Nummer 194


Actueel | februari 2014


Congres N-VA: Radicale tussenkomsten, gematigde partij? (Rudi Coel)<< Nummer 194

Op zaterdag 1 februari 2014 had het eendaagse N-VA ledencongres Verandering voor Vooruitgang plaats. Ik schrijf bewust eendaags want de discussie over de congresteksten vond enkel op zaterdag plaats. Vrijdag waren er inleidende toespraken, o.a. van VVD-coryfee Frits Bolkestein, die een eurokritisch geluid liet horen om Guy Verhofstadt een hak te zetten. Diezelfde Verhofstadt qerd even later ook neergezet door Dirk Denoyelle. De zondagzitting was een applauscongres, op een kort discussiemoment in de voormiddag na. Op zaterdag waren er een kleine tweeduizend aanwezigen om te discussiëren en stemmen over de teksten in drie werkgroepen: verantwoordelijkheid belonen (het sociaal-economische), gemeenschap vormen (onderwijs, migratie, milieu) en onze toekomst kiezen (het institutionele, Brussel, Europa, ontwikkelingssamenwerking). In groep drie duurden de discussies van 10 uur in de ochtend tot 8 uur ’s avonds met slechts een uur pauze.

Hoe je het ook draait of keert, is dit dus een zelden gezien inspraakmoment. Zo duurden de discussies in de derde werkgroep van 10 uur in de ochtend tot 8 uur ’s avonds met slechts een uur pauze.

Natuurlijk is het een sterk geleide inspraak, en kon er niet verwacht worden dat de fundamentele lijnen die de congrescommissie uitzette radicaal gingen verworpen worden door de basis: een liberale sociaal-economische koers, een gematigd eurokritische koers en een 2+1 confederaal model, dat de regio Brussel-Hoofdstad bovenop de bevoegdheden van de huidige gemeenten, gewest en agglomeratie nog een extra aantal grondgebonden bevoegdheden geeft. Dat de Brusselaars gedegradeerd worden tot tweederangsburgers en dat Brussel zou bestuurd worden van uit Namen of Antwerpen, zoals Guy Vanhengel beweert, klopt dus niet. Integendeel!

De amendementen die de leden indienden in de maanden voor het congres, werden eerst gefilterd in de lokale afdelingen, waar ze een meerderheid moesten halen. Dat selectieproces leverde toch nog 2500 amendementen op, die in de congresbundel werden opgenomen en die zaterdag voorlagen. De amendementen leidden er in een aantal gevallen overigens toe dat de oorspronkelijke teksten al voor het congres aangepast werden. Zo stond er oorspronkelijk in resolutie 4: ‘De Duitstalige regio maakt voor haar financiering afspraken met Wallonië’ . De basis kon er echter moeilijk mee leven dat de Duitstaligen werden uitgeleverd aan Wallonië. Naar aanleiding van die onvrede werd de tekst in de congresbundel: ‘De Duitstalige regio maakt voor haar financiering afspraken met Wallonië. Bij gebrek aan consensus heeft de Duitstalige regio het recht om zich de bevoegdheden toe te eigenen die ze nodig acht’. Niet onmiddellijk een elegante formule. Waarom de Duitstaligen niet meteen de volle autonomie geven? Dat er in de teksten niet gekozen werd voor een confederaal model met 3 (Vlaanderen, Wallonië, en de Duitstalige regio) is allicht ook omdat de paragrafen over de samenstelling van het confederaal parlement en de confederale regering dan wel erg ingewikkeld zouden worden. Of misschien heeft men de Duitstalige regio willen straffen omdat Duitsland de oorlog verloren heeft?

Gestuurd werd er ook op het congres zelf. Ten eerste door het beslissingsmechanisme. Met duizenden amendementen kon dan natuurlijk ook moeilijk anders. Op zaterdag presenteerde de congrescommissie een samenvatting over de teksten, vervolgens kregen de indieners van een amendement 2 minuten spreektijd en andere verdedigers 1 minuut spreektijd. Indien een resolutie meer dan 2/3 van de stemmen kreeg, dan vervielen allebei daarbij horende amendementen. Een resolu tie die geen 2/3 haalde kon meteen aangepast worden, of doorgeschoven worden naar de zondagvoormiddagsessie. In werkgroep drie werd er over geen enkel amendement gestemd. Wat niet wil zeggen dat er geen teksten aangepast werden. Een eerste fundamentele discussie ging over het grondgebied. In de oorspronkelijke teksten stond dat het grondgebied van Vlaanderen bestaat uit de provincies Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant, West-Vlaanderen en Brussel, en dat Wallonië bestaat uit de provincies Henegouwen, Luik, Namen, Waals-Brabant en Luxemburg. Daar werd o.a. door Karim Van Overmeire tegen ingebracht dat het Brussel bezwaarlijk op het grondgebied van twee entiteiten kan liggen, en dat een dergelijke visie een hypotheek zou leggen op een onafhankelijk Vlaanderen met Brussel als hoofdstad. Ook het overhevelen van nog meer grondgebonden bevoegdheden werd in deze discussie aangekaart en aangevallen. Onder meer de kwestie van de geluidsnormen kwam hier aan bod. Vanuit de commissie werd hierop geantwoord dat dergelijke discussiemateries in de schoot van de confederale regering zouden besproken worden. Maar aangezien die paritair is samengesteld, zit het conflictmodel er ingebakken, één van de zwaktepunten van de teksten. De optie van Brussel als Vlaamse stad met bijzondere rechten en instellingen voor Franstaligen werd door de congrescommissie en onder meer Ben Weyts als imperialistisch bestemd. Toch wel vreemd voor een nationalistische partij, dat die de eigen hoofdstad niet durft op te eisen.

Over Brussel stond overigens een heel hoofdstuk met concrete maatregelen i.v.m. economie, cultuur enz. De partij wilde hiermee uitdrukkelijk het argument uit handen slaan van degenen die zoals Yamila Indrissi beweren dat de N-VA geen voorstellen heeft voor de grote problemen van de stad, zoals armoede en tewerkstelling.

Over de Brussel-keuze waren er geen fundamentele discussies; althans haalden alle resoluties gemakkelijk de twee derde meerderheid. Aan te stippen valt een leuke anekdote van Jan Loones die de koninklijke familie wou verplichten om voor het slechtste statuut te kiezen. Dezelfde Loones wil ook de banden met Suriname nauw aanhalen, allicht omdat hij zelf ook een kind van ‘zwarten’ is.

Succesvol verzet was er tegen een Raad voor de Internationale gemeenschap, die het bestuur van de regio Brussel-hoofdstad zou ad-viseren over zaken die verband houden met de aanwezigheid en het optimaal functioneren van internationale instellingen, bedrijven en hun expats. Dit werd ervaren als het toekennen van voorrechten als de rijke expats. N-VA kopstuk Johan Vandendriessche (ex-VOKA) keek niet echt blij toen dit sneuvelde. De .eu in het adres van zijn website (www.johanvandendriessche.eu) zullen we niet in verband brengen met zijn ‘affiniteit’ met expats. Een andere discussie was die over het behoud van een permanent solidariteitsmechanisme tussen de deelstaten, dat zou blijven bestaan nadat het tijdelijke solidariteitsmechanisme zou gestopt zijn. De stemming hierover was zeer nipt.

In het deel internationale betrekkingen werd door sommigen trokken in twijfel of Vlaanderen volgens internationale regels geen ambassades oprichten. Enkel de Confederatie zou dit kunnen, aangezien Vlaanderen en Wallonië geen onafhankelijke staten zijn. De teksten over de Europese Unie bleven voor een groot deel bij algemene uitspraken, de voorstelling van Siegfried Bracke was zeer flets. Wel was voorafgaand de term Europa vervangen door Europese Unie. Dat is inderdaad niet hetzelfde. Fundamentele discussie was er over het voorleggen van soevereiniteitsoverdracht aan volksraadplegingen. De top deed die vraag af met de opmerking dat de zaal zich eerder tegen referenda had uitgesproken, daarbij vergetend dat het daarbij over referenda over binnenlandse aangelegenheden ging. Een tweede felle discussie ging over het terugnemen van bevoegdheden die op dit ogenblik bij de Europese Unie liggen. De commissie beweerde dat het opnemen van een lijst van dergelijke bevoegdheden beperkend zou zijn. Eerlijker zou geweest zijn dat een dergelijke lijst de partij zou verplichten om er zich voor in te zetten. Toen iemand voorstelde om de zetel van het Europees parlement definitief in Straatsburg te leggen, antwoordde Siegfried Bracke dat dergelijke concrete materies aan bod zouden komen in het verkiezingsprogramma. Ben Weyts was er erg snel bij om te zeggen dat de definitieve verhuis naar Straatsburg daarbij geen optie was. Pro-EU amendementen van Frieda Brepoels maakten anderzijds geen kans. Brepoels pleitte ervoor om de Europese Unie fiscale bevoegdheden te geven voor de domeinen waarop het bevoegdheden uitoefent. De huidige financiële basis van de Europese Unie is voor haar te zwak.

In werkgroep drie haalden enkel de resoluties over het grondgebied, die over het permanente solidariteitsmechanisme, en die over de mechanismen van bevoegdhedenoverdracht naar Europa niet de benodigde 2/3 meerderheid en dienden dus doorgeschoven naar de zondagvoormiddagsessie. In de eerste werkgroep kon men niet eens worden over de beperking van de werkloosheidsuitkering tot twee jaar. Een aantal leden stelde voor om dit op vijf jaar te leggen voor mensen met een zeer lange loopbaan. Ook de discussie over de mate van autonomie voor de Duitstaligen moest nog op zondag beslecht worden. In werkgroep twee, die voorgezeten werd door Jan Jambon, werden alle resoluties met overgrote meerderheden goedgekeurd, zodat geen enkele resolutie meegenomen werd naar zondag. Jambon moest wel bekennen dat hij tijdens de voormiddagsessie op zaterdag de werkgroepprocedures had aangepast, iets wat hij in de namiddag moest op terugkomen. Op de vingers getikt door de top ongetwijfeld. Wie waarschijnlijk eveneens op de vingers getikt werd was Karim Van Overmeire. Dat je als parlementslid een amendement indient op congresteksten in de hoop dat die aangepast worden, is één zaak; een andere zaak is je amendement ook op het congres zelf te gaan verdedigen tegen de standpunten van de congrescommissie in. Na één inter

ventie op zaterdagochtend, hoorden we Van Overmeire niet meer terug. Een zevental resoluties op meer dan vierhonderd die nog moesten besproken worden op zondagvoormiddag: dat is niet veel. De partij had natuurlijk haar lessen getrokken uit het congres in Leuven in 2002 toen er andere mechanismen waren, en er op zondag nog fel gediscuteerd werd, met name over Brussel.

Zondagvoormiddag volstond het dat een resolutie de helft van de stemmen haalden opdat alle bijbehorende amendementen vervielen. Enkel de indieners van de amendementen konden tussenkomen met twee minuten spreektijd. De samenstelling van de zaal was bovendien verschillend van die van de dag tevoren. Veel mensen waren gekomen om teksten goed te keuren, niet om ze te bespreken. Dat maakte dat er niet echt ruimte was voor discussie. De congrescommissie nam ook zelf niet de tijd om de echte inzet van enkele discussies duidelijk te maken, in het bij zonder die over de terugname van bevoegdheden van de Europese Unie en die over het permanent solidariteitsmechanisme. Dat was toch een beetje spelvervalsing.

De resolutie over het grondgebied was door de congrescommissie voorafgaand aan de zondagzitting herschreven. In de uiteindelijke tekst staat dan Vlaanderen volheid van bevoegdheden heeft in de Vlaamse provincies, Wallonië in de Waalse, en dat beiden deelstaten de persoonsgebonden materies uitoefenen in Brussel. Vlaanderen krijgt ook de bevoegdheid over de territoriale wateren.

De keuze om al dan niet een solidariteitsmechanisme in te voeren werd niet in de verf gezet. Vlaanderen krijgt ook de bevoegdheid over de territoriale wateren. Het vervangen van de term permanent door omkeerbaar, beantwoordde niet aan de vraag om deze keuze duidelijk voor te leggen aan het congres. Dat gold ook voor de bevoegdheidsoverdracht naar Europa, die aan zeer sterke voorwaarden werd verbonden, maar de terugname van bevoegdheden kwam niet expliciet in de tekst. Ook hier was het beter geweest om allereerst een principekeuze voor te leggen aan het congres, en dan pas de aangepaste resolutietekst.

Met betrekking tot de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd werd de oor spronkelijke resolutie voorgelegd en met een meerderheid van 70% goedgekeurd. Wat die beperking in de tijd betreft, stelde de commissie wel dat alle resoluties samen dienen gelezen te worden; Toegegeven moet inderdaad worden dat er bovenop die twee jaar nog een jaar activeringsuitkering komt, dat de uitkering hoger zal zijn dan nu, dat er een heel pakket aan activeringsen begeleidingsmaatregelen is en dat ook het leefloon opgetrokken wordt. Fundamenteel is dat de N-VA de in de tijd beperkte werkloosheidsuitkering beschouwt als een inkomensverzekering en niet als een verworven recht op basis van een eerdere arbeidsrelatie. Volgens N-VA is de beperking in de tijd een stimulans voor mensen om op zoek te gaan naar een baan. Wordt daarmee gesuggereerd dat (sommige) werklozen anders niet op zoek gaan naar een baan? Of is het de bedoeling mensen om het even welke baan te laten aannemen bvb. de zogenaamde mini-jobs of MacDonald’s banen?

Vermeldenswaard is dat de partij voor een kernuitstap tegen uiterlijk 2065 is. Dat is vanzelfsprekend niet ernstig te nemen.

Opmerkelijk was tot slot dat gedurende heel het congres, niet enkel op de slotdag, maar ook tijdens de discussies in de werkgroepen, de pers toegelaten was. ‘We hebben niets te verbergen’, zei Theo Francken. Of wilde de partij op die manier aan de pers tonen hoe gematigd ze is, gezien de radicaliteit van sommige tussenkomsten?

Rudi COEL