Nummer 17


Eire/Ierland | maart 1996


Het herexamen van John Major (Paul Van Cappellen)<< Nummer 17

Dinsdag 9 februari, 19u01. Met een enorme knal verwoest een IRA-bom de Docklands in Londen. Anderhalf uur eerder had het Iers Republikeins Leger haar 18 maanden oud bestand opgezegd. Politiek Ierland en Londen waren voorspelbaar geschokt en hielden hun adem even in... tot de volgende bom...

Het signaal dat van de eerste bom uitging was echter al duidelijk. De republikeinen hadden genoeg van het getalm van de Britse regering. In een verklaring legde het IRA de verantwoordelijkheid volledig bij Major en zijn regering en kondigde ze aan dat ook andere Britse steden zouden getroffen worden. Achttien maanden lang heeft Londen volgens de republikeinen niets anders gedaan dan obstakels creëren en stokken in de wielen van het vredesproces steken.

De aankondiging van Premier Major dat hij eerst verkiezingen voor een Noordierse Assemblee wou organiseren, voor de vredesgesprekken echt van start zouden kunnen gaan, was blijkbaar de druppel die de Ierse emmer deed overlopen.

Nadat de problemen over het al dan niet permanent karakter van het staakt-het-vuren en de aanduiding van Martin McGuinness als Sinn Féin-onderhandelaar van de baan waren en een internationale commissie uiteindelijk besliste dat het IRA voorlopig haar wapens niet hoefde in te leveren, was het geduld van de IRA-leiding en heel wat Ierse nationalisten met dit nieuwe vertragingsmaneuver net iets te veel op de proef gesteld.

De reacties waren nogal voorspelbaar. Commentatoren en politici die anderhalf jaar lang wèl inspanningen deden om vooral geen woord te zeggen, maar niets deden om het vredesproces te ondersteunen, diepten uit hun 25 jaar lang aangelegde archieven weer hun klassieke obligate veroordelingen op. Zelfs Queen Elizabeth deed deze keer haar duit in het zakje. De meest moedigen voegden er een kritische noot aan het adres van de besluiteloze Britse Premier aan toe.

De Ierse regering bevroor alle verdere gesprekken met Sinn Féin tot er meer duidelijkheid zou komen en schortte de vrijlating van een aantal republikeinse gevangenen op. In Belfast verschenen de Britse troepen weer op straat en begon iedereen betogingen te organiseren om zijn gelijk te declameren.

De vraag is echter vooral hoe het nu verder moet. De republikeinse leiders hebben heel wat van het broze krediet dat ze zo geduldig hebben opgebouwd uiteraard verloren, maar alle bruggen zijn uiteraard niet opgeblazen. Veel wegen vooruit zijn er trouwens niet, en dat beseffen alle partijen. Als men echt een einde wil maken aan het Anglo-Ierse conflict zal men moeten praten over een oplossing die de oorzaken wegneemt, en liefst nog zo snel mogelijk voor een verdere escalatie elk gesprek onmogelijk maakt.

De IRA-leiding weet dat, en ook Londen weet dat. Misschien vandaar dat Major denkt dat hij zich kan permitteren om het republikeinse geduld zo zwaar op de proef te stellen. Verdere bluf van de kant van het IRA zou echter de loyalistische doodseskaders wel eens kunnen inspireren om de wapens weer op te nemen en dan is het hek helemaal van de dam. De laatste jaren voor het staakt het vuren waren die pro-Britse groepen trouwens verantwoordelijk voor meer moorden dat het IRA. Zo ver is het echter nog niet, en de kans dat het zo ver zal komen is vrij gering. De republikeinen hebben er op het eerste gezicht bewust voor gekozen om enkel in Groot-Brittannië actief te zijn en dat weerhoudt de loyalisten voorlopig om op te treden.

De laatste jaren voor het staakt het vuren had het Iers Republikeins Leger er trouwens ook reeds voor gekozen om het zwaartepunt van haar acties naar Engeland over te brengen. Bommen in het financiële hart van Londen, mortieren op Downing Street en het platleggen van de Underground of Heathrow doen het Britse imago en de economie niet veel goed en doet de regering in deze crisistijd uiteraard meer pijn dan soldaat x of politieagent y die het leven laat.

De enorme schade - omgerekend zo'n zes miljard frank - weegt zwaar op de financiën van de verzekeringssector en de druk op de regering om te gaan onderhandelen zal dan ook niet gering zijn. De financiële wereld kan een herhaling van zulke feiten best missen.

Van republikeinse kant is men echter ook niet onverdeeld gelukkig met de gang van zaken. Niet alleen vielen er twee doden te betreuren bij de spectaculaire bom, ook de twee volgende aanslagen waren geen onverdeeld succes. In het ene geval werd het springtuig onschadelijk gemaakt door de veiligheidsdiensten en de laatste ontplofte te vroeg, zodat de drager, een 19-jarige republikein uit Wexford, er het leven bij liet en een ander zwaar gewond werd aangehouden.

Dit verscherpt de interne kritiek ten aanzien van de hervatting van de militaire activiteiten en ook een aantal andere spanningen wakkeren daardoor weer op. Een aantal Britse kranten speculeerden trouwens dat het einde van het bestand ook te maken zou hebben met de verkiezing van een nieuwe IRA-leiding. Wat er ook van zij, als het conflict escaleert staat het nagenoeg vast dat de leiders die aangestuurd hebben op het bestand zullen afgedaan hebben en plaats moeten ruimen voor meer radicale elementen. Het risico bestaat dan dat op alle niveaus de meer gematigde vertrouwelingen worden uitgerangeerd en tweederangsfiguren elkaar beginnen te bekampen om de vrijgekomen plaatsen en de gunst van de nieuwe leiding te bekomen. De moord op Gino Gallagher, de leider van het Iers Nationaal Bevrijdingsleger (INLA), eind vorige maand in Belfast, wijst op zo'n evolutie in deze marxistische afscheuring van het IRA.

In het Iers Republikeins Leger is een gelijkaardige bloedige evolutie misschien minder waarschijnlijk, maar niet onmogelijk. Het staat echter vast dat er minstens een hele generatie zou moeten overgaan eer een nieuwe leiding het vertrouwen van de achterban heeft gewonnen om hen het vertrouwen te geven om zich in de onderhandelingsboot te wagen.

Momenteel is er zo'n leidersfiguur, en dat is Gerry Adams. Tegenover zo'n Mandela of Arafat moet echter een De Klerk of een Rabin staan. Tegenover Adams staat Major en die heeft het blijkbaar drukker met partijpolitiek gekrakeel en zijn zwakke persoonlijkheid. Bovendien is zijn regeringsmeerderheid zo wankel dat hij de steun van de Noordierse unionisten broodnodig heeft. En, zij zijn de laatsten die denken te winnen bij een vredesregeling waarbij ze aan privileges en toch vrij relatieve macht moeten inleveren.

Daarnaast lijkt ook het Britse establishment toegevingen aan de Ierse nationalisten niet al te genegen. De hernieuwing van de IRA-activiteiten dient vooral in deze context gezien te worden. Als de internationale gemeenschap echter haar verantwoordelijkheid had genomen en de Britse regering wat meer onder druk had gezet had de huidige impasse misschien niet plaatsgevonden. De Europese politiek beperkte zich echter enkel tot aanzienlijke financiële injecties om het zwijgen van de wapens te consolideren. Politiek heeft de internationale gemeenschap, net zoals de Britse en Ierse politieke klasse, gefaald.

Het ziet er echter naar uit dat er nog een herexamen komt, al zal de opgelopen averij en de druk waaronder nu verder dient gewerkt te worden zeker niet bijdragen tot het bereiken van een optimale oplossing.