Nummer 209


The Kaisers Holocaust | september 2015


(Jef Turf)<< Nummer 209

Op de Meervoud-boekenplank

Raclette voor Europa

In de strip Asterix en de Helvetiërs (1970) houden de Romeinen hun gebruikelijke orgie: met een kaasfondue in Zwitserland. Binnen de kortste keren spartelen ze in de plakkerige slierten. Ik dacht daar aan toen ik met veel instemming de “spagaat” van de Zwitserlevens had uitgelezen. Hoe meer globalisering, hoe meer heimwee naar de eenvoud van het bestaan. Maar hoe kun je rijkdom en open grenzen afwijzen als je geprangd zit tussen de lidstaten van de Europese Unie, en je financiële wereld rechtstreeks 10 % van het BBP betekent, en onrechtstreeks nog eens 20% oplevert ?

De Zwitserse verscheurdheid is geen nationale eigenschap. Ze geldt voor de hele Unie, Zwitserland is zelfs de kanarievogel van wat ons staat te gebeuren. Wat Bern met Swissair en de UBS-bank beleefde, breidde zich uit tot een epidemie die Nederland en België met het Fortisdébacle opzadelde, en landen als Griekenland aan de bedelstaf bracht. De Gruyter, die vier jaar lang in het dorpje Crans woonde, heeft gedaan wat een echte journalist moet doen. Praten met de gewone man in de Stube, volksvieringen bijwonen, bevlogen ijveraars uitvragen. Praten verheldert. Het leert meer over de internationale bankencrisis dan alle Europese topbijeenkomsten samen doen. Hoe meer (hoogopgeleide) “huurlingen” de nestwarmte verkillen, hoe meer de onmacht van de eigen beslissingsmacht zich opdringt. Zwitserland (maar ook Ijsland, en nu de TTIP aan de orde is, ook de hele EU) heeft zijn ziel verkocht aan de welstand, en staart in zijn innerlijke leegte.

België, dat gelukkig nogal slordig omspringt met al die regelgeving, en Nederland, dat zich calvinistisch realiseert dat het op de brede glijbaan naar dezelfde Zwitserse hel roetsjt, kunnen heel wat lering trekken uit de Europese crisisaanpak. Alleen had “een Nederlandse staatssecretaris” het na de val van Lehman (2008) nog niet door, erkent De Gruyter: “Waarom kunnen wij niet zijn zoals de Zwitsers ?” Faust die de duivel achterna holt. Want hoe vager en verderaf multinationals hun beslissingsmacht houden, hoe meer politieke macht een staat verliest. De gewone man is de greep kwijt op zijn leven. Net daarom gaat hij lokaler kopen, particularistischer denken, zich afsluiten van al wat vreemd is.

Hoe meer identiteitsverlies, hoe emotioneler de maatschappelijke benadering. “Alle politici liegen”. Bijgevolg stemt de burger met buikgevoel, en kiest hij uiterst rechts. Niet omdat hij “fascistoïde” is, wel uit besef dat “het sociale weefsel stuk is”. Daarvoor is de eigen graaizucht verantwoordelijk. De intense sociale controle verdampt, het milieu is opgeofferd, de kout is weg. Daarom staan “vissers, boeren en boswachters op een voetstuk, zelfs als ze arm zijn”. Zij vertegenwoordigen de wezenlijke eigenheid van de Zwitsers.

Het lijkt paradoksaal, maar is het niet, waar De Gruyter volhoudt dat zonder Europa het Zwitserland (en ook de Lage Landen) veel erger zou vergaan zijn. Overigens is de Zwitserse grens een zeef: tersluiks voert de regering (die uit alle partijen bestaat) de Europese richtlijnen in. En de Amerikaanse oekazes, over het bankgeheim, over de privacy. Omdat het moet. Zonder aanpassing stort de voorspoed in.

De Gruyter heeft die wereldwijde waanzin op bevattelijke, en persoonlijke wijze verhelderd. Eén minpuntje toch: soms stremt het verhaal doordat het bouwt op vroegere artikels, wat storende herhalingen meebrengt. Maar de beschrijving van een continent dat al in 2004- 2008 zich ziende blind verstrikt in een raclette van speculatie is actueler dan ooit. Bijna berustend denk je dan aan het refrein van Sonnevelds Het Dorp: “Ik was een kind hoe kon ik weten, / dat dat voorgoed voorbij zou gaan”.

Lukas DE VOS