Nummer 17


Paul Van Ostaijen in 1916: | maart 1996


"Elke jongere is een activist" (Dirk De Haes)<< Nummer 17

Recuperatie is een veelgebruikt woord in Vlaanderen. In een maatschappij die van top tot teen verzuild is en waar de particratie elk intellectueel politiek debat onmiddellijk aborteert, wordt er gevochten om historische figuren. Zeker als die figuren een tijdsoverschrijdend wervend charisma meedragen. En dat charisma zit 'm dikwijls in het feit dat een persoon niet onder een hedendaags aanvaard 'isme' te klasseren valt.

Vroeger gebeurde 'het recupereren' gewoon, zonder veel commentaar. Denken we maar aan de linkse Herman Van den Reeck, die vijftien jaar na zijn dood vooral in uiterst-rechtse milieus gekoesterd werd.

Nu is 'het elkaar recuperatie verwijten' het voornaamste wapen geworden. In herinner me nog hoe in 1988, toen de 150ste verjaardag van de geboorte van Emiel Moyson herdacht werd, allerlei personen uit de periferie van de SP, verwijten van recuperatie stuurden naar Vlaams-nationalisten die Moyson als sociaal geëngageerd flamingant wilden herdenken. Alleen de SP en de Bond Moyson waren gerechtigd tot de erfenis van Moyson. En daarbij, zo stelden ze, Moyson was geen flamingant want hij had gedichten in het Frans gemaakt.

Zo gaat dat in het Noord-België van vandaag: je kan niet links en Vlaams-nationalist tegelijk zijn of je moet je verstand verloren hebben. Wie toch voorbeelden in het verleden aanwijst doet aan recuperatie. Zo hebben de partijdoctrines het beslist, zo verklaren ook degenen die uit hun hand eten. Jan Blommaert juicht het uit als hij in een boekbespreking Marc Reynebeau kan citeren dat 'de Vlaamse beweging (...) geen enkele verdienste heeft verworven in de sociale noch de politieke ontvoogding van het Vlaamse volk'. (Je kan dit nalezen in 'Samenleving en politiek', 1996, nr. 1, het prachtig uitgegeven tijdschrift van het SEVI; jongens, waar halen die het geld toch).

Begin dit jaar, het herdenkingsjaar van Paul Van Ostaijen, weet De Morgen al op voorhand dat de Vlaams-nationalisten de figuur van Vlaanderens belangrijkste dichter van de eeuw zullen willen recupereren (DM 5/1/96). Die snoodaards van flaminganten, ook wel de liefhebbers van het volkseigene, gaan immers voort op een jeugdzonde van Paul Van Ostaijen: toen hij nog jong en onbezonnen was, had Paul deelgenomen aan het Activisme (je weet wel, de door de Duitsers in het leven geroepen collaboratie tijdens WOI) en nu durven die fascisten zeggen dat hij één van hen was. Nee toch...

"Nasionalisme, beredeneerd en geen sentimenteel geklets, is het uitgangspunt van onze generasie" schreef Van Ostaijen in 1916. Nooit is hij hierop teruggekomen, ondanks ettelijke persoonlijke crises en artistieke evoluties. Voor Van Ostaijen was de Vlaamse beweging Vlaanderens natuurlijke weg via het Groot-Nederlandse naar het socialisme. Niet de conservatieve Vlaamse beweging van Verschaeve en Karel Dillen dus en dus niet het socialisme van 'le Patron' en Louis XIV.

Van Ostaijen wilde dat de jongeren activisten werden, contestanten, revolutionairen. Zelf was hij graag het 'enfant terrible', maar dan niet door zich niet te scheren zoals Robbe de Hert, noch door op een zeurtoon ale clichés van de wereld er nog eens door te malen zoals Johan Anthierens. Nee, hij durfde, rechtstreeks of via satire, zaken luidop te zeggen waarmee hij anderen niet alleen even boos maakte, maar hen echt in verlegenheid bracht. Over beeldende kunst, over poëzie, over politiek.

Voor MEERVOUD is het gemakkelijk Paul Van Ostaijen te gedenken. We hoeven hem niet te recupereren; hij was op alle gebied progressist en daardoor onvermijdelijk ook politiek Vlaamsnationalist (en dat sloeg en slaat nog steeds op het streven naar een onafhankelijk Vlaanderen), net zoals ons tijdschrift. Wij zijn er trots op tot een stroming te behoren die door België niet geattesteerd is. En indien Blommaert en Reynebeau gelijk hebben dat de Vlaamse beweging nog niet bijgedragen heeft tot de ontvoogding van het Vlaamse volk, dan zeggen wij: 't is tijd...

Maar ik schrijf dit artikel niet om louter voor mijn eigen winkel te spreken, noch om anderen recuperatie te verwijten. Nee, ik ben ook zeer ongerust over de op stapel staande officiële en officieuze Paul Van Ostaijen-herdenkingen. Men reduceert zijn poëzie tot tekst voor kindermatinees en scholierenkranten, men vergroot zijn "ritmiese typografie" om er de bezatte stad mee te decoreren, men doet zijn nationalisme af als een bijzaak en vereenzelvigt zijn socialisme met het partijsocialisme van vandaag, waaruit al het reformatorische, zwijgen we over het revolutionaire verdwenen is.

Lijkt dit niet op een postume publieke castratie?

Of heb ik het mis, omdat ik een enggeestige navelstaarder ben? Omdat ik één van die domme Vlaams-nationalisten ben die niet kan inzien dat, zoals Luc Huyse het in De Morgen zei, er 36 manieren zijn om Vlaanderen te beminnen?

Nu ken ik zeker wel 36 manieren om mijn vrouw te beminnen, maar haar stiefmoeder naaien hoort daar niet bij...