Nummer 19


| juni 1996


Le nouveau Verhofstadt est arrivé (Roel Van Booitshoecke)<< Nummer 19

Eén jaar 'solitair denkwerk' heeft er Guy Verhofstadt toe gebracht zich terug in de Belgische politieke krabbenmand te werpen met een frisse kijk op de zaken. Het heet dat hij 'radicaal Vlaamsgezind' is geworden, en voor zover we Verhofstadt kennen zal hij er wel iets van menen.

Niemand kan er de liberale politicus van verdenken een romantisch flamingant te zijn. Hij zal wel de laatste zijn die zich bekreunt om de verdeeldheid rond de IJzertoren of om het postume eerherstel van een Irma Laplasse. Toch komt hij - onverwacht - uit de hoek met een Vlaams-radicaal credo. Hij is er - na een sabbatjaar - inmiddels heilig van overtuigd geraakt dat een ernstig herstelbeleid in België een onmogelijke zaak geworden is. Met de huidige Belgische staatsstructuur, de verzuiling en de positie van de PS in Wallonië lukt het niet, aldus de blauwe coryfee, terug van weggeweest.

Opmerkelijke woorden uit de mond van iemand die politiek opgroeide in de PVV, ooit de 'Pest voor Vlaanderen'. Terwijl de 'flaminganten van dienst', de VU-overlopers stilletjesaan weggedeemsterd zijn in de vergetelheid, komt de oude blauwe compaan ietwat onverwacht aandraven met een realpolitieke geloofsbelijdenis die niets aan duidelijkheid te wensen laat: met de Belgische staat zoals hij thans functioneert kan het niet verder. Vanuit een nuchtere, liberale economische analyse maakt hij brandhout van de moeizaam gerestaureerde ruïnes van deze artificiële staat, die - histoire oblige - voor een groot stuk het negentiende eeuwse paradepaardje van het liberalisme was.

Verhofstadt is bijzonder concreet in zijn eisenpakket: hij wil dat Vlaanderen de beleidsinstrumenten krijgt om zèlf de crisis te lijf te gaan, met andere woorden een grotere fiscale autonomie en ruimere bevoegdheden in de sociale zekerheid. Het lijkt wel of hij bij de Catalaanse minister-president Jordi Pujol in de leer is gegaan.

Men kan het eens of oneens zijn met de liberale theorieën van Verhofstadt. Zijn onwrikbaar geloof in de Europese constructie delen wij zeker niet, en ook op tal van andere vlakken kunnen wij niet anders dan in de clinch gaan met da joenk. Maar op één vlak heeft hij ontegensprekelijk gelijk: als er al iets moet veranderen, kan dat niet op Belgisch niveau. De pest van de verzuiling laat zelfs geen marges toe.

De politieke come-back van Verhofstadt is om verschillende redenen een meer dan verheugend feit. Voor het eerst schaart iemand uit 'onverdachte hoek' zich onomwonden achter een belangrijk stuk van het Vlaams-radicale eisenpakket op sociaal-economisch vlak. Dit is des te verheugender omdat het Vlaams Blok de afgelopen weken bewezen heeft voor geen enkele dialoog open te staan. Door gerechtvaardigde sociaal-economische eisen onlosmakelijk te koppelen aan een bijzonder onfris vreemdelingenstandpunt stelt deze politieke formatie zich de facto buiten de krijtlijnen waarbinnen fatsoenlijke mensen maatschappelijk debatteren. Door hun opeenstapeling van blunders dienen zij de Vlaamse zaak niet, als dat ooit al de bedoeling zou geweest zijn.

Eén zwaluw maakt de lente niet, maar als Verhofstadt erin slaagt om, over de partijpolitieke grenzen heen, het staatskundige debat te voeden, dan kan Vlaanderen daar enkel baat bij hebben.