Nummer 16


| december 1995


Vlaamse beweging en multiculturele samenleving (Antoon Roosens)<< Nummer 16

De discussie omtrent de multiculturele samenleving wordt bemoeilijkt door een voortdurende begripsverwarring, die wordt in stand gehouden binnen de antiracistische beweging zelf. De overgrote meerderheid onder hen beschouwt de 'multiculturele samenleving' als een feit. Meestal zonder diep na te denken over de oorzaken van het verschijnsel, stellen zij vast dat in deze tijd, hier en elders, een toenemend percentage van de bevolking bestaat uit migranten, mensen met een andere cultuur. Wanneer dat percentage een bepaalde, niet nader gedefinieerde, drempel bereikt, ontstaat er in feite een multiculturele samenleving.

Hun houding tegenover dit feit, is fundamenteel democratisch en idealistisch-humanitair. Zij stellen dat de migranten niet mogen worden gediscrimineerd omwille van hun "anders zijn", en dat zij dezelfde behandeling moeten genieten als de autochtone bevolking, alleszins op gebied van de burgerlijke en sociale rechten (op het stuk van de politieke rechten is er minder duidelijkheid). Minstens impliciet, nemen zij aan dat de migranten moeten geïntegreerd worden in de maatschappij van het onthaalland, en dat het zelfs de plicht is van de overheid en de burger deze integratie actief te bevorderen. Bovenal verzetten zij zich met kracht tegen elke poging om de problemen, die onvermijdelijk gepaard gaan met deze multiculturele feitelijkheid, te interpreteren in racistische termen of, erger nog, te exploiteren voor troebele politieke doeleinden.

Geen redelijk mens kan tegen deze opstelling fundamentele bezwaren aanvoeren.

*
* *

Een luidruchtige minderheid binnen diezelfde antiracistische beweging, heeft een totaal andere opvatting van de multiculturele samenleving. Voor hen is dit niet zomaar een feit, maar een ideaal. De permanente samenleving van groepen met een verschillende culturele eigenheid, binnen eenzelfde politieke ruimte, zien zij als een na te streven maatschappijmodel. Daarom verzetten zij zich tegen een politiek van integratie van de allochtone groepen. Zij noemen dat 'assimilatie'.

Ironisch genoeg komt deze extreme franje hiermee precies tot dezelfde praktische houding als hun spiegelbeeld aan de overzijde, extreem-rechts. Ook zij verzetten zich tegen de integratie van de migranten, maar vanuit een andere bekommernis: omdat hierdoor de 'culturele identiteit' van het eigen volk in het gedrang zou komen.

*
* *

De extreem-gauchistische stelling (die is overgewaaid uit de Verenigde Staten) is irrealistisch, en schadelijk voor het doel dat zij zelf nastreven.

Irrealistisch, want een samenleving gevestigd op een permanent gestructureerde, culturele divergentie tussen samenstellende groepen, is niet leefbaar. In een democratische, vreedzame maatschappij moet er een bepaalde graad van eensgezindheid bestaan over een aantal fundamentele opvattingen betreffende de finaliteit van mens en maatschappij. Het is precies de cultuur, als maatschappelijk proces van voortdurende reproduktie van gemeenschappelijke waarden, opvattingen, attitudes en stijlen, die deze minimale cohesie tot stand brengt. Wordt dit unificerend cultureel proces uitgeschakeld, of zelfs aanzienlijk afgeremd, dan verliest het maatschappelijk weefsel op termijn elke cohesie en komt men tot wat Leo Apostel zo mooi formuleerde als "de sociale onleefbaarheid van een gefragmenteerde wereld." (1)

De extreem-gauchistische stelling inzake multiculturele samenleving heeft ook een averechts effect. Zij geeft precies voedsel aan die irrationele, maar diep-ingewortelde angst van de collectieve mens voor alles wat 'vreemd' is. Een campagne voor dat soort multiculturele maatschappij, wakkert precies het racisme aan, dat men wil bestrijden. En het hoeft geen betoog, dat dit koren is op de politieke molen van uiterst rechts.

*
* *

De stelling van uiterst rechts (de aantasting van de culturele identiteit van het volk door de integratie van grote groepen migranten) is theoretisch eveneens onjuist, en praktisch even nefast voor het door hen nagestreefde doel.

Theoretisch onjuist. De identiteit van een volk ligt inderdaad in zijn cultuur. Maar die cultuur is geen statisch gegeven. Het is een voortdurend proces van produktie en reproduktie van waarden en opvattingen. Het is bovendien een dialectisch proces, dat op zichzelf steeds nieuwe discrepanties creëert en bestaande divergenties overstijgt in een nieuwe synthese: een identiteit met een permanent evoluerende inhoud.

Pas vijftig jaar geleden was de religiositeit, het katholieke geloof, een essentiële component van de Vlaamse identiteit: 'Alles voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Christus'. Deze, toen essentieel geachte, dimensie van de Vlaamse identiteit is op enkele decennia zo goed als verdwenen. En toch is het Vlaamse volk niet minder zichzelf dan vroeger. Zijn identiteit is niet minder duidelijk, ondanks het feit dat de inhoud ervan een fundamentele mutatie kende. Indien morgen - absurde veronderstelling - geheel Vlaanderen zich zou bekeren tot de Islam, zou het Vlaamse volk zich even duidelijk als nu onderscheiden van de omringende volkeren (misschien zelfs duidelijker, precies daarom). Ons bestaan als volk, als erkenbare sociale realiteit, komt niet in het gedrang door de absorptie, in onze cultuur, van allogene elementen.

Integendeel, het voortbestaan van een culturele identiteit vereist dat voortdurend nieuwe, allogene kentrekken worden aangevoerd en geabsorbeerd, in het permanente proces van maatschappelijke produktie en reproduktie van een eigen waarden-patroon. Valt deze vernieuwing stil, dan gaat de cultuur dood, en het volk eveneens. De stelling van uiterst-rechts is dus ook nefast voor het voortbestaan van de Vlaamse identiteit. Zij leidt precies tot die dichotomie, tot die fragmentatie die onverzoenbaar is met de noodzakelijke culturele cohesie, welke een massa tot een natie maakt.

*
* *

De Vlaamse beweging is een bevrijdende, dus democratische beweging. Elke tendens die ons vervreemdt van deze fundamenteel democratische inspiratie, vormt een gevaar voor ons voortbestaan als volk en verspert de weg naar de verovering van ons bestaan als natie, als staat.

De Vlaamse beweging kan, zonder voorbehoud, samenwerken met de brede, antiracistische sroming. Op geen enkel esentieel punt zijn de twee bewegingen tegenstrijdig, laat staan onverzoenbaar.

Dit wil niet zeggen dat de aanwezigheid van grote groepen migranten in onze samenleving geen problemen zou stellen. Die problemen bestaan. Ze zijn niet alleen cultureel, maar ook economisch, sociaal en politiek. De ideologische invloed van een extreem-gauchistische fractie binnen de antiracistische beweging, leidt tot een tendens om het bestaan van deze problemen te loochenen. In haar dialoog met de antiracistische beweging kan de Vlaamse beweging deze struisvogelpolitiek doorprikken.

(1) in zijn laatste interview met J.P. Rondas, gepubliceerd in Vlaams Marxistisch Tijdschrift, nr. 3, 1995, blz. 22.