Nummer 21


| september - oktober 1996


Diksmuide (Roel Van Booitshoecke)<< Nummer 21

De gebeurtenissen die plaatsvonden op de afgelopen IJzerbedevaart te Diksmuide blijven nazinderen. Op zich gebeurde er heel weinig: de voorzitter van een omstreden organiserend comité hield een 'radicale' redevoering, en voor het oog van de alerte nationale en internationale pers demonstreerden een aantal onverlaten hoe je op een goedkope manier Vlaanderen belachelijk kunt maken. Er vielen geen gewonden, er vloeide geen bloed. Dit gebrek aan bloed werd trouwens breed uitgesmeerd in de bevriende pers van de geweldenaars, alsof alles nog niet erg genoeg was. Maar toch is er iets onherstelbaars gebeurd: extreem-rechtse idioten hebben voor de zoveelste keer hun best gedaan om iedere oprechte radicale maar democratische Vlaming de mond te snoeren. Het is niet de eerste keer dat dit soort lui het Vlaamse blazoen besmetten, maar we kunnen nu wel nuchter stellen dat de Vlaamse beweging zich vandaag minder dan ooit kan permitteren om, laten we vriendelijk blijven, dergelijke randverschijnselen in haar middens te dulden.

Als progressief èn radicaal Vlaming kun je natuurlijk een aantal conclusies trekken uit het gebeurde. Ten eerste: het moet nu maar eens gedaan zijn met dit soort agressievelingen, die erin slagen om elke Vlaamse manifestatie in discrediet te brengen. Ten tweede: door het klungelig optreden, zowel van het organiserend comité (dat overigens naar buiten uit een goede beurt maakte) als van de uit hun rol gevallen figuranten, verwordt de Vlaamse beweging tot een derderangscircus.

Lionel Vandenberghe speelde het natuurlijk meesterlijk door een 'soevereiniteits'-konijn uit zijn hoed te toveren. Enkele dagen daarna verklaarde hij doodbedaard aan het magazine voor mensen die dènken dat hij zelf niet goed wist wat hij met die term moest aanvangen. Minister van Staat Hugo Schiltz deed er nog een schepje bovenop, en verklaarde dat het nu maar eens gedaan moest zijn met al dat vervelende radicalisme. De Vlaamse beweging is immers achterhaald, want voorbijgestoken door de instellingen. Het levende geweten van Vlaanderen is nu Luc Van den Brande, en als het van Schiltz afhangt moet die ook al niet overdrijven. Onze Minister-President houdt er een hele hofhouding op na, die ook al 'lintjes' uitdeelt, en via Vlaanderen 2002 een aantal 'stichtingen' in het leven roept die niet meer zijn dan window-dressing, lege dozen dus. Zo werd onlangs een Vlaams-Baskische stichting opgericht die enkel op papier en bij de gratie van de Vlaamse subsidiepot bestaat. Voor een eerlijk initiatief als 'Persspiegel', waarbij een aantal jongeren uit het journalistieke milieu een project hadden opgezet om - zo onafhankelijk mogelijk - informatie over Vlaanderen te verschaffen aan buitenlandse journalisten, heeft Van den Brande geen cent over. Zijn door kabinetscreaturen en PR-bureaus uitgewerkt project Vlaanderen 2002 is echter een dode mus. Niemand ligt er wakker van, zoals reeds enkele jaren bewezen werd door het imposante gebrek aan belangstelling van de goegemeente.

Je maakt geen Vlaamse beweging met marginale geweldenaars, en je maakt evenmin een Vlaamse beweging met rijkelijk gesubsidieerde lucht, want meer kan je blijkbaar niet verwachten van de opgeblazen omgeving rond Van den Brande. Waar Vlaanderen dringend nood aan heeft, dat is aan een project. Sienjaal van Coppieters en De Batselier is een bescheiden stap in de goede richting. Als Meervoud meer dan gewone aandacht besteedt aan Sienjaal, dan is dit zeker niet omdat wij de voorgestelde teksten zouden slikken als zoete koek, maar dat wordt van ons niet verwacht. Het enige wat wij als progressieven en radicale Vlamingen verwachten, is dat er eindelijk eens ernstig nagedacht wordt over onze toekomst als natie. Met Diksmuide als het kan, zonder Diksmuide als het moet.