Nummer 193


Actueel | januari 2014


Het Europees begrotingspact en Transatlantisch verdrag: het einde van democratie in Europa ( (Jef Nyssen)<< Nummer 193

Op 19 december verzamelden meer dan 2000 mensen waaronder leden van ngo's, burgerverenigingen, vakbonden en landbouworganisaties in de straten van Brussel om vijf grote kruispunten te bezetten in de hoop de Europese Top te blokkeren of te vertragen. Ze gaven gevolg aan de oproep van de Alliantie D19-20, een niet-partijgebonden organisatie die voor het eerst zoveel leden van uiteenlopende verenigingen en organisaties bij elkaar bracht met een gemeenschappelijk doel: voor een ander Europa, voor een Europese Top die rekening houdt met directe inspraak van de bevolking, tegen de Europese bezuinigingsdrift, het begrotingspact en het Transatlantisch verdrag.

Op voorstel van een openbare vergadering stuurden de organisatoren een open brief naar Herman Van Rompuy, Elio Di Rupo en Karel De Gucht waarin ze een ontmoeting vroegen en respect voor de Europese burgers eisten. Hierop kwam nooit een antwoord, waarna besloten werd de geplande acties op
19 december verder te zetten. De burgerbevolking werd zo veel mogelijk gespaard doordat de betogers het openbaar vervoer niet blokkeerden. Het grootste deel van de blokkering werd trouwens zelf door de politiediensten verzekerd, die een grote ruimte rond de betogers blokkeerden.

Doodsteek 1: het soberheidsverdrag

Er stond dan ook veel op het spel. Zo moest België, onder druk van de Europese ministers, tegen 31 december 2013 als enige Europese land nog het Europees begrotingspact (ook het soberheidsverdrag genoemd) goedkeuren. Het verdrag zal een enorme impact hebben op alle Europese staten en de regeringen tot eindeloze besparingen veroordelen. Het doel van van dit 'Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur'1 bestaat er volgens zijn artikel 1 in “de economische pijler van de economische en monetaire unie te versterken door een aantal regels vast te stellen ter bevordering van de begrotingsdiscipline door middel van een begrotingspact, ter versterking van de coördinatie van hun economisch beleid en ter verbetering van het bestuur van de eurozone, waardoor wordt bijgedragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese Unie inzake duurzame groei, werkgelegenheid, concurrentievermogen en sociale samenhang.” Kortom, het zou de ondertekenende lidstaten toelaten om hun economische beleid beter onderling te coördineren om zo de groei in de eurozone te bevorderen en te ontwikkelen.

In praktijk komt het erop neer dat het verdrag de staten zal verplichten om in hun grondwet het streven vast te leggen naar een begrotingstekort van ten hoogste 0,5% van het BBP, in plaats van de huidige 3% (dit wordt de 'gulden regel' genoemd). Deze limiet wordt op 1% vastgelegd als de overheidsschuld kleiner is dan 60% van het BBP. De staten waarvan de overheidsschuld meer dan 60% van het BBP bedraagt, zullen het nodige moeten doen om de schuld jaarlijks met 1/20 te verminderen. Voor België komt dit al gauw neer op het vrijmaken van een bijkomend budget van 7 miljard euro en dit 20 jaar lang. Dus twee decennia bijkomende besparingen in een periode van recessie. De gevolgen op ons sociaal model, de economie en de openbare diensten laten zich al raden. De landen verliezen hiermee bovendien economische bewegingsruimte om investeringen uit te voeren, gebaseerd op hun eigen specifieke economische klimaat. Elke staat zal ook een 'automatisch correctiemechanisme' moeten instellen dat in werking zal treden wanneer de budgettaire doelstellingen in het gevaar komen. Indien een staat er desondanks niet in zou slagen om orde op zaken te stellen, kan een andere lidstaat of de Europese Commissie deze voor het Europese Hof van Justitie dagen dat over de passende financiële sancties zal beslissen in de vorm van een forfaitaire som of dwangsom die maximaal 0,1% van het BBP kan bedragen2. Hoe een dergelijke dwangsom een land dat het financieel reeds enorm moeilijk heeft ertoe kan aanzetten een begroting in evenwicht te krijgen, is me een raadsel.

Het hoeft niet gezegd te worden dat het begrotingspact amper in de traditionele media ter sprake komt en dat het merendeel van de inwoners hier niet van op de hoogte is, laat staan dat zij hierover hebben kunnen beslissen bij referendum of na een maatschappelijk debat. Laat het ook duidelijk zijn dat wij als kiezer na goedkeuring van het verdrag niets meer aan het beleid zullen kunnen veranderen. Het zal vastliggen op Europees niveau, en een nieuwe reeks verkozenen in onze parlementen zullen hier niets meer aan kunnen veranderen3. De nationale begroting zal in praktijk volledig onder toezicht staan van de Europese Commissie, die er haar goedkeuring voor zal geven voorafgaand aan het parlement. Niet onze verkozenen, maar een nietverkozen technocratische instantie zal dus het eerste en laatste woord hebben over onze begroting.

Een democratie onwaardig, mét goedkeuring van de progressieve partijen (in het bijzonder de PS) in de parlementen, die het op enkele individuele parlementairen na die zich wellicht de woede van hun partijtop op de hals halen omdat zij tegen stemmen of zich onthouden (maar zij zijn op één hand te tellen) nalaten om hiertegen te ageren. Partijbelangen primeren dan ook op de belangen van de burgers. Van enige strategische hypocrisie zijn een aantal progressieve partijen ook niet gespeend. Ecolo bijvoorbeeld, dat tegen heeft gestemd in het federale parlement (waar de partij in de oppositie zit) en twee individuele stemmen uitgezonderd voor heeft gestemd in het Brussels Parlement (waar ze deel uitmaakt van de meerderheid). Nochtans had het volstaan mocht één van de vele Belgische parlementen tegen het verdrag gestemd hebparlementen tegen het verdrag gestemd he ben om het volledig af te voeren. Had, want België heeft geluisterd naar de eis van de Europese ministers: op 20 en 21 december werd het pact probleemloos goedgekeurd door het Waals Parlement en het Parlement van de Franse Gemeenschap, nadat dit voordien reeds goedgekeurd werd door het Vlaams en het Duitstalig Parlement, de Kamer en de Senaat. Het soberheidsverdrag is dus van kracht, met alle gevolgen van dien.

In het Europese project voor de ontmanteling van de soevereiniteit en democratie van de lidstaten is dit het belangrijkste verdrag na het Verdrag van Rome (1957), de Europese Akte (1986), dat van Maastricht (1992) en Lissabon (2007). De nationale bevoegdheden worden als maar meer overgedragen naar een Europees niveau waar de burgers en zelfs de nationale politici geen controle meer over hebben, met (al dan niet stilzwijgende) goedkeuring van zo goed als alle regeringspartijen, inclusief zij die zich 'progressief' noemen. Hiermee is de overwinning van een bende technocratische oligarchen een feit. Met dank aan 'onze' democratisch verkozen politici...

Doodsteek 2: het Transatlantisch vrijhandelsverdrag

De gesprekken omtrent het begrotingspact waren nog volop aan de gang, of de Europese autoriteiten voerden achter gesloten deuren zeer discrete onderhandelingen over het Transatlantisch vrijhandelsverdrag, dat tegen 2015 een grote vrijhandelszone tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie zou moeten creëren. Dit voorziet dat de wetgevingen van beide continenten zich onderwerpen aan de normen van vrijhandel die opgesteld zijn en bepaald worden door de grote (Multinationale) ondernemingen. Het land dat zich hier niet naar schikt, loopt het risico om economische en financiële sancties op te lopen. Ook zullen multinationals staten kunnen aanklagen indien deze laatsten beslissingen nemen die de economische maatregelen van de ondernemingen zouden kunnen hinderen.

In Europa komt dit in praktijk bv. neer op reglementeringen die genomen zijn in het belang van de consumenten en het dierenwelzijn. Zo is de Amerikaanse vleesindustrie inmiddels intensief aan het lobbyen om de Europese regelgeving te beïnvloeden, en indien nodig aan te vechten, dat kippenvlees enkel met water en stoom ontsmet mag worden en niet met chloor (wat in Amerika wel toegelaten is). Of wat te denken van het in 160 landen, waaronder alle Europese, verboden medicijn 'ractopamine' dat door de Amerikaanse vleesindustrie gebruikt wordt als groeibevorderaar bij varkens en runderen? Regels die de Amerikaanse industrie van plan is om aan te vechten omdat zij de verkoop en commercialisering van hun producten op de Europese markt aanzienlijk zullen bemoeilijken. Hetzelfde geldt voor de massale import van ggo's en goedkope Amerikaanse landbouwproducten uit de agro-industrie die enorme gevolgen zullen hebben voor onze Europese landbouwers die vaak kleinschalige en kwaliteitsvolle producten leveren. Voedselveiligheid, milieuen consumentenbescherming, intellectuele eigendomsrechten, privacywetgeving, ... Slechts een handvol voorbeelden waarbij publieke belangen ondergeschikt zullen worden aan dat van multinationals en vrijhandel.

Europees commissaris Karel De Gucht speelt goed zijn rol wanneer hij beweert dat er in praktijk niets aan onze bestaande wetgeving zal veranderen en dat er daarover niet onderhandeld zal worden.“Als er een akkoord komt met de VS, zullen er vrijwel zeker quota zijn voor de handel in rundvlees. (...) Er is Europese wetgeving over genetisch gemanipuleerde organismen. Sommige producten zijn verboden. Die wetgeving blijft van kracht. Het is niet zo dat de Amerikaanse boeren plots om het even wat naar Europa zullen mogen verschepen. (...) De bestaande wetgeving wordt niet gewijzigd.” Of nog: “Er zijn nog nooit onderhandelingen over een handelsverdrag met zoveel openheid gevoerd als deze.”4

De Gucht gelooft in zijn eigen leugens wanneer hij beweert dat deze onderhandelingen met zo'n grote openheid gevoerd worden. Hoeveel burgers zijn hier immers van op de hoogte en weten waar dit verdrag over gaat? Ook moet je uiterst naïef zijn om zijn andere beweringen te geloven. Wat hij daarbij overigens niet vermeldt is dat, analoog aan de Europese regelgeving, onze wetgeving ondergeschikt zal zijn aan het verdrag, met alle mogelijke gevolgen van dien. Nog meer concurrentie tussen de Europese lidstaten, meer handel, privatiseringen, uitholling van de openbare diensten, inbreuken op de sociale zekerheid, en multinationale ondernemingen die overheden voor de rechtbank kunnen dagen om schadevergoedingen te eisen als hun winsten bedreigd worden... Hoe kan iemand beweren dat dit geen impact gaat hebben op de Europese bevolking?

Indien hij zo zeker is van zijn stuk, had hij misschien een vertegenwoordiging van de Alliantie kunnen ontvangen, zoals zij in hun brief vroegen? “Hoezo, de betogers willen mij spreken? Ik weet van niets”, beweert hij alsnog in het interview. Nochtans beschikken de organisatoren van de manifestatie over een ontvangstbewijs van zijn administratie, als bewijs dat zij hun brief wel degelijk ontvangen heeft...

Aan de burgers om uit te maken wat zij van dit verdrag denken. Maar één ding is zeker: het merendeel is hier niet van op de hoogte, ondanks de beweringen van dhr. De Gucht. Om die reden is het dringend nodig dat hierover, net zoals dit het geval had moeten zijn voor het Europees begrotingspact, een openbaar debat gevoerd wordt en dat de inwoners van ons land er hun zeg over kunnen doen. Als dit verdrag toch geen enkele impact heeft op onze nationale wetgeving en de verkregen Europese rechten hoeft dhr. De Gucht een openbaar debat en de democratie toch niet te vrezen, niet?

Een succesvolle burgeralliantie

De Alliantie kan in elk geval een succes genoemd worden, ondanks het plaatsvinden van de Europese Top. Het is de eerste keer dat een brede burgerbeweging in die mate samenwerkt met landbouwers en verschillende vakbondscentrales (van de ACOD en het ACV) om een openbaar debat te eisen omtrent bovenstaande dossiers, een volledige transparantie van de gesprekken die tijdens de Top plaatsvinden, voor directe inspraak van de burgers en voor een Europa van de mensen, niet van het geld. Het zou mooi zijn mocht er in de toekomst geen nood meer zijn aan deze Alliantie, maar ze is er om te blijven en zal ongetwijfeld nog van zich laten horen.

Jef NYSSEN


1. Voluit het 'Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de economische en monetaire unie tussen het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, Ierland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, Hongarije, Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden'. Vrij consulteerbaar op het internet.

2. Een meerderheid van de staten kan zich hier in principe tegen verzetten, maar binnen de eurozone bezitten Duitsland en Frankrijk alleen al deze meerderheid.

3. Tenzij uiteraard de staatsstructuur volledig veranderd en zich de vraag stelt of Vlaanderen/ België nog deel moet blijven uitmaken van de Europese Unie. Hiervoor moet Vlaanderen alvast niet op de N-VA rekenen die 100% voorstander is van het verdrag.

4. 'Onze groei moet van export komen', interview met Karel De Gucht door Kris Van Haver en Bart Haeck in De Tijd (21-22 december 2013).