Nummer 150


De Zweedse taal in Finland | oktober 2009


Een geprivilegieerde taalminderheid (Wim Defoort)<< Nummer 150

Finland kan om verschillende redenen een bijzonder land genoemd worden. Niet in de laatste plaats omwille van haar naderende verjaardag als honderd jaar oude natiestaat.

Over de geschiedenis van haar onafhankelijke bestaan wordt gezegd dat het onmogelijke driemaal gebeurde. In 1917 gokte dit ex-groothertogdom van het Tsarenrijk dat het Russische leger de oorlog met de Centralen zou verliezen. Het land verklaarde zich onafhankelijk van de revolutionaire erfgenamen van haar pas omvergeworpen soeverein. Hoewel Duitsland en haar bondgenoten uiteindelijk de oorlog verloren ontliep de prille natie Russische interventie, omwille van het enorme machtsvacuüm die de bolsjewiekenrevolutie teweegbracht. Een tweede mirakel geschiedde toen de Finse militaire dwerg stand hield tegen de macht van de Sovjet-unie tijdens de winteroorlog in 1939-1940. Het derde mirakel bestond erin dat Finland in de naweeën van de Tweede Wereldoorlog ontsnapte aan een permanent verblijf achter het ijzeren gordijn. Het land lag immers niet op de directe route in de race naar Berlijn.

Wat het land extra interessant maakt voor ons is haar taalpacificatiemodel. Finland is namelijk net als België een meertalig land. Fins en Zweeds zijn er de twee officiële landstalen, met dien verstande dat de Zweeds sprekende Finnen de naam hebben de meest geprivilegieerde taalminderheid van Europa te zijn.

In dit stuk zullen we bekijken welke de wortels zijn van de Zweedse taalgroep in Finland, wat haar wettelijk beschermd statuut zo uniek maakt en wat haar perspectieven zijn voor de toekomst. Tot slot staan we even stil om te kijken of onze staat, onze gemeenschappen of onze gewesten al dan niet lessen te leren hebben van het Finse taalmodel.

Een kleine voorgeschiedenis

De Zweeds-sprekende bevolking in Finland stamt af van boeren en vissers die zich op de westelijke en zuidelijke kusten van Finland vestigden tussen de jaren 1000 en 1250. Na de dertiende eeuw, begon kolonisatie vanuit Zweden meer concrete vormen aan te nemen. Finland maakte deel uit van Zweden tot 1809, toen het deel werd van het Russische rijk.

Hoewel de meeste Zweeds sprekende Finnen werkten als boeren en vissers, maakten ze voor eeuwen deel uit van 's lands bestuurlijke elite. Zelfs nadat het land cedeerde naar Rusland in 1809, behielden de aristocratie en bijna alle mensen die actief waren in de administratie, de handel, de rechtbanken, en in het onderwijs het Zweeds als hun moedertaal. Onder de Zweedse heerschappij begonnen ook veel etnische Finnen Zweeds te spreken, de meeste van hen echter keerden weer terug naar het Fins in de late jaren 1800.

Het Zweeds behield haar primaat tot de tweede helft van de negentiende eeuw, toen als gevolg van ontluikende nationalisme, de taal geleidelijk aan werd ontheemd door het Fins. Een groot aantal van de sterkste pleitbezorgers van het Finse nationalisme waren trouwens Zweedse sprekers die hun eigen taal gebruikten in de patriottische pamfletten en tijdschriften van de tijd. Tegen het einde van de eeuw, was de nationalistische beweging zo succesvol dat het Fins als geschreven taal geboren werd en ingezet voor de vorming van een opgeleide Fins sprekende elite.

Rond de eeuwwisseling maakten de Zweeds sprekende Finnen nog 13 procent uit van de bevolking en hoewel nog steeds onevenredig invloedrijk en rijk, bekleedden ze niet langer de grootste machtspositie in het land van hun geboorte.

In 1917 verklaarde Finland zich onafhankelijk. De nieuwe grondwet en de eerste taalwet bood de Zweedse culturele identiteit in Finland officieel bestaansrecht en bescherming. Aan de Finse en de Zweedse nationale taal werd gelijke status verleend. Een koers die door bepaalde stromingen in de Finse opinie maar matig werd geapprecieerd. Pogingen tot 'Finnificatie' mislukten echter. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog wordt er niet meer fundamenteel gediscussieerd over de intrinsieke waarde van het gelijkheidsprincipe.

Talentellingen in Finland

In Finland is de bescherming van de uitoefening van de taal, zij het de Finse zij het de Zweedse, gestoeld op twee principes. Het personaliteitsprincipe geldt onverkort voor het recht op onderwijs en alle handelingen van het centrale staatsbestuur. Een gevolg hiervan is dat het hele wetgevende proces tweetalig is. De tweetaligheid is van toepassing op de debatten in het Parlement in Helsinki en het opstellen van de wetten.

Echter, omdat het aantal van de Zweeds-sprekende leden van het Parlement zo klein is, wordt het Zweeds in feite weinig gebruikt. Verslagen van de commissies staat of ministeriële commissies worden altijd gepubliceerd in het Fins, maar met een samenvatting in het Zweeds. Bovendien hebben de Finse regeringen sinds hun onafhankelijkheid bijna altijd al een Zweedse vertegenwoordiger in hun midden gehad. Wat het onderwijs betreft is elke gemeente verplicht om een school in de minderheidstaal (dus Zweeds of Fins) in te richten wanneer tenminste een groep van 18 leerlingen daarom verzoekt.

Is er in Finland dan sprake van een absoluut recht om je moedertaal te gebruiken in elk contact met overheid? Neen. De Finse taalwetgeving gaat anderzijds uit van een verdeling in tweetalige en eentalige besturen. Deze verdeling is van essentieel belang zowel voor de uitoefening van individuele taalrechten als de taalplichten van overheidswege. Van de centrale overheid wordt verwacht dat zij altijd en overal tweetalig is. Op het niveau van de gemeenten wordt dit slechts vereist als zij een tweetalig statuut hebben. Dit taalstatuut wordt vastgelegd op basis van de resultaten van tienjaarlijkse 'talentellingen'. Een praktijk die reeds in voege is vanaf de invoering van de eerste taalwet in 1922. De gemeenten in Finland gelden dus als basiseenheid voor een indeling in eentalige en tweetalige gebieden, waarvan de laatste altijd met een meerderheidstaal (zijnde Fins of Zweeds). M.a.w. taalgrenzen in Finland vallen samen met de territoriale rechten van de gemeenten.

Een gemeente is tweetalig wanneer het aantal sprekers van de minderheidstaal ofwel de grens van 3000 ofwel 8 procent van zijn bevolking overschrijdt. Als een gemeente ingedeeld is als tweetalig, kan ze niet terugkeren naar eentalige status tot de minderheid bevolking gedaald tot minder dan 6 procent.

Deze indeling die uitgaat van het taalstatuut van de gemeente, heeft verder belangrijke gevolgen voor het dagelijkse leven. Gemeenten beschikken immers over een aanzienlijke graad van zelfbestuur. Autonomie op het niveau van de regio of provincie is onbestaande. Een tweetalig gemeentelijk statuut geeft gevolgen voor het taalgebruik bij de lokale overheid, de rechterlijke instanties, in het bedrijfsleven, voor het vervoer, radiostations, kranten, verkeersborden, enz. Wanneer een gemeente haar tweetalig statuut verliest, is ook de minderheid haar taalrechten kwijt, behalve die met betrekking tot de centrale overheidsdiensten en het onderwijs.

De enige echte uitzondering op het bovenstaande zijn de Åland-eilanden. Deze kleine eilandengroep heeft een autonoom statuut (mede erkend door internationale verdragen die teruggaan tot de tijd van de Volkerenbond). Zweeds is er de enige officieel erkende taal: toepassing van het territorialiteitsprincipe in zijn zuiverste vorm. Het gaat hier echter over de spreekwoordelijke uitzondering gezien de populatie hierop slechts 0,5 % beslaat van de gehele bevolking in Finland.

Meest geprivilegieerde minderheid in Europa?

Een van de meest zichtbare uitkomsten van de Finse taalwetgeving is dat hoewel de overgrote meerderheid van de gemeenten eentalig Fins sprekende gemeenschappen zijn, slechts 4 procent van de Zweeds-sprekende minderheid in gemeenten woont waar hun taal niet gebruikt wordt. Dit kan als een succes worden bestempeld. De helft van de Zweden woont in gemeenten waar ze de taalmeerderheid vormen. De meerderheid van de Zweeds sprekende Finnen wonen in tweetalige gemeenten, voor een groot deel gedomineerd door de Finse taal. Er zijn ook eentalig Zweedse gemeenten. Fins sprekende Finnen doen nog beter: minder dan 1 procent van hen woont waar hun taal werd niet officieel gebruikt wordt.

In relatieve termen echter is de grootte van de Zweeds-sprekende minderheid al eeuwenlang in verval. Van 17,5 procent in 1610 naar minder dan 6 procent aan het begin van de eenentwintigste eeuw. Op vandaag bedraagt de Zweeds-sprekende bevolking van Finland 5,8% (295.000 mensen) van de totale bevolking van vijf miljoen.

Een van de factoren die hier een grote rol in gespeeld zouden hebben, naast emigratie naar Zweden en een historisch hoger geboortecijfer bij de Fins sprekende Finnen, is het feit dat de Zweeds sprekende Finnen vaker wel dan niet een huwelijk aangaan buiten hun eigen taalgroep. Dit zou vooral opgaan voor de stedelijke gebieden, met name Helsinki (in het Zweeds Helsingfors, rond 1900 voornamelijk Finssprekend). Niet geheel verwonderlijk gezien de leden van de Zweedse minderheid meestal tweetalig zijn. .Deze huwelijken vormden lange tijd een gevaar voor de Zweedse taalgemeenschap. Hun nakomelingen werden meestal geregistreerd als sprekers van de Finse meerderheidstaal, zelfs wanneer ze volkomen tweetalig waren. Op vandaag zou het gevaar hieruit grotendeels geweken zijn. Het geboortecijfer van de bevolkingsgroepen is aan elkaar gewaagd, de immigratie naar Zweden is stilgevallen en een toenemend aantal tweetalige kinderen wordt geregistreerd als Zweedstalig en wordt naar Zweedse scholen gestuurd.

Op het eerste gezicht dus lijkt de Zweedse minderheid inderdaad een geprivilegieerde (taal)minderheidsgroep in vergelijking met bepaalde lotgenoten in de rest van Europa. Juridisch gezien kan het Zweeds in Finland zelfs niet worden aanzien als een minderheidstaal. In werkelijkheid gaat dit verhaal slechts op voor de hogere sferen van het Finse staatsbestel. Bij vele lokale besturen in de tweetalige gemeenten en administraties van de centrale overheid blijft de kennis van de Zweedse taal ondermaats. Daarbij valt nog steeds de zweem van een anti-Zweedse ideologie te bespeuren bij de lagere ambtenarij.

Finland en België

Als we de geschiedenis van het jonge Finland van naderbij bekijken valt al meteen een herkenbaar verhaal op. Toen Finland zich onafhankelijk verklaarde in 1917 werd het noodzakelijk om de betrekkingen tussen de Finse en de Zweeds-sprekende gemeenschappen in het binnenland glad te strijken. Twee opvattingen overheersten. De ene hield vol dat er feitelijk twee aparte volkeren woonden in Finland: de Finnen en de Zweden. De andere zag een land waarvan de inwoners door historisch toeval weliswaar een andere taal aangenomen hebben, maar die door een eeuwenlange kruisbestuiving van culturen en mensen, boven alles een ondeelbare eenheid vormen. De eerste stelling lijkt overgenomen uit de brief van Jules Destrée toen hij beweerde 'Sire, il n'y a pas de Belges'. De laatste klinkt misschien bekend in de oren van diegenen die de stelling nog onderschrijven van de oude historicus Henri Pirenne over het tot stand komen van 'la civilisation belge'.

Welke visie de bovenhand haalde maakte uiteindelijk weinig verschil uit. In 1921 verkregen de Åland-eilanden een autonoom statuut, dit na een hoogoplaaiende ruzie tussen Zweden en Finland en internationale bemoeienis (zie boven). Het had als gevolg dat de Zweeds-sprekende Finnen op het Finse vasteland verplicht werden af te zien van hun voorstellen om aparte kantons te creëren naar Zwitsers model. Met de invoering van hun model van veralgemeende tweetaligheid scheidden zich belangrijke wegen van het Belgische taalmodel.

De correctie door middel van 'talentellingen' zorgt ervoor dat de toepassing van het territorialiteitsprincipe in Finland in hoofdzaak een praktische oefening is om de bescherming van individuele taalrechten haalbaar te maken. In tegenstelling tot het Belgische model komt het hier niet neer op het toewijzen van een grondgebied waar het voortbestaan verzekerd wordt van zij het de Zweedse, zij het de Finse taal als abstracte entiteit.

Wat wel door de staat gegarandeerd wordt is de werking van de Zweedse Algemene Vergadering van Finland. Het deels gesubsidieerd orgaan werd specifiek opgericht als voorvechter van de Zweedse taalcultuur in Finland. Het bestaat uit verkozen leden van de gemeenteraadsverkiezingen. Haar werking beperkt zich tot een jaarlijks samenkomen. Het functioneert voornamelijk als ombudsdienst voor de Zweedse taalgrieven die kunnen voorkomen in alle sectoren van de samenleving.

Alle hoop op het voortbestaan van de Zweedse taal in Finland berust de facto op de beschikbaarheid van onderwijs in het Zweeds. De uitbouw van dit onderwijsnet is op zijn beurt afhankelijk van het aantal Zweedstalige leerlingen die om Zweedstalig onderwijs verzoeken of Finse sprekers die zich willen onderdompelen in een Zweeds taalbad. Iedereen is echter vrij om zich te laten registreren als spreker van de ene of de andere taal. Daar staat geen enkel bewijs van kennis tegenover. De (tweetalige) autoriteiten van hun kant zijn verplicht om pro-actief in te spelen op de toepassing van de taalwet. Vanaf het moment dat een inwoner zich laat registreren als Zweeds-spreker dient de (tweetalige) gemeente ervoor te zorgen dat hij alle voorzieningen krijgt die hij nodig heeft voor de uitoefening van zijn taalrechten.

Finland gaat er prat op dat het alle mogelijke respect heeft voor het individuele recht om je moedertaal te spreken en hierin aangesproken te worden. Hierdoor zou minorisering van één van de twee taalgroepen in Finland uitgesloten zijn. Er zou enkel sprake kunnen zijn van een bepaalde linguïstieke druk veroorzaakt door het verschuiven van de taalgrenzen.

Heeft men in België, en dan met name in Vlaanderen, dan lessen te leren van de Finse omgang met taalminderheden? Wat als we het Finse model eens zouden toepassen op een actuele communautaire kwestie. Met name het Vlaamse njet inzake de benoeming van de 'balorige' Franstalige burgemeesters in de randgemeenten rond Brussel. Ogenschijnlijk kom je hier uit op een perfect pleidooi ten gunste van die burgemeesters.

Alhoewel. Als je de vergelijking volledig wil doortrekken moet je factoren als de taalhoffelijkheid van de Zweeds-sprekende Finnen ook in aanmerking laten komen. Zeker bij de stedelijke populatie onder hen is de motivatie groot om samen te werken over de taalgrenzen heen. Dat ligt onder meer aan het feit dat deze taalgroep dikwijls over een verspreid, niet-aaneengesloten gebied leeft. Een zelfde omstandigheid is alvast niet bepalend voor de houding van de Franstaligen geconcentreerd in en rond het Brusselse gewest. Andere koek is dat toepassing van het Finse taalregime een historische reçuperatie betekent van het principe van veralgemeende tweetaligheid in België. Het laatste zou een natuurlijke consequentie geweest zijn van de (taal-)Gelijkheidswet van 1898.

Het Fins uitstapje voor onze case komt dus eigenlijk neer op het plaatsen van een bom onder de hele basis van het huidig drieledige staatsbestel. Mocht veralgemeende tweetaligheid er toen zijn doorgekomen was later misschien nooit geen sprake geweest van drie gewesten. Het derde gewest kwam immers vooral tot stand omwille van de nood aan een regeling met een apart tweetalig statuut voor de Brusselaars. De geschiedenis herschrijven is, helaas misschien, niet meer mogelijk maar een historische wending kan altijd.

Bronnen: http://www.eurolang.net
http://www.ocol-clo.gc.ca
http://www.folktinget.fi
http://www1.fa.knaw.nl/mercator/regionale_dossiers
http://virtual.finland.fi
http://ec.europa.eu/education/policies/lang/languages/langmin/euromosaic/fi2
http://www.om.fi/Etusivu/Perussaannoksia