Nummer 152


Jari Demeulemeester ontvangt erepenning Albert De Cuyper | december - januari 2009


Brussel, 'Vlaams venster op de wereld', de slogan voorbij (Bernard Daelemans)<< Nummer 152

Begin december heeft het Vlaams Komitee voor Brussel de erepenning Albert De Cuyper, een erkenning voor Vlaamse inzet in Brussel, uitgereikt aan Jari Demeulemeester, directeur van het Vlaamse muziekhuis in Brussel, de Ancienne Belgique. Op het culturele vlak stond Demeulemeester borg voor 'Vlaamse kwaliteit en ambitie' in de hoofdstad. Het is ook duidelijk dat hem steeds ook de wisselwerking tussen de stad en het hinterland, tussen de hoofdstad en het Vlaamse land, en tussen hoofdstad Brussel en de wijde wereld op muziekgebied voor ogen stond. 30 jaar AB-geschiedenis getuigen van deze volgehouden inzet. Maar Demeulemeester, die van mei 2000 tot januari 2004, in dit eigenste blad Meervoud, 33 afleveringen lang een eigen rubriekje verzorgde, positioneerde zich ook politiek. Dit blijkt ook nog uit zijn bijdrage in de recente VVB/Davidsfonds-publicatie 'Wat met Brussel?' Eerder al viel Demeulemeester in de Vlaamse prijzen toen hij in 2001 de orde van de Vlaamse leeuw mocht in ontvangst nemen.

Voor een volgelopen Spiegelzaal, waar niet slechts de traditionele VKB-achterban en een ruime schare van Vlaams-Brusselse en Vlaams-Brabantse politici van zowat alle strekkingen waren toegestroomd, maar ook een stevige Jari-achterban onder wie Raymond van het Groenewoud en Zjef van Uytsel, schetste VKB-voorzitter Jan Degadt de betekenis van de erepenning Albert De Cuyper: "Het thema van deze avond is 'Vlaamse kwaliteit en ambitie in Brussel'. Dat is een doelbewuste keuze. Het zegt alles over wat wij willen in en met Brussel inzake cultuur, maar ook inzake andere domeinen zoals onderwijs, welzijn, gezondheidszorg, economie en zo meer. In feite gaat het om participatie en betrokkenheid in het beleid. 'Vlaamse kwaliteit en ambitie in Brussel'. Het wordt niet cadeau gegeven. Je kunt het zelfs niet afdwingen. Je moet het leveren. Het wordt geleverd door Jari, door de laureaten voor hem, maar ook door vele anderen, anoniem, op de meest uiteenlopende plaatsen en engagementen."

Jeroen Roppe, directeur van stadsradio FMBrussel, die de laudatio voor zijn rekening mocht nemen, pikte daarop in. "Jari Demeulemeester ziet alles groots, denkt in megaprojecten, grote formats. Het zal ambitieus zijn of het zal niet zijn. Als het team van Jari een concert organiseert, heeft iedereen het geweten. Voor minder dan een volle zaal gaat de ploeg van Jari niet. En wie er niet bij kan zijn moet kunnen volgen via radio, televisie of internet. En wie het optreden dan nog heeft gemist, moet de cd kunnen kopen. En wie daar nog niet in slaagt, die sturen we het wel op via de post. Liefst op dvd. Enkel optredens zijn trouwens niet genoeg voor Jari. De AB moet meer zijn dan concerten alleen. Opnamestudio, ontmoetingsplaats, concertzaal en opleidingscentrum. Allemaal in één gebouw. Eén gebouw is eigenlijk ook te weinig. De hele Steenstraat moet muziekstraat worden." Hoe kan het anders, Demeulemeester verzorgt nu ook zijn eigen radioprogramma 'Jari's jaren' op FM Brussel, een muzikale ontdekkingsreis, een eerbetoon aan honderden artiesten, met respect voor het verleden en oog voor nieuwe ontwikkelingen en nieuw talent. Roppe: "Als interviewer is hij meestal meer aan het woord dan de geïnterviewde. Een plaatafkondiging krijgt bij Jari een totaal nieuwe dimensie en mondt steevast uit in een straf verhaal. Bij Jari Demeulemeester kan je niet anders dan aan zijn lippen hangen. Jari Demeulemeester staat namelijk voor eloquentie, larger than live. Zo moeten ze Jari ook hebben gekend in de pioniersjaren, begin jaren 70. Als de man van de grote projecten, gedreven door de liefde voor de taal. Het Nederlands moest weerklinken in Brussel. Iedereen zou het horen. En de Vlaamse gemeenschap moest zichtbaar zijn in de stad. Iedereen zou het zien. Met Mallemunt was het onmiddellijk prijs. Een openluchtfestival in de stad, geweldig idee: simpel, efficiënt en op dat moment ongezien. Jari was de wegbereider voor al die andere festivals die volgden."

Vandaag staat de AB voor 240.000 bezoekers per jaar en nog es 30.000 per jaar op de openluchtevenementen zoals de Gulden Ontsporing en de Boterhammen in het Park en Feeërieën. In de muziektempel zijn er zo maar even 320 evenementen per jaar en staan er jaarlijks 500 namen op het podium. De infrastructuur van de AB behoort tot de wereldtop. Voor John Cale, één van de allergrootste en meest invloedrijke namen uit de popgeschiedenis is de AB zonder meer de beste in Europa. Qua programmatie streeft de AB naar een combinatie van kwaliteit en een zo breed mogelijk publiek, zonder de lokale (Vlaamse) programmatie te vergeten.

In zijn dankrede trachtte Jari Demeulemeester een brug te slaan tussen het heterogene publiek. Aan de ene kant de traditionele achterban van het VKB, bij wie hij enig begrip trachtte aan te praten voor de nieuwe complexloze generatie jonge Brusselaars die de Vlaamse dimensie niet meteen met zich meedragen, maar die zich volop in de stad willen storten en meebouwen aan hun leefomgeving. Anderzijds, de meer artistieke achterban, die moet beseffen dat het wel degelijk de Vlaamse overheid is geweest die op het vlak van culturele ontplooiing kansen heeft geschapen door een volgehouden beleid. "Merkwaardig ook dat het Vlaamse beleid door zijn systematische aankooppolitiek de enige instantie is geweest om van de paar honderd amusementshuizen (velen nog actief tot in de jaren vijftig) die Brussel rijk was, er nog enkele te redden van de ondergang: AB, Beursschouwburg, Luna-theater, Cinema Erasmus in Anderlecht; niet de Patria, niet de Folies-Bergères, niet de Alhambra, niet de Waltra + theater, niet het Hof van Engeland + theater, noch jammer genoeg het Brussels Tehuis in de Van Praetstraat in het hartje van deze stede (het levenswerk van Jozef Clottens en Albert De Cuyper).

De band tussen de stad en zijn ommeland blijft een constante bekommernis voor Demeulemeester: "Heel veel van deze Brabantse burgers zijn voormalige Brusselbewoners, die jammerlijk genoeg door de grote uittocht van de jaren zeventig hun geboortestad in de steek lieten. Maar die Brusselliefde en het verlangen naar meer Nederlands in deze stad, moeten ze toch geregeld hier kwijt. Hebben deze honderdduizenden burgers geen recht op medezeggenschap over 'hun' stad? En wanneer men de présence van zes Brusselse observatoren in de gewestparlementen heeft mogelijk gemaakt, moet de omgekeerde beweging ook mogelijk zijn, liefst voor meer vertegenwoordigers." Behalve deze vondst, een aantal Vlaamse parlementsleden uit het hinterland mee verantwoordelijk maken voor het hoofdstedelijk beleid, heeft Demeulemeester nog een aantal suggesties: een tweede Vlaamse schepen in elke gemeente die over 'harde' bevoegdheden kan beschikken en het Brusselbeleid van de Vlaamse regering in handen leggen van de minister-president (in plaats van de Brusselse minister).

Tot slot heeft Demeulemeester nog een onuitputtelijke reeks dromen voor Brussel die zitten te wachten op ambitieuze politici om ze uit te voeren: een tweede Vlaams universitair ziekenhuis; de uitbouw van het jeugdtheater Bronks; een polyvalent sport- en vrijetijdscentrum; het herstel van de Magna Aula, nu bedolven onder het Koningsplein; een meesterlijk kunstwerk in de stad ter ere van Keizer Karel, een bloeddorstig mens weliswaar, maar onze enige wereldvorst; het omdopen van het Martelaarsplein in Hertog Jan I van Brabantplein; een Brussels Guggenheim; Muntpunt als een boekentoren die tot aan de hemel rijkt. Het Archief en Museum wordt Stedelijk Historisch Museum (naar het voorbeeld van Amsterdam). Toonplek voor zovele jaren gezamenlijke geschiedenis van de Nederlanden; enz. Want met het woord van Gerard Mortier zegt Jari: "Om creatief te zijn moet je kunnen dromen, en zonder dromen verandert er niets."