Nummer 17


Zo hoor je het eens van een ander | maart 1996


Onbekend maakt onbemind (David Ferguson)<< Nummer 17

Dit is een persoonlijke kijk op een colloquium over het Nederlands in Brussel en Brabant en zijn verhouding tot de Europese inwoners van de regio. Een verslag van dit colloquium kan je lezen in de Euro-Brussel rubriek. Het onderwerp van dit colloquium zou van belang moeten zijn voor Vlaamse verenigingen. Commentaar van David Ferguson, Nederlandstalig Welshman in Brussel, die kritisch ging luisteren.

Er zijn meer dan 160.000 Europeanen - de niet-Belgische leden van de EU - die in of rond Brussel leven. Hun invloed op het Nederlands zou zeer groot kunnen zijn. Zij zijn goed voor 13,9% van de inwoners van Brussel en 6,9% van de regio rond Brussel. Zij zien België, en dus ook Brussel als een Franstalige natie. In zekere zin helpen zij mee aan de verfransing van Brussel en de Rand. Het colloquium kwam zeker op tijd, aangezien het methodes om de EU-burgers te integreren in Vlaamse socio-culturele verenigingen wou aanbrengen. Om uiteenlopende redenen werden de verwachtingen die het colloquium opriep niet ingelost.

Ten eerste werd niet gesproken over wat integratie nu juist inhoudt. Er werd ook niet gesproken over het hoe en waarom. Een academische vraag is dit niet, een practische is het zeker wel. De belangrijkste reden die ik zie om te streven naar integratie is de angst dat EU-burgers franstalige partijen en verenigingen zullen steunen, en voor franstalige politici zullen stemmen. De datum waar iedereen - nu ja, iedereen - naar uitkijkt (of voor vreest) is 1999. Vanaf dan krijgen EU-burgers stemrecht in België. Dit is een duidelijk "waarom" men integratie wil op politiek en socio-cultureel gebied. Op het colloquium werd deze vraag niet beantwoord, ze werd niet eens gesteld. Vanuit dit oogpunt kan je bepalen wat "integratie" nu juist inhoudt. Voor mij is integratie het gevoel dat je kan communiceren met leden van je nieuwe gemeenschap. Om dit te doen moet je:

  1. de taal spreken, in dit geval Nederlands;
  2. aanvaard worden door de gemeenschap, als een lid dat het recht heeft te participeren;
  3. de symbolen, de geschiedenis en de gewoontes van je nieuwe gemeenschap kennen.

Dit kan slechts als je de taal kent. Een "geïntegreerde" zou mee actief zijn in Vlaamse socio-culturele verenigingen, zou Vlaamse kranten lezen, Vlaamse televisie kijken, ... Op het ogenblik dat zo iemand gaat stemmen is de kans heel groot dat hij voor een Vlaamse lijst zou stemmen, niet voor een franstalige.
Dit schema is misschien een beetje simplistisch, maar het geeft aan wat er zou moeten gebeuren.

De deelnemers zagen in het colloquium een gelegenheid om hun werk te legitimeren en hun vereniging te promoten. Kaderleden van een keur van verenigingen zoals culturele centra, bibliotheken, KAV, Ancienne Belgique waren aanwezig, net zoals beleidsmensen uit Vlaanderen en Brussel. Helaas besteedden ze maar weinig aandacht aan het effect van hun beleid op het integratieproces, dat toch het eigenlijke onderwerp van het colloquium was. Het gebrek aan aandacht voor wat ze echt verwezenlijkten was vrij frustrerend. Een voorbeeld: de hoeveelheid mensen die een cursus Nederlands volgden vond men een 'succes'. Er werden geen vragen gesteld over wat er na zo'n taalcursus gebeurt of over de aanwezigheidsgraad. Ik geef hier even mijn eigen ervaring rond taalcursussen - ik ben ingeschreven voor de cursus van de Kamer voor Koophandel aan de VUB (3,5 uur/week) en Nederlands voor Migranten (2 uur/week). Officieel volg ik beide cursussen maar ik woon de lessen niet bij. In mijn klas aan de VUB was zowat 1/3 van de cursisten EU-lid: na een tweetal maanden kwamen ze bijna niet meer opdagen. De lessen zijn slechts in de klas: twee maanden na de aanvang van de cursus sprak ik praktisch geen Nederlands buiten de klas. De zeldzame keren dat ik Nederlands sprak - bij de bank, of de post - kreeg ik steevast een antwoord in het Frans of het Engels. Een taalcursus betekent dus niet dat je leert participeren in de (taal-)gemeenschap.

Als derde puntje wil ik het fenomeen "taalhoffelijkheid" naar voren brengen. Het is zeer jammer dat deze gewoonte niet besproken werd op het colloquium. Zoals hiervoor gezegd is taal de eerste stap in de integratie van nieuwelingen. Het niveau dat veel Nederlandstaligen vereisen ligt te hoog. Men moet zowat accentloos en bijna zonder grammaticale fouten spreken vooraleer je aanvaard wordt als spreker. Mijn ervaring met Nederlands leren is dus niet Nederlands spreken in Brussel of de regio errond. Zonder de kans te hebben Nederlands te spreken verlies je snel je interesse in de Vlaamse cultuur en in het Vlaams leven.

Als laatste moet ik nog zeggen dat het zeer jammer is dat er geen nieuwe methodes voor integratie zijn aangebracht. Afkomstig uit Wales waar er een organisatie voor mensen die de taal leren bestaat is het raar om te zien hoe traditioneel en conservatief de Vlaamse aanpak eigenlijk is. Na twee maanden taalcursus had ik nog niemand gezien van Vlaamse socio-culturele verenigingen om ons uit te nodigen om naar theater of de bib te gaan of om ons aan te sporen zoveel mogelijk Nederlands te spreken. Van zo'n gelegenheid had men gebruik kunnen maken om bijvoorbeeld de positie van het Nederlands in België uit te leggen.

Daarenboven is er geen organisatie die Nederlandslerenden helpt om gebruik te maken van Nederlandstalige instellingen. Het verbaasde mij ten zeerste dat niemand verantwoordelijk was, en betaald werd voor het bezoeken van klassen en het organiseren van ontmoetingen waar er enkel Nederlands gesproken wordt. Een leerling moet de kans krijgen Nederlands te spreken door evenementen bij te wonen. Zich inschrijven voor een cursus Nederlands moet ook inhouden dat de leerling een uitnodiging krijgt voor een leerlingenorganisatie of voor een evenement in een cultureel centrum. Misschien klinkt het bovenstaande alsof men de leerling als een klein kind bij de hand moet nemen, maar ik heb de indruk dat Nederlandstalige instellingen voorbehouden zijn aan geboren Nederlandstaligen. Bij mijn eerste bezoek aan de Hoofdstedelijke Bibliotheek wou ik met niemand spreken zodat ze niet zouden merken dat ik geen Vlaming was. Bij mijn eerste bezoek aan GC De Markten had ik hetzelfde gevoel. Toen ik er Nederlands sprak vroeg men, in het Engels, wat mijn moedertaal is.

Dit zijn enkele van de problemen van het colloquium. Het onderwerp is zeker van belang voor het Nederlands in en rond Brussel gezien de hoeveelheid EU-inwoners. Dit commentaar is een persoonlijke kijk maar als een van de EU-nieuwkomers hier denk ik dat het zeker relevant is.