Nummer 20


| augustus 1996


Eindelijk... (Roel Van Booitshoecke)<< Nummer 20

Tenzij we ons vergissen zal, van alle 11 juli-verklaringen, deze van Norbert De Batselier het meest blijven nazinderen. Niet omwille van haar radicalisme, maar omdat zij de verdienste heeft een 'sienjaal' te laten horen vanuit een hoek waar het de afgelopen tijden oorverdovend stil was. Niets te vroeg, op een ogenblik dat het Blok pogingen doet om te gaan lopen met flamingantische socialistische kopstukken als een Emiel Moyson.

Eén zwaluw maakt natuurlijk nog geen lente, en het is maar de vraag hoe er in conservatief-socialistische kringen gereageerd zal worden op het confederalistisch credo van de Dendermondse burgemeester. In heel wat SP-baronieën is men helemaal niet opgezet met 'het communautaire ding', iets wat namelijk de gewone man niet zou aangaan en beter kan overgelaten worden aan de conservatieve rechterzijde. Om dan achteraf voor de zoveelste keer vast te moeten stellen dat de trein gemist werd. De Batselier weet echter dat dit vandaag meer dan ooit een vergissing zou zijn.

Het gaat hem immers niet om communautaire scherpslijperij. Een drietal jaar geleden schreven wij het reeds op deze plaats: Vlaanderen moet zelf zijn sociaal beleid kunnen voeren. Dat is onmogelijk zolang de sociale beweging Belgisch is. Een krachtige sociale beweging moet geworteld zijn in de brede lagen van de bevolking en mag niet aangevoeld worden als geïmporteerd of door welk Belgisch mechanisme dan ook opgedrongen.

Vandaar ook dat wij pleiten voor een eigen sociale zekerheid. In dit nummer van Meervoud legt Jef Turf uit waarom. Transfers in welke richting dan ook kunnen nooit het énige argument zijn voor een radicale splitsing. Onze principiële stellingname (sociale zekerheid en gezondheidszorg zijn immers cultureel bepaald en vormen dus een onvervreemdbaar recht van elk volk) is onafhankelijk van wisselvallige en manipuleerbare statistische gegevens.

En de solidariteit bij dit alles? In naam van die alleen-zaligmakende solidariteit, die 'progressief' heet te zijn, wordt het ons onmogelijk gemaakt een eigen progressief gezondheidsbeleid uit te bouwen. Het Belgisch carcan laat dit immers niet toe. Tot vandaag belet deze 'solidariteit' dat er een andere politiek gevoerd wordt inzake wapenproductie en wapenleveringen. En zo zijn er wel meer voorbeelden die aantonen dat 'solidariteit' niet noodzakelijk leidt tot een progressieve aanpak.

Inmiddels is het wel duidelijk dat er een zomerse stroomversnelling aan de gang is in dit debat. Er waren de uitlatingen van Pierre Chevalier, de rattachistische ontboezemingen van Eerdekens, de twee-snelheden-optie van Van den Brande... Nu heeft De Batselier er tenminste voor gezorgd dat de Vlaamse sociaal-democratie voor één keer niet afwezig blijft in het debat. We kunnen nu alleen maar hopen dat ook de Vlaamse intellectuele linkerzijde zich zal weten los te weken uit de emotioneel-Belgicistische modderpoel waarin zij aan het ploeteren is om terug het voortouw te nemen in de emancipatiebeweging van Vlaanderen.