Nummer 197


Omslag | mei 2014


Wallonië/Interview. Rik Van Cauwelaert: "Het is de Generale die alles leeggeplunderd heeft en Wallonië heeft laten vallen" (Bernard Daelemans)<< Nummer 197

In de Vlaamse pers is de kritische belangstelling voor wat er in Wallonië leeft niet zo groot. Een opvallende uitzondering is Rik Van Cauwelaert, die tegenwoordig wekelijks in De Tijd zijn scherpzinnige en altijd degelijk onderbouwde achtergrondcommentaren schrijft over het Wetstraat gebeuren. Met zijn Wetstraatrubriek Paleis der Natie vult hij con brio het hiaat op dat daar na het vertrek van Marc De Weerdt was ontstaan. Van Cauwelaert confronteert het politieke wereldje met ongemakkelijke waarheden die onverbiddelijk zwart op wit zijn terug te vinden in officiële rapporten die de bewindvoerders liefst ergens in archiefruimte zouden stof laten vergaren. Bij alle dagjespolitiek zorgt Van Cauwelaert er wel voor dat we als lezer ook wat vernemen over echte maatschappelijke uitdagingen, zoals de betaalbaarheid van onze pensioenen of de financieringswet. Hij herinnert met de regelmaat van de klok aan het feit dat onze beleidsmakers heel wat soevereiniteit en macht hebben afgestaan aan de EU, en dat ze zichzelf hebben veroordeeld tot het uitvoeren wat in die cenakels is bedisseld. En, last but not least, Van Cauwelaert heeft een fijne neus voor heel wat communautaire gevoeligheden. Dan helpt het als je, zoals hij, over het muurtje van de taalgrens kijkt en ook daar je contacten hebt. De ideale man voor Meervoud om het over Wallonië te hebben.

Kende u het ‘Vlaams marshallplan voor Wallonië’ van Antoon Roosens?

Zeker wel. Ik heb het gisteren nog eens doorgelezen. Het is verbazend hoe actueel die tekst blijft na 16 jaar. De economische toestand van Wallonië is nauwelijks veranderd sindsdien. Je kan het tegenwoordig zelfs aflezen uit het jaarboek van de Nationale Bank. Sinds enige tijd publiceren die ook aparte gegevens per gewest. In de preambule bulkt het van de vage algemeenheden, die tekst wordt dan ook 65 keer nagelezen en afgezwakt, verdoezeld tot er haast geen wetenswaardigheden meer in te lezen zijn, maar uit de tabellen, statistieken en grafieken komt de waarheid tevoorschijn. Sinds de tijd van Antoon Roosens zijn de verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië zeker niet verkleind maar eerder vergroot! Het is zonder meer een belangrijk essay.

De tekst is dus niet door de feiten achterhaald. Maar vindt u het idee zelf van een solidariteitsplan van Vlaanderen voor Wallonië behartigenswaardig?

In elk geval. Het is zeer juist wat hij zegt. Niemand betwist nog het bestaan van de transfers. Maar die transfers bestendigen het systeem van afhankelijkheid waarin Wallonië gevangen zit. Er is nu wel een heel bescheiden beleidswijziging gekomen. De Waalse regering lijkt zich te laten inspireren op het Franse model van ‘les poles de développement’. In bepaalde regio’s worden zeer gespecialiseerde bedrijven samengebracht. In het Noorden bijvoorbeeld al de bedrijven uit de distributiesector, ik geloof dat ook Colruyt daarbij betrokken is. In andere regio’s brengt men alles wat Higth Tech of farmaceutica aangaat bij elkaar. Zo worden er bedrijfsnetwerken opge zet waar ook de universiteiten en laboratoria bij betrokken worden. Iets dergelijks streeft ook de Waalse regering na. Tot op zekere hoogte lukt dat ook, vooral dan rond LouvainLa-Neuve. In het Luikse ontstaat er zo een pool rond de vlieghaven en het kanaal. Het is een nieuwe richting die het beleid bewandelt, maar zoals gezegd, het blijft erg bescheiden. Trouwens, vele initiatieven in Wallonië steunen op Vlaamse investeringen. Vlamingen steken de taalgrens over: in Wallonië is er veel ruimte en de overheidssteun is ook niet gering.
Kijk maar naar Bierset: de luchthaventrafiek daar is voor een aanzienlijk deel gesubsidieerd.

In zijn essay heeft Roosens het over de noodzakelijke Vlaams-Waalse solidariteit, maar u schrijft vaak over de problematische Waals-Brusselse solidariteit.

Die Waals-Brusselse solidariteit moet men vooral niet overschatten. Er is met veel poeha een ‘fédération Wallonie-Bruxelles’ opgericht. Maar men kan zich afvragen of dat wel een echt politiek draagvlak heeft. Op een gegeven moment had de Waalse minister Marcourt het over ‘déconstruction’. Binnen de 24 uur reageerde Philippe Moureaux vanuit Brussel: “Als dat zo zit hebben wij in Brussel geen andere keuze dan toenadering tot Vlaanderen te zoeken.” Om maar te zeggen hoe snel het kan gaan. Die samenhang tussen Brussel en Wallonië is nooit intens geweest. Integendeel! Als men de geschriften bekijkt van André Renard, ja, dan lees je wel dat er een zekere bereidheid is om voor de Franstalige Brusselaars op te komen, maar in de fond gaat het wel om ‘Wallonië eerst’. Als een vergadering in Brussel uitliep, was het er voor een Dehousse haast teveel aan om in Brussel te blijven slapen. Dat is ook verklaarbaar, en Roosens schrijft dat ook in zijn tekst: Wallonië is op een spectaculaire manier het slachtoffer geweest van het Brussels-Belgisch kapitalisme. Een Renard besefte dat ook heel goed.

Ziet u in de feiten een financiële solidariteit tussen Brussel en Wallonië, bijvoorbeeld op het vlak van de financiering van het onderwijs?

Er bestaat grote terughoudendheid. Ten eerste weet men ook in Wallonië wel dat het onderwijs in Brussel slecht wordt gemanaged. Het is verre van een succesverhaal. Wallonië heeft ook de middelen niet om Brussel echt financieel te ondersteunen. Daarom heb ik altijd gevonden dat de Vlaamse partijen veel meer contacten moesten zoeken over de taalgrens. Zelfs partijen als N-VA. Er zijn wel degelijk regionalisten te vinden in de Waalse partijen, zeker bij de PS. Bart De Wever heeft zich tijdens de gesprekken in Vollezele met Elio Di Rupo laten afschrikken. Di Rupo zei over de regionalistische stroming : “Ce sont des vieux monsieurs”. Hij deed het voorkomen dat het niets meer voorstelt. Terwijl die juist wel iets voorstellen, met name Anne Poutrain, de rechterhand van Di Rupo zelf, die aan het hoofd van de studiedienst staat, dat is een echte regionaliste. In Le Soir schreef Béatrice Delvaux nog een aardig stukje over dat initiatief van Poutrain met de Bernard Rentier, de rector van de Universiteit van Luik en Eric Thong, die een denkgroep hebben opgericht om te reflecteren over ‘La Wallonie sans la Flandre’. Die zijn zich aan het voorbereiden. En daar wordt met geen woord over Brussel gesproken.

Het blijft moeilijk een echte dialoog aan te gaan met de Waalse regionalisten. Dat hebben we zelf gemerkt toen we destijds Philippe Destatte aanspraken van het Institut Destrée.

Inderdaad, het Instituut blijft ergens een soort verlengstuk van de partij. Dat is geen groot geheim. Maar er zijn nog meer wallinganten te vinden, in de academische wereld, een professor Deschamps van de universiteit van Namen, bijvoorbeeld. Die publiceert interessante cijfers en bevestigt heel wat zaken die in Vlaanderen worden geschreven. Maar het is moeilijk om hem te strikken voor een interview. Interessante gesprekspartners zijn er zeker te vinden, maar ze verleiden tot verklaringen op het publieke forum blijft een moeilijke zaak. Onderschat vooral niet dat de PSstaat een realiteit is. Men sprak vroeger altijd over de CVP-staat in Vlaanderen, maar die CVP-staat heb ik nooit gezien. Maar in Wallonië is de PS-staat echt zichtbaar en voelbaar. Of men nu in de academische wereld verzeilt, of in het ondernemerschap, altijd moet je via de PS passeren om iets te bekomen.

Enkele jaren terug heeft Jules Gheude een Staten-Generaal van Wallonië samengeroepen. Het viel toch vooral op dat er een oude garde aan het woord was, de academische wereld, het middenveld blonk uit door zijn afwezigheid.

Dat is de oude clan van het Rassemblement Wallon. Maar kijk eens naar een Gendebien. Die wordt hardnekkig geweerd uit de pers, krijgt nergens forum, in geen enkel blad. En toch telt zijn beweging duizenden leden. En dat zijn niet van de minsten. De sympathie is er wel hoor voor de Waalse zaak. Maar ermee uitpakken is een andere zaak. Trouwens, zopas heb ik meegewerkt aan een heruitgave in het Nederlands van de beruchte brief uit 1914 van Jules Destrée ‘Sire il n’y a pas de Belges’. Dat was naar aanleiding van de 100ste verjaardag van dat toch wel ophefmakend geschrift. Welnu, in Wallonië is die verjaardag in de grootste stilte gepasseerd. In zoverre dat een Michel Henrion twitterde dat je tegenwoordig naar de VRT moet luisteren om iets te vernemen over de 100ste verjaardag van het pamflet van Jules Destrée. Als er nu één determinerend
moment is geweest, was het dat wel.

Toch blijft u zeggen dat de regionalistische stroming niet dood is… Een Happart heeft onlangs ook verklaringen afgelegd pro-confederalisme

Happart zit natuurlijk in een aantal schandalen verwikkeld en correctionele procedures. Dat is niet meteen een goede medestander . Hetzelfde geldt trouwens voor Van Cauwenberghe. Het punt is dat men zijn tijd moet nemen om bruggen te slaan. Een De Wever zou daarin moeten investeren. Je gelooft soms je oren niet. Zo was ik een keer in de studio van Kanaal Z met Karl-Heinz Lamberts,de Duitstalige minister-president. Dat was in de zomer van 2010 ten tijde van de lange regeringsformatie, toen Lamberts op verkenning werd uitgestuurd, weer een maneuver om tijd te winnen. Lamberts heeft zijn rol toen perfect gespeeld als ‘goede Belg’. Ook op dat debat was het weer van dat. Maar achteraf in de schminkstoel, liet hij zich ontvallen dat hij vol spanning zat te wachten op wat De Wever voor de Duitstalige gemeenschap uit de brand zou slepen.

De Duitstaligen die zogezegd de laatste Belgen zijn… Maar zij zitten wel onder de knoet van Namen, toch?

Dat is inderdaad het gevoel dat ze hebben. Daar zijn ze zeer ongelukkig mee. Trouwens, je moet maar eens de snelweg nemen vanuit Verviers in de richting van Trier. In het Duitstalige gebied zijn alle wegaanduidingen overschilderd. Het Frans is overschilderd wel te verstaan. Weet je wel dat de Duitstalige gebieden een aanzienlijk aandeel leveren tot het Waals BBP? Neem die negen gemeenten en de Franse gemeenten met Duitse taalfaciliteiten weg en je zal al een heel verschil merken. Het spreekt voor zich dat Wallonië dat niet graag lost. Maar ze beseffen wel dat ze de autonomie van het Duitstalige gebied moeten eerbiedigen.

In zijn tekst schrijft Roosens ook dat zolang de Vlaamse verdeeldheid een afgetekende meerderheid voor een echt zelfstandig Vlaanderen in de weg staat, de Walen ook eigenlijk geen andere keuze hebben dan van België het beste te maken, en er zoveel mogelijk uit te halen.

Welneen, inderdaad, zij blijven alles afremmen en proberen te behouden wat er te behouden valt. Anderzijds weten zij zeer goed dat de tijd tikt. Een klein jaar voor zijn dood heeft Guy Spitaels nog een interview gegeven aan Le Soir waarin hij zei: we moeten op een andere entiteit wedden: Wallonië. “We hebben niet veel tijd meer. Ten laatste in 2019 is het hier afgelopen.” Ook weer typisch dat zulk een belangrijk interview geen enkele weerklank heeft gekregen in de Vlaamse pers. Vergeet toch niet dat Spitaels Dieu werd genoemd! Hij had nog altijd een grote aanhang. Ik ben nog op zijn tachtigste verjaardag geweest. Dat zat daar stampvol. Ook Busquin zei altijd: “C’est trop tôt pour nous, c’est trop tôt.” Ze wilden minstens een deel van de achterstand inhalen. We moeten helaas vaststellen dat de achterstand niet wordt ingehaald. Integendeel hij dreigt te vergroten.

Het valt me altijd op dat het politiek discours in de Franstalige media, in de academische wereld en in de partijpolitiek altijd zo’n grote samenhang vertoont. En ook dat het discours van de dag op de nacht volledig kan omslaan. Men was jarenlang ‘demandeur de rien’. Maar toen de deal met Verhofstadt in de maak was, begon de RTBf plots uitzendingen te maken over federalisme en fiscale autonomie.

Verhofstadt was ook bereid heel ver te gaan om in de 16 terecht te komen. De hervorming om in de 16 terecht te komen. De hervor van de financieringswet die hij toen heeft doorgevoerd, is het probleem waar wij nu mee worstelen. Hij heeft de geldproblemen van het Franstalig onderwijs opgelost. Hij heeft nog meer van die cadeaus uitgedeeld. Voor de Franstaligen was dat schitterend. Minder gekend is het feit dat dit zich nog een tweede keer heeft voorgedaan bij de vorming van Paars II. Tijdens die formatie zijn De Gucht en Di Rupo frontaal in aanvaring geraakt. De Gucht verzette zich tegen de PS-eis om een structurele groei te voorzien in de begroting voor Volksgezondheid. Di Rupo is toen een tijdlang van het formatieberaad weggebleven. Di Rupo heeft zijn slag thuis gehaald.
Dat was zijn voorwaarde om Paars II te steunen.

Nu we het toch over geld hebben, hoe ziet u de implementatie van de zesde staatshervorming gebeuren?

Ik heb vooral de publicaties van Thierry Bodson (van het FGTB) gevolgd. Vergeet immers niet dat de nieuwe financieringswet een element van besparing inhoudt omdat men bevoegdheden zal overhevelen zonder navenant middelen ter beschikking te stellen aan de deelstaten. Weliswaar is er voor Brussel een smak extra middelen uitgetrokken en zijn er de eerste jaren een aantal compensaties voorzien om Brussel en Wallonië te behoeden voor ‘verarming’. Maar het spreekt voor zich dat Wallonië en Brussel moeilijkheden gaan ondervinden om de zesde staatshervorming te implementeren, zeker wat betreft het kindergeld. Je ziet de Franstalige partijen al aansturen op uitstel van die overdracht. Anderzijds rijst nu het debat over de ‘gelijkheid’ van alle kinderen: moeten kinderen uit welstellende gezinnen evenveel kindergeld krijgen als die uit minder begoede families. Die discussie krijg je nu ook in Wallonië. Maar het grote probleem van de Walen is dat van de tewerkstelling: zij zitten met een veel grotere tewerkstelling in overheidsdiensten. Als ze dat allemaal zelf moeten gaan bekostigen… Het is toch wel aan het Waalse uitgavenpatroon te danken dat de globale Belgische schuld weer boven de 100% is uitgestegen. Bepaalde uitgaven – met name honderden miljoenen van het autosnelwegenfonds hadden ze buiten de jaarrekeningen willen houden, maar Europa heeft er anders over geoordeeld. Het is Didier Gosuin die dat aan het licht heeft gebracht. Hoe dan ook, volgens mij kunnen Wallonië en Brussel de bevoegdheidsoverdrachten van de zesde staatshervorming niet aan. Ik heb dat op een RTBFdebat gezegd en iedereen – Béatrice Delvaux en Henri Calmant – waren het met me eens.

Het is allemaal erg treurig. Een stad als Charleroi heeft een Marshallplan op zich nodig.

Het is wel opvallend dat de Waalse regering maar blijft investeren in de staalindustrie, die eigenlijk bijna helemaal ontmanteld is.

Er is nog een koudwalserij. En ja, Mittal blijft daar, omdat hij zoveel geld krijgt. Volgens mij zou het voor de Waalse regering goedkoper uitkomen om die arbeiders naar huis te sturen en hun salarissen zo uit te betalen. Ze hebben uitstootrechten toegekend, fiscale voordelen, dat het geen naam heeft. Dit is nonsens. Investeer dan in iets anders.

Ze blijven vasthangen aan dat industrieel verleden, terwijl ze, ik herhaal het, zoals Roosens zegt, de grote slachtoffers zijn. Het is stuitend dat een Albert Frère mensen lessen gaat geven in burgerzin. Maar wie heeft Wallonië leeggeroofd en is naar Frankrijk getrokken? Of een Steve Davignon. Het is afschuwelijk wat die lui in Wallonië hebben aangericht, een heel industrieel patrimonium hebben laten kapot gaan. De fortuinen die ze hebben opgebouwd zijn onmetelijk. Het is de Generale die alles leeggeplunderd heeft en Wallonië heeft laten vallen nadat de subsidies waren opgedroogd.

En toch bleef men rekenen op die oude structuren. Dat valt toch op… In Wallonië heeft men destijds allerlei investeringskredieten zoals door Gaston Eyskens aan het einde van de jaren 1950 in het leven geroepen, links laten liggen, terwijl men daar in bepaalde Vlaamse regio’s massaal van gebruik heeft gemaakt om zich uit het moeras op te trekken. Ook van de Wet Detaeye is in Wallonië geen gebruik gemaakt.

De bevolking en ook de sociale bewegingen waren ook opgegroeid in dat Generale-imperium…

De sociale bewegingen hebben niet alleen de boot gemist van de industriële reconversie, maar ook de communautaire en de Europese trein. Ze hebben vaak alleen oog voor hun eigen machtsposities. Met het communautaire willen ze zich niet inlaten, maar het zou straks wel eens kunnen gebeuren dat het communautaire zich met hun zaken gaat bezighouden. En ook de grote sociale afbraakmechanismen die op Europees niveau werden in gang gezet hebben ze niet zien aankomen. Ja, nu het te laat is. De ‘six-pack’, het begrotingspact, alle belangrijke beslissingen zijn al genomen. Er komt een hele trein besparingen op ons af.

Vlaamse beweging, sociale bewegingen, het is opmerkelijk dat u die in één adem noemt om bij Europa uit te komen. Roosens zou het niet beter hebben gedaan.

Roosens doet me enorm denken aan Leo Picard. Tijdens de grote winterstaking van 1960-1961 pleitte die ook voor gesprekken met de Walen om de sociale systemen beter op elkaar af te stemmen. Maar natuurlijk de figuur van Renard heeft velen in Vlaanderen zoveel angst ingeboezemd, dat dat idee niet aansloeg. Nochtans, Renard en ook Jacques Yerna waren interessante gesprekspartners. Dat waren bovendien figuren met gezag. Ik herhaal het: dat spoor zou men opnieuw moeten bewandelen.

Bernard DAELEMANS