Nummer 16


Nieuws uit het derde gewest en zijn riante omgeving | december 1995


(Euro-)Brussel-kroniek ( )<< Nummer 16

Geen Vlaams, wèl centen!

Om de zwaar deficitaire Brusselse gewestbegroting wat op te kalefateren heeft minister Chabert een nieuwe kunstgreep aangekondigd: de door het Sint-Michielsakkoord voor de Vlaamse en Franse Gemeenschapscommissies voorziene gelden zullen voor een stuk teruggestort worden in de gewestpot. Het gaat om in totaal een slordig miljard, waarvan zo'n 320 miljoen wordt teruggestort door de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

Deze instelling, die instaat voor het beheer van tal van diensten aan de Nederlandstalige bevolking (diensten die door de gemeenten niet worden aangeboden!) en onder meer de 22 trefcentra beheert, kinderdagverblijven subsidieert, een aantal aspecten van ziekenzorg en bejaardenhulp inricht, de Hoofdstedelijke Bibliotheek en, sinds de splitsing van de provincie Brabant, zelfs een grote school (het COOVI in Anderlecht) runt, beschikt voor al deze taken over een budget van ongeveer 1,5 miljard. In het verleden werd, door een zuinig beheer, een kleine reserve aangelegd, vooral ook omdat werd gevreesd dat de overname van de ex-provinciale school een zware dobber zou worden die nog vele jaren op de begroting zou wegen.

Het grootste deel van de middelen van de VGC is rechtstreeks afkomstig van de Vlaamse Gemeenschap. De toenmalige minister voor Brusselse aangelegenheden Hugo Weckx had ervoor gezorgd dat deze dotatie niet alleen behouden bleef, maar tevens geïndexeerd werd.

Dat nu een deel van de Sint-Michielsgelden wordt afgestaan aan het Brussels Gewest is totaal niet te verantwoorden: dit is een zeer verkeerd signaal aan Vlaanderen. Vlaanderen heeft wel degelijk de plicht om in Brussel te investeren in de eigen infrastructuur van de Brusselse Vlamingen. Maar als die Brusselse Vlamingen de weinige budgettaire ruimte waarover ze daardoor kunnen beschikken om tegemoet te komen aan nog talloze noden, die precies ontstaan zijn doordat de Brusselse gemeenten zo weining investeren in Vlaamse projecten, zomaar wegschenken aan het gewest, is er iets heel erg mis.

Het is de afgelopen zes jaar voldoende bewezen dat het Brussels Gewest als voogdij-overheid véél minder garanties biedt voor de toepassing van de taalwetten dat vroeger de federale overheid. Bovendien fungeert het Gewest vooral als geldschieter voor de Brusselse gemeenten (voor 1995 12 miljard op een totale begroting van 54 miljard) die over het algemeen al evenmin geneigd zijn de taalwetten streng na te leven, en - zoals eerder gesteld - vooral Franstalige projecten steunen.

Een tweede zeer belangrijke post voor het Gewest is de trammaatschappij MIVB. Zoals algemeen geweten, is het daar met het Nederlands ook al pover gesteld.

Onder meer bij de vertrouwensstemming voor de nieuwe regering had Brigitte Grouwels (CVP) gesteld dat Brussel geen federale middelen meer mocht krijgen (en dat de Vlamingen in fe federale regering daarover moesten waken) zoalng Brussel zijn hoofdstedelijke taken niet naar behoren vervult. Dat leek ons toen de juiste piste.

Vlaanderen moet de gemeenschapslijnen fors uitbouwen en een krachtdadige cultuur- en taalpolitiek voeren te Brussel. Die is niet enkel voor de Brusselse Vlamingen van belang, maar vooral voor het aanzien van Vlaanderen zelf. Verdere geldstromen van Vlaanderen (zelfs via België) naar het Brussels Geweest moeten gepaard gaan met bevoegsheidsoverdrachten of op zijn minst met navenante tegenprestaties ten voordele van de positie van de Vlamingen in de Brusselse instellingen (en in de gemeenten).

Daarom moet eindelijk eens een gedegen globaal investeringsprogramma voor Brussel worden opgesteld. Het is dus al te belachelijk dat de VGC zou moeten besparen, daar waar het gewest massa's geld pompt in prestigeprojecten als een nieuw parlementair halfrond (één miljard), diplomatieke posten in verschillende landen, en bijkomende metrostations.

Vlaams geld voor Vlaams-Brussel, ja! Vlaams geld voor verdere verfransing, neen!

Meerderheid tegen oppositie

Deze Brusselse begroting werd meerderheid tegen oppositie goedgekeurd. De Vlaamse liberalen Guy Van Hengel en Leo Goovaerts, die reeds enkele weken geleden de kat de bel aanbonden wat betreft de noden van de VGC die in het gedrang komen, maakten zch bij de begrotingsdebatten ook de kritiek eigen dat deze operatie een verkeerd signaal is aan Vlaanderen.

Binnenkort moet de overheveling van gelden van VGC naar Brussels Gewest nog goedgekeurd worden door de Raad van de VGC zèlf. Die bestaat uit de aparte vergadering van de Nederlandstalige Brusselse raadsleden, zodat de uitslag al bij voorbaat vaststaat.

Daarna is er nog één mogelijkheid waardoor de transfer niet kan doorgaan, namelijk indien de Vlaamse Raad de VGC-begroting zou vernietgen. De VGC is immers een ondergeschikt bestuur. Dit is een zeer drastische maatregel, die evenwel de verhouding Brussel-Vlaanderen scherp zou stellen. Alles is beter dan de huidige desinteresse.

KVS

Al sinds mensenheugnis staat de Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Brussel te verkommeren. Dit zeer merkwaardige monument is eigendom van de stad Brussel. Daar waar in vorige jaren vooral de stad werd aangewezen als hoofdverantwoordelijke voor het uitblijven van een restauratieprogramma, wordt de zwartepiet nu doorgeschoven naar de Vlaamse Gemeenschap die, bij monde van de vorige cultuurminister Weckx, het voornemen geuit had om financieel tussen te komen.

Zowel de Brusselse schepen Manu De Rons (VLD) als KVS-directeur Lieven Struye wijzen erop dat het de schuld is van de Vlaamse Gemeenschap dat de financiering niet rondgeraakt. We konden nog niet alle gegevens verzamelen, maar toch reeds dit: aangezien de KVS een geklasseerd monument is, komt 80% van de restauratiekost in principe ten laste van het Brussels Gewest. Slechts 10% zou voor rekening van de stad zijn. Dit beantwoordt ook ongeveer aan de bedragen die schepen De Rons in dit verband noemt: vijftig miljoen frank heeft de stad naar verluidt uitgetrokken voor een eerste herstellingsfaze. De kosten voor het restauratieprogramma dat de KVS zelf heeft voorgesteld belopen in totaal ruim een miljard frank. Daar is echter de bouw inbegrepen van een extra repetitieplatform, dat logischerwijs voor rekening zou komen van de Vlaamse Gemeenschap. Die plannen worden, alnaargelang het standpunt, 'ambitieus' of 'megalomaan' genoemd.

We misgunnen de KVS uiteraard deze investeringen niet, maar het lijjkt nogal kras dat de èchte verantwoordelijken voor het verval van het gebouw nu ontzien worden. Dit verbaast vooral vanwege de huidige KVS-beheerders, die voor alles wat ze doen uit de hand van de Vlaamse gemeenschap eten.

Dat de stad enkele miljoenen vrijmaakt (op een totale begroting van om en bij de vijtien miljard), verschaft burgemeester de Donnéa natuurlijk een mooie gelegenheid om breed uit te pakken met zijn gulheid ten aanzien van de Vlamingen.

De Volksunie en Euro-Brussel

In een nota die de Volksunie voorstelde naar aanleiding van de op til zijnde herziening van het Verdrag van Maastricht (eind volgend jaar) besteedt de partij ook aandacht aan de problematiek van het impact van de Brusselse Europese instellingen op de verfransing van Brussel en de rand. Dit probleem wordt in de inleiding volmondig onderkend. Maar de remedie die de Volksunie voorstelt doet afbreuk aan de traditie van structurele maatregelen die de Vlaamse beweging voor zulke problemen steeds heeft voorgestaan: de medewerkers van de Europese instellingen moet worden "duidelijk gemaakt dat zij onder geen beding mogen meewerken aan de verfransing van Brussel, de rand en Vlaams-Brabant".

Tja, het is Vlaanderen met zijn economische machtspositie in België in nog maar erg onvolkomen mate gelukt te bereiken dat Brusselse bedrijven de noodzaak inzien om een of meer Flamands de service in dienst te hebben. Taalwetten moesten mee het prestige van het Nederlands helpen bevorderen. Maar de kennis van het Nederlands gaat het in Franstalig Brussel zienderogen achteruit. De nieuwe Europese superelite, die dank zij een aanhoudende Europese propaganda tot mythische proporties wordt opgeblazen, waarvoor alle (stedebouwkundige) regels worden overboord gegooid, waarvoor heelder wijken tegen de vlakte gaan, en die doorgaans niet de intentie hebben hier de rest van hun dagen te slijten, tegenover die elite moet Vlaanderen dus "zijn openheid en durf dat (sic) een gemeenschap, een regio of een volk moet hebben om zich in vreedzame en respectvolle confrontatie met anderen verder te ontwikkelen, ten toon spreiden.

De enige manier om die mensen respect voor het Nederlands bij te brengen is via rigide taalwetten, waardoor het Nederlands één van de interne werktalen kan worden van de in Brussel gevestigde instellingen, zoals André Monteyne (voorzitter Vlaams Komitee voor Brussel) al enige jaren bepleit. Die taalwetten zullen dan bovendien ook nog moeten worden toegepast, iets wat vooralsnog niet tot de Belgische tradities behoort.

De absolute vrijblijvendheid die de Volksunie hier naar voren schuift als oplossing voor een prangend probleem is ronduit ergerlijk.

Spaanse Eurocraten

In Brussel is er een gloednieuw Spaanstalig weekblad op de markt dat luistert naar de ironische titel 'el sol de Bélgica' (De Belgische zon), met als ondertitel, 'Spaans weekblad van de hoofdstad van Europa'. Het tijdschrift richt zich tot alle Spaanstaligen in en rond Brussel, dus zowel de 'nieuwe' Spaanse inwijkelingen rond de Europese instellingen als de 'traditionele' Spaanse verenigingen van de hoofdstad. In het eerste nummer worden de resultaten van een enquête uitgebracht bij 206 van de in totaal 1.300 Spaanse Euro-ambtenaren. Relatief representatief dus, hoewel de ambtenaren van de laagste graad sterk ondervertegenwoordigd zijn. We lichten enkele markante gegevens uit dit onderzoek.

Minder dan de helft van de ambtenaren zijn tevreden over hun job. 42% vindt dat de promotiekansen lager zijn dan verwacht. 43% vindt dat procedurekwesties, vergaderingen en bureaucratische beslommeringen het grootste deel van hun tijd opslorpt. Slechts 36% zegt tot aan zijn oppensioenstelling in Brussel te willen blijven. Slechts 4% wil niet meer naar Spanje terug. 10% wil binnen de 5 jaar terug, en 3% "binnenkort". Hun echtgenoten kunnen in Brussel maar moeilijk aan de bak geraken, en sommigen pendelen zelfs elk weekeinde over en weer tussen Brussel en Spanje.

Erg geïntegreerd schijnen ze dan ook niet te zijn, want 70% zegt dat hun vrienden voor het overgrote deel, of zelfs allemaal Spanjaarden zijn. 25% beweert dat hun Spaanse vrienden slechts een minderheid uitmaken.

65% is voorstander van een federaal Europa; 21% vindt dat met het verdrag van Maastricht de Europese integratie al ver genoeg gaat en 8% wil een Europa van verschillende snelheden. De verwachtingen liggen echter heel anders: slechts 10% meent dat er een echt federaal Europa komt; 35% verwacht een Europa van verschillende snelheden, 16% verwacht een Europa 'à la carte' en 12% denkt dat Europa slechts een vrijhandelszone wordt.

Taalkaders brandweer

Het door Vic Anciaux tijdens de vorige legislatuur gevoerde beleid bij de brandweer is als een puding in elkaar aan het zakken. Inderdaad, onder Anciaux' voogdij werden uitsluitend Nederlandstalige brandweerlieden in dienst genomen, aangezien er een overwicht aan Franstaligen was. De norm die Anciaux hanteerde was een verhouding 2/3 - 1/3, die vastgelegd werd in een 'taalkader', maar eveneens voortvloeide uit een politiek akkoord tussen de regeringspartijen.

De Raad van State vernietigde echter dit taalkader, omdat dit onvoldoende gestoeld is op objectieve gegevens. De taalwet zegt immers dat op de gewestelijke administraties ééntalig Frans- en Nederlandssprekend personeel moet aanwezig zijn "in functie van de behoeften van de dienst", anders gezegd, volgens het Frans- of Nederlandstalig werkvolume. De vraag is of Anciaux niet de vergissing begaan heeft zich bij de Raad van State voornamelijk te verantwoorden in functie van het politiek akkoord. Nu is de taalwet een wet "van openbare orde", d.w.z. dat er niet van kan worden afgeweken door een politiek akkoord. Gevolg: de benoeming van dertien Nederlandstalige brandweermannen is ongeldig verklaard en voor 37 anderen moet de uitspraak nog volgen.

De huidige voogdijminister Grijp is nu druk aan het werken aan een nieuw (beter gemotiveerd) taalkader. Om de dienst niet in het gedrang te brengen heeft hij de dertien brandweerlieden inderdaad ontslagen om ze als contractuelen weer in dienst te nemen. tegelijk heeft hij echter ook twintig Franstaligen aangeworven. De Franstaligen hebben dus hun slag eindelijk thuisgehaald, maar deze overwinning smaakt hen duidelijk naar meer.

In feite mag men zich stilaan de vraag stellen of men bij de oprichting van het Brussels Gewest geen fout gemaakt heeft (de zoveelste op de keper beschouwd) door de ééntaligheid van de ambtenaar als criterium te handhaven (zoals het geval is voor de federale ambtenaren). In de praktijk betekent dit dat in tal van gevallen (bijvoorbeeld bij afwezigheid van de Nederlandstalige van een bepaalde dienst) de Brusselse Vlamingen niet in het Nederlands terecht kunnen. In de praktijk geldt de eentaligheid natuurlijk vooral voor de Franstalige ambtenaren. Bovendien worden de Franstaligen er op die manier nog minder toe aangezet om Nederlands te leren.