Nummer 18


| april 1996


De dodendans van de Vlaamse beweging... (Roel Van Booitshoecke)<< Nummer 18

Honderdvijftig jaar geleden overleed Jan-Frans Willems, de zgn. 'vader van de Vlaamse beweging'. Voor de redactie van het culturele tijdschrift Ons Erfdeel was dit aanleiding tot een soort overlijdensbericht. Tenminste: daar kwam het op neer. Zes intellectuelen (sociologen, journalisten en historici) werd gevraagd naar de zin en de toekomst van de Vlaamse beweging: Herman Balthazar, Jaak Billiet, Yves Desmet, Marc Reynebeau, Manu Ruys en Adriaan Verhulst. Op Ruys na zijn ze het er allen min of meer over eens dat de Vlaamse beweging zichzelf overleeft en best zo vlug mogelijk opgedoekt wordt.

Historicus Jo Tollebeek formuleerde een inleidend stuk dat in feite niets meer of minder is dan een scheldtirade vol onbegrip tegenover iedereen die niet "het lied van de kosmopoliet" zingt. De clichés liegen er niet om : flaminganten streven naar een land omgeven door prikkeldraad, hebben een angstbeeld van de multiculturele samenleving, bewandelen wegen die tot verdorring leiden... "en dat alles tegen de achtergrond van de spot van de intellectuelen en de oorverdovende stilte van de burgers". En passant krijgt Luc Van den Brande een veeg uit de pan (dat is stilaan obligaat geworden in die kringen), wordt geponeerd dat menigeen verleid wordt om de toch al rechtse Vlaamse overheid rechts voorbij te steken om te besluiten dat het chaotische spektakel dat de Vlaamse beweging te zien geeft herinnert aan een dodendans.

Het is de laatste tijd de bon ton om op geregelde tijden te spotten met de Vlaamse beweging. Diezelfde Vlaamse beweging geeft daar vaak ook aanleiding toe. Als een zootje gepette en gelinte malloten in Leuven gaat betogen tegen de verfransing van de Brusselse rand onder het motto 'linkse ratten, rol uw matten', dan kan je het een objectief waarnemer niet kwalijk nemen dat hij dit soort Vlaamse beweging liever naar de vuilnisbakken van de geschiedenis verwijst. En de - overigens in menig opzicht terechte - amnestie-eis is niet meteen een wervende factor naar de jeugd toe.

Maar als puntje bij paaltje komt balen die frisse Vlaamse intellectuelen wel van bepaalde franjes van die Vlaamse beweging, maar slaan volslagen tilt als het gaat om de politieke, sociologische en culturele realiteit. Daarom ook vermijden zij stelselmatig ieder contact, laat staan debat met progressieve Vlaamse bewegers. Die passen immers niet in hun breed denkraam. Een flamingant of een Vlaamsgezinde moet immers per definitie een vreemdelingenhater, een ultramontaans katholiek, een volksdanser of een Deutschfreundliche billenkletser zijn.

Dat er ook nog een Vlaamse beweging is van mensen die het gewoon niet eens zijn met de huidige Europese constructie met haar anti-democratische karakter, dat er jongeren zijn die hoogst ontevreden zijn over het door diezelfde Vlaamse intellectuelen alom geprezen Brusselse pacificatiemodel, dat er mensen zijn die niet enkel in Lanaken maar ook in Vlaams-Brabant vinden dat er een sociale grond- en woningpolitiek gevoerd moet worden, dat een enkeling zich misschien ook nog bekommert over de plaats van het Nederlands in de volgende eeuw, dat dringt niet of nauwelijks door tot deze verlichte geesten.

Een debat met progressieve en radicale vlaamsgezinden is zéker uit den boze, want dit haalt enkel alle clichés door elkaar. Misschien is het hoog tijd om een cordon sanitaire rond Meervoud te leggen.