Nummer 19


Volmachten | juni 1996


Het Toekomstding voor Werkgelegenheid (Filip Delmotte)<< Nummer 19

De grijns van Di Rupo tijdens de voorstelling van het Toekomstcontract voor de Werkgelegenheid, had veel weg van die van Bortolami, de gedwongen verliezer in Parijs-Roubaix, een week eerder. Johan Museeuw wou op de wielerbaan van Roubaix zijn ploegmaat duidelijk maken wie de baas was en wie het hulpje. Ook zo premier Dehaene op zijn persconferentie van donderdag 18 april, na de nachtelijke uitputtingsslag met de zogeheten sociale partners. Vice-premier Di Rupo, representant van de grootste partij in Wallonië, had een kostelijke nederlaag geleden met zijn plan om nieuwe lastenverlaging te koppelen aan bijkomende aanwervingen.

Waarover gaat het? Het Toekomstcontract voor de Werkgelegenheid, ondertussen omgedoopt tot een Toekomstplan, zou een moderne versie moeten zijn van het Plan van de Arbeid van Hendrik De Man. Het is een zogenaamd banenplan dat in ruil voor loonmatiging de werkloosheid moet halveren. Het eerste luik slaat op de lonen: die mogen in 1997 en 1998 niet méér stijgen dan in onze drie buurlanden en belangrijkste handelspartners: Duitsland, Frankrijk en Nederland. Bovenop de automatische loonindexering, is er eventueel nog een kleine marge voor loononderhandelingen. Daarnaast moet tegen het jaar 2002 de Sociale-Zekerheidsbijdrage eveneens op het niveau van deze kopgroep gebracht worden. Dat houdt een lastenverlaging in van zo'n 2,5 procent of 50 miljard frank ten voordele van de werkgevers. Het tweede luik is dat van de werkgelegenheid: tegen 2002 zou de werkloosheid gehalveerd moeten worden, dit wil zeggen verminderd met 250.000.

Newspeak

Vooraf zijn toch enige semantische oefeningen van doen, dit wil zeggen betreffende de leer van de betekenis der woorden. Want de betekenis van politieke begrippen is zeer flexibel, zowel tengevolge van objectieve veranderingen, als van het bewust hanteren van newspeak, verhullend taalgebruik, of in volkse termen: leugen en bedrog. Zo'n objectieve factor is bijvoorbeeld het verzet van de vakbondsbasis tegen de verregaande compromissen waartoe de bonzen bereid waren. Het ABVV heeft ondertussen onder druk van de basis het Toekomstcontract verworpen, en het ACV ei zo na. Premier Dehaene begreep dat er geen sprake meer kon zijn van een 'contract', vermits minstens één van de partners zijn instemming niet wil betuigen, en dus heet het nu een plan te zijn. Met dit plan zitten we al volop op het terrein van de newspeak. Bij ontstentenis van een akkoord, neemt de regering zich voor de verschillende onderdelen van haar 'plan' op te leggen door middel van zogenaamde 'kaderwetten' (dixit de SP) of 'opdrachtwetten' (dixit de premier). Dit is noch min noch meer een ander woord voor 'volmachten'. Volmachten krijgt de socialistische familie - herinner u het kabaal van de socialistische oppositie tegen de rooms-blauwe volmachten in de jaren tachtig - echter niet verkocht. Maar dit Toekomstding gaat eigenlijk om volmachten, zoveel is zeker.

Tweede semantische oefening: er wordt zogezegd niet geraakt aan de automatische aanpassing van de lonen aan de index van consumptieprijzen. Ook dat is zand in de ogen. De index is een graadmeter van de levensduurte. De automatische indexaanpassing, die verworven werd door middel van sociale strijd, zorgt ervoor dat de lonen automatisch de evolutie van de prijzen volgen. Sinds het globaal plan van 1993 werd de gezondheidsindex ingevoerd: dit is een gemanipuleerde index, een valse graadmeter van de levensduurte, die voor gevolg heeft dat de werknemers loonverlies lijden. Het Toekomstding schaft deze gezondheidsindex niet af, maar houdt integendeel dit sociaal onrecht in stand. Door er met zoveel woorden over te zwijgen, wil de regering deze indexvervalsing definitief maken.

Derde en laatste inbreuk op de betekenis van woorden heeft betrekking op de essentie van het Toekomstding. Premier Dehaene wil de werkloosheid tegen 2002 halveren, of met zijn woorden: het aantal werklozen verminderen met 250.000. Nog zo'n vervalsing van de werkelijkheid. Het aantal werklozen bedraagt immers niet 500.000 - dat zijn alleen de uitkeringsgerechtigde volledige werklozen. Tel daar de nepstatuten bij, plus de brugpensioenen, plus de geschorsten en nog een paar categorieën, en je zit al gauw aan het cijfer van één miljoen. Min 250.000 werklozen is geen halveren, het is vierendelen!!

Evenwicht?

Onderzoeken we nu even het evenwicht in het regeringsontwerp. Want daar is het hem altijd om te doen: de sociale partners in evenwicht houden, de inspanningen evenwichtig spreiden over werkgevers en werknemers, opdat de sociale vrede bewaard zou blijven. Van een evenwicht is echter geenszins sprake. De concrete engagementen in verband met loonmatiging en lastenverlaging ten voordele van de patroons liggen zo goed als vast. De socialistische excellenties hebben al hun instemming gegeven. Zoals in het verleden, zal dit bij wet worden vastgelegd, naar verluidt eerstdaags. De bedrijven die de regel geweld aandoen worden gesanctioneerd. Daarentegen is de min 250.000-norm op dit ogenblik alleen nog maar een streefdoel. Niets daarvan is vastgelegd, dit moet via onderhandelingen tussen de sociale 'partners' bedongen worden. Tobback kon op 1 mei zijn achterban alleen maar gebakken lucht en goede bedoelingen presenteren,... en rode rozen in plastic.
Dat het een streefdoel betreft is ondertussen door Dehaene met zo weinig woorden bevestigd: hij spreekt niet meer over min 250.000, zelfs dat is hem te veel. Er is nu alleen nog sprake van een "drastische vermindering" van het aantal werklozen. Wat voor een politiek circus is dit? De ene dag verklaart de eerste minister de werkloosheid met 250.000 te verminderen. Eindelijk was er een cijfer, een norm (anders dan de Maastricht-norm): 250.000 werklozen minder - de Dehaene-norm. Er komt tegenstand van werknemerszijde omdat er onvoldoende sluitende garanties zijn van werkgeverszijde. En wat doet Dehaene? Hij vermindert nog de inspanningen van de werkgevers, en laat zijn norm vallen. Zelfs het getal van 250.000 wordt losgelaten.

Het banenplan is nauw verbonden met de zogenaamde sanering van het sociale-zekerheidsstelsel. De regering moet dit jaar 17 miljard vinden om het geschatte tekort in de sociale zekerheid weg te werken. Daarenboven is de regering van plan in de komende jaren de SZ-bijdragen met 50 miljard te verlagen. Door de patronale bijdragen te verminderen, en te sleutelen aan de uitgaven, vooral de pensioenen en kinderbijslagen. Het modewoord voor de zogenaamde modernisering van de sociale zekerheid is selectiviteit: het selectief toekennen van uitkeringen en premies naargelang je inkomen en draagkracht. Begrijp dat niet verkeerd, verwacht geen stijging omdat je tot de minderverdieners behoort: alle saneringsmaatregelen die we sinds mensenheugenis kennen houden allemaal in dat het méér hem zit in wat je moet inleveren, en het minder in wat je ontvangt. Er komt dus niet méér steungeld voor mensen die het moeilijk hebben, integendeel.
Het heet dat de arbeid te duur is, en dus arbeidsuitstotend. Goed gevonden hé: de arbeid is arbeidsuitstotend. Want, zo luidt het verhaal: te weinig werkenden spijzen de sociale kas voor te veel gepensioneerden en andere steuntrekkers. Want, te veel vrouwen op de arbeidsmarkt pakken mannen hun werk af, of hun mannen het werk af, of mannenwerk af. Kom nou...
Als er minder vrouwen zouden werken, heren en dames kapitalisten, gaat u dan niet klagen dat er minder koopkracht is, en dus minder wagens, minder huishoudapparaten, minder reizen en dies meer over de toonbank gaan?
Als we het aantal gepensioneerden zouden verminderen (door het optrekken van de pensioenleeftijd, of het afschaffen van de brugpensioenen), weet je dan niet dat de werkloosheid zó de hoogte in schiet? En wat moet er dàn van de drastische vermindering van de werkloosheid geworden? En dat het aantal OCMW-steuntrekkers en daklozen zó zal toenemen?
Als we de arbeid minder duur maken, dat dan meteen het deficit in de sociale zekerheid nòg zal toenemen? Een put die dan gevuld moet worden door hogere bijdragen (nee, niet van de patroons, van de werknemers!), en/of minder uitkeringen. Als we dus de arbeid minder duur willen maken, dan neemt de verarming toe, eventueel relatief, maar ze neemt toe.

Sociale 'lasten'

"Die sociale lasten toch, wat een gewicht aan ons been!", zingen de patroons in koor, zonder uitzondering: ook die doetjes van de KMO's. De bedrijven kunnen geen nieuwe banen creëren omdat de loonkost te hoog ligt, of de contracten te weinig flexibel zijn, en meer van dat. Maar nu het zogenaamde Toekomstding hun 'lasten' zal verlichten, weigeren ze sluitende garanties voor meer banen te geven. Van hypocrisie gesproken. Het moet allemaal van één kant komen. De bevolking wordt gevraagd (wablieft, verplicht!) in te leveren om de overheidsschuld te verminderen, of de sociale zekerheid extra te ondersteunen, want ze is toch mede verantwoordelijk voor het maatschappelijk welzijn? En waar blijft de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de industriële en financiële wereld? Van de heren en dames die klagen dat de belasting op kapitaal (13,5%) te hoog is, nòg te hoog is? Waar blijft de fiscale norm: een draagbare, billijke, maar substantiële vermogensbelasting???

De sociale en politieke situatie is fundamenteel gewijzigd, zei Maurits Coppieters tijdens zijn feestrede bij de viering van 25 jaar Masereelfonds, omdat de hoeksteen van de sociale zekerheid gestaag wegspoelt, te weten de arbeid. Dát is het probleem. Er is geen echt engagement van werkgeverszijde om bijkomend werk te creëren. Ook nu niet met deze 'moderne' versie van het Plan van de Arbeid.
Volgens Josse Van Steenberge, rector van de Universitaire Instelling Antwerpen, is dé sociale kwestie voor de komende jaren niet de betaalbaarheid van de pensioenen, niet de selectiviteit in de kinderbijslag, maar de sociale uitsluiting. Niet alleen jongeren worden uitgesloten, of bruggepensioneerden, of al wie laaggeschoold is. Nu ook al de 45-plussers: 2 procent van de openstaande betrekkingen worden aangeboden aan 45-plussers! Dat wordt de grens: eens die grens voorbij mag je het als werkloze helemáál vergeten. CVP-volksvertegenwoordiger Luc Goutry zei onlangs op een debat in Brugge: "We zitten nu met de eerste generatie jonge werklozen die nooit aan werk zullen geraken". Mensen die niet meer meekunnen, die niet meer mogen meedoen. Uitgestoten worden uit het arbeidsproces en daarmee uit het maatschappelijke leven. Afgeschreven, als een machine die voortijdig op de schroothoop wordt gegooid omdat het kapitalisme moet draaien... Ja, doldraaien!

Wat deze regering doet, in navolging van de voorgaande, ongeacht de politieke kleur, komt neer op het voeren van een budgetpolitiek om de rekeningen zo goed en zo kwaad als het kan te doen kloppen. Ze wil absoluut vermijden een valse noot te spelen in het Europese en mondiale orkest van politieke lakeien van de kapitalistische economische machten. Ze holt van hot naar her zonder aan de fundamentele mechanismen te raken. Daar gaat het precies om: een fundamentele ommekeer, te beginnen in het denken over tewerkstellingspolitiek, sociale zekerheid, en fiscale politiek - drie nauw met elkaar verbonden krachtlijnen voor een nieuwe sociale ordening.