Nummer 152


Internationaal | december - januari 2009


'Over de waardigheid van Catalonië' (Bernard Daelemans)<< Nummer 152

Onder deze titel publiceerden 12 Catalaanse kranten een gemeenschappelijk hoofdartikel, waarin ze hun bezorgdheid uitdrukken over het uitblijven van een arrest van het Spaans Grondwettelijk Hof dat het ultieme groene licht moet geven voor het inwerkingtreden van het nieuwe autonomiestatuut van Catalonië. Blijkens lekken in de pers zijn de rechters van het Hof diep verdeeld, onder meer over de vraag of Catalonië wel recht heeft op een expliciete erkenning als 'natie', zoals in de preambule van het statuut wordt gesteld, en of de burgers van Catalonië wel kunnen aanspraak maken op een 'Catalaanse nationaliteit'.

De weg die het ontwerp van het 'Estatut' al heeft afgelegd is lang. In september van 2005 werd in het Catalaans parlement met een overweldigende meerderheid een voorstel van de Generalitat (Catalaanse regering) goedgekeurd waarin de nieuwe contouren van de Catalaanse autonomie werden voorgesteld. Alleen de 15 parlementsleden van Partido Popular stemden tegen (er waren 120 voorstanders). De tekst die door het Catalaans parlement was goedgekeurd ontmoette meteen grote weerstand in Spanje. Ook premier Zapatero liet weten dat de Catalanen de lat te hoog gelegd hadden. Meteen rees ook de polemiek over het bezigen van de term 'natie' en de vraag of dit wel strookte met de Spaanse grondwet. Die erkent het 'plurinationaal' karakter van Spanje en het bestaan van verschillende 'volkeren van Spanje'.

Hoe dan ook, op basis van dit voorstel startten de onderhandelingen met Madrid, dat uiteindelijk instemde met belangrijke bevoegdheidsoverdrachten (onder andere justitie) en een ruime fiscale autonomie. De verwijzing naar de Catalaanse natie verhuisde uit het corpus van de wet naar de preambule. De Spaanse regeringspartij (PSOE) aanvaardde wel de passus waarin gesteld wordt dat de inwoners van Catalonië 'het recht en de plicht hebben om Catalaans te kennen'. Enigszins vooruitlopend op de goedkeuring van het statuut, besliste de Generalitat om het onderwijs overal in Catalonië verplicht in het Catalaans te laten verlopen. Vanaf dat moment ontketende de conservatieve krant El Mundo, hierin gevolgd door de Partido Popular, een haatcampagne tegen Catalonië en tegen de taalwetten die de Generalitat in het onderwijs en in andere maatschappelijke domeinen uitvaardigde. Er volgden heuse boycotacties, zoals tegen de in Spanje erg populaire Catalaanse cava.

Desalniettemin werd tegen de zomer van 2006 een nieuwe versie van het 'Estatut' via een referendum aan de bevolking van Catalonië voorgelegd. Een ruime meerderheid (70%) stemde voor (20% was tegen). Maar iets meer dan de helft van de Catalanen kwamen bij de stemming niet opdagen. Het is erg aannemelijk dat het nieuwe Estatut voor heel wat Catalanen niet ver genoeg gaat. Toch werd het statuut vervolgens door de Cortes Generales in Madrid als een 'organieke wet' goedgekeurd en op 20 juli 2006 door de koning officieel afgekondigd.

Daarop trok de conservatieve Spaanse oppositiepartij naar het Grondwettelijk Hof om de uitvoering van het statuut alsnog te saboteren. Drie jaar later is er nog steeds geen uitspraak en de Catalanen beginnen hun geduld te verliezen.

Blijkens indiscreties in de pers is het Grondwettelijk Hof diep verdeeld in een conservatief blok en een progressief blok (waaronder de voorzitter Maria Emilia Casas). Uit de besprekingen en indicatieve stemmingen die al hebben plaatsgevonden zouden niet minder dan 40 artikelen uit het 'Estatut' in strijd geacht worden met de grondwet of beperkend geïnterpreteerd moeten worden (bij stemmingen van zes tegen vier). De Partido Popular had niet minder dan 126 bepalingen gevonden die ze strijdig acht met de Grondwet. Nog steeds gaat het over de vraag of Catalonië een 'natie' mag genoemd worden die aanspraak kan maken op 'historische rechten' en op 'nationale symbolen'. Ook de verplichte taalkennis blijft een struikelblok. De financieringsregeling en de justitiebevoegdheden zouden wel het groene licht krijgen.

De Catalanen van hun kant plaatsen er vraagtekens bij dat het Hof niet correct is samengesteld sedert het overlijden van een van de magistraten en doordat een andere magistraat op verzoek van de Partido Popular gewraakt werd: rechter Pablo Perez Tremps had immers tegen betaling van 6.000 euro een advies geleverd aan de Generalitat omtrent de grondwettelijkheid van bepaalde aspecten van het buitenlands beleid die in het Estatut zouden geregeld worden en werd om die 'belangenvermenging' van de zaak gehaald. Het is duidelijk dat het verdwijnen en de niet-vervanging van beide magistraten in de kaart speelt van de conservatieve strekking in het Hof. Premier Zapatero is echter niet ingegaan op het verzoek om het Hof weer op getal te brengen.

De onrust in Catalonië is dus groot en een uiting daarvan is het gemeenschappelijk hoofdartikel dat 12 Catalaanse kranten publiceerden onder de titel 'Over de waardigheid van Catalonië'. De hoofdredacteurs van Avui, El Punt, La Vanguardia, El Peri&oacite;dico de Catalunya, Diari de Girona, diari de tarragona, segre, La Mañana, Regio 7, El 9 Nou, Diari de Sabadell en Diari de Terrassa zijn van mening dat de tergend langzame behandeling door het Grondwettelijk Hof, en de tactische spelletjes die er gespeeld werden reeds grote schade aangericht hebben voor de coherentie en het prestige van het nieuwe autonomiestatuut. "Laten we ons niet vergissen: het echte dilemma is of we vooruitgang of achteruitgang boeken. Aanvaarden we de democratische wasdom van een verscheiden Spanje, of komen we tot een blocage? Het gaat niet over deze of gene bepaling maar over de grondwettelijke dynamiek zelf: de geest van de grondwet van 1977 die een vreedzame overgang naar de democratie mogelijk maakte. Er zijn ernstige redenen om zich zorgen te maken, want er lijken manoeuvers aan de gang te zijn die van het arrest over het Estatut een echt institutioneel hangslot willen maken."

De auteurs benadrukken ook de frustratie die onder de Catalanen leeft: "Er is grote bezorgdheid in Catalonië en het is noodzakelijk dat heel Spanje dit weet. Er is zelfs méér dan bezorgdheid. We hebben er stilaan de buik van vol om steeds weer de blikken uit de hoogte te ondergaan van diegenen die de Catalaanse identiteit (instellingen, economische structuur, taal en culturele traditie) beschouwen als een productiefout die Spanje verhindert om tot een uniformiteit te komen waar sommigen van dromen, maar die onmogelijk is. De Catalanen betalen hun belastingen (zonder foraal voorrecht - zoals Navarra wel heeft nvdr); Ze dragen door hun inspanningen bij tot de overdracht van middelen naar het armere Spanje; ze gaan de uitdagingen van de economische internationalisering aan zonder de talloze voordelen die verbonden zijn aan het hoofdstedelijk statuut van de staat; ze spreken een taal met meer demografisch gewicht dan verschillende officiële talen van de Europse unie, een taal die niet geliefd is, maar die maar al te vaak onderworpen is aan een obsessief wantrouwen door het officiële espanjolisme; ze leven de wetten na, uiteraard, zonder te verzaken aan hun vreedzame en beproefde maatschappelijke weerbaarheid. Dezer dagen denken de Catalanen in de eerste plaats aan hun waardigheid. Men behoort dit te weten."

Tot besluit herinneren de auteurs eraan dat de vraag tot erkenning van de Catalaanse identiteit, de verbetering van het Catalaans zelfbestuur en een rechtvaardige financiering op een zeer breed draagvlak kan bogen in de samenleving en dat deze legitieme eisen zo nodig opnieuw geaffirmeerd zullen worden.

Nog in de jongste weken vonden in 166 Catalaanse gemeenten volksraadplegingen plaats omtrent de Catalaanse onafhankelijkheid. Aldus werden, op initiatief van plaatselijke verenigingen en met de steun van de gemeentebesturen, 700.000 burgers (zo'n 13% van alle Catalaanse kiesgerechtigden) ter stembus uitgenodigd om de vraag te beantwoorden of ze ermee akkoord gingen dat "Catalonië zich moet omvormen tot een onafhankelijke, democratische en sociale rechtstaat, geïntegreerd in de Europese Unie". De vraag werd massaal positief beantwoord (97% 'ja'), al viel de opkomst enigszins tegen (30%, waar de organisatoren 40% verhoopt hadden). Het referendum heeft geen juridische gevolgen, maar wel morele.

Het wijst er op dat het independentisme in Catalonië in de lift zit, en dat heeft zeker veel te maken met de moeizame afwikkeling van het Estatut. Als het Grondwettelijk Hof dit statuut ernstig gaat kortwieken, krijgt het independentisme zeker nog meer de wind in de zeilen.