Nummer 151


Actueel | november - december 2009


Naar een klein-Vlaanderen onder de St.-Romboutstoren? (Miel Dullaert)<< Nummer 151

Volgend jaar organiseert de VVB (Vlaamse Volksbeweging) een congres over de positie van de hoofdstad Brussel in Vlaanderen. Recent is de kloof tussen Brussel en de rest van Vlaanderen terug ter sprake gekomen door de toespraak op de "IJzerwake" (augustus jl.) van de ex-directeur van het zakenblad Trends, Frans Crols. Hij stelt - niet voor de eerste keer -: "als we onze hoofdstad laten vallen, ligt de snelweg naar onafhankelijkheid open".

Het pleidooi voor een klein Vlaanderen los van Brussel, heeft o.i. ook te maken met de neoliberale globalisering. De globaliserende krachten in de economie die het grootkapitaal aansturen benvloeden sterk de sociale en stedenbouwkundige verhoudingen in de steden. Extreem rijk en extreem arm werken, leven samen én apart in één stad, zeker in de grootstad. We zien een grote dualisering met groene, residentiele wijken van de elite en middenklasse, grotendeels in de zuidrand van Brussel en de verpauperde Brusselaars en immigranten in de stadswijken. De globalisering drijft duizenden arme migranten uit de vroegere Afrikaanse kolonies, het Andes-gebergte en Anatolië naar Brussel. De arbeidersbeweging en de politieke klasse blijken te zwak om ze op te vangen en volwaardig te integreren. De migranten zoeken dan maar een sterke identificatie met het moslimgeloof, hun theehuizen zijn sociale ontmoetingspunten, al dan niet als dekmantel voor criminele netwerken...

Langs de andere kant van de sociale grens zijn de machtsverhoudingen rond de Belgische bourgeoisie grondig gewijzigd. Buitenlandse ambtenaren, zakenlui, witteboord criminelen, lobbyisten streken neer in en rond de EU. De Brusselse Franstalige elite verloor haar economische autonomie en is grotendeels opgenomen in mondiale Franse groepen. Dat betekent echter niet dat haar macht in België verminderd is. Zij krijgt daarvoor ook de hulp van de Vlaamse politieke elite. En de vakbondstoppen. Er is een Vlaams- Brusselse-Parijse connectie die gepenetreerd is in het basisweefsel van de Vlaamse economie. We denken aan de gekende voorbeelden: energie (Gaz de France-Suez-Electrabel) en financiën (Dexia, de bank van het ACW en voor de Vlaamse gemeentebesturen, Fortis-BNP-Paribas. Het is dus begrijpelijk dat in Vlaanderen, behoudens wat gekef, nauwelijks werd gereageerd tegen deze nieuwe afhankelijkheid van Parijs.

De Franstalige elite blijft dus de dans leiden.. De Vlaamse politieke klasse doet eraan mee en voert met de francofone elite een beleid, waardoor het Gewest Brussel een puinhoop is geworden. Brussel is een fiscaal paradijs voor bedrijven die quasi nooit gecontroleerd worden, grote delen van de agglomeratie liggen er verkommerd bij, de verkrotting en leegstand viert hoogtij tot de prijs van het onroerend goed laag genoeg is voor de bevriende vastgoedontwikkelaars. Waarna de veelal allochtone en verarmde inwoners worden verjaagd naar nieuwe probleemwijken, de laatste tijd zelfs richting Charleroi en Ninove. Het Brusselse inkomen per capita blijft dalen, de werkloosheid blijft stijgen, ruim 25% van de Brusselaars, vaak jongeren, leven onder de armoedegrens. De kwaliteit van het Brusselse Franstalige onderwijs is ondermaats zodat allochtone ouders hun kinderen naar Nederlandstalige scholen sturen.

De problemen in Brussel, die blijkbaar de reden vormen om te breken met onze hoofdstad, worden veroorzaakt door een model van de "liberale, vrije markt" dat Dhr. Crols zo dierbaar is. Maar wie van zijn land en volk houdt, dus ook van zijn hoofdstad, draait zijn rug niet naar de problemen, helpt ze op te lossen zoals generaties Vlamingen voor ons deden.

Er heerst ook een hevige competitie tussen de economische elite. Het managerskapitalisme in Vlaanderen zit meer op de Angelsaksische dan de Franse lijn. Temeer in Vlaanderen sinds 1950 vnl. Angelsaksische groepen (en recent het Oost- Aziatisch staatskapitalisme) aangetrokken worden door de gunstige maritieme ligging van Vlaanderen, ten zuiden van de Schelde- Maas- Rijn- delta met een groot hinterland.

Multinationals en hun managers hebben geen belang bij sterke natiestaten en een slagkrachtige sociale beweging. Klein-Vlaanderen moet in hun ogen een ultraliberaal paradijsje aan de Schelde worden waar privatiseringen troef zijn, de sociale bewegingen gemarginaliseerd worden, de kloof tussen rijk en arm (nu reeds 15% onder of juist boven de armoedegrens) groeit en Vlaanderen voor het Thatcheriaans Angelsaksisch en Oostaziatisch kapitaal een eldorado is. De Vlaamse managers zijn goed vertegenwoordigd op politiek vlak. Vlaams Belang- voorzitter Bruno Valkeniers komt uit het Antwerpse havenpatronaat. En de N-VA koos voor Philippe Muyters, gedelegeerd bestuurder van Voka-Vlaanderen, tot (niet-verkozen) minister. Merkwaardig is dat Frans Crols zijn betoog - gelukkig niet zonder protest - kon lanceren in een door het Vlaams Belang gepatroneerde "IJzerwake". In klein-Vlaanderen breekt Crols cs. met Brussel en plooit terug op de nieuwe 'hoofdstad' Mechelen onder de Sint-Romboutstoren.

*

Linkse flaminganten- en ook de meeste andere Vlaamsgezinden - verwerpen een breuk tussen Vlaanderen en Brussel en willen, na het opheffen van Brussel als derde gewest, van de stad nog meer onze volwaardige hoofdstad maken. We herinneren aan de 19e eeuw waar belangrijke flaminganten Jacob Cats, Lucien Jottrand, Cesar De Paepe, Emiel Moyson in Brussel het strijdend flamingantisme belichaamden. In de eerste helft van de 20e eeuw denken we o.m. aan een Camille Huysmans (cfr. Meervoud, september jl.) en later aan de Rode Leeuwen (Hendrik Fayat e.a.). Later speelden flaminganten een belangrijke rol in het eerste Congres van de Brusselse Vlamingen (jaren zeventig) met o.m. wijlen Michiel Vandenbussche. Er heerste een offensieve sfeer, Vlamingen waren gedreven om hun rechtmatige plaats in Brussel te heroveren, er werden belangrijke resultaten geboekt, zij het onvoldoende, maar ook begrijpelijk, gezien de zwakte van de Vlaamse politieke klasse.

Frans Crols stelde op de 'IJzerwake' koudweg: "Ik laat de Brusselaars met oprechte spijt en ongeveinsde wroeging in de steek, de slinkende groep van moedige Vlaamse vrouwen en mannen..." Wat mij betreft ben je een rare "Vlaamsgezinde" als je het werk van generaties moedige Vlamingen in Brussel in de vuilbak gooit, als je delen van je eigen volk, meer dan 100.000 Brusselse Vlamingen in de steek laat. Met zo'n "vrienden" heb je geen vijand meer nodig. In het Crols discours zit ook een xenofobisch ondertoontje. Door te weigeren Franstalige Vlamingen in Brussel hoofdstad de middelen te geven een volwaardige Franstalige Gemeenschap in een onafhankelijk Vlaanderen te worden. Hetzelfde met de hetze tegen Wallonië. We zijn ervan overtuigd dat Vlaanderen rechtsreeks zal moeten onderhandelen met Wallonië, inbegrepen tijdelijke Vlaamse steun om onze zuiderburen, die zwaar getroffen werden door de vlucht van het Brussels kapitaal uit hun regio, er terug bovenop te helpen. Crols' discours komt erop neer dat het zich verlaagt tot de nuttige idioot van België en het francofone establishment (het is mutatis mutandis vergelijkbaar met wat eerder gesteld werd dat de Vlaamse arbeidersbeweging zonder verpinken zijn karretje heeft vast gehangen aan de as Bruxelles - Paris).

*

Brussel is de enige wereldstad die Vlaanderen telt en die internationaal ook als zodanig erkend wordt. Bij mijn weten is er geen enkele nationale bevrijdingsbeweging in de wereld die, in haar strijd voor onafhankelijkheid, als eerste programmapunt heeft het aanbieden van zijn hoofdstad aan de tegenstander. Zelfs in de derde wereld hebben bijv. de Congolezen hun onafhankelijkheid genomen, maar hebben hun hoofdstad er niet voor verkwanseld omdat daar exclusief blanke wijken voor kolonialen waren.

Een hoofdstad is niet alleen de zetel van parlement en regering. Het gaat over veel meer. Wijlen Toon Roosens (1929-2003), heeft dit als Brusselse Vlaming uitstekend geanalyseerd. In 1993, op een colloquium van de Vlaamse Volksbeweging (VVB) hield hij een toespraak over de Vlaamse Brussel strategie die nog steeds actueel is. "Een hoofdstad komt niet alleen tot stand door een politieke wilsbeschikking alleen....De stad wordt pas hoofdstad wanneer zij het centrum is geworden van al de politieke, economische en culturele functies samen. Eens deze concentratie van maatschappelijke functies gerealiseerd is, is het een quasi onmogelijke taak deze realiteit om te buigen. Men zou de zetel van de politieke en administratieve instellingen van een onafhankelijk Vlaanderen morgen te Mechelen, Leuven of Antwerpen kunnen vestigen, Brussel zou daarom niet ophouden de werkelijke hoofdstad van de Vlaamse natie te zijn. Indien Brussel van Vlaanderen brutaal wordt afgesneden, komt op korte en op langere termijn het complexe proces tot stilstand dat de bevolking van de verschillende streken en gewesten in Vlaanderen aaneensmeedt tot één geheel, tot één volk, tot één natie".

In het essay 'De Vlaamse Kwestie' (1981) schreef hij, als slot van zijn analyse: "Het onafwendbaar resultaat van het verlies van de hoofdstad is de desintegratie van de natie. Het volk valt dan teug als een folkloristisch overblijfsel van een dode cultuur, als Indianenstam in een reservaat. Vlaanderen zal psychologisch uiteenvallen: het oude Graafschap Vlaanderen, het groothertogdom Antwerpen, en enkel heerlijkheden zoals het Land van Loon en de Kempen elk met hun dialecten en provincialistisch particularisme. Het is politieke dwaasheid te beweren dat Vlaanderen het zonder Brussel wel zou kunnen. Het verlies van Brussel zou voor het Vlaamse volk een grotere economische en culturele ramp zijn dan deze veroorzaakt door de Contrareformatie in de 16e eeuw"