Nummer 201


| november 2014


Lekka Lekka. Een Hekelschrift over de Slaafse Verering van de Machtigen der Aaarde (Lukas De Vos)<< Nummer 201

Ik heb de bedenkelijke opdracht gehad het bezoek van de heer Obama, Barack, hier te lande te verslaan. Het was koud op de tarmac, berenkoud. Er woei een eenzame, kille wind uit het oosten. De zon zakte te snel achter de kim. En de beestenwagen waarop de audiovisuele pers geposteerd werd tartte alle Afrikaanse improvisatie. Over de veiligheidsdiensten wil ik het niet hebben. De Amerikanen waren weer uitgerukt in rotten armour, de plaatselijke maréchaussée stond er tegen heug en meug voor spek en bonen bij. Alsof iemand het nog maar in zijn hoofd zou halen Air Force One uit de lucht te knallen. Zaventem is Kigali niet.

die ik na twee dagen vertoonde, vond ik de blinde adoratie die de heer Obama, Barack, te beurt viel. Op zich lijkt hij me een sympa- thieke, bewust getraind sportieve jongen, al- leen valt daar niets over te zeggen, want, naar Vondels woord, “wie is het die zo hoogh gezeten, by zich bestaet, geen steun van bui- ten ontleent, maer op zich zelven rust, en in zijn wezen kan besluiten” en als “der zonnen zon” nog mensen ontwaart?” Human resour- ces, dat zeker, menselijke grondstof. Maar mensen van vlees en bloed? Ga weg. Oba- ma, Barack, praat niet. Hij dicteert. In de nij- dige stijl van Cato de Oudere, vreugdeloos, verbeeldingloos, apodictisch, en retorisch machinaal.

De heer Obama, Barack, valt op zich niets te verwijten. Hij is maar de exponent van een imperialistische vanzelfsprekendheid, die drijft op grootkapitaal, speculatie, en ongeremde machtspolitiek. De heer Jinping, Xi, evenmin. De heer Poetin, Vladimir, evenmin. De heer Orbán, Viktor, iets meer. De heer Erdogan, Tayyip, iets meer. De hoveling is altijd slech- ter dan de heerser. Maar waar ik me mateloos aan erger is de gekozen onderdanigheid van de perskoelies, voorop de zelfverklaarde pro- feten van de politieke correctheid. Er glanst een trance in hun brauw. Er vloeit een warme golf van eeuwigdurende aanbidding en ver- heerlijking in hun pen. Toogpraat, die on- geëvenaarde meccano van onbehouwen kritiek, glijdt over in litanie. De koelie verpopt tot stijfsel van zelfbevrediging. Houten Klara’s tegen een kerkpilaar. Zoals de persontmoetin- gen in het Witte Huis. Wie het ook maar aan- durft spontaan een vraag te stellen aan de president wordt manu militari buitengedragen (en dat is een vergoelijkende omschrijving). Intussen wordt de sfeer van camaraderie en hartelijkheid mechanisch precies in stand ge- houden, de president pikt er zijn paladijnen uit en spreekt ze warm aan, met “Hey Joe ” of “Yes, Gerry ?”. Gerrymandering. Klef gekon- kel. Poppenkast van opgefokte “openheid”. Tragisch als “de ingenieurs van de ziel”, die Frank Westerman beschrijft.

Ik ben niet de enige die een gevoel van un- heimliche herinnering aan “mijn gal tegen mijn longen” voel opborrelen. Rik Torfs, hoofs zo- als het een rector betaamt en daarom zijn column in oerdegelijk klassieke zin “Retorika” noemt (De Standaard, 31 maart 2014), vroeg zich vertwijfeld af: “Wanneer bewondering verplichtend is, breekt het angstzweet uit. Hoe veins je enthousiasme te midden van enthou- siastelingen ?” Afgezien van de denkfout – wie was er eigenlijk een echte enthousias- teling, en geen geflipte fan ? – werkt Torfs’ stukje ontnuchterend en bevrijdend. De hele enscenering van Obama’s bezoek was een in de steigers gezet Jacobiaans drama, een machiavellistisch plot als dat van Cyril Tourneurs The Atheist’s Tragedy, ook al wordt het zwijgen niet meer opgelegd door moord maar door niet eens voorgewende zelfcensuur.

En dat komt door de afgoderij van het buikge- voel. Soms “common sense” geheten. Soms gewoon propaganda. Want achter de vanzelf- sprekende voor- of afkeuren zitten altijd spe- lers die de touwtjes van de poppen doen be- wegen. Spindoctors in het amorele jargon van de prestatiemaatschappij. Het is de achterlig- gende gedachte in het stukje van Torfs, die Obama’s welgeorkestreerde pirouette voor het spontaan drooggeselecteerde publiek in de Bozar verklaart. “De wijze lessen van Obama” (ruik ik daar enige ironie in die wijsheid ?) “zijn gebaseerd op vermeende weldenkendheid en niet op logica”. Alleen verklaart Torfs niet waarom dat zo geregeld werd door een, toegegeven, niet onbegaafd schrijverscollectief. Waarom ook de meest gewaardeerde verslaggevers en duiders ongegeneerd in de valkuil van die populis- tische misleiding zijn gedonderd. Ik vermoed omdat ze Lysias nooit gelezen hebben, laat staan de knepen van de verfijnde retoriek onder de knie hebben. Ze vermoeden dat ten hoogste bij de danspassen van Jef Vermas- sen, maar de heer Obama, Barack, bevindt zich te hoog in het zwerk om nog te kunnen, te willen duiden, omringd als hij wordt door scharen van Machten en Krachten, en afge- schermd door de Engel met het Grote Mes. De aanhef van de Verklaring van Den Haag van 24 maart doet het absolutisme nog tekort, maar verraadt al in zijn stijl de onthevenheid en morele onaantastbaarheid van de eigen heiligverklaring: “We” (uiteraard, zoals “Wij, Koning der Belgen”, de pluralis majestatis) “The leaders of Canada, France, Germany, Italy, Japan, the United Kingdom, the United States, the President of the European Council and the President of the European Commis- sion met. (…) Today, we reaffirm that Rus- sia’s actions will have significant consequen- ces. This clear violation of international law is a serious challenge to the rule of law around the world and should be a concern of all nations”.

Ik lees dat graag. Vooral die bezorgdheid bij álle naties. Wellicht bij degene die de meeste boter op het hoofd hebben. De VS misschien? Varkensbaai 1963 vergeten. Zomaar Grenada binnengevallen in 1983. Een invasie in Irak opgezet onder valse voorwendsels. Vietnam platgebombardeerd. Dictatoren als zetbazen gebruikt, terwijl die alle mensenrechten onge- straft konden schenden (Panama, Nicaragua, Kongo, Saoedi-Arabië, Bolivië, …). “Enhanced interrogation” invoeren, als schaamlapje voor geofficialiseerde marteling. Schaamteloos tot de kleinste kluns bespie- den, en er nog mee wegkomen ook (NSA), en zijn Europese feldwebels tot dezelfde ver- krachting van de rechtsstaat dwingen (wat ook het Europees Hof eindelijk heeft erkend). Frankrijk misschien ? Dat nog altijd West-Afri- ka als zijn eigen Arabisch Andaloesië be- schouwt. Keizers en tirannen maakt en kraakt. Kerncentrales verlapt aan wie wil be- talen, Ruslandboycot of niet, Iranboycot of niet. Duitsland misschien ? Dat zoete brood- jes bakt met China en onderzeeërs levert aan Taiwan. Dat de Russische aanhechting van de Krim hemeltergend vindt, maar Oekraine een neus zet met een rechtstreekse pijplei- ding onder de Oostzee vanuit datzelfde Rus- land. Dat zijn autolobby teksten laat herschrij- ven (de beruchte Porsche-paragraaf) die het Europees Parlement moet goedkeuren. Dat zich opwerpt als een bazige schoonmoeder over Kaliningrad, maar het protofascistische Hongarije de hand boven het hoofd houdt (maar natuurlijk, “Orbán is an honorouble man”, zijn Fidesz-stoottroepen zijn lid van de EVP). Groot-Brittannië ? Dat de mond vol heeft over vrijheid van burgers maar de vak- bonden heeft doodgeknepen. Dat de mond vol heeft van het zelfbeschikkingsrecht der volkeren, maar Schotland met alle middelen afdreigde mocht het voor onafhankelijkheid kiezen. Of Japan ? Dat ongestoord de oor- logstrom roert sinds Abe aan de macht is. Zijn grondwet wil herschrijven (zoals Hongarije deed), om een eigen legermacht uit te bou- wen. Of de kneusjes Italië en Canada? Slip- pendragers.

Hoe moet ik verstaan wat de heer Obama, Barack, oreerde in Brussel: “Together we ha- ve isolated Russia politically (…) Sanctions will expand. And the toll on Russia’s econo- my, as well as its standing in the world, will only increase”. En daaruit het besluit trekt: “Understand, as well, this is not another Cold War that we’re entering into. After all, unlike the Soviet Union, Russia leads no bloc of na- tions, no global ideology”. Wat is het anders dan Newspeak ? Natuurlijk heerst er een strikte ideologie die niet strookt met de godde- lijke onaantastbaarheid van de Amerikaanse alleenheerschappij. Die ideologie heet natio- nalisme. Staatsnationalisme onder het mom van volksnationalisme. De heer Poetin, Vladimir, kan het niet genoeg herhalen. “Wij zijn wel verplicht onze volksgenoten over de grenzen te beschermen”. Zoals in Abchazië, Transdnjestrië, Zuid-Ossetië. Sudetenland all over again. De Balten hebben dat goed be- grepen. Natuurlijk leidt Moskou een eigen blok: waarvoor dient anders de tolunie met zijn vroegere republieken van Wit-Rusland tot Kazakstan ? De Euraziatische Economische Unie? En natuurlijk is een nieuwe Koude Oor- log aan de gang, en worden wij daar bewust ingetrokken onder impuls van de grootban- ken, de veiligheidsfirma’s, de wapenhande- laars, de geheime diensten (ja ook de FSB, net als de NSA), die maar wat graag het on- veiligheidsgevoel aanzwengelen (dat enkel in hun hoofd en boekhouding bestaat, maar waarvoor 11 september en het “internationale terrorisme” nog altijd dienstdoen als veront- rustende verantwoording). En is dat erg? Nee, zegt Ian Buruma: “Heel de Koude Oorlog was bedoeld om een warme oorlog te voor- komen” (De Standaard, 12 april 2014). Helaas vormt “wraakzuchtig nationalisme een belem- mering voor diplomatie, die op geven en ne- men gebaseerd is”. Bevestiging van het gelijk gaat dan voor op argumentatie.

Daar komt de sofist Gorgias in beeld. Oor- logsstemming wordt gefabriceerd door reto- riek. In zijn redevoeringen is niet de inhoud primordiaal maar de stijl. Overtuiging belang- rijker dan waarheid. Opvattingen (ideologie) gaan voor op logica. Betogen en componeren op feiten. (Het zal dus ook wel geen toeval zijn dat de door Torfs aangeprezen advokaat Lysias eigenlijk een wapenhandelaar was, en een metoik op de koop toe; een man dus die immigrant was, zoals alle Amerikanen, geen volledig burgerrecht had en tevergeefs inzette op zijn verdiensten; de meritocratie is daar ontstaan, en nog altijd de grondslag voor de Angelsaksische benadering van de wereld – let wel: die verdiensten zijn nooit van ethi- sche, alleen van meetbare en conformistische aard. Lees het verhelderend satirische werkje van Michael Young, The Rise of the Merito- cracy, uit 1958 – toen al !)

Ik moet dus twee dingen doen: de opbouw van de heer Obama, Barack, zijn toespraak bekijken; en de slaafse navolging door onze commentatoren op de snijtafel leggen. In om- gekeerde volgorde. Want je leert veel uit de misleiding van de enen om de aanleiding te begrijpen.

De hoofdvogel schoot ene Hugo Camps af, bevooroordeeld azijnpisser bij gods genade, en vast oversteker van de Rubricon in De Morgen. De toon was meteen gezet op 27 maart: “Achter de woorden ligt het sacrale van Martin Luther King, de timing van Frank Sina- tra, de swing van Charlie Parker. Barack Oba- ma blijft een geweldige redenaar. Hoge kunst, hoger dan John F. Kennedy en Winston Chur- chill”. Raar maar waar: Goebbels en Hitler worden niet genoemd. Nochtans de grootste taalvaardige misleiders van de vorige eeuw. Waarop baseert de heer Camps, Hugo, zich dan wel ? Op de uitvinder van de be-bop en de scatmuziek, eigenlijk de voorloper van de zoveel sociaal geëngageerdere rap. Dat zegt alles over ritme, tempo, onbetekenende ge- luidsherhalingen, en afwezigheid van beteke- nis. Op de bekende maffioso van de Rat Pack, bij wie de stem en de ogen de inhoud vernevelden, en voor wie de idolatrie van de bobbie soxers de incarnatie werd van de wil- ling suspension of disbelief. En op een dro- mende dominee die het “geluk” had vermoord te worden zoals zijn radicale tegenhanger Malcolm X en de al even twijfelachtige Ken- nedy, zodat zijn Halleloeja-gezangen verhe- ven werden tot mantra’s van de burgerrech- tenbeweging. Drie keer buikgevoel, weinig ratio. Maar de stemmingmakerij van Camps dirigeert al het gebalk van de slaafse kudde volgelingen. Camps drijft de retorische überbietung op: “Onze Paul-Henri Spaak – ooit gevierd spreker – vervelt postuum tot schuurpapier in een oratorische betonmolen. Obama ontroert en bedwelmt met zijn ka- dans”. Spaak gevierd? Ja, door zijn paladij- nen. Waarschijnlijk alleen herinnerd om zijn Cassandra-uitspraak voor de VN in 1945: “Messieurs, nous avons peur de vous”. Toen al waren de Russen kop van jut. Oratorisch ? Ach, net als Churchill en De Gaulle blonk Spaak vooral uit door onbedwingbare tremo- lo’s en hyperbolen. Buikgevoel. Geen ratio.

Ik bespaar u de rest van Camps’ “bijna ero- tisch” gezwets, het herinnert teveel aan de minutieuze beschrijving van der renners “fraaie dijen” die Jan Wauters zaliger zo trachtte op te hemelen. Maar één ding is juist: “Obama staat voluit in de traditie van de Amerikaanse dominees”. Een Rubikkubus van clichés dus, en van stichtende verma- ningen. En een onwankelbaar geloof in het eigen gelijk. Met opgericht vingertje erbij. In De Standaard noemde Karel Verhoeven die houding “idealistisch”. Europa daarentegen, als het twijfels heeft over die “hooggestemde” geschiedenisles van de heer Obama, Barack, is “cynisch”. Misschien stelt Europa zich ge- woon diplomatiek op, en is het niet gediend met wapengekletter. Maar neen, daar sprak “een Amerikaanse president die zich niet vei- lig op afstand hield met gemeenplaatsen over internationaal recht. Daar sprak een president die op een moreel fundament wijst. Dat heeft iets verhevens”. Ik zei het al, wie is er die zo hoog gezeten? En “gemeenplaatsen over in- ternationaal recht”, je moet maar durven. Als de VS en Rusland dat internationaal recht es ter harte zouden nemen, of Frankrijk en Duitsland de Europese afspraken, dan was er pas ruimte om idealistisch te worden. Wat Verhoeven debiteert is een goedkoop beroep op het zo verfoeide populisme – geen duim- breed boven de selectieve verontwaardiging van briefschrijvers in de krantenkolommen, of de gestage afglijding naar de nieuwe DDR, waar iedereen iedereen bespioneert. Of vindt Verhoeven het ook normaal en prijzenswaar- dig dat, met instemming en aanmoediging van onze redacties, meer dan 50.000 idioten sme- ken om flitspalen in hun achtertuin ? En de gedachtenpolitie daarom gehonoreerd wordt ook? De politiestaat is nog een nageldikte verwijderd. Onderbuikgevoel, meer is het helaas niet. Zelfs in De Standaard dringt dat besef soms door. Schreef Hans Cottyn, vlak onder Verhoeven: “Een paar weken geleden zei Obama in een speech voor jonge studen- ten in Wisconsin dat ze maar betere een di- ploma handel en geen diploma kunstgeschie- denis konden behalen”. Het bleef natuurlijk De Standaard. Cottyn noemde dat vergoelij- kend een “vergissing”. Het is schofterig. En het toont aan waar de enige prioriteit van al die zogenaamde wereldleiders ligt: winst, geld, invloed, macht. En liefst absolute macht. Die ze omschrijven als “welvaart”.

Niet dat het beter klinkt in meer volksgerichte, minder intellectueel hoogdravende kranten. Gazet van Antwerpen sprak van een “bevlo- gen, indrukwekkende speech, zoals alleen president Obama die kan geven”. Asjemenou. Alleen Obama. Barack. Paul Geudens raakte geheel in dwaze vervoering: “Deze speech, rechtstreeks uitgezonden op CNN, zal de we- reld rondreizen en zal Rusland treffen (…) Ik ben er zeker van dat de boodschap in Mos- kou luid en klaar is overgekomen. Dit heeft pijn gedaan”. In mijn oren, ja. Ik heb nadien Lavrov ettelijke malen beluisterd, de kwink- slagen van Poetin gehoord, het cynisme van het Kremlin. Laat staan dat de Bosjesmannen of de Karen of de Aborigines of de Walen iets van Obama verstaan hebben. Als ze al tv hebben. En kanaal CNN. En dat nog inge- toetst hebben ook. Het doet me altijd denken aan Frank Swaelen zaliger die zijn vooraf ingestudeerde nummertje afdreunde, met de houterige gebaren erbij, toen Van Rossem voorspelbaar ‘Vive la République d’Europe’ riep bij de troonsbestijging van Albert II van Saksen-Coburg Gotha: “De hele natie zal u veroordelen”. Het lef om in naam van de hele natie te spreken. Zonder iemand iets te vra- gen. Poujadisme, dat is het. Suggestief sim- plisme. Onberedeneerd gefleem. En ronduit ideologisch gluiperig was de directe toepas- sing op Belgische toestanden van Obama’s optreden door de heer Eeckhout, Bart, com- mentator van De Morgen. Hij vergeleek de concertzaal met de buitenwereld, “een beetje een afspiegeling”. Alsof er vooraf geen strikte lijst was opgesteld, en bewuste keuzes waren gemaakt, om vooral de indruk te wekken dat het er democratisch aan toe ging. Om dan de redenering een paragraaf verder doodleuk om te draaien: “Alles welbeschouwd is niet het feit dat de president van de Verenigde Staten een divers publiek verwacht opmerkelijk, wel het feit dat wij dat ongewoon vinden”. Let op dat woordje “verwacht”. De heer Obama, Ba- rack, is nu het lijdend voorwerp, verwonderd dat zo’n uiteenlopend publiek is opgedaagd (dat mede op zijn aanwijzen precies zo is sa- mengesteld). Dit is een redenering die ge- meenzaam non sequitur heet, een schijnbare logische sprong die, vooral omdat hij slinks wordt ingebracht, een wel overwogen (of ge- woon domme) drogreden is om te bewijzen wat niet bewijsbaar is, dat integratie ontaardt in beschuldigingen over en weer. “In een sa- menleving van superdiversiteit is dat een po- sitie die haaks staat op de werkelijkheid”. Ik raad Eeckhout de lektuur aan van L’Identité Malheureuse (2013) van de nieuwe aca- démicien Alain Finkielkraut, wat hij allicht reactionair zal vinden: “Il nous faut combattre la tentation ethnocentrique de persécuter les différences et de nous ériger en modèle idéal, sans pour autant succomber à la tentation pénitentielle de nous déprendre de nous- mêmes pour expier nos fautes. La bonne conscience nous est interdite mais il y a des limites à la mauvaise conscience”.

Het is trouwens aardig om weten dat Eeck- hout kan bepalen wat “de werkelijkheid” is. Mogelijk de werkelijkheid zoals zijn collega Sofie Vanlommel ze beschreef. “De sfeer is er een van een schooluitstap of een skireis: flauwe grappen, veel sigaretten en klachten over het lange wachten”. Ze moet zeker op die tarmac gestaan hebben. Want sigaretten werden zonder pardon gedoofd door de on- verbiddelijke veiligheidsdiensten. “Snipers. Achter de pers, voor de pers, verstopt achter de trap”. Ze stonden wel duidelijk herkenbaar op het dak van een bijgebouwtje of lagen ge- woon in het veld. En ik ben dan al bijziend. “Het is 21:35 uur wanneer de rijzige president van de Verenigde Staten in zijn kenmerkende atletische tred de witte trap van Air Force One afdaalt, beide handen stevig aan de revers geklemd”. Het lijkt wel een fakeprogramma als Royalty. Wie niet gezien heeft dat de “atle- tische” president de trap afholt en daarbij aardig met de handen rollende bewegingen maakt, is blind. Of was er gewoon niet bij. Ze- ker niet om 21:30 u.

Eeckhouts retorisch vernuft verbleekt niette- min helemaal bij de toespraak van de heer Obama, Barack, zelve. Opbouw, ritmiek, ar- gumentatie, hiaten, ze beantwoorden perfect aan het pleidooi van een tv-predikant. Hij stond er weer, op de G7, om zijn kunstjes te herhalen. Want waaruit bestaat zo’n ‘histori- sche’ toespraak ? Een begin, een midden- stuk, en een slot, zo hebben de klassieken ons geleerd. Het begin omvat een captatio benevolentiae, een Natureingang, een the- mastelling. De tekstschrijver van Obama zal nooit breken met die traditie, wetende dat niet de inhoud, maar de lichaamstaal van de schijnbaar ongedwongen president – hij kan dat omdat hij zijn tekst van een prompter af- leest – alle camera’s naar zich toetrekt. De jamboree kan beginnen, met een diepgelovig publiek dat het verschil niet kent tussen Bozar en het Vaticaan. Als ze maar de zegen van hun eigen bijgeloof krijgen. Sociale operette, zoals T.S.Eliot al schreef in The Lovesong of J. Alfred Prufrock: “In the room the women come and go/talking of Michelangelo”.

Een toespraak van Obama, Barack, wordt vakkundig samengesteld door een horde scriptwriters, die alle onverwachte uitspraken mijden. Ze gebruiken daarbij de meest rigou- reuze handleiding die managers en voorlich- ters meekrijgen. De klassieke opbouw van een toespraak mag nooit afwijken van het verwachtingspatroon, zolang het niet gaat om “blood, sweat and tears”. Je kunt je trouwens afvragen waarom een houwdegen als Win- ston Churchill (in 1953, omwille van, jawel, “voor zijn briljante retoriek in het verdedigen van verheerlijkte menselijke waarden”; en die man wou het op een akkoordje gooien met Hitler) de Nobelprijs voor Letterkunde kreeg, en Charles De Gaulle bijna (in 1963 voorge- dragen, zo is begin dit jaar bekendgemaakt). Maar dat terzijde. De voorbeeldige toespraak is er een van exhortatio, aansporing, nooit van zelfkritiek. De rangen sluiten, want de vijand is daarbuiten. Nooit beklemtonen welke nieuwe militaire of economische stappen moeten gezet worden. Altijd een positieve ingesteldheid vooropplaatsen, en bij voorkeur werken op het gemoed, op het idealisme, op de positieve vooringenomenheid. Nooit op af- keer. Karel Verhoeven had het zelfs door in De Standaard. “Met de hem kenmerkende retorische gloed” (de toon is meteen gezet, twijfel is vooraf uitgesloten, hier staat een man die boven de menigte uitrijst en een pro- fetische kracht vanuit zijn binnenste naar bo- ven laat komen – die “gloed” leek eerder op een litanie van alle heiligen; let ook op dat veralgemeende stopwoordje “hem kenmer- kende”) “Fietste Obama om die concrete kwesties heen. Zoals hij ook de inzet tegen- over Rusland niet verhoogde”. Dat kan maar één ding betekenen. De toespraak was niet bedoeld voor de tegenstanders, maar des te meer om de lauwe volgelingen aan te vuren.

Ik heb de tekst hier voor me liggen (eigenlijk zou ik het gesproken woord nog moeten ver- gelijken met wat er geschreven staat, maar laat ik voor één keer mijn gerede bedenkin- gen laten voor wat ze zijn, zelfs een Ameri- kaan kan soms betrouwbaar zijn). Hij komt recht van het Witte Huis. Er staat niet “toe- spraak”, “speech” bovenaan, wel “remarks”, opmerkingen, losse gedachten. “Voor de Europese jeugd”. Dat is natuurlijk de rode lijn door het hele zwart-wit verhaal. Altijd opnieuw zal Obama, Barack, terugkoppelen naar de jongeren. Dat heeft twee voordelen. Je mag ervan uitgaan dat de beate bewondering en de nog gebrekkige geopolitieke kennis het publiek meteen tot de zwakste schakel in de vertoning maken. En het kruim van de oude- ren, die al vakkundig gescreend zijn en geen weerwerk bieden tegen ideeën die ze al de hunne hebben gemaakt, voelt zich nooit geviseerd, de verantwoordelijkheid is er een van generaties. Je kunt als bedrijfsleider dus rustig tanks blijven verkopen, als staatsbedrijf vliegdekschepen blijven leveren, als politicus gascontracten blijven afsluiten, als geknede kijker of luisteraar welbehagen vinden in de “duidelijke” taal die gesproken werd.

Daartoe reikt de retorica de formules aan. Het zevenslagstelsel van een doorwrochte toe- spraak (het zijn geen opmerkingen, die zou- den niet zo strak gecomponeerd zijn) is met acribie toegepast. De captatio is kort, ont- spannend, en in de voorbeeldige drie stappen opgebouwd: Laura mocht hem inleiden, het onvermijdelijke grapje (“before she came out she told me not to be nervous”, ammehoela, lachen geblazen) moest “de jeugd” inpakken. Van de jeugd naar de gastheer, o dankbaar België met zijn bier en chocolade. Om dan alle leiders van de EU te betrekken bij de grensverleggende boodschap die eraan komt. Deel 2 behandelt de probleemstelling. Waar- om kom ik, Obama, Barack, als een simpele man hier in Brussel een praatje houden ? Zeg het positief, dan negatief. Vrije wil en gewe- tensonderzoek moeten de staat schragen, want alle mensen zijn gelijk, dat heeft Ameri- ka van Europa geleerd. Maar geregeld staat die visie onder druk, als het individu zijn macht opgeeft aan een oppermachtige heer- ser. Dan wordt de identiteit bepaald door wat je niet bent, “us” tegen “them” – precies wat Obama, Barack, kwam bepleiten. Oorlog leidt altijd tot barbarij. Obama, Barack, past letter- lijk de voorschriften van Aristoteles (of Ana- ximenes) toe, en laveert handig van beleefde eulogie naar even beleefde afkeuring. “De eulogie bestaat kortweg in het uitvergroten van verdienstelijke voornemens en daden en uitspraken, en het toekennen van kwaliteiten die niet eens bestaan, terwijl de afwijzing het omgekeerde doet: lovenswaardige kwaliteiten minimaliseren, afkeurenswaardige dikker in de verf zetten” (Aristotelous Rhètorikè pros Aleksandroon, ’Aptarortf.our; ‘pnroptK� rrpor; Af.t�avopwv, 1425b – III: 36-39)

Deel 3 opent de kern van het verhaal van Obama, Barack. Schaduwcaptatio inge- bouwd, ik was in Flanders Fields, wat een les in nederigheid. Maar dappere hulp heeft Euro- pa rechtgetrokken: het Marshallplan, de NAVO, de rechtsstaat. En wat gebeurde in den Oost? Het Ijzeren Gordijn. Wij zijn sterk en veilig omdat we dezelfde idealen delen.

(Tijd voor een kuchje en een langere pauze. Opletten !) Jeugd, door globalisering, integra- tie, en de ergste economische crisis in jaren is het Europees project afgeremd. (Instemmend geknik op de stoelen). Technologie is een tweesnijdend zwaard, het kan tot terrorisme leiden! Om het met Lenin, Vladimir, te zeg- gen (ik dus, niet de Witte Huisbewoner): Que Faire? Wat nu ?

Deel 4 geeft antwoord. Vooruitgang is een dy- namisch gegeven, is nooit verworven. En hierom gaat het nu: de bezetting van de Krim toont de dubbelhartigheid van Rusland, “Rus- sia’s leadership is challenging truths that only a few weeks ago seemed self-evident”. Daar is toch wel een handige verwijzing naar de eigen Onafhankelijkheidsverklaring binnenge- sluisd: “We hold these (our) truths to be self- evident”. We kunnen de andere kant opkijken, Oekraïne is ver van ons bed. Maar daar is Jeugd in Kiev die waardigheid boven welvaart stelt. (Obama, Barack, gebruikt bewust de Oekraïense benaming, niet de ingeburgerde Russische variant Kiev). We kennen ze niet, maar ze zijn er wel. En dus kunnen we niet anders dan ingrijpen. Quod erat demonstran- dum.

Het geheim is ontbloot, de kernboodschap is doorgekomen. Op een drafje kun je dan (deel 5) de oplossingen aandragen: respekt voor de internatioanle instellingen, politieke isolatievan Moskou, steun voor de regering in Kyiv.

Nog even een retorische opwerping ontzenu- wen: natuurlijk is dat niet hetzelfde als een nieuwe Koude Oorlog. Rusland leidt geen blok meer. Maar de NAVO staat paraat als poortwachter, in de Baltische republieken, in Polen, “and we’re prepared to do more”. Natuurlijk is Oekraïne (nog) geen NAVO-lid. Maar we blijven Rusland uitnodigen: met harde hand, omzwachteld door diplomatie.

De finale komt eraan. Daarom eerst nog een afweging (deel 6). Rusland blijft onwillig; mis- bruikt het andersgeaarde voorbeeld van Ko- sovo; veroordeelt onze tussenkomst in Irak; ziet ons samenzweren met de fascisten in Oekraïne. Niks van dat alles. Rusland moet sterk zijn maar ook verantwoordelijkheid opnemen, daar gaat het om. Want “in the end, every society must chart its own course”.

En dus, slot: Jongelui, dit is ook uw zaak. “Now is not the time for bluster”. Plus est en vous. (De jezuïetentruc). Als enkeling, als natie. Want wat willen we onze kinderen na- laten? Toch wel een wereld zeker waar vrij- heid triomfeert op tirannie. Ik heb gezegd.

De toespraak duurde exact 36 minuten, oor- verdovend applaus niet inbegrepen. Maar de kritische mens aan de zijlijn had meteen de zwaktes, de wakken door onder de ijslaag van oppervlakkige logica. De spanningsboog van de tekst werd ondermijnd door de zeurderige intonatie van de Amerikaanse president, en zijn doorzichtige lichaamstaal. De slaafsheid van de media zorgde voor een hype die ner- gens toe deed. Als dus Paul Geudens in Ga- zet van Antwerpen schreef: “Van de woorden die Obama gisteren uitsprak in de Bozar, gaat veel meer kracht uit dan het uitvaardigen van inreisvisa of het blokkeren van rekeningen” (sic, bekijk even die zinsconstructie), dan is dat puur wishful thinking. Wie uiteindelijk de tekst grondig doorleest valt vooral op wat ner- gens gezegd wordt. Het wit in het retorische standje.

De voetstoots aangenomen mantra dat Ame- rika en Europa gelijkheid zouden prediken. Dat was al zeker niet het geval in Frankrijk na de Revolutie, zeker niet in het Britse impe- rium, zeker niet na de Amerikaanse dekoloni- sering toen slavernij en handelsbelangen en blanke suprematie hoog verheven bleven bo- ven de abstracte Verlichtingsideeën van Montesquieu, Voltaire of Rousseau. Overigens hebben alle koloniale naties boter op het hoofd, en gelijkheid was bv. in België hoogst betrekkelijk als na het cijnskiesrecht eerst het meervoudig, daarna het enkelvoudig stemrecht er kwamen, en uiteindelijk zelfs vrouwen mochten studeren en later verplicht werden te stemmen. Vanaf 1948.

“Us” en “them”. Bestaat er een grotere onge- lijkheidsmaatschappij, met twee snelheden, dan in de Verenigde Staten? In welk opzicht verschilt het wilde speculatieve kapitalisme dat de Amerikaanse banken aanbidden van de plutarchie in Rusland? (Kleptocratie is een geliefder woord in die kringen). Wat doet de toespraak van Obama, Barack, anders dan de wereld opdelen in goeden en slechten, in “de democratie” en “het rijk van het kwaad”? Van- zelfsprekend ging het niet om olie, maar om democratie bij de twee invasies van Irak. De Russen zijn overigens in hetzelfde bedje ziek. Hoezo, geen blok meer? Wat is de Eurazia- tische Economische Unie anders ? Hebben zij hun vingers (en meer) niet verbrand in Afgha- nistan? Mogen zij het internationale recht aan hun zolen lappen, zoals in de Krim? Net daar- om valt het op dat de Verenigde Naties niet voorkomen in Obama’s betoog, dat niét ver- wezen wordt naar internationale mandaten, dat de hervorming van de Veiligheidsraad doodgezwegen wordt, dat de Raad van Europa en de OESO van generlei waarde geacht worden, dat de NAVO als een vre- desorgaan wordt voorgesteld. Wie niet dien- stig is in het pleidooi, wordt verzwegen.

En dan is er de vooruitgang en het zelfbe- schikkingsrecht. Elke invulling van die be- grippen ontbreekt. Of liever: wordt naar ge- lang van de context ondergeschikt gemaakt aan het gehanteerde argument. Je kunt moei- lijk tegen de idee zijn dat “what would have seemed impossible in the trenches of Flan- ders, the rubble of Berlin, or a dissident’s prison cell – that reality is taken for granted”. Samenwerking, inderdaad. Maar die ook af- gedwongen wordt , opgedrongen wordt, abso- luut wordt. Guantanamo en waterboarding zijn maar enkele uitwassen die bewijzen dat er nog een andere tweespalt bestaat dan die tussen haves and have nots (Washington neemt trouwens nergens de verantwoorde- lijkheid op voor de “ergste economische crisis”): die tussen een parallelle macht en de zichtbare beleidsorganen. Zo moet ook zelfbeschikkingsrecht geduid worden. De heer Obama, Barack, was er als de kippen bij om de Schotten erop te wijzen dat een opdeling van het Verenigd Koninkrijk nare gevolgen ging hebben. (De heer Barro- so, José Manuel, deed uiteraard als water- drager niet onder voor het grote orakel). Maar Oekraïne heeft recht op zijn onafhankelijkheid (die het trouwens altijd gehad heeft, ook in de Sovjettijd, want het had een eigen stem in de VN), dat dan weer wel. Ik wacht ongeduldig op een uitleg waarom een kalifaat ergens in de woestijn ondenkbaar zou zijn – tenzij de internationale gemeenschap effectief en ein- delijk es halsmisdaden en misdaden tegen de mensheid écht als norm hanteert, en dergelij- ke barbarij zoals die van IS in de knop ver- smacht. Envoi Er bestaat geen twijfel over. Wat de heer Obama, Barack, reciteerde lijkt in niets te ver- schillen van de legendarische heer Zwarte, Jef, die op markten en carnavalstoeten met brede smile in wit pak zijn bollen verkocht. Geen Dr. Hicks. Maar zjappen, zjupkes, borst- vlier, drop in puntzakjes. En die het eeuwig refrein aanhief: “Lakkelakkelakkeloema, vaaif frang boema, goe veur de kijl, goe veur den hoest”. Baatte het niet, het was toch lekker. Dat is dan toch de wereld van verschil. Het verschil van likmevestje tot likmebollen. Zwarte Jef was zichzelf. Had de luxe van zijn eigen, opgewekte negro spiritual. En de men- sen kochten echte, eerlijke waar. Zonder een kuchje van achterdocht. Dat was trouwens, zeldzaam, onnodig. Opeens scheen de zon.

Lukas DE VOS