Nummer 199


Cyprus | september 2014


Sluipmoord op Famagusta (andermaal) (Lukas De Vos)<< Nummer 199

tussen Cyprus en het door Turken bezette noordelijk gebied. Eerste doelwit was Fama- gusta, de stad die tot de bloedige invasie van 1974 het economisch en toeristisch hart was van het eiland. Eén vijfde van de hele bevol- king werkte er. De helft van de hotelbedden was in die stad te vinden. De diepzeehaven nam liefst 83 % van het vrachtvervoer voor zijn rekening, en zo goed als de helft van alle bezoekers in Cyprus. De trekpleister was het mondaine Varosja. Sinds de inval is dat ver- boden gebied. Ik ben aan de afgrendeling hoogst onvriendelijk weggejaagd. Vanuit de formidabele ruïnes van Salamis (Salamina, zeggen de Cyprioten) zag ik met eigen ogen de wraakroepende wurging van haven en pleisterplaats aan. De hoogbouw in de spook- stad staat te verkruimelen, de wegen zijn ge- barsten, overal schieten struiken op. Maar de parasols die het weer hebben overleefd staan nog altijd aan het strand, de was hangt her en der nog aan de draad, de verdrijving van alle Grieks-Cyprioten heeft de omwalde stad Fa- magusta deerlijk verarmd en schraal ge- maakt. Je kunt er nog Efesbier drinken voor het plein van het Venetiaans paleis, maar de fut is eruit. En dat beseffen de burgemeesters van beide gemeenschappen: de Griek Alexis Galanos en de Turk Oktay Kayalp. Moedige mensen. Begin december vorig jaar gaven ze een gemeenschappelijke verklaring uit, waar- in ze verregaande voorstellen deden om de waanzin van de bezetting tegen te gaan. Ze vroegen om de heropening van de haven on- der toezicht van de Europese Unie. Om UNESCO-klassering van de oude stad, de stad van 365 kerken zoals ze voor de val van de stad in 1571 genoemd werd. En om toe- passing van resolutie 550 die de Veiligheids- raad in 1984 aannam, Varosja VN-gebied ver- klaarde, en de stad alleen wou teruggeven aan de oorspronkelijke inwoners – vrijwel alle- maal Griekssprekenden.

Turkije heeft ook die resolutie hooghartig aan zijn laars gelapt, en volhardt in de boosheid. Maakt niet uit. Ankara heeft al 74 andere re- soluties naast zich neergelegd, 17 uitspraken van de Algemene Vergadering, en veroorde- lingen door het Europees Hof voor de Men- senrechten. Resolutie 541 heeft trouwens de zelfbenoemde Turkse Republiek van Noord Cyprus een onwettig gebied verklaard. Maar de macht kruipt waar ze niet gaan kan, bar- baarser kan nauwelijks, zoals Turkije zich blijft beroepen op het Verdrag van Zurich uit 1959, waarbij drie landen de neutraliteit en onafhan- kelijkheid (in 1960) van Cyprus moesten waarborgen: oud-kolonisator Groot-Brittannië (dat overigens nog altijd twee militaire bases heeft), Griekenland en Turkije. Dat er sprake was van een poging tot enosis in 1974 (terug- keer naar, of beter, aanhechting bij het moe- derland Griekenland) in de nadagen van het kolonelsbewind lijdt geen twijfel. Dat daarvoor een Turks ultranationalistisch verdelingsplan uit 1957 werd opgedolven (waarvan de hui- dige grensafbakening een vrijwel identieke afdruk is), is minder proper. Dat een door- zichtig voorwendsel de dood van de Ameri- kaanse ambassadeur Rodger P. Davies was bij Griekse opstootjes in Nicosia staat buiten kijf. Daar kun je ten hoogste NAVO-verharden mee paaien. Dat zelfs in 2006 huidig presi- dent Erdogan de “complexiteit” inriep om de eigen Ottomaans-irredentistische reactie goed te praten, en dus alles blauw-blauw te laten, gaat helemaal te ver.

Er is maar één houding die de Europese Unie kan aannemen: radicale verwerping van elke militaire bezetting en van de gedwongen over- brenging van pioniers uit het ongeletterde berggebied van Anatolië om de voze aanspra- ken kracht bij te zetten. De huidige toestand is zodanig vergiftigd dat ook de Turks-Cyprioten niet langer baas zijn in eigen “land”. Tussen de 35.000 en 42.000 soldaten blijven gehand- haafd in het noordelijk derde. Meer dan 200.000 boeren zijn al dan niet verplicht ver- huisd naar Noord-Cyprus, praktijken die elke vergelijking met Stalins deportaties (de Bal- ten, de Krimtataren, de Wolgaduitsers) en de opgelegde inwijking van etnische Russen in Estland en Letland zonder moeite doorstaan. De Turks Cyprioten zijn een minderheid in hun eigen gewest geworden. En dat beseft ook loco-burgemeester Oktay Kayalp maar al te goed. Erdogan rekent erop dat tijd in zijn expansionistisch voordeel speelt. Dat Europa zich bij het onvermijdelijke zal neerleggen. Helemaal ongelijk heeft hij niet. De Unie heeft dit jaar twee nieuwe onderhandelingshoofd- stukken geopend, al blijven er een tiental ge- sloten vanwege schending van de mensen rechten en inbreuken op de rechtsstaat en de democratische uitgangspunten. De weigering om Cyprus te erkennen, en vliegtuigen of schepen uit Cyprus de toegang tot het Turkse grondgebied te ontzeggen is er een van. De afdreiging met oorlogsschepen in de erkende economische zeezone van Cyprus (waar ge- boord wordt naar gas) is er nog een. De aan- pak van binnenlands protest tegen een auto- ritaire ruk naar een islamitisch bewind een ander. Maar om het smeer likt de kat de kan- deleer – Turkije heeft de voorbije tien jaar een forse groei gekend, niet zoals de Unie met haar bankeninzinking. Alleen: het dubbelzin- nige optreden van Turkije in de Midden-Oos- ten-crisis, de bedekte steun aan groepen in Syrië, de verkettering van Israël (dat mee aan gasboringen doet en een nieuwe steun heeft gevonden in Egypte in zijn conflict met de Pa- lestijnen), de stelselmatige verwatering van het republikeinse gedachtegoed van Atatürk (die zelf het laatste kalifaat afschafte), ze wij- zen
op een binnenlandse agenda, niet op een opening naar de rechtsstaat en de Europese waarden.

Net daarom blijft Cyprus de lakmoesproef. Ik heb nagegaan hoe het land zich ondanks de afdreiging en het verlies van één derde van zijn grondgebied én de naasting van alle Griekse bezittingen én de verwoesting van kerken en monumenten én de wederrechte- lijke installatie van een marionettenregering in het noorden, bij de haren uit het moeras heeft getrokken. Eén van de onteigende vluchtelin- gen van Famagusta was de hoteltycoon Konstantinos Lodros. Hij bezat vrijwel alle betere hotels in Varosja, moest halsoverkop vluchten en alles achterlaten. In Limassol bouwde hij zijn hele imperium opnieuw op, de hotels kregen dezelfde namen als die van Varosja. Limassol heeft intussen de rol van Famagusta helemaal overgenomen, als doorvoerhaven én als toeristisch centrum.

Burgemeester-in-ballingschap Alexis Galanos erkent het volmondig. Hij heeft een uitvalsba- sis aan de Makarios III-laan in Limassol (Le- monos). Ik ontmoet hem in zijn hoofdkwartier aan de Regaenastraat in Nicosia – op een steenworp van de verafschuwde groene lijn, het netwerk van dode, instortende straten dat de hoofdstad middendoor snijdt sinds de in- vasie. Enkel witte VN-jeeps patrouilleren er. Het CMP (de organisatie die vermiste perso- nen opzoekt, opgraaft, identificeert, en aan de familie terugschenkt) heeft er in het voorma- lige Ledra Palace Hotel aan de grensover- gang zijn hoofdkwartier. Leuk detail: dit jaar herdenkt één van de drie oudste vredeszen- dingen van de VN, Unficyp, zijn 50e verjaar- dag in de bufferzone. Het oude vliegveld van Nicosia, met toen één van de modernste ge- bouwen in Europa, en dus vol asbest en be- ton, staat er nog altijd ruïne te worden. Pikant detail: één van de achtergebleven publiciteits- affiches wil nog altijd toeristen lokken naar Varosja. Op de tarmac getuigt de laatste van vier driemotorige Trident-toestellen die Cy- prus Air rijk was, van het verval – motoren allicht gebruikt om een ander toestel te de- panneren.

Galanos is inmiddels 75 en heeft zijn buik vol van de officiële politiek. Ook al blijft hij fier vol- houden dat hij nooit naar de politiek is terug- gekeerd, wel naar Famagusta. “Ik ben in 2006 met een krappe meerderheid gekozen”, weegt hij zijn woorden. “Famagusta was 40 jaar lang een bolwerk van AKEL, onze communistische partij. Ik ben, als medestichter van de Demo- cratische Alliantie (DIKO), van centrumrecht- se signatuur. De tweede keer kreeg ik een plebisciet. Van al wie verdreven is en hun nakomelingen. En natuurlijk is het hoogst frustrerend dat mijn stad afgesloten is met prikkeldraad en schildwachten. Ik kan alleen over het ommeland mijn zeg doen, vooral Paralimni, waar de bevolking naartoe vluchtte en die nu als hoofdplaats fungeert. Mijn rol beperkt zich nu tot ambassadeur. Ik hou de herinneringen levend en ik hou het sociale weefsel van weleer samen. Dat is een huma- nitaire opdracht. Ik was zwaar ontgoocheld in het officiële staatsoverleg. Daarom stapte ik in 1999 uit de politiek. Een kwarteeuw was ik volksvertegenwoordiger. Ik was kamervoor- zitter van 1991 tot 1996. Het kwam me alle- maal de strot uit. Alleen Famagusta telt nog”. Hij grijnst. “Dat is natuurlijk een politiek ant- woord op je vraag”.

Wat Galanos er niet bij zegt is dat zijn poging om in het Europees Parlement verkozen te ra- ken in 2004 mislukte. En dat hij vorig jaar naast de benoeming greep voor het voorzit- terschap van de Bank of Cyprus – misschien maar best ook, want daar is een aardig potje gerommeld, waardoor de rol van orthodokse kerk als aandeelhouder (de grootste grondbe- zitter in heel Cyprus) danig verwaterd werd. Galanos zelf denkt dat de ontgoocheling hem hartproblemen bezorgde. “In 2006 onderging ik een operatie in de Verenigde Staten. Ik moest het dus wel wat kalmer aan doen”.

Maar zijn gedrevenheid blijft. Hij herinnert zich het lot van Anastasia, een familielid. Zij baatte het mooiste hotel-restaurant uit op het strand van Famagusta. Verdreven, onteigend. Het werd een tijdje door de nieuwe “eigenaar” (want de Turken geven licenties aan hun taal- genoten) verhuurd. Nieuwe aanbouw, ver- fraaide inrichting, blijvende investeringen. Van de ene op de andere dag werd ook zij uit het gebouw gezet, zonder vergoeding. In 2008 werd het gebouw platgegooid. Er bestaat een foto van een grijnzende jonge snaak (de nieu- we “licentiehouder” ? misschien wilde hij er een flatgebouw op zetten?) naast bulldozers en kranen. Vandaag is het braakland. Nooit meer in gebruik genomen. Het is geen uitzon- derlijk geval, de meeste Grieken die hun vroe- gere bezittingen gaan opzoeken worden nors de deur gewezen, als de nieuwe “eigenaars” uit Turkije komen, of stellen vast dat hun terreinen plots ingenomen zijn door huizen- blokken. Over de Turkse Cyprioten, de oor- spronkelijke, geen kwaad woord. Zij hebben vaak alles bijgehouden, al 40 jaar, tegen de dag dat hun buren van vroeger terugkomen. Galanos slikt. “Het gebrek aan onderhoud oet pijn aan de ogen”. Dat was ook mijn gevoel toen ik de monumenten van Famagusta bekeek. Zelfs de door Moestafa Pasja tot moskee omgebouwde grootste kathedraal. De plannen om hetzelfde te doen met de Aya Sofia in Istamboel herinneren pijnlijk aan die bewuste
schoffering van andersgelovigen of andersdenkenden.

“Het is toch godgeklaagd”, foetert Galanos, “Dat het lot van Famagusta niemand in de Europese Unie beroert ? Die onverschillig- heid, daar gaat de democratie aan ten onder. Die kerk ? Ach, godsdienst heeft nooit een echte rol gespeeld in het onafhankelijke Cy- prus. Het gaat hier alleen om mensenrechten. Het voorstel van Cyprisch president Nikos Anastasiades om samen de hand aan de ploeg te slaan en samen Varosja herop te bouwen, dat is pas een vertrouwenwekkend initiatief. Arbeiders die samen aan de slag aan, investeringen uit alle hoeken, een werk- plan voor ingenieurs, vernieuwbouw, open- bare voorzieningen. Zo vinden we elkaar weer”. En wat zegt Ankara ? “Niets. De leider van de Turkse vertegenwoordiging Eroglu doet een futiel tegenvoorstel: ontmijnen. Dat is al gebeurd door de VN”. Dat klopt. Louize Berber van Unficyp bevestigt dat de hele buf- ferzone is vrijgemaakt van achtergebleven munitie en mijnen. Er is na overstromingen ook rond Famagusta een operatie gedaan. “Er is één mijn gevonden en onschadelijk gemaakt”.

Stom, vindt Galanos. “De gezamenlijke her- opbouw van Famagusta – dat overigens niet volgens plan, en eerder per toeval in de laat- ste uren voor de definitieve wapenstilstand op 16 augustus 1974 werd ingenomen – is ook voordelig voor Turkije. Het kan zijn aanspra- ken om lid te worden van de EU danig kracht bijzetten”. “Maar het zijn toch de Grieks-Cy- prioten die in 1984 in een volksraadpleging het plan Annan verwierpen, en daarmee de directe hereniging van Cyprus torpedeerden?” “Eerlijk zijn. Dat plan telt 10.500 bladzijden. Niemand heeft die gelezen. Het is voorgelegd 24 uur voor de ondertekening. ’s Morgens bleken op aansturen van de VS nog een acht- tal nieuwe punten opgenomen”. Ambassadeur Antonis Grivas wordt boos: “President Papa- dopoulos was al in Zwitserland voor de on- dertekening. Maar dat bedrog was echt ene koud stortbad. Dat kon hij niet goedkeuren”. Galanos wordt melancholisch. “Famagusta was de meest ontwikkelde stad van Cyprus. Ik ben er geboren in 1940. Kayalp trouwens ook, in 1957. Hij is al vier keer herkozen sinds 1994. Weet je dat de Britten in 1932 de diep- zeehaven hebben aangelegd ? Na de uitdie- ping in 1965 ging het pas echt oerend hard. Famagusta werd de motor van de economie”. “En kan dat opnieuw ?” Galanos, mijmerend: “Niet in een wip natuurlijk, maar over vijf tot tien jaar, als we goed samenwerken, geven we de stad nieuw leven. Wat we nodig heb- ben is vertrouwen. En investeringen. Daar kan de EU bijspringen. Dat doen ze nu ook bij de aanleg van het nieuwe Elefteriaplein in Ni- cosia – die werken liggen wel stil; het budget is fors overschreden; stad en aannemer lig- gen in de clinch; een nieuwe tender moet een uitweg bieden”.

Ik blijf even stil. “Gaan we dat nog meemaken in ons leven ?” Stil: “Ik weet het echt niet. Als de ekonomie weer aantrekt, moet dat toch kunnen? De EU kan zich toch geen dode stad op zijn grondgebied veroorloven ? We moeten rekening houden met het geostrategisch be- lang van Cyprus, ook voor Turkije, met wat zich afspeelt aan de Turkse Oostgrens, met de gasboringen in de territoriale wateren, met onze bemiddelende rol, onze goeie betrekkin- gen met Israël én Rusland én Egypte. Als we alles op zijn beloop laten, kan alleen haat groeien. En de herinnering aan haat. Dat kun- nen de jongeren missen als kiespijn. Geef ze hoop en het recht op samenwerking”.

Maar wat met de ingewekenen uit Turkije ? “Niet belangrijk. Niet de aantallen tellen, al- leen het stemrecht, daar gaat het om”. Ik help het hem hopen. En verzwijg de sombere, ver- onrustende parallel die ik zie met de Otto- maanse overheersing. Toen Moestafa Pasja in 1571 na een beleg van meer dan een jaar de Venetiaanse vesting Famagusta in handen kreeg, liep het helemaal uit de hand. Er was een vrije aftocht bedongen voor de kruisrid- ders en onschendbaarheid van de Grieks-Cy- prioten. Het bekwam de christenen slecht. Stadhouder Marcantonio Bragadino werd terstond levend gevild. Zijn rechterhand Tie- polo zonder pardon opgehangen. De stad ge- plunderd, de inwoners over de kling gejaagd. Het woord van een Ottomaanse sultan was niet meer dan een zucht waard geweest. Twee jaar later werden de bezittingen van de Venetiaanse edelen gewoon ingepikt door het Ottomaanse Rijk. En dan de vingerwijzing: Moestafa Pasja verplichtte onmiddellijk pio- niers over te hevelen uit Anatolië. Etnische zuivering heet dat. Toen de Britten in 1878 eindelijk de macht overnamen was de ver- sterkte stad het bolwerk van de Turkse in- woners geworden. De Grieken woonden bui- ten de muren en in Varosja. De vergelijking met 1974 is akelig. Shakespeare zag het drama al hangen toen hij Othello schreef, de Moor van Famagusta. Het kasteel dat ooit de invaargeul beheerste en afsloot met zware kettingen bestaat nog altijd. Alleen zijn er geen cruiseschepen meer die daar kunnen aanleggen. De enige toegang kun je vanuit de omwalde stad bereiken. Zo sluiten de Turken zich weer af van de buitenwereld. En dat voor een stad waar ooit de Byzantijnse keizerin Theodora, de invloedrijke vrouw van Justi- nianus I, het levenslicht zag. Maar om eerlijk te zijn: ook Derwisj Eroglu. De engnationalist die gaat onderhandelen met Anastasiades, maar geen enkele beslissing kan nemen zon- der dat Ankara ermee instemt. Varosja ligt nog wel een tijdje aan de ketting. En de Des- demonen zullen er nog wel een tijdje rond- waren. In plaats van de koran of de vulgaat verdient het aanbeveling in deze eerder Sha- kespeare op te slaan: “Something, sure, of state, either from Venice, or some unhatch’d practice made demonstrable here in Cyprus to him, hath puddled his clear spirit; and in such cases men’s natures wrangle with inferior things, though great ones are their object” (Othello, Act III, Scene 4, Before the
Castle).

Lukas DE VOS