Nummer 16


Het goede leven | december 1995


Laat u eens verwennen door een abt! (Geert Orbie)<< Nummer 16

"Niemand is sant in eigen land". Met recht en rede kan dit het besluit zijn, wanneer iemand er in alle tot nog toe verschenen nummers van Meervoud de rubriek Het Goede Leven op na zou lezen. Op onze gastronomische ontdekkingsreizen (of zijn het dronkemanstochten?) trokken we van Schotland naar Galicië, via Bretanje en Corsica. Is er in Vlaanderen dan niets de moeite waard om achter de kiezen te steken of van te nippen? Wij brengen u deze keer een èchte sant in eigen land: Sint-Sixtus. In de gelijknamige abdij in Westvleteren, in de Westhoek, wordt trappistenbier gebrouwen waar zeker mag van genipt worden, maar liever nog met volle teugen gedronken.

De Westhoek. Eens een centrum van nijverheid en welvaart. Een thuishaven ook van geuzen en ketters. Nu afgelegen en levend op een ander, trager ritme. Misschien daarom dat juist hier een contemplatief klooster werd opgetrokken. Beata Solitudo Sola Beatitudo staat boven de ingangspoort van de trappistenabdij van Westvleteren. Het vlakke land en de lage lucht erboven ademen hier een absolute rust uit.

Het ontstaan van abdijen in West-Europa is nauw verbonden met de figuur van Benedictus van Nursia. In het begin van de zesde eeuw stelt hij strikte leefregels voor kloosterlingen op. In zijn adagium ora et labora verdedigt hij een samengaan van meditatie met fysieke arbeid, die de kloosterlingen moet toelaten in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Na enkele eeuwen verwatert bij de Benedictijnen de beleving van de strenge regels van hun stichter, wat aanleiding geeft tot het ontstaan van een 'terug naar de bron'-beweging in de abdij van Citeaux (Cistercium, Bourgondië) in 1098. Al snel scheuren andere kloosters zich af en vervoegen de Cisterciënzers. Vooral Bernardus van Clairvaux (Champagne) geeft deze nieuwe orde een sterke impuls. Maar met de tijd gaat ook dit succes tanen en worden de Benedictijnse regels steeds liberaler geïnterpreteerd. Omstreeks 1600 ontstaat er een discussie tussen voor- en tegenstanders van een strikte observantie. In 1677 voert de abt van de abdij La Trappe in Soligny (Normandië) een hervorming door, die de Benedictijnse leefregels versoepelt, maar wel obligaat maakt. Hierdoor worden de 'trappisten' tot de strikte observantie gerekend. De verplichtingen in hun eigen levensonderhoud te voorzien zetten de monniken ertoe aan het land te bewerken en brood, kaas, maar ook bier of wijn te produceren.

Na de Franse revolutie dienen verscheidene kloosterorden hun land te ontvluchten. Zo komen er ook in onze contreien trappisten terecht.

In Vlaanderen zijn er, naast in Westvleteren, op dit ogenblik eveneens trappisten in de abdij van Westmalle. In Wallonië treft men ze aan in Chimay, Orval en Rochefort. Allemaal namen die voor een bierliefhebber klinken als Mouton Rotschild of Clos Vougeot voor een oenofiel. Ook in Nederland, in Berkel-Enschot, nabij Tilburg, is er een trappistenabdij die bier brouwt.

Joannes Baptist Victoor, een rijke burger van Poperinge, trekt zich in 1814 als eremiet terug in Westvleteren, in de buurt van de plaats waar in de middeleeuwen een birgittinnenklooster was gevestigd. In 1831 schenkt hij zijn gronden aan de abt van het trappistenklooster van de Catsberg (Godewaersvelde, Frans-Vlaanderen), die als gevolg van een conflict met de lokale kerkelijke hiërarchie een nieuw klooster sticht in Westvleteren, dat drie jaar later tot priorij wordt verheven. In 1839 wordt hier het eerste trappistenbier gebrouwen. Vanaf 1877 - het klooster is ondertussen een abdij geworden - besluit de abt om het bier ook te commercialiseren. Dit blijkt zo'n succes te worden dat er zelfs personeel dient aangeworven te worden.

Na de tweede wereldoorlog beslist de abt deze commerciële activiteiten in te krimpen, om de monniken meer tijd voor hun spirituele bezigheden te geven. Aan de brouwerij Sint-Bernardus uit het naburige Watou wordt een licentie verschaft om het abdijbier te brouwen. In de abdij zelf wordt wel nog bier gebrouwen, maar op kleine schaal. Deze 'echte' trappist, 'pater' zegt men in de streek, wordt enkel aan de ingang van de abdij en in het daartegenoverliggend café De Vrede verkocht.

Bier bestaat traditioneel uit vier basisingrediënten: water, gerst, hop en gist. Voor de bereiding van hun trappistenbier gebruiken de paters van Westvleteren ingrediënten uit hun streek. Het water komt uit een eigen put, meer dan 100 meter diep. Het gerst en de hop worden in de buurt gekocht. De hop ('hommel' in de streektaal, humulus lupulus is de botanische naam), familie van de cannabis, geeft bier een bittere toets en wordt toegevoegd om de bewaring te bevorderen.

Poperinge is het centrum van de hopteelt in ons land. Om de drie jaar trekt hier in de maand september de Hommelstoet door de straten. Ook de gistvariëteit die gebruikt wordt is uniek. Trappistenbier is een bier van hoge gisting, wat betekent dat de gist bij omzetting van suikers naar alcohol en koolzuurgas komt bovendrijven.

Hier in Westvleteren wordt bovendien nog gebrande suikerstroop en kristalsuiker toegevoegd. Het eerste zorgt voor de mooie donkerbruine kleur, de hoeveelheid van het tweede bepaalt de alcoholgraad. Zo worden er bieren van 6,2, 8 en 11 graden gebrouwen. Deze worden respectievelijk Special, Extra en Abt genoemd. Voor eigen gebruik produceren de paters ook een Dubbel van 4 graden. Na een eerste rijping van ongeveer drie maand, worden in een speciale tank nog een nieuwe hoeveelheid gist en suiker toegevoegd zodat het bier nog verder gist op de fles. Het resultaat van dit met monnikengeduld bereid brouwproces kan zonder meer schitterend genoemd worden.

De bieren van Westvleteren zijn dus alle donkerbruin. De flesjes hebben geen etiket. De kleur van de kroonkurk verraadt het alcoholgehalte (rood voor de Special, blauw voor de Extra en geel voor de Abt). Sinds kort staat er eveneens een door de Europese wetgeving verplichte en absurde vervaldatum op vermeld. Bij mijn grootouders dronk ik ooit een 'pater' van mer dan twintig jaar oud. Hij was overheerlijk.

Onmiddellijk na het schenken verschijnt er een beige-lichtbruine kraag, die vrij snel verdwijnt. Hier zijn duidelijk geen bleekmiddelen of stabilisatoren toegevoegd.

De bieren van Westvleteren hebben alle een zoete smaak met een bittere afdronk. Deze zoetigheid neemt toe met het alcoholgehalte. Zo heeft de Abt een honingzoete, romige en rozijnachtige smaak die bitter en droog uitloopt. Bierdrinkers die deze zoetigheid minder appreciëren zullen waarschijnlijk een Extra verkiezen. Hier komt de hop meer tot uiting, wat zich vertaalt in een droger en ietwat bitterder produkt.

Rechtover de abdij bevindt zich dus café De Vrede. Het is niet hip of modern en er komt geen schreeuwerige muziek uit de luidsprekers. Het interieur lijkt eerder op een stationskantine. De tafels en stoelen zijn ongetwijfeld dertig jaar oud. Hier en hier alleen kan men de trappist van Westvleteren degusteren. Andere bieren staan er niet op de prijslijst. Na een fikse wandeling langs het jaagpad langs de IJzer te Roesbrugge of een fietstocht doorheen de nog ongerepte Westhoek is dit een obligaat eindpunt. Bij een stevige Abt of een boterham met paterskaas, bedenk is dan dat het, in deze tijd van Tourtel, Cola Light of Décaféiné, geruststellend is dat er nog zekerheden bestaan.