Nummer 19


11 juli in de hoofdstad van Vlaanderen | juni 1996


Van je eigen instellingen moet je 't hebben (Christian Dutoit)<< Nummer 19

Sedert enkele jaren organiseert de Vlaamse Volksbeweging van Brussel op 11 juli een eigen Sporenviering. Omdat op de Grote Markt niet 'aan politiek' mag gedaan worden - enkel showelementen en samenzang zijn toegelaten door het stadsbestuur - wordt er vóór de 'officiële' viering een inhoudelijk moment georganiseerd, met een gastspreker. Na het Grote Markt-gebeuren volgt dan een gezellig samenzijn voor of - zoals vorig jaar, bij slecht weer - in het Gemeenschapscentrum De Markten, gelegen aan de Oude Graanmarkt, in het hartje van Brussel. Dit jaar lijkt alles opeens heel wat moeilijker te verlopen. Niet Olivier Maingain steekt stokken in de wielen, als je dat al zou gedacht hebben. Het is het officiële, door de Vlaamse Gemeenschapscommissie gesubsidieerde trefcentrum De Markten dat zich distancieert van een 11 juli-viering en elke samenwerking weigert.

In een paar jaar tijd is de 11 juli-viering van de VVB in Brussel een begrip geworden. De voorbije jaren werden sprekers als een Mark Grammens, Peter De Roover en prof. Deschepper uitgenodigd om een bezinning rond onze nationale feestdag te geven. Voor dit jaar werd Antoon Roosens, erevoorzitter van het Masereelfonds en redactielid van Meervoud uitgenodigd.

Toch voelden de organisatoren vorig jaar al nattigheid. De 11 juli-viering moest, blijkens telefonische en schriftelijke contacten met de cultuuranimatoren van De Markten, getuigen van een 'multiculturele' ingesteldheid. Het voorgaande jaar stond kunstenaar Ghislain Gouwy op het programma, die als Frans-Vlaming in het Frans (!) teksten bracht van o.m. James Ensor en Michel de Ghelderode. Toen waren er al problemen met de toenmalige schepen Bert Anciaux, die erg ongelukkig was met het feit dat Mark Grammens geprogrammeerd werd.

De Markten stelde in een brief aan VVB-Brussel: "De organisator stelt alles in het werk om ervoor te zorgen dat in het programma de democratische beginselen niet worden misbruikt en de openbare orde niet wordt verstoord. De viering mag geen Vlaams Blok-organisatie zijn of uitschijnen dat te zijn: dus (...) geen tekenen van extremistische toestanden."

De VVB-Brussel vond deze voorwaarden op zichzelf terecht misplaatst, maar als pluralistische vereniging met een democratische besluitvorming (waarvoor de Brusselse afdeling toch kan model staan) kon dit geen probleem vormen. Bovendien is de VVB volstrekt onafhankelijk van de partijpolitiek, en houdt de Brusselse afdeling een correcte en vriendschappelijke verhouding met alle partijen.

De Raad van Bestuur van de Markten heeft het echter helemaal anders begrepen. In telefonische contacten, gevolgd door een brief aan de VVB, roept men een 'personeelsgebrek' in om alle medewerking te weigeren. Nochtans werd er dit jaar een extra-personeelslid aangeworven. Dit is dus larie. Die medewerking bestaat er bovendien enkel in dat het trefcentrum een minimum aan faciliteiten ter beschikking stelt, zoals bergruimte, en zelf de nodige stappen zet naar het Brusselse stadsbestuur, in casu Olivier Maingain (FDF), die als schepen verantwoordelijk is voor de infrastructuur op de openbare weg (tentjes, podium, tafels en stoelen, enz.)

Het is zeker waar dat de Brusselse gemeenschapscentra vaak te kampen hebben met allerlei problemen, een te krappe staf en nepstatuten. Dit heeft de VVB, die sedert januari 1994 aangesloten is als lokale vereniging, vorig jaar trouwens zèlf aangeklaagd tijdens een persconferentie.

Toch menen wij dat De Markten hier zwaar in gebreke blijft. Naar buiten uit poneert men dat er werk moet gemaakt worden van steun aan activiteiten van lokale verenigingen. In de praktijk houdt dit in dat men allerlei tentoonstellingen inricht die zeker mogen gezien worden, maar waar in Brussel niet meteen een gebrek aan is. Als De Markten afziet van een 'belangenbehartiging' ten overstaan van Vlaamse verenigingen, en zich dus de facto desolidariseert van Brusselse Vlamingen, dan kan dit enkel schadelijke gevolgen hebben voor deze laatsten.

Het is overduidelijk dat De Markten andere redenen heeft dan personeelstekort om zich zo onnozel op te stellen. Zoals de VVB het stelt: het Vlaams-radicale karakter van het inhoudelijk gedeelte van de VVB-vieringen is hen ongetwijfeld een doorn in het oog. Dat ook progressieve Vlaamsgezinden hiervan het slachtoffer worden, zal hen worst wezen. Maar als ze de weg die ze thans ingeslagen zijn verder volgen, zullen ze op termijn (in het kader van de pacificatie?) elk Vlaams initiatief onmogelijk maken. De Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) zou in feite moeten optreden tegen een dergelijke misplaatste arrogantie. Het sectarisme van De Markten, een centrum dat nochtans een Raad van Bestuur heeft dat min of meer de politieke krachten zou moeten weerspiegelen (met de SP-dame Anne-Sophie Vanneste als voorzitter) zou zich dergelijke capriolen niet mogen permitteren.

De positie van de Vlamingen in de hoofdstad is te zwak. Als zij nu ook nog de genadesteek krijgen van de 'gesubsidieerde Vlamingen' van de cultuursector (die meestal niet eens in Brussel wonen), dan wordt het wel erg hoog tijd om zich te bezinnen over de relevantie van hun werk. Of wachten zij misschien liever het ogenblik af tot het Vlaams Blok er 'met de grove borstel' door gaat? Zoals ze nu bezig zijn zou je inderdaad gaan denken dat ze op de masochistische toer gaan. Of, om het met de VVB te zeggen: De Markten zaagt de tak af waar het zelf op zit.