Nummer 202


| december 2014


Nieuws uit het derde gewest en zijn riante omgeving. (Euro-)Brussel kroniek (Bernard Daelemans)<< Nummer 202

(Euro-) Brusselkroniek

 

De geplande fusie van de Vlaamse en Franstalige Brusselse Huis artsenkringen gaat voorlopig niet door. Op die fusie was aange- stuurd door de vorige minister van Volksgezondheid, Laurette Onkelinx, die een eenvormig oproepnummer en organisatie wilde voor de huisartsenwachtdiensten in Brussel. Sinds tientallen jaren bestaat er echter een aparte Vlaamse Wachtdienst naast een Franstalige. Die is indertijd door Vlaamsvoelende dokters opgericht vanuit de ervaring dat de tweetaligheid binnen de voorheen be- staande ‘unitaire’ wachtdienst te wensen over liet. De Nederlands- talige artsen organiseerden zich in de ‘Brusselse Huisartsen Kring’, die vandaag een honderdtal artsen groepeert. De Franstalige evenknie van die organisatie zou een 1.700 leden tellen. De Vlaamse Wachtdienst functioneert als een soort telefooncentrale die patiënten kan meedelen welke de Vlaamse dokters van wacht zijn. Daarnaast is er sinds enkele jaren een centrale Nederlands- talige Wachtpost geïnstalleerd, Terra Nova geheten, waar patiën- ten zich ’s avonds en in de weekends door een Nederlandstalige arts kunnen laten onderzoeken.

Terloops gezegd: de wanverhouding tussen het aantal Neder- landstalige en Franstalige artsen is mede het gevolg van het ‘nu- merus clausus’ beleid van de Vlaamse overheid, die het aantal artsen en de medische overconsumptie binnen de perken wil houden. Daar tegenover staat een totaal liberaal beleid aan Frans- talige kant die eigenaardig genoeg in de kaart speelt van voorna- melijk de socialistische mutualiteiten met hun netwerk van zieken- huizen die precies in de medische overconsumptie een bestaans- reden vinden.

Terug naar de huisartsenwachtdienst. Door het al bij al beperkte aantal Nederlandstalige artsen, moeten de Vlaamse dokters heel wat wachten afdraaien, zodat een aantal onder hen wel oren had- den naar de samenwerkingsplannen. Anderen waren bevreesd dat de samenwerking zou uitmonden in een de facto fusie, zodat de autonomie van de Nederlandstalige huisartsenvereniging zou weg- gevaagd worden. Bovendien is er ook grote bezorgdheid omtrent de garantie op tweetalige dienstverlening. De coördinator die door de Franstalige vereniging is aangewezen is alvast niet tweetalig, wat al meteen grote vragen doet rijzen. In de organen van een ge- meenschappelijke wachtdienst zouden de Vlamingen een soort veto-recht krijgen, maar men ziet niet in dat zo’n beheersorgaan zich met de praktische organisatie gaat bezig houden en het toe zicht op het concrete bemannen van de wachtdienst met Neder landskundige Franstalige artsen in de praktijk zal kunnen opvolgen en bijsturen.

Na meer dan een jaar van palavers is het binnen de Brusselse Huisartsenkring tot een stemming gekomen waarbij 55% van de Vlaamse artsen voor het samenwerkingsproject waren en de an- deren tégen. De statuten van de BHK voorzien geen bijzondere meerderheidsregels voor zo’n ingrijpende beslissingen, maar het RIZIV heeft van tevoren gezegd dat het de beslissing alleen kan erkennen als die door 70% van de leden is gedragen. Met andere woorden, het verhaal gaat voorlopig niet door.

 

Daarmee is de kous echter niet af, want van de voorstanders van het samenwerkingsproject hebben 36 artsen hun ongenoegen ge- uit over de gang van zaken (het feit dat een meerderheidsbeslis- sing niet kan worden ten uitvoer gelegd), en ze dreigen er nu mee over te stappen naar het Franstalige kamp.

In de berichtgeving heet het nu dat het project van een ‘tweetalige wachtdienst’ gesaboteerd wordt, maar dat is ver van de waarheid. De huidige Vlaamse Wachtdienst én de Vlaamse Huisartsenwacht- post Terra Nova zijn in de praktijk niet slechts tweetalig, maar zelfs drietalig. Van de Franstalige Wachtdienst kan dat zeker niet ge- zegd worden en de Vlaamsgezinde artsen vrezen terecht dat de tweetaligheid zal ondergraven worden in een ééngemaakte structuur.

Het ‘meerderheidskamp’ dat gewonnen is voor de fusie, wordt be- volkt door lui die ofwel door opportunisme (minder wachtdiensten en betere verloning) worden gedreven, ofwel door ideologische vooringenomenheid (tegen de ‘Vlaamse apartheid’). Er zal ook wel wat naïviteit meespelen omtrent de zogenaamde ‘garanties’ die de Franstaligen voorspiegelen omtrent de tweetalige dienstverlening.

Aan Franstalige kant zijn de plannen voor een tweetalige wacht- dienst gekoppeld aan het opzetten van een nieuwe Huisartsen- wachtpost die meteen ook gekoppeld worden aan een medisch dispensarium. Maar precies zo’n dispensarium staat helemaal haaks op de in Vlaanderen meer gedragen visie op geneeskundige organisatie waarbij de huisartsen een belangrijkere rol wordt toe- gemeten en waar ziekenhuizen en dispensaria pas in laatste in stantie moeten instaan voor onontbeerlijke medische zorg.

De onenigheid tussen de Vlaamse artsen kan ergens model staan voor de gewrongenheid waar de Brusselse Vlamingen vandaag in het algemeen mee kampen. Een deel van de Vlamingen blijft een Vlaamse loyauteit vooropstellen en kan zich vinden in de Vlaamse beleidsvisies en instrumentaria. Een ander deel weet zich gepamperd in de Brusselse structuren die voor velen persoonlijk voordeel opleveren maar ze worden in feite mentaal gekoloniseerd door de Franstalige meerderheid en tillen dan ook niet zo zwaar aan de tweetaligheid die ze geacht worden te bewaken.

Vlaams Komitee voor Brussel huldigt Fernand Keuleneer

 

Het Vlaams Komitee voor Brussel bracht onlangs hulde aan een ‘buitenbeentje’, als we het zo mogen formuleren. Meester Fernand Keuleneer, advocaat te Brussel, staat niet bekend om zijn Vlaams- gezinde standpunten. Integendeel waarschuwde hij vaak genoeg tegen de ondoordachte splitsingsijver bij menig Vlaamse beweger. Zo heeft hij zich steeds verzet tegen de splitsing van het gerechte- lijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde, dat ten onrechte
is ge- koppeld aan de splitsing van het kiesarrondissement.

De taalkwestie voor het gerechtelijk arrondissement was voor Keu- leneer immers op een bevredigende manier geregeld en de ‘splitsomanie’ heeft in het kader van de zesde staatshervorming juist deze bevredigende regeling op de schop gezet. Door hard en langdurig lobbywerk, kon Keuleneer met zijn medestanders be- reiken dat er uiteindelijk toch een ‘werklastmeting’ kwam die de onbillijke verhouding (20/80) die voortaan de norm zou zijn in de Brusselse rechtbanken corrigeerde. Keuleneer trad ook op als advocaat voor de Vlaamse advocatenverenigingen en magistra- tenverenigingen die tegen de gerechtelijke hervorming kantten eenmaal die dan toch in het parlement was goedgekeurd. Hij kreeg onder meer genoegdoening wat betreft de bepaling die in eerste instantie oplegde dat de hoogste Brusselse magistraat een Frans- talig diploma moest hebben. Die bepaling werd door het Grondwet- telijk Hof geschrapt.

Voor deze démarches krijgt de advocaat nu van het Vlaams Komi- tee voor Brussel de jaarlijks uitgereikte erepenning Albert De Cuyper. Keuleneer heeft gered wat er nog te redden viel, maar vele andere nefaste aspecten van de hervorming blijven wel overeind.

Het gerechtelijk arrondissement is niet gesplitst maar wel ontdub- beld. Wel zijn er nu twee parketten, een voor Brussel en een voor Halle-Vilvoorde, maar de Franstalige rechtbanken blijven wel be- voegd voor heel het arrondissement. Bovendien worden er Frans- talige rechters gedetacheerd naar het Parket van Halle-Vilvoorde dat in Asse wordt gevestigd. Keuleneer verwacht nog heel wat praktische problemen als straks verdachten binnen strikte termijnen tussen Asse en Brussel zullen moeten getransporteerd worden.

De huidige a-symetrische regeling, waarbij Franstalige rechters in een deel van Vlaams-Brabant blijven rechtspreken, zal in de toe- komst moeilijkheden veroorzaken als de Vlamingen onderdelen van justitie zullen willen defederaliseren.

In zijn dankwoord na de uitreiking van de erepenning kwam mees- ter Keuleneer terug op deze zaken, maar hij waarschuwde ook voor het impact van supranationale rechtsregels op binnenlandse taalkwesties. In het bijzonder waarschuwde hij voor het ‘Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden’, dat is uitgevaardigd door de Raad van Europa, maar nog niet werd ge- ratificeerd door het Vlaams parlement, noch door de Franse staat, trouwens. In dat Handvest staat expliciet een passus in die gaat over rechtsbedeling in de taal van een minderheid, waartoe de verdragspartijen zich verplichten.

Keuleneer is niet gewonnen voor een dergelijke ‘vermensenrech- tenlijking’ van het recht.”Voortdurend worden nieuwe mensenrech- ten en nieuwe grondrechten gecreëerd, die een individualisering en juridisering van de samenleving in de hand werken en de auto- riteit van de staat aanvreten en uithollen. Grondrechten hebben een absolutistisch en daardoor moralistisch karakter en verdragen dus geen politieke afwegingen en compromissen.” Keuleneer wil zich ervoor hoeden om van ‘taalrechten’ allesoverstijgende men- senrechten te maken, en daarvoor het juridisch instrumentarium te scheppen dat aan de politiek ontsnapt. “Taalbeslssingen zijn inhe- rent politieke beslissingen. Ze moeten dan ook via de geëigende kanalen politiek tot stand komen, binnen het gestructureerde de- mocratisch kader van de staat, en niet schijnbaar gedepolitiseerd door ze bij de zogenaamde mensenrechten onder te brengen.”

 

Burgemeesterschap Sint-Joost niet gegund aan Vlaamse schepen

 

Op twee schepenen na reisde het hele college van burgemeester en schepenen van de gemeente Sint-Joost naar de Turkse stad Eskisehir. Daar werd de verzustering tussen beide gemeenten be- zegeld. Vanuit Sint-Joost reisde een 20-koppige delegatie af. Ze bezochten niet alleen de zustergemeente maar ook Ankara en Emirdag, een stad waar zowat de helft van de Turkse Belgen vandaan komen.

Vlaams schepen Bea Meulemans vond het onder de gegeven omstandigheden niet opportuun om met zo’n grote delegatie naar Eskisehir te trekken. Binnen Turkije staat de verhouding tussen Turken en Koerden weer op scherp, nu het Turkse leger PKKstellingen bombardeerde. De Koerden, die in Syrië en Irak ook door Turkije als bondgenoten worden beschouwd, blijven binnen de Turkse landsgrenzen wel vijanden. Meulemans vond het een verkeerd signaal om het bezoek ‘en grande pompe’ te laten doorgaan: in Sint-Joost wonen immers ook heel wat Koerden.

Nadat Meulemans afhaakte voor de buitenlandse missie, besliste ook eerste schepen Mohammed Azzouzi (PS) om thuis te blijven. Als Meulemans de enige thuisblijver was geweest, had zij het burgemeesterschap van de gemeente tijdelijk mogen waarnemen, en er wordt over gespeculeerd dat dit nu juist de reden was dat Azzouzi ook verplicht werd om thuis te blijven. Meulemans zelf laat in het midden of dit een opzettelijke of toevallige samenloop van omstandigheden is. Het is alleszins niet de eerste keer dat PS-coryfeeën gaan dwarsliggen om een Vlaming het (zeer tijdelijke) burgemeesterschap te ontzeggen van een Brusselse gemeente. Het schijnt een onverdraaglijke gedachte te zijn in die kringen.

 

Dirk Berckmans verlaat N-VA

 

Toen Dirk Berckmans twee jaar geleden nota bene in de gemeen-
te Molenbeek voor de N-VA werd verkozen als gemeenteraadslid was vriend en vijand verbaasd. Dat de partij in Molenbeek zou van de grond komen, had niemand verwacht. Berckmans ontpopte zich als een hardwerkend raadslid en wist ook het respect te winnen
van de meerderheid (MR verjoeg er Philippe Moureaux van de
troon) door zijn ‘constructieve oppositie’. In de pers, en niet in het minst in de Franstalige lokale pers wist Berckmans, doorheen zijn aanpak van concrete praktische dossiers een ander beeld
op te hangen dan de Franstaligen doorgaans over Vlaams-nationalisten te horen kregen.

Maar dat is nu voorbij, want Berckmans verlaat de partij, naar ei- gen zeggen ontgoocheld over het feit dat hij begin dit jaar bij de lijstvorming gepasseerd is door Cieltje van Achter (inmiddels ver- kozen in het Brussels parlement), die door Ben Weyts werd naar voren geschoven. Weyts heeft namens N-VA nationaal zwaar de hand gehad in de Brusselse lijstvorming.

Reeds geruime tijd, en zeker sinds die lijstvormingsepisode, be- staat er opvallend veel ongenoegen en frustratie bij nogal wat le- den van de Brusselse N-VA. Er waren dan ook veel gegadigden voor de ‘zekere’ plaatsen. Een aantal voormalige bestuursleden, waaronder vroeger voorzitter Lieven De Rouck verzaakte onlangs aan een nieuw bestuursmandaat op arrondissementeel niveau in Brussel. Hij verruilde de Brusselse fractie, waar hij voorheen pro- fessioneel actief was voor de N-VA-fractie in het Vlaams parle- ment. In dat verband wordt de ‘moeilijke samenwerking’ met kop- man Johan Van den Driessche aangehaald.

Deze laatste erkent dat er inderdaad een verschil in ‘stijl’ is tussen hem en De Rouck, maar relativeert de ‘malaise’ die er in de afde- ling zou heersen. Enkele mensen zijn inderdaad erg teleurgesteld omdat ze naast het mandaat hebben gegrepen. Maar hij merkt niets van een tanende dynamiek bij de leden. Een recente leden- bijeenkomst was succesvoller dan ooit, de partij staat er met drie parlementsleden in het Brusselse parlement, ze komt aan bod in de media, ze weegt op de politieke agenda en heeft zelfs invloed, zoals onlangs in het dossier van het geplande museum voor mo- derne kunst in het Citroëngebouw aan het Saincteletteplein.

Berckmans beaamt dat er van persoonlijke animositeit tussen hem en Van den Driessche geen sprake is geweest, wel met andere bestuursleden. Ook betreurt hij dat er op inhoudelijk vlak weinig naar de basis werd geluisterd. Daarom blijft hij bij zijn conclusies.
Hij ziet heil in een samenwerking met een afvallig CDH- gemeenteraadslid (Youssef Lakhloufi) waarmee hij de Groep Gemeentebelangen in de Molenbeekse gemeenteraad heeft opge- richt. De meerderheid zit erg krap (nog één zetel op overschot), en Berckmans meent dat hij op die manier wel meer op het beleid zal kunnen wegen.


Bernard DAELEMANS