Nummer 196


Europa | mei - april 2014


Het Trans-Atlantisch Partnershap voor Handel en Investeringen: Handel über alles? (Jef Nyssen)<< Nummer 196

Sinds juli 2013 onderhandelen de Europese Commissie en de Verenigde Staten over een 'Trans-Atlantisch Partnerschap voor Handel en Investeringen', kortweg TTIP naar het Engelse Transatlantic Trade and Investment Partnership. Het principe is doodeenvoudig: het gaat om de grootste bilaterale handelsgesprekken ooit tussen de twee grootste handelsmogendheden, Europa en de VS, met als doen één grote vrijhandelszone te creëren en de reguleringen te stroomlijnen of af te schaffen die transnationale bedrijven aan beide kanten beperken om nog meer winst te maken. In praktijk gaat dit om regelgeving inzake consumentenbescherming, milieu, voedselveiligheid, gegevensoverdracht en privacybescherming, enz. Wetten en regels die aan beide kanten van de Atlantische Oceaan zeer verschillend zijn en er de handel bijgevolg niet eenvoudiger op maken. Verder voorziet het TTIP ook de invoer van nieuwe privatiseringen in sleutelsectoren om zoveel mogelijk bedrijven in concurrentie te laten treden met transnationale ondernemingen.

Van 10 tot 14 maart vond de vierde onderhandelingsronde plaats. De drie eerste rondes waren voornamelijk 'verkenningsrondes', om het ijs wat te breken tussen de twee grote mogendheden en elkaars gevoeligheden af te tasten, maar het verschil blijkt desondanks nog steeds groot te zijn. Een optimistisch persbericht, dat de onderhandelaars na de vierde ronde de wereld instuurden, luidde dan ook dat er vooruitgang was geboekt op gebied van markttoegang, reguleringen en regelgeving, en dat er tijdens de zomermaanden nieuwe vergaderingen zullen plaatsvinden om zo snel mogelijk vooruitgang te boeken in het dossier. Eurocommissaris Karel De Gucht, verantwoordelijk voor handel, blijft dan ook vurig hopen om tegen eind 2015 een akkoord op zak te hebben.
Ondanks het vele werk dat nog overbrugd moet worden, is het mandaat dat de Europe-

De heer De Gucht in dubieus gezelschap se lidstaten in juni 2013 aan de Commissie gegeven hebben enorm. Deze onderhandelingen gaan kortweg over alle goederen, diensten en handelsprincipes met uitzondering van de audiovisuele sector, die de Franse Regering destijds ondanks tegenkanting van het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en de Commissie met succes uit het mandaat heeft gehaald door te dreigen zijn veto te stellen tegen de aanvang van de vergaderingen.

De Amerikaanse Regering heeft inmiddels evenwel laten weten al het nodige te zullen doen om dit pakket uiteindelijk toch bij de onderhandelingen te betrekken.

1. Vaagheid en gebrek aan transparantie troef

Een James Bondfilm waardig baden de onderhandelingen in een sfeer van grote geheimhouding en worden de vergaderingen achter gesloten deuren gevoerd en slechts met een zeer beperkt aantal aanwezigen. Analoog aan het Europees begrotingspact (TSCG, zie Meervoud nummer 193) is het uiteraard de bedoeling om de gesprekken ver weg van de media en boven de hoofden van de bevolking te voeren om zo snel mogelijk tot een akkoord te komen zonder dat er hier al te veel ruchtbaarheid aan wordt gegeven. Op 5 juli 2013 stuurde hoofdonderhandelaar van de EU, Ignacio Garcia Bercero, een brief aan zijn Amerikaanse evenknie waarin hij bevestigt dat alle documenten in verband met deze onderhandelingen strikt vertrouwelijk behandeld zullen worden en dat ze tot 30 jaar lang verboden kunnen blijven voor het publiek omwille van het delicate karakter van de inhoud1. Ook hebben enkel de leden van de Commissie inzage in de Amerikaanse onderhandelingsdocumenten. De Europese lidstaten in principe niet, tenzij in speciaal daartoe aangeduide leesruimtes waaruit er geen enkel document verwijderd of gekopieerd kan worden. Hetzelfde geldt voor de Amerikaanse onderhandelaars, die geen toegang hebben tot de Europese documenten. Ondanks alles beweert De Gucht in een interview in december vorig jaar dat “er (...) nog nooit onderhandelingen over een handelsverdrag met zoveel openheid [zijn] gevoerd als deze”2. De politicus is uiteraard niet gespeend van een occasionele leugen, en het geïnteresseerde publiek is intelligent genoeg om hier zijn eigen mening over te vormen... Om geruchten tegen te gaan en om te beletten dat het grote publiek zich, terecht, zorgen begint te maken over deze onderhandelingen, blijkt uit gelekte documenten dat de Commissie begonnen is met een PR-campagne om de geruchtenmolen en angstgevoelens tegen te gaan. Deze werden op een informele vergadering op 22 november 2013 besproken.

Achter de schermen zijn machtige lobbygroepen van de bedrijfswereld eveneens druk aan het voeren op de gesprekken en mogen zij zelfs mee aan de onderhandelingstafel zitten, daar waar dit geweigerd wordt aan burgerverenigingen en ngo's, die alle informatie voor de buitenwereld veeleer via gelekte documenten en achterpoortjes te weten moet komen. Zo gaf de ngo Corporate Europe Observatory, die onderzoek voert naar de toegang en invloed van ondernemingen en hun lobbygroepen in het beslissingsbeleid van de EU, vorig jaar te kennen dat meer dan 93% van de voorbereidende vergaderingen van de Commissie plaatsvond in het bijzijn van vertegenwoordigers van grote bedrijven. Hoogst opmerkelijk, en allerminst een normale gang van zaken, maar het is duidelijk waar de Commissie naartoe wil...

2. Verdere vernietiging en uitholling van openbare diensten en jobs

In het belang van een bevordering van de handelsrelaties en concurrentiedrang voorziet het TTIP eveneens nieuwe privatiseringen. Tijdens een colloquium met de bedrijfswereld eind oktober vorig jaar gaven Barroso en de Commisieleden reeds te kennen mee te willen gaan in de wens van de grote bedrijven dat de komende jaren minstens 150.000 jobs verloren zouden moeten gaan in de Europese openbare diensten om de economie te versterken. Er gaan ook alsmaar meer stemmen op om belangrijke delen van de gezondheidszorg te privatiseren en op termijn zelfs de volledige sector. In landen waar dit reeds het geval is, zoals Griekenland, is een standaard ziekenhuisbezoek voor de gemiddelde burger hierdoor inmiddels zo goed als onbetaalbaar geworden. Wie de nodige middelen niet op tafel kan leggen, heeft gewoonweg pech en bijgevolg geen recht op medische verzorging.

Ook zijn de VS veel minder strikt op het vlak van arbeidsbescherming, vakbondsrechten en het stakingsrecht dan Europa. Zo hebben ongeveer de helft van de Amerikaanse staten een resem antivakbondswetten aangenomen onder het zgn. 'right to work'-principe die bedrijven de mogelijkheid bieden om extra te snoeien in lonen, pensioenen en ziekteverzekeringen. Dankzij het TTIP zullen bedrijven de productie van hun goederen kunnen verhuizen naar landen waar werklieden aan een hongerloon betaald worden en hun rechten minimaal zijn, en dit met goedkeuring van Europa.

Inmiddels zijn de lobbygroepen van de Amerikaanse bedrijfswereld druk en agressief aan het lobbyen in de hoop van het 'right to work'principe te betrekken bij de onderhandelingen en de Europese regelgeving af te zwakken. Ze hebben er immers geen financieel belang bij als deze even streng blijft als zij nu is. De Commissie mag dan wel beweren dat dit niet de bedoeling is van het partnerschap, is iemand werkelijk naïef genoeg om te geloven dat de Europese rechten gegarandeerd zijn en dat er niet aan geraakt zal worden? Bestaat het principe van onderhandelingen nu eenmaal niet uit geven en nemen, goed wetende dat een toenemende handel en bijgevolg winst het enige doel is van het partnerschap?

Ter vergelijking: in 1994 sloten de VS, Mexico en Canada een eigen handelsverdrag, de NAFTA (North Amerikcan Free Trade Agreement), dat voor honderdduizenden extra jobs moest zorgen en waar iedereen goed bij ging varen. Het Instituut voor Economisch Beleid van Washington berekende twaalf jaar later, in 2006, dat dit verdrag enkel in de VS alleen al meer dan een miljoen banen heeft gekost en de loonstandaarden van Amerikaanse burgers aanzienlijk verlaagd heeft. De Commissie zal uiteraard beargumenteren dat het TTIP van totaal andere aard is en dat zij erop zal toezien dat Europa er geen enkele negatieve hinder van zal ondervinden. Hierover kan zij uiteraard momenteel geen enkele garantie geven en vindt de rest van de besprekingen gewoon verder plaats, zonder inspraak van de bevolking en en très petit comité.

Laat het duidelijk zijn dat in geval van een eventuele afspraak met de VS de rechten van de Europese burgers en werklieden in geen geval geschonden mogen worden en dat zij hier absolute garanties over moeten kunnen krijgen. De medewerking van de (Europese) vakbonden zou in dit dossier cruciaal moeten zijn, maar zij worden meer dan wellicht bewust volstrekt genegeerd door de Commissie.

3. Niet te voorziene impact op voedselveiligheid en milieu

Europa en de VS hebben twee fundamenteel verschillende visies en benaderingen, die de Europese regelgeving strenger maken en die bijgevolg zwaar doorwegen op de agenda. Zo gaat Europa uit van het 'voorzorgsprincipe', dat een product uit voorzorg van de markt kan halen of preventief kan verbieden als de mogelijkheid bestaat dat het de menselijke gezondheid in gevaar brengt. Een bedrijf dat een bepaald product waarover er twijfel kan heersen op de markt wenst te brengen, moet dus eerst en vooral en op eigen kosten – bewijzen dat het product veilig is voor de consu ment of gebruiker. De VS hanteert het tegenovergestelde principe: als een product niet in de handel mag verschijnen, moet een instantie maar bewijzen dat het schadelijk is voor de mens. Zolang dit niet bewezen is, mag dit geen belemmering zijn voor de handel. Handel boven alles dus.

Het zal niet verbazen dergelijke tegenstrijdige visies een groot obstakel vormen tijdens de onderhandelingen. De Amerikaanse onderhandelaars weten maar al te goed dat bepaalde producten die in de VS geproduceerd worden momenteel niet ingevoerd mogen worden in Europa: GGO's, hormonenvlees, vlees van gekloonde dieren of bewerkt met de groeibevorderaar 'ractopamine' (verboden in 160 landen, waaronder alle Europese, aangezien het in verband wordt gebracht met bepaalde gevallen van kanker), kippenvlees dat met chloor ontsmet werd (wat in Europa enkel met water en stoom mag gebeuren), enz. Mochten deze belemmeringen wegvallen, zou dit een enorme opsteker voor de Amerikaanse voedingsproducenten zijn, waarbij er gespeeld wordt met de gezondheid van de Europese burger.

De Europese Commissie heeft hieromtrent al verschillende vergaderingen en werkgroepen achter de rug en heeft reeds te kennen gegeven, tot groot plezier van de Amerikaanse vleesen voedingsindustrie, om mee te willen werken aan het wegwerken van onnodige handelsbelemmeringen. Ook de Amerikaanse en Europese GGO-lobbygroepen voeren druk op de onderhandelaars in de hoop van de Europese regelgeving af te zwakken en de import van GGO's mogelijk te maken. Als blijk van goodwill heeft de Commissie inmiddels het importverbod opgeheven van Amerikaanse varkens en rundskarkassen behandeld met melkzuur, ondanks het actieve verzet van een aantal lidstaten. Verschillende ngo's en burgerverenigingen, waaronder het gerespecteerde Test Aankoop, vroegen zich hierna luidop af of dit een eerste stap was richting de import van Amerikaanse chloorkippen.

Daarnaast valt de impact van het TTIP op het milieu ook niet te onderschatten. De Commissie heeft reeds toegegeven dat de druk op het milieu aanzienlijk zal stijgen: “Elk scenario onder het vrijhandelsverdrag en het tussentijdse beleid leidt tot een toename in de handel en dus de nood aan productiemiddelen. Dit kan leiden tot een verhoging van afval en kan een gevaar betekenen voor zowel de natuurlijke bronnen als het behoud van de biodiversiteit. Op een indirecte wijze zullen de productieveranderingen in bepaalde sectoren hun impact op het milieu beïnvloeden, of deze nu positief of negatief zal zijn.3” Ook houdt de Commissie er al rekening mee dat het extra Commissie er al rekening mee dat het extr broeikasgassen en 11 miljoen ton extra CO2 zal produceren4, waardoor de Europese be-
loften in het Kyoto-protocol in het gevaar dreigen te komen.

4. Gevaar voor onze privacy

De gegevensbescherming en informatiemarkt is indirect ook verbonden met het voeren van handel, en valt bijgevolg ook onder het TTIP. Zo herneemt het bepalingen die de controle van bedrijven over gegevens wensen te versterken ten koste van de publieke toegang tot informatie in beide werelddelen. Het gevaar bestaat eveneens dat in het partnerschap opnieuw elementen uit de ACTA (Anti-Counterfeiting Trade Agreement) op tafel gelegd zullen worden, dat in 2012 reeds verworpen werd door het Europees Parlement en dat de publieke opinie veroordeeld heeft omdat het een aanval op de burgerlijke vrijheden vormde. Daarnaast zouden bedrijven gemakkelij ker toegang kunnen krijgen tot de persoonlijke gegevens van individuen om deze vervolgens te gebruiken voor commerciële doeleinden.

De recente afluisterschandalen van de NSA in Europa hebben in elk geval één ding duidelijk gemaakt: dat het respect voor de privacy en de persoonlijke gegevens van de burgerbevolking cruciaal is en dat we niet op de Amerikaanse overheid moeten vertrouwen om de regelgeving strenger te maken. Een onderhandeling houdt echter per definitie een zekere toegeving in, met alle gevolgen van dien.

5. Gelijkstelling van kapitaal met soevereine staten

Een van de meest besproken elementen van het TTIP is het ISDS (Investor-State Dispute Settlement), zeg maar het arbitrageprincipe tussen investeerders (bedrijven) en staten. Hiermee geeft het partnerschap de mogelijkheid aan bedrijven om staten te vervolgen heid aan bedrijven om staten te vervolg voor het verlies dat ze geleden zouden hebben omwille van een beslissing van deze laatsten. Als een groot Amerikaans bedrijf vermoedt dat het zijn producten door een politieke beslissing minder gemakkelijk kan verkopen (waardoor het dus minder winst kan maken), zal het die staat bijgevolg kunnen aanklagen voor een internationaal arbitragehof. De Engelse professor John Hilary verwoordt dit mooi door wanneer hij zegt dat “deze bepaling (...) het transnationaal kapitaal verheft tot de wettelijke status gelijk aan die van de natiestaat. Onder het TTIP krijgen Amerikaanse en Europese ondernemingen dus de macht om door soevereine staten democratisch genomen beslissingen te betwisten, en om een schadevergoeding te eisen wanneer deze beslissingen een ongunstige invloed hebben op hun winsten.5”

Bovendien kunnen enkel bedrijven staten en regeringen aanklagen, het tegenovergestelde is niet mogelijk. Bedrijven die de mensenrechten schenden, zullen bijgevolg zelf niet aangeklaagd kunnen worden.

Ook zijn deze arbitragehoven lang niet neutraal, wat het vermoeden bevestigt dat deze vooral zetelen in het voordeel van de bedrijfswereld. Zo vergaderen zij enkel ad hoc en bestaan zij grotendeels uit privéadvocaten die vaak zelf voor grote ondernemingen werken. Een dergelijk hof kan dus bezwaarlijk neutraal genoemd worden en zal boven elke parlementaire en democratische weg om beslissingen nemen die uiteindelijk de ganse bevolking zal aangaan vermits het de burgers zullen zijn die de eventuele schadevergoeding zullen betalen.

Volgens Hilary bereikt “het gebruik van ISDS door transnationale ondernemingen (…) nu epidemische proporties. Er zijn reeds meer dan 500 gevallen bekend die ingediend werden tegen 95 landen, waarvan er meer dan 400 pas de voorbije 10 jaar ingediend werden.” Enkele voorbeelden: Het Zweedse energiebedrijf Vattenfall klaagt de Duitse regering aan voor een schadevergoeding van € 3,7 miljard na de Duitse beslissing om over te gaan tot de kernuitstap na Fukushima. Hetzelfde geldt voor de Amerikaanse tabaksfabrikant Philip Morris die de Australische regering aanklaagt na haar beslissing om sigaretten in een andere verpakking te verkopen om de verkoop ervan te ontraden. En er zijn er nog veel meer...

Goed beseffend dat het Europese verzet tegen het TTIP en het ISDS groeit, beloofde Karel De Gucht in januari 2014 de ISDSonderhandelingen voor een periode van drie maanden te onderbreken om een consultatieronde aan te gaan met de Europese burtieronde aan te gaan met de Europese burgers, wat de Commissie ook de nodige extra tijd geeft om haar PR wat aan te scherpen en de publieke opinie alsnog te overtuigen van de meerwaarde van een dergelijk akkoord. Inmiddels werd de raadpleging online geplaatst op de webstek van de Commissie en heeft de Europese burger tot 6 juli de tijd om hieraan deel te nemen6. Hét moment om Europa te laten weten dat we niet akkoord gaan met deze gang van zaken, de tijd dringt.

6. Vaart de economie er wel bij?

Voor de Commissie is het duidelijk: dankzij het TTIP zullen er duizenden nieuwe jobs ge creëerd worden en zal de economie erop vooruitgaan. Wat ze er wel strategisch bij vergeet te vermelden is dat de economische groei in het meest optimistische geval geschat wordt op jaarlijks 0,5% vanaf 2027! Onafhankelijke experts hebben bovendien reeds gewezen op de onrealistische prognoses van de Commissie en zien de situatie veel somberder in. De verwaarloosbare eventuele opbrengst zou bovendien grotendeels vloeien naar de grote bedrijven in plaats van naar de Europese bevolking, en de vraag blijft dan maar of zij zouden overgaan tot de creatie van extra werkgelegenheid.

Het verzet groeit

Dit akkoord gaat dus veel meer dan louter over handel en de bijbehorende tarieven, die tussen de VS en de EU reeds zeer laag zijn. De werelddelen willen hiermee vooral hun eigen regelgeving op elkaar afstemmen in het voordeel van hun grote bedrijven, op kap van de Europese burgers en het milieu. De Commissie probeert de onderhandelingen zo snel mogelijk door te voeren in de hoop de Europese inwoners de kans niet te geven om hiertegen in opstand te komen. Het is een zeer technische en ingewikkelde materie, en zodra het partnerschap goedgekeurd is, mogen we de illusie laten varen dat er nog iets tegen gedaan kan worden. Soevereine staten zullen, zelfs via parlementaire weg, hier totaal niets tegen in te zeggen hebben, analoog aan het Europees begrotingspact dat eind december door de Belgische staat als laatste Europese staat goedgekeurd werd.

Maar er groeit alsmaar meer een verzet dat alsmaar meer van zich laat horen. In aanloop naar de verkiezingen zijn ook de Europese Groenen met een anti-TTIP-campagne begonnen. Europees Parlementslid Bart Staes (Groen) verstuurde begin maart zelfs een verklaring naar de Vlaamse Europese lijsttrekkers waarin hij hen vroeg om geen akkoord goed te keuren dat:

'niet transparant onderhandeld wordt en afgestemd wordt op de belangen van de lobbies van het multinationale bedrijfsleven;

multinationals de macht geeft (via ISDS) om staten aan te klagen voor regelgeving die dient om hun burgers of milieu te beschermen;

niet de veiligheid van de hele voedselketen en het voorzorgsprincipe garandeert;

vervuilende olie en schaliegas promoot ten koste van milieu en klimaat;

gegevensbescherming afbouwt en patenten verder versterkt;

[een] liberalisering van openbare diensten [een] liber [doorvoert]; een 'race to the bottom' veroorzaakt op het vlak van sociaal-economische regelgeving in Europa en Amerika, voor zeer overschatte economische winsten voor enkele multinationals

internationale standaarden bepaalt en oplegt aan de rest van de wereld.'7

Stuk voor stuk niet meer dan correcte en zelfs brave standpunten, die geen van zijn colle ga's heeft willen ondertekenen.

Het is nu aan de Vlaamse en Europese burger om te oordelen of hij De Gucht een blanco cheque wilt geven om te onderhandelen over onze toekomst, in het belang van de grote bedrijven, zijn eigen ego en waarbij hij pokert met onze gezondheid en het milieu. Wat na bijna een jaar onderhandelen opvalt, is dat het grootste deel van de publieke opinie nog steeds niet op de hoogte is van dit dossier en dat er, met hulp van de reguliere media en politieke partijen van het establishment, zo min mogelijk gerucht aan wordt gegeven. De Europese Commissie heeft reeds beweerd dat geheimhouding in dit dossier absoluut noodzakelijk is omdat het over internationale relaties gaat, wat steeds delicate materie is. Maar als deze onderhandelingen om reguleringen en regelgevingen gaat, met een enorme impact op het leven van de burgers, heb ben zij net het recht om te weten wat er op tafel ligt en hoe hierover onderhandeld wordt. Leggen wij ons vertrouwen in een niet-verkozen technocratische instantie die haar eigen belangen wilt veiligstellen op de onze? De lezer kan in eer en geweten beslissen wat hij wilt, en of hij zich bij het verzet wilt voegen of niet...

Jef NYSSEN