Nummer 195


Diplomatiek Commentaar | maart 2014


Oekraïne, een Europese vergissing. (Mark Grammens)<< Nummer 195

Het bestaan van invloedssferen is kenmerkend geweest voor de hele wereldgeschiedenis. Landen en volkeren onderwerpen zich, soms omdat er geen andere uitweg voor hen is, soms ook vrijwillig, soms zelfs uit ideologische of religieuze lotsverbondenheid, aan een machtiger volk of mogendheid, waarvan zij het oppergezag erkennen. Wij behoren tot de invloedssfeer van Frankrijk, en in de ruimere wereld, samen met andere Europese landen, tot die van de Verenigde Staten. Soms wordt de verhouding in verdragen vastgelegd (Atlantisch pakt), soms tot in de details geformaliseerd. Dat overkwam Finland, dat als zelfstandig bondgenoot van Duitsland de oorlog verloor en aan sovjetisering ontsnapte door een stuk territorium prijs te geven, een Sovjetrussische militaire basis te dulden, en de Sovjetunie een recht van toezicht op zijn buitenlandse politiek toe te kennen. In ruil daarvoor behield Finland zijn zelfstandigheid, en een volledige vrijheid om zijn binnenlands bestuur naar eigen wensen in te richten. Er werden zelfs geen speciale voorrechten bedongen voor de Finse communistische partij, hoewel daar, alsof het een stilzwijgende afspraak gold, uiterst correct mee omgegaan werd door de autoriteiten. Waarom niet? In de loop der jaren werd met toenemende waardering gesproken over het statuut van Finland, en werd andere grenslanden soms wel een “finlandisering” aanbevolen. Toen de Koude Oorlog voorbij was, schaarde Finland zich onbekommerd aan de zijde van het “Westen” en werd een voornaam lid van de Europese Unie. Dat is – als u ons toestaat met het slot te beginnen – wat thans Oekraïne zou kunnen overkomen, als de mogendheden, niet slechts de Verenigde Staten en Rusland, maar met name “Europa”, hun verstand gebruiken en een einde maken aan de heropflakkerende hetze en het wederzijds misprijzen.

De huidige incidentrijke toestand is ontstaan doordat Europa Oekraïne een gouden toekomst voorspelde als het maar een exclusief handelsverdrag met de Europese Unie wilde ondertekenen. Echter, toen dat gebeurd was, zette de Russische president Poetin Oekraïne onder druk om tot zijn eigen Euraziatische landengroep van oudgedienden van de Sovjetunie toe te treden. Oekraïne kreeg een mooi introductiegeschenk in de vorm van een korting van wel 30 procent op de gasleveringen van Rusland. De president van Oekraïne, Janoekovitsj, verkoos de alliantie met Rusland waarna in de Oekraïense hoofdstad Kiev een smartelijke opstand uitbrak en de media, aan westerse zijde door Amerika (en binnen Amerika door het zionisme) beheerst, de angstige wereldburgers overspoelden met oorlogszuchtige peptalks, maar men vergat soms wel een en ander te vermelden.

Bijvoorbeeld de belofte van president Clinton, een sober en bedachtzaam staatsman, dat de NATO na afloop van de Koude Oorlog niet naar het oosten zou opschuiven. Dat was het minimum dat men mocht doen: in een rechtvaardig georganiseerde wereld zou de ontbinding van het Warschau-pact, waardoor de landen van Oost-Europa zich militair verbonden hadden met de toenmalige Sovjetunie, gepaard zijn gegaan met de ontbinding van de NATO, en zou Europa zich niet slechts in het oosten maar ook in het westen hebben losgerukt uit de invloedssfeer van de twee grote mogendheden, maar dat heeft niet mogen zijn. De Sovjetunie implodeerde, het Warschau-pact viel uiteen, maar Amerika verliet Europa niet.

Hoeveel wijzer dan al de opruiende praatjes in de media is niet de redenering van Elsevier (1 maart), die in al haar eenvoud luidt als volgt: “Oekraïne ligt ingeklemd tussen de Europese Unie en Rusland. Het behoorde tot de Sovjetunie en is pas sinds 1991 zelfstandig. Het behoort onmiskenbaar tot de invloedssfeer van Rusland.” In plaats daarvan haastten allerlei “westerse” overheden zich naar Kiev om er de massa op te ruien (heb je op televisie de artist Verhofstadt in Kiev bezig gezien?) en de Amerikaanse, Franse, Britse en andere ministers van Buitenlandse Zaken zaten om de haverklap, soms samen, soms elkaar afwisselend, kaarsjes aan te steken en oneliners te verkopen in de Oekraïense hoofdstad, zodat Rusland zijn gelijk bevestigd zag: deze revolte was grotendeels het werk van het buitenland. Er werd in Brussel zelfs een crisisconferentie van de NATO gehouden. Wat heeft de NATO met Oekraïne te maken? Armand Leparmentier, politiek hoofdredacteur, noemde deze bijeenkomst in Le Monde (6 maart) de grootste vergissing die in de “zaak Oekraïne” werd begaan. En dat is ook zo. Leparmentier verwijst naar het begin van deze NATO-tussenkomst. Dat was in 2008, toen de NATO een duidelijk provocerend bedoelde topconferentie hield in Boekarest, waar de toenmalige Amerikaanse president Bush (die van Irak, Afghanistan, enz.) een plechtige oproep deed tot de Oekraïeners om aan te sluiten bij de NATO. Echter, de Duitse kanselier Merkel en de toenmalige Franse president Sarkozy verzetten zich nadrukkelijk tegen dit voorstel. Omdat ze toch iets moesten toegeven aan de Amerikaanse suzerein, stelden de Europeanen dan maar voor dat Europa “hulp” zou bieden aan Oekraïne, “hulp” die in Oekraïne de illusie schiep dat Europa het zou bevrijden van de feitelijke Russische heerschappij. Er werd niet op geld gezien om deze illusie te voeden.

De conclusie van Le Monde luidt: “aan de oorsprong van het probleem ligt een fout, namelijk dat men de Oekraïners de mogelijkheid heeft voorgespiegeld dat ze zouden mogen kiezen tussen het partnerschap dat hun door de Europese Unie werd aangeboden en de tolunie van Euraziatische landen hun voorgesteld door Rusland”. Die keuze was er niet, en zou er niet komen zonder een stukje wereldoorlog, waar zelfs in Amerika niet iedereen ongeduldig op zit te wachten. Onze Europese “vriendschap” opdringen aan Oekraïne betekent, aldus NRC-Handelsblad (21 februari, hoofdartikel) dat het land Oekraïne scheurt tussen een op het westen afgestemde westelijke helft en een grotendeels Russisch oosten. Maar “het kan ook een nieuw Oost-westconflict in Europa op scherp zetten, als een late echo van de Koude Oorlog, met Rusland aan de ene en de Europese Unie aan de andere kant. Dat is een zwart scenario voor alle partijen”.

Inderdaad. Oekraïne is voor de Russen een pilaar van hun geopolitieke bekommernis. Men moet dit weten, in het besef ervan handelen, en zijn verstand gebruiken. Misschien helpt het als men de kwestie denkbeeldig verplaatst naar Mexico, en men zich dus probeert voor te stellen wat er zou gebeuren als dat buurland van de Verenigde Staten zich probeerde los te rukken uit de Amerikaanse invloedssfeer. Reden tot oorlog? Haast zeker wel. Het Europa waar wij allen toe behoren, is zonder enige democratische goedkeuring of legitimiteit na 2008, om het Amerika van Bush te plezieren, een geopolitieke strijd met Rusland aangegaan, doordat de EG in Oekraïne verwachtingen heeft gewekt die ze niet kan waarmaken, en dit bij een bevolking die schreeuwt om goed bestuur, in volle zelfstandigheid wil leven, en liefst met wat minder corruptie dan thans. Europa heeft zich ten aanzien van Oekraïne onverantwoordelijk gedragen. Ondertussen scheppen de verzamelde media ook bij ons een sfeer alsof het anders zou zijn. Neem het hoofdartikel van De Standaard van 5 maart. Er staat: “Europa kan niet meer wegkijken van zijn opdracht in het oosten”. Wablief? Welke “opdracht”? Wat krijgen we nu? Gaat De Standaard vrijwilligers ronselen voor het nieuwe Oostfront? Heeft Bush in Boekarest geroepen“Dieu le veut”? Zo verblind is “Europa” dat het zijn eigen status als onderdeel van de Amerikaanse invloedssfeer, deze balk in het eigen oog, niet ziet, en slechts het bestaan van aanvaardbare invloedssferen “in het oosten”, zoals De Standaard het formuleert, ziet en als een verschrikking veroordeelt.

Ondertussen zal Rusland zijn militaire belang veilig stellen door van de gebeurtenissen gebruik te maken om de Krim aan zijn toezicht te onderwerpen. Daar bevindt zich immers de thuishaven van de belangrijkste Russische oorlogsbodems, en die kunnen nergens anders terecht. Door de Europese ophitserij van de Oekraïense geesten sinds 2008, zal het enige tastbare resultaat van de Oekraïense opstand een historische vergissing zijn, begaan door een amateuristische kluster van satellietlanden (invloedssfeer) van Amerika.

Mark GRAMMENS