Nummer 16


Euskadi/Baskenland | december 1995


Guardia Civil: beulen in dienst van Spanje (Geert Orbie)<< Nummer 16

Spanje, thans voorzitter van de Europese Unie, verzuipt in de schandalen. Het is nauwelijks nog bij te houden. In vorige nummers van Meervoud hadden we het al over de kwalijk riekende GAL-affaire. Maar er is meer. Het afgelopen jaar waren er niet enkel onthullingen over de betrokkenheid van socialistische ministers in de affaire van de GAL-doodseskaders, maar werd ook een tipje van de sluier gelicht over bepaalde praktijken van het politiekorps Guardia Civil. Eén van de beulen werd onlangs gepromoveerd tot generaal...

Tijdens de nacht van 16 op 17 oktober 1983 verdwenen in de Frans-Baskische stad Baiona Joxi Zabala (20) en Josean Lasa (22).

Twee jaar voordien waren zij gevlucht voor de Spaanse politie, die hen ervan verdacht lid te zijn van de Baskische bevrijdingsorganisatie ETA-militar. Jarenlang werd er niets meer van de twee gehoord. Tot recent aan het licht kwam (zie Meervoud nr. 12) dat de twee met ongebluste kalk overgoten lijken die men in januari 1985 op een afgelegen plek in de buurt van Alicante had aangetroffen, die waren van de twee jongemannen. Ondanks de verre staat van ontbinding waarn de lichamen verkeerden, was bij een nieuwe biopsie nog steeds te zien aan welke verschrikkelijke folteringen de twee militanten zijn blootgesteld geweest.

Na enig getouwtrek tussen verschillende rechters werd het onderzoek naar de moord op de twee toevertrouwd aan rechter Carlos Bueren van de Audiencia Nacional te Madrid. Op 21 juli gaf hij de lichamen vrij voor een nieuwe begrafenis in Baskenland. Hij verbood evenwel elke uitvaartplechtigheid en elke samenscholing aan het graf in Tolosa. Om 17u30 van deze eerste zomerdag landde het vliegtuig met de stoffelijke overschotten op de luchthaven van Hondaribbia.

Wat er dan volgde, is in een democratisch land ondenkbaar. De luchthavengebouwen en de tarmac werden belegerd door troepen van de Guardia Civil, de Policia Nacional en de 'Baskische' politie Ertzaintza. Zij hadden honden, jeps en tanks laten aanrukken. De families van de jonge slachtoffers wilden zich naar het vliegtuig begeven om de lijkkisten in ontvangst te nemen, maar zij werden brutaal uiteengeranseld door geüniformeerde 'Beltzas' (de elitetroepen van de Ertzaintza). Wanneer enkele parlementsleden van Herri Batasuna poogden te onderhandelen ondergingen zij, ondanks hun onschendbaarheid, hetzelfde lot. Drie familieleden en vier parlementsleden dienden naar het hospitaal te worden overgebracht. Na telefonisch contact met Nadrid gaf de politie dan toch de lichamen aan de familie.

Een begrafenis 'op zijn Spaans'

Op het kerkhof van Tolosa werden de twee begraven achter een driedubbele rij agenten. Enkel de naaste familie werd toegelaten bij het graf. Geen misviering, geen preek, geen huldewoord, niets van dat alles voor deze Baskische honden. Rondomrond klonk het oorverdovend geknal van rubberkogels en traangasgranaten. Onophoudelijk chargeerde de politie om de rouwenden uit de buurt van het kerkhof te verjagen. Pas de volgende dag kon er in Tolosa een mis ter nagedachtenis van de twee jongelingen worden opgedragen. Op het middaguur werd het kerkhof voor bezoekers opengesteld.

Bij interpellaties over deze gebeurtenissen in het Baskisch parlement zwegen de parlementairen en ministers van de christendemocratische regeringspartij PNV schaamtevol. Ze durfden geen openlijke kritiek te uiten op het optreden van de ordetroepen. Hun stilzwijgen maakt deze Baskische harki's tot medeplichtigen van het Spaans imperialisme en zijn doodseskaders.

Begin augustus publiceerden twee Spaanse kranten uitgelekte gegevens uit het dossier van rechter Bueren. Josean Lasa en Joxi Zabala werden ontvoerd door een antiterroristische eenheid van de Guardia Civil onder leiding van Enrique Dorado Vllalobos. Gedurende verschillende weken werden de twee door 18 agenten gevangengehouden en beestachtig gefolterd en ten slotte vermoord in het Palacio de la Cumbre, een toendertijd leegstaand gebouw van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Wanneer nadien beslist werd om het paleis te renoveren (vandaag is dit de residentie van de gouverneur van Gipuzkoa), verhuisde de Guardia Civil de twee lichamen die ze daar had begraven naar Alicante. De gegevens die ze na de foltering hadden bekomen, leidden tot massale arrestaties (zonder daaropvolgende veroordeling) in het nationalistisch milieu van Tolosa en tot de GAL-moord op Mikel Goikoetxea ('Txapela') op 28 december 1983 in Saint-Jean-de Luz.

Intxaurrondo

De betrokken agenten van de Guardia Civil zijn afkomstig uit de kazerne van Intxaurrondo, een teruggetrokken kamp waar 1500 Guardias met hun familie afgesloten van de buitenwereld leven. Onophoudelijk is deze kazerne in het nieuws geweest in verband met mishandelingen en folteringen van verdachten. Ze hoeft in niets onder te doen voor de Escuela mechanica van het Argentijnse leger. De bevelhebber van deze kazerne is sinds 15 jaar kolonel Enrique Rodriguez Galindo, die al sinds 1969 in Baskenland actief is. Op dit ogenblik zijn er verschillende onderzoeken bezig die zijn betrokkenheid bij talrijke folterpraktijken en bij drugshandel moeten nagaan.

Dit belette de Spaanse regering niet om op 4 augustus, twee dagen na het uitlekken van de betrokkenheid van de Guardia Civil van Intxaurrondo bij de ontvoering en de moord op Lasa en Zabala, Galindo te promoveren tot generaal. Eén dag later publiceerde de krant El Mundo opnieuw gegevens uit het onderzoeksdossier, waaruit bleek dat Galindo samen met de toenmalige goeverneur van de provincie, Julen Elgorriaga, de twee ETA-militanten ging opzoeken tijdens hun verblijf in het Palacio de la Cumbre. De onderzoekers zijn tevens in het bezit van een geluidscassette die de laatste momenten van het leven van Lasa en Zabala bevat. Tussen geschreeuw en beledigingen kan men horen hoe de twee verplicht werden hun eigen graf te delven.

"Verdronken..."

Intussen blijkt de Guardia Civil uit Intxaurrondo ook betrokken in een ander schandaal. Op 26 november 1985 werd Mikel Zabalza, een militant van de nationalistische vakbond ELA, door dit politiekorps aangehouden. Twintig dagen later werd zijn levenloos lichaam door het Rode Kruis uit de rivier Bidassoa opgevist. Ondanks de incoherente uitleg van de Guardia Civil voor de dood van hun gevangene, werd in 1988 het proces zonder gevolg afgesloten. Uit een geheim rapport van de binnenlandse veiligheid CESID blijkt nu dat Zabalza gestorven is nadat hij gedurende uren in Intxaurrondo werd gefolterd met 'el baño'. Hierbij wordt de gevangene met polsen en enkels aan een deur bevestigd en herhaaldelijk onder water gedompeld. Mikel Zabalza overleefde dit niet en verdronk. Met een spuit en een naald braht een verpleger van de Guardia Civil rivierwater in de longen van het slachtoffer, en nadien werd zijn lichaam in de Bidassoa gegooid.

Onlangs bevestigden enkele Guardia Civils deze versie aan het dagblad El Mundo. Zij gaven de namen van hun vijf collega's, alle lid van de SIGC (de inlichtingendienst van de Guardia Civil), die aan de foltering deelnamen. De bevelhebber van de kazerne, Galindo, en de advocaat van het korps, Jorge Argote, besloten een verdrinkingsdood te ensceneren. Drie agenten werden bij lottrekking aangeduid om het lijk in de rivier te deponeren en de 'officiële versie' van het overlijden te geven.

Na deze nieuwe onthullingen besloot rechter Andreu op 3 november het dossier opnieuw te openen.

In elk normaal democratisch land zouden al deze onthullingen leiden tot het ontslag van de regering. In de zwalpende Spaanse 'democratie' betekent dit echter het zoveelste mega-schandaal dat door premier Gonzales en de socialistische PSOE onder de mat wordt geveegd, alsof er geen vuiltje aan de lucht is. Als extra-provocatie wordt de verantwoordelijke politiebevelhebber bovendien ook nog gepromoveerd. De andere Spaanse partijen, Partido Popular op kop, reageren wel, maar niet uit medelijden met de slachtoffers of om gerechtigheid te bekomen, maar om zelf sneller aan de macht te komen. De Spaanse publieke opinie zwijgt. Uit berusting of uit heimelijke tevredenheid. Bij elke ETA-aanslag trekken er tienduizenden mensen door de straten van Madrid en Barcelona; vandaag loopt daar niemand om te protesteren. Waarschijnlijk vinden zij dat deze 'vuile Basken' en 'smerige terroristen' toch maar hun verdiende loon hebben gekregen.

Voor wie hieraan nog mocht twijfelen wordt hiermee meer en meer duidelijk dat dit geen strijd is van de goeden, de democraten, tegen de terroristen, de moordenaars, zoals de Spaanse regering het wil doen uitschijnen. Dit is een oorlog tussen het Baskische volk en de Spaanse staat, met zijn handlangers binnen Baskenland. Dit is meteen ook de legitimatie van de jarenlange strijd van ETA-militar.