Nummer 209


Sociaal | september 2015


Werken bij Amazon, een griezelverhaal (Miel Dullaert)<< Nummer 209

SOCIAAL

Werken bij Amazon, een griezelverhaal…

Enkele weken geleden pakte de New York Times uit met een aantal schokkende verhalen van meer dan honderd ex-managers, personeelsleden van ’s wereld grootste e-bay bedrijf, het Amerikaanse Amazon. Meer dan honderdvijftig jaar na de opkomst van het industriële kapitalisme blijkt de machine nog altijd griezelverhalen te produceren voor de werknemers. Terwijl tegelijk iedereen instinctief aanvoelt dat de technologische vooruitgang enorme potentialiteiten heeft om een meer humane toekomst uit te bouwen voor de werkende bevolking.

Amazon is één van de eerste grote bedrijven die goederen over het internet verkopen (ebay). Het bedrijf werd opgericht in 1994 door ene Jeff Bezos. Het bedrijf is in die twintig jaar uitgegroeid tot een wereldspeler met 100.000 werknemers en een marktwaarde van 250 miljard dollar. Amazon gebruikt informatietechnologie om snel en efficiënt zijn producten te distribueren. Maar die ver doorgedreven technologische toepassingen worden ook gebruikt om het personeel op te jagen en uit te persen. Het personeel wordt bij wijze van spreken gecontroleerd tot op de toiletten en de onderlinge concurrentie wordt tot in het absurde, ziekelijke georganiseerd. Het grote sleutelwoord van de managers van Amazon is “data-managment”. Alles wordt gekwantificeerd via e-data en electronisch vastgelegd. De verzameling van de getuigenissen door de New York Times enkele weken geleden geven een hallucinant beeld van de bedrijfscultuur. Verschillende werknemers die van kanker herstelden kregen te horen dat dit geen excuus is om minder hard te werken!

Een zekere mevrouw Molly Jay getuigde dat ze jarenlang 80 uren per week werkte. Toen haar vader met kanker op sterven lag en ze niet langer ’s nachts en in het weekend werkte om voor hem te zorgen, kreeg ze van haar baas te horen dat ze een “probleem” vormde. Via een online verklikkinginstrument worden werknemers aangemoedigd mindere prestaties van collega’s anoniem te klikken aan hun oversten. Getuigen verklaren dat werknemers in praktijken terecht komen waarin teamleden samenspannen om via negatieve beoordelingen promotiekansen van ‘tegenstrevers’ te hypothekeren, of omgekeerd groepen werknemers die overeen komen om elkaar op te hemelen. Werkweken van minstens 80 uur zijn schering en inslag. Mensen die om middernacht niet op een mail reageren of op vakantie geen wifi-verbinding hebben worden berispt. Marathonvergaderingen op feestdagen, en uren thuiswerk ’s nachts en in het weekend zijn een deel van de job, zo wordt gepredikt. Tijdens vergaderingen wordt het agressief aanvallen van andermans ideeën gezien als een teken van sterkte. Medewerkers krijgen één of twee dagen voor een teamvergadering soms rapporten van zestig bladzijden cijfermateriaal en worden tijdens de vergadering getest of ze de duizenden cijfers van buiten kennen. Slechts 15% van de werknemers houdt het langer dan vijf jaar vol.

Het griezelige personeelsbeleid van Amazon ligt al jaren onder vuur. Een aantal jaren geleden werden er tv-documentaires gemaakt over wantoestanden in de Duitse en Britse filialen. In 1911 zag Amazon zich verplicht na een storm van kritiek airco te installeren in een Amerikaans distributiecentrum waar de werknemers moesten werken in 40° Celsius, terwijl buiten ziekenwagens stonden te wachten om flauwgevallen arbeiders weg te voeren. Zelfs een volbloed verdedigster van het huidig economisch regime Prof. Kathleen De Stobbeleir (Vlerick-hogeschool) vindt het wat overdreven met Amazon. “Kliksystemen gaan extreem ver, ze slaan te ver door in het monitoren, via ene verfijnd digitaal systeem, van de productiviteit van de werknemers.” Op de vraag of dat ook in Europa gebeurt blijkt ze het nogal aan de rooskleurige kant te zien.

Luddieten aan het werk

“Met de strikte wetgeving en sterke vakbonden zal je zoiets niet snel zien in Europa (red. cfr. Amazon Duitsland). Maar de subtiele vormen van personeelsdruk zijn hier ook zeker aanwezig. En ze zijn misschien nog gevaarlijker omdat ze onder de radar blijven. Stressmonitors tonen aan dat werknemers steeds meer stress ervaren als tien jaar geleden. De enige manier waarop flexibiliteit kan functioneren is dat ze in twee richtingen werkt. Werkgevers moeten hun personeel dan ook de vrijheid geven om ’s middags familiale zaken te regelen zoals een garagebezoek of de kinderen afhalen”. (De Tijd, 18 augustus jl.)

In feite stelt er zich sedert het ontstaan van het kapitalisme een probleem van de invoering van de machines. In de eerste industriële revolutie (tot zowat 1850) schakelde men over van kleinschalig handwerk naar een meer gemechaniseerde productie onder invloed vnl. van de uitvinding van de stoommachine. Tegen de invoering van deze machines in de textielbedrijven van Engeland kwam een hevige reactie van de zogenaamde Luddieten. Die richtten in de periode 1811-1816 een spoor van vernieling aan doorheen het industriële gebied van de Engelse Midlands. Wevers en breiers zagen dat hun kleinschalige, lokale huisnijverheid ten onder ging. Ze richtten guerrilla bendes op die ’s nachts fabrieken binnendrongen en de machines vernietigden. (De naam Luddieten is afkomstig van een zekere Ned Ludd die één van de beruchtste machinesaboteurs was in het Engelse Leicestershire). Dit achterhoedegevecht hield het natuurlijk niet vol. Het ging niet uit van de juiste uitgangspunten. Een paar tientallen jaren later gaf Karl Marx een meer bevredigende uitleg over het invoeren van machines. In een toespraak (1865) gaf hij een krachtige en o.i. juiste en nog steeds actuele beschrijving over de verdeeldheid in de samenleving met betrekking tot de mechanisatie. Hij schildert binnen het kapitalistisch systeem de machines af als “parasitaire, dode arbeid die de levende arbeidskracht beheerste en uitzuigt. De arbeider wordt een “levend aanhangsel” van een “dood mechanisme”. Verder sprak hij profetische woorden: “al onze uitvindingen en vooruitgang lijken ertoe te leiden dat materiële krachten worden uitgerust met een intellectueel leven en dat het menselijk leven wordt afgestompt tot een materiële kracht.” K. Marx zag tegelijk ook dat de invoering van machines een “emancipatorische belofte” inhield. Moderne machines, merkte K. Marx op, hebben het “geweldige vermogen de menselijke arbeid te bekorten en vruchtbaar te maken. In de juiste handen van de arbeidersklasse en niet van de kapitalisten zou technologie niet langer het juk van de onderdrukking zijn. Het zou juist een takel moeten zijn die de arbeider verheft en tot zelfvervulling helpt komen”. In de tweede industriële revolutie (tot 1940) werd het Taylorisme en Fordisme ingevoerd. Het Fordisme werd genoemd naar de Amerikaanse autobouwer Henri Ford die een voorloper was in de theorie en toepassing van het systeem van werkdiscipline, werkorganisatie voor bedrijven van massaproductie bestemd voor massaconsumptie. Ook hier was de strikte invoering van het bandwerk en het Fordisme niet vrij van kritiek. We herinneren ons het boek van Aldous Huxley “Brave New World” (1932) en de film van Charlie Chaplin “Modern Times” (1936). De derde post- industriële revolutie (vanaf 1950 tot nu) bracht stilaan de diensteneconomie voort waarin niet de productie van materiële goederen maar de levering van diensten steeds meer opgang maakte. Ook hier krijgen we een steeds hoger niveau van machinetoepassingen m.n. het gebruik van de computer die tijdens de tweede wereldoorlog zijn intrede deed en steeds verder ontwikkeld werd. Eerst in het leger en de ruimtevaart, nadien in de civiele maatschappij. Met de uitvinding van de microprocessor in 1980 werd een extra boost gegeven aan de ontwikkeling van de informatietechnologie.

De Amazon getuigenissen leren dat de hoog technologische toepassingen steeds verder doordringen in het economische leven. Er zijn niet alleen de klassieke sectoren van ondermeer de automontage, de energiecentrales, de chemische- en voedingsnijverheid. Zodanig, dat de levende arbeid in deze sectoren spectaculair gedaald is. Bij zoverre dat vandaag zowat 85% van de bevolking in de dienstensector werkt en amper nog 15% in de productie van goederen. Maar ook in dienstensectoren dringen hoog technologische toepassingen door. We denken aan de muzieksector waar muziekliefhebbers gratis van het internet kunnen ‘aftappen’, aan het onderwijs waar steeds meer online gestudeerd wordt, de geneeskunde waar de chirurg een operator wordt van robots, de boekensector, de ontwerp- en constructiebureau’s,… En als toetje de 3D-printer waar alle mogelijke producten kunnen geprint worden. Het griezelverhaal van Amazon leert dat hoge technologische toepassingen binnen een regime van maximaal winstbejag, uitbuiting en onderdrukking de “levende arbeid” kapot maakt, eindigend in slavernij en dwangarbeid. Er dringt zich dus een totaal ander model van economie op wil de technologische vooruitgang zijn emancipatorische belofte waarmaken.

Miel DULLAERT