Volgens het migrantensecretariaat van Johan Leman heeft het politiecorps van Sint-Joost nochtans geen slechte reputatie. Ook hier wagen we ons aan geen oordeel.

Wie zich wèl omtrent deze laatste gebeurtenissen in de belangstelling heeft gewerkt is Vic Anciaux, Brussels staatssecretaris voor integratie, met gedurfde uitlatingen tegen de Sint-Joostse politie, die "een moeizaam bereikt evenwicht" in de zeer multiculturele gemeente in het gedrang bracht. Anciaux schijnt nogal voetstoots te zijn ingegaan op de verklaringen van de klachtneerleggers, zonder zelfs maar de afhandeling van de klacht (in snelrecht!) af te wachten.

We hebben wel wat vragen bij de uitspraken van Anciaux. Het lijkt ons dat Anciaux - en de VU in het algemeen - een aantal waardevolle zaken te zeggen heeft over het migrantenvraagstuk. De vraag is alleen of Anciaux het recht heeft als staatssecretaris zomaar openlijk het gedrag van de wetsdienaars te laken. Dat er een probleem is met betrekking tot de ordehandhaving van de zeer multiculturele grootstad is duidelijk, maar is het niet erg gemakkelijk om dit probleem af te wentelen op het racisme van de individuele wetsdienaars? Zijn de politieagenten wel voldoende voorbereid op hun taak? Is het niet méér het probleem van de politieke verantwoordelijken? Had Anciaux zich niet rechtstreeks tot de Joostse burgemeester Guy Cudell moeten richten? (Hoe zit het met de beleidsversnippering van de negentien onafhankelijke politiecorpsen?) Had hij niet beter preventief een aantal richtlijnen uitgevaardigd? Of nog beter, had hij zijn oor ook eens niet best te luisteren gelegd bij wat de politieagenten er zelf van vinden? Recent onderzoek bij de Gentse politie wijst erop dat er nogal wat scheelt met de communicatiestructuur in de politiecorpsen en met de informatiedoorstroming van de basis naar de top. Is Anciaux eigenlijk wel bevoegd op dit vlak?

Cafés

Vlaamse cafés zijn in Brussel een grote zeldzaamheid geworden. Althans als men daarmee bedoelt cafés die nog in Vlaamse uitbating zijn, en waar men dus een overwegend Vlaamse sfeer vindt. In de Brusselse binnenstad kennen we zo nog De Dolle Mol, de Kafka (hoewel de nieuwe eigenaar een - Nederlandssprekende - Fransman is), het nieuwe succesvolle studentencafé De Bison, Den Druge Leiver en niet te vergeten de Kloster-Eck. Verder heb je nog het Blok-café de Uylenspiegel, waar de helft van de tijd meer Frans gesproken wordt dan Nederlands en ex-senator, thans Brussels raadslid en Vlaams parlementslid Roel Van Walleghem de informele rol van buitenwipper vertolkt. De tijden van de Egmont, De Kaai, de Waltra en Het Vermoeden zijn lang vervlogen. Ook het Hof van Engeland, tegenover de KVS, vroeger dé ontmoetingsplaats van Vlamingen in de hoofdstad, is nu omgedoopt tot Black Jack.

Daarmee lijkt het einde beschoren van het cafétype 'Vlaamse babbelkroeg'. Nochtans kent Brussel thans een begin van bruisend nachtleven, waar tamelijk veel Vlamingen aan deelnemen. Trendsetter is voorzeker de Archiduc geweest, al spoedig gevolgd door de Windows. In Le Soleil, de Java, de Wa, Le Sud, L'acrobate, de Coaster, de Canoa Quebrada, wordt men soms maar moeizaam in het Nederlands bediend (Engels is geen probleem), maar door hun eigentijds karakter trekken deze oorden de Vlamingen bij bosjes aan. Veelal gaat het om de postmodernistisch uitgedoste yuppies, waarvan er zich honderden in het Brusselse stadscentrum hebben gevestigd. Ook het café van de Beursschouwburg speelt in op de noden van dit publiek.

Het kan moeilijk ontkend worden dat de buurt waar deze cafés zich gevestigd hebben langzaam, maar zichtbaar is gaan opleven. De Kolenmarkt is hiervan een goed voorbeeld. Vijf jaar geleden was dit nog een doodse halfvervallen steeg, waar enkele homo-discotheken een sluimerend bestaan leidden. Thans zijn al tal van panden door privé-initiatief weer opgeknapt. Het befaamde terras van Au Soleil bezorgde de wijk een zeer positieve uitstraling.

De zomerhitte moest echter roet in het eten gooien van dit (ongetwijfeld ook commerciële) succesverhaal. Klachten van buurtbewoners wegens nachtlawaai (het terras bleef open tot de vroege uurtjes) leidden ertoe dat de nieuwbakken liberale burgemeester De Donnéa aankondigde dat de Kolenmarkt weer zou worden opengesteld voor het autoverkeer zodat het gewraakte terras zou moeten worden opgedoekt. Was dit een tekenende reflex voor een burgemeester die van zijn stad alleen maar de Louizalaan schijnt te kennen? De Donnéa - die in het heetst van de zomer met vakantie was en dus de beroering die zijn beslissing teweegbracht ver achter zich liet - schijnt nu toch op zijn al te voortvarende besluit te zijn teruggekomen. Het geschil is echter nog steeds niet beslecht en zowel buurtbewoners als horeca-uitbaters wachten op een besluit van de bewindsman.

Folklore

Op zaterdag 23 september vond te Brussel de jaarlijkse Cortège de la Francophonie plaats, een folkloristisch-getinte stoet, waarin men steevast de leden van een vereniging als Le Mey-boom ('de Boemdroegers') ziet opstappen tussen tal van fanfares, steltenlopers en dergelijke. Om het internationale karakter van deze francofone bedoening in de verf te zetten had men dit jaar ook een èchte Franse fanfare uitgenodigd uit Watten (département du Nord). Grote ontsteltenis natuurlijk toen de fanfare wilde uitpakken met haar vlaggen en emblemen, die alle getooid waren met een onvervalste Vlaamse leeuw. Of, hoe de geschiedenis de francofone Brusselaars soms parten kan spelen.

MIVB, Delhaize en de Francofonie

Bovenvermelde stoet, die telkens ingericht wordt door de FDF-mantelorganisatie Bruxelles français had voor zijn druksels reclame-inkomsten geronseld bij het overheidsbedrijf MIVB (de Brusselse trammaatschappij) en het warenhuis Delhaize. Naar verluidt waren beide bedrijven onwetend van het feit dat hun logo's zouden worden afgedrukt op folders waarop een niet mis te verstane anti-Vlaamse boodschap stond van FDF-kopstuk Olivier Maingain, met een petitie tegen de aanwezigheid van de Vlaamse administraties te Brussel.

Hierop betrapt door De Standaard-journalist Luc Neuckermans, reageerde Delhaize inderdaad dat het hoegenaamd geen weet had van de politieke dimensie van het Cortège-gebeuren en dat het bedrijf scrupuleus de streektalen pleegt te respecteren. Dat was dan weer nèt iets te veel van het goeie voor de Brusselse VVB-afdeling, die haar enquête-resultaten van twee jaar geleden omtrent het taalgebruik in de Brusselse warenhuizen opdiepte, en herinnerde aan de povere score van Delhaize: slechts één van de acht onderzochte vestigingen bood een bevredigende taalkundige dienstverlening. De helft van de 58 ondervraagde personeelsleden bleek niet in staat eenvoudige vragen in het Nederlands te kunnen beantwoorden en in bepaalde vestigingen was de reactie van het personeel ronduit agressief te noemen. Dit werd overigens enkele weken geleden nog aangeklaagd in het economisch weekblad Trends. Sedert 1993 is het er bij Delhaize overigens niet op verbeterd, want in tal van winkels zijn nu zelfs alle Nederlandstalige opschriften verwijderd en in de fonkelnieuwe afdeling in het centrum van Brussel is het personeel nagenoeg volledig Nederlandsonkundig. Dezelfde winkel verdeelt ook eentalig Franse reclame in Brussel-stad.

Ook de MIVB kreeg van de VVB een pak voor zijn broek. Zij komt niet alleen haar wettelijk verplichte tweetaligheid niet na, ze weigert bovendien de jaarlijkse collectieve reclamecampagne voor het Nederlandstalig onderwijs te Brussel - een initiatief van Brusselse ministers - in haar trams, bussen en metrostations aan bod te laten komen.

Taalkader bij de brandweer

De Raad van State heeft de taalkaders bij de Brusselse brandweer vernietigd, na klacht van een franstalige kandidaat-brandweerman die zich gepasseerd voelde door het systeem dat ervoor zorgde dat bij voorrang Vlamingen werden aangeworven.

Het principe achter de taalkaders, die enkel van toepassing zijn op de gewestelijke en para-gewestelijke diensten (dus niet op de gemeentelijke administraties) is de eentaligheid van de ambtenaar. Aangezien de diensten wel tweetalig moeten functioneren moet een bepaalde verhouding tussen Frans- en Nederlandstaligen in acht genomen worden "volgens de behoeften van de dienst". In de praktijk geldt voor alle gewestelijke diensten een politiek akkoord waardoor 2/3 eentalig Franstaligen en 1/3 Nederlandstaligen worden aangeworven. Maar de Raad van State meent dat dit in het geval van de brandweer niet voldoende gemotiveerd wordt door het "werkvolume". Minister Grijp, die Anciaux opvolgt als voogdijminister voor de Brandweer, repliceerde dat dit werkvolume toch niet kwantificeerbaar is. Hij meent dat het aangewezen is terug te keren naar een tweetalig statuut, al is daarvoor een grondwetswijziging van doen.

Theoretisch is er voor Grijps voorstel wel wat te zeggen. Het is geen doen dat de Brusselse administraties worden volgestouwd met eentaligen. Anderzijds kan er best een minimumaandeel Nederlandstaligen voorzien worden zoals bij de gemeentelijke administraties het geval is (25% voor het lager personeel; 50% voor de diensthoofden). In de praktijk moet men echter vaststellen dat deze regeling ook daar niet wordt toegepast, noch wat betreft de tweetaligheid, noch wat betreft het aandeel Nederlandstalige diensthoofden. Grijp was daar enige tijd voogdijminister.

Wordt vervolgd...

Vlaanderen, let op uw zaak!

Na Blok-senator Alexandra Colen, heeft nu ook een zekere Paul H.W. Leën in het - gretig door Blokkers gelezen - tijdschrift Nucleus, met nogal wat nonsensicale argumenten, Brussel als Vlaamse hoofdstad afgeschreven. Het is deze man blijkbaar een gruwel dat onze volksvertegenwoordiging zich in het 'anonieme Brussel' te buiten kan gaan aan allerlei uitspattingen, terwijl zij dan verder buiten het bereik blijft van het kiesvee. Buiten de eigen profijtjes van onze heren en dames députés wordt dan nog het argument ingeroepen dat een Van den Brande door de geografische nabijheid van de federale regering stevig onder de knoet ligt van een Dehaene. Jongens, jongens, het is zo gek niet of er zijn verlichte geesten die het bedenken.

Wie voorziet niet de dramatische gevolgen van het opgeven van Brussel? In ieder geval heeft het Vlaams Komitee voor Brussel, bij monde van zijn voorzitter André Monteyne, zopas weer de alarmklok geluid:

"Zonder Brusselse Vlamingen wordt Brussel een speerpunt van de francofonie in hartje Vlaanderen: geheel Vlaams-Brabant ligt dan open voor het Brussels franstalig irredentisme. Dit zal immers des te heviger zijn daar het zich beklemd voelt in een gebied dat het historisch als zijn hinterland beschouwt en waar zich reeds een belangrijke diaspora gevestigd heeft. Verre van de pacificatie te bereiken, zal de ontvlaamsing van Brussel leiden tot een intern Belgisch conflict. Tenzij natuurlijk Vlaanderen zich terugtrekt uit Brabant (...). Een 'Brussels, District of Europe' groeit onvermijdelijk uit tot een Europees waterhoofd dat zijn invloed over geheel Vlaanderen zal doen gevoelen. Een miljoenenhoofdstad van Europa breekt uit haar keurslijf en slorpt uiteindelijk grote delen van Vlaanderen op."

Alle hefbomen waarover Vlaanderen kan beschikken moeten dus nu maximaal ingeschakeld worden om de Vlaamse aanwezigheid veilig te stellen. Het ontbreekt niet aan troeven en middelen, Vlaanderen moet eindelijk inzien waar zijn belangen liggen. Enfin, wie hier wèl van wakker ligt moet het 'memorandum voor de Vlaamse regering' van het VKB maar eens doornemen. Het kan besteld worden op de kantoren van het VKB (tel 02/511.95.65).

Wemmel

Door het nieuwe Vlaamse decreet over het jeugdbeleid wordt de verantwoordelijkheid voor het plaatselijk jeugdwerkbeleid bij de gemeenten gelegd.
Omdat door dit decreet de franstalige scouts in Wemmel geen subsidies van de Vlaamse Gemeenschap kunnen krijgen weigert burgemeester Geurts een jeugdwerkbeleidsplan uit te werken.
Een aantal Vlaamse jeugdorganisaties hebben zich daarom verenigd in een v.z.w. en zelf zo'n plan uitgewerkt om hun subsidies rechtstreeks van de Vlaamse overheid te trekken en de Vlaamse jeugd in de faciliteitengemeente wat jeugdfaciliteiten te bieden...

Federaal geschenk

Olivier Maingain, de kersverse voorzitter van het FDF, is ook Brussels schepen voor sportinfrastructuur. In die functie deed hij zijn beklag over het Koning Boudewijnstadion.
De renovatie van dit voormalige Heizelstadion kostte de federale overheid meer dan een kwart miljard frank, en ook de Belgische (!) voetbalbond leverde een grote bijdrage. Maar, aldus Maingain die klaagt dat de Brusselse belastingbetaler moet opdraaien voor een aantal tekortkomingen, "in andere landen investeert de Staat in dit type van infrastructuur". Hoogst merkwaardig in een land waar het sportbeleid niet langer tot de federale bevoegdheden behoort.
Inderdaad... voor de renovatie tegen het Europees Kampioenschap in België en Nederland van het Antwerps Bosuilstadion en het Brugse Olympiastadion, ook beiden eigendom van het plaatselijk stadsbestuur, draait de Vlaamse regering op, niet de federale...

In slaap gevallen?

"Wie als Vlaming van zijn moedertaal houdt, zal in Brussel het lachen vergaan. Onder het Koningsplein in Brussel bevinden zich architecturale overblijfsels van het paleis van Keizer Karel V. Deze ondergrondse gebouwen, muren, gangen en zaaltjes worden bestudeerd en gerestaureerd door de Koninklijke Vereniging voor Archeologie van Brussel, pardon, Société Royale pour l'Archéologie de Bruxelles. Bovengronds staat, ten behoeve van de voorbijgangers, een bordje met uitleg over de ondergrondse 'Aula Magna'. Daarop kan men in het Frans lezen: 'Dans cette salle Charles Quint fut intronisé en 1515, il y abdiqua en 1555.'
Volgens de Société luidt de Nederlandse vertaling daarvan: "In deze zaal werd Karel V in 1515 gekroond en dankte in 1555 af".
Al deze voorbeelden geven te denken over het respect dat de Franstaligen voor het Nederlands kunnen opbrengen. De Vlaamse volksvertegenwoordigers in het nationaal parlement lijken wel in slaap gevallen.
"
Bert Popelier in de slotalinea van zijn kunstcolumn in het oktobernummer van Blaazuit, de cultuurbijlage van de Financieel Economische Tijd.
Popelier geeft een hele reeks voorbeelden van dergelijk flagrante uitingen van anti-Nederlandstalig racisme, o.m. in verband met de tentoonstellingen "Ik was 20 in '45".
Zij die twintig waren in '45 hebben alvast weinig van hun tijd gebruik gemaakt om Nederlands te leren...