Nummer 21


Herrie op de IJzerbedevaart | september - oktober 1996


Kapitale fout (Bernard Daelemans)<< Nummer 21

"Het is in deze fase dat de radicalen meestal de fout begaan om zich met de zuiveren af te scheiden van de talrijke massa van de gematigden, en deze laatsten het recht ontkennen om te spreken namens, of deel uit te maken van, de 'beweging'. Zij gaan op de rechteroever staan... bijaldien zij zich nog niet sterk genoeg weten om zelf de linkeroever te bezetten en aan de anderen de toegang ervan te ontzeggen. Deze ziekte is, in de Vlaamse beweging, vooral kenmerkend voor een uiterst- rechtse groep die zijn nostalgie voor de gespierde methodes van het fascisme blijkbaar niet kan overwinnen. Al ziet men ook ter linkerzijde een vorm van ideologische apartheid welig tieren." Een jaar geleden reeds werden deze woorden, die nu profetisch blijken, in Meervoud opgetekend door Toon Roosens.

Als we ons niet vergissen echter, kan de desastreuze IJzerbedevaart van dit jaar, benevens Vlaamse imagoschade op korte termijn, toch voor Vlaanderen een heilzame uitwerking hebben. De randvoorwaarden zijn immers aanwezig opdat zij voor gans de Vlaamse samenleving als een 'katharsis' fungeert. Het Blok heeft nu bewezen dat het slechts parasiteert op de Vlaamse beweging, maar in wezen geen elementair respect kan opbrengen voor zelfs het heilige der heiligen van de Vlaams-nationale tradities. We staan hier voor een kentering.

Vlaanderen heeft nog zulke symbolische sleutelmomenten gekend: vier jaar geleden vormden soortgelijke taferelen op de Brusselse Grote Markt, waarbij Blokkers de zanger Willem Vermandere van het podium wilden walsen, de directe aanleiding voor het heroprichten van dit tijdschrift 'Meervoud'. Terwijl heel Vlaanderen zich van het 'Vlaamse' afkeerde, waren er enkelen die de Vlaamse natievorming te belangrijk vonden om het aan uiterst rechts over te laten. Meervoud vormde toen de uitzondering.

Het Vlaamse politieke landschap was op dat ogenblik echter volop in beweging. Na de doorbraak van het Vlaams Blok raakte de Volksunie in een identiteitscrisis, waarvan zij nog steeds niet hersteld is. Ondanks Anciaux' pleidooien voor een terugkeer naar de bron van het nationalistisch gedachtengoed en voor radicalisering van de partij, ging alle aandacht naar de VLD-verruiming, waar de VU een flink aantal kopstukken aan kwijtgeraakte. Om de cohesie te handhaven moest de partij compromissen sluiten met de participationisten (Schiltz) in eigen rangen. De VLD streefde er toen nog naar zich in België 'incontournable' te maken. De SP ontketende de strijd tegen het egoïsme (VLD) en het nationalisme (Blok), om de aandacht af te leiden van haar conservatief sociaal-economisch beleid (waar zij in feite de recepten van Verhofstadt hielp uitvoeren). De CVP kon zich ongestoord nestelen in de macht waar zij zich al sinds mensenheugnis goed in voelt.

Toch kwamen de eerste tekenen van verandering van de CVP: Van den Brande pleitte herhaaldelijk voor confederalisme en 'homogene bevoegdheidspakketten', maar werd teruggefloten door het Hof en tegengewerkt en vernederd door Dehaene (Voerencrisis). Na de verkiezingen van vorig jaar bleek (ondanks Agusta) dat de verhoudingen praktisch ongewijzigd waren. Desondanks raakte de Belgische besluitvorming volledig geblokkeerd. Dehaene II kreeg wel volmachten, maar heeft nog geen enkele van de voorgenomen hervormingen kunnen verwezenlijken. Niemand verwacht dat er fundamentele ingrepen komen. Dat immobilisme zorgde eigenaardig genoeg voor een stroomversnelling: geleerd door zijn mislukking, zette Verhofstadt II de VLD op een nieuwe Vlaamse koers, die de partij nu volop uitspeelt in haar politieke strategie, maar node tegengewerkt door een tanende De Croo. Norbert De Batselier stak binnen de SP zijn nek uit met een gedurfde nota over confederalisme. Een project als Sienjaal, volgens ons politiek niet erg bruikbaar, en de inspanningen van een Eric Defoort en een Ludo Abicht zullen dan toch die verdienste gehad hebben een Vlaamse kijk ter linkerzijde bespreekbaar te stellen.

Dit alles in schril contrast tot de Volksunie die tot voor kort scheen te streven naar een soortement 'linkse' beeldvorming (Sex and Drugs and Rock 'n' Roll), maar concrete sociaal-communautaire problemen verder liet verrotten (ziekenhuizen te Brussel). Weerom is Schiltz trouwens met maneuvers bezig om de partij af te houden van een consequente communautaire opstelling: in De Morgen fluit hij meteen Lionel Vandenberghe terug, waar die het heeft over souvereiniteit. Men zal de dapperen in andere partijen die, zoals Schiltz het stelt "nog maar pas hun teen in het Vlaamse water hebben gestoken" niet aanmoedigen door zelf water in de wijn te doen.

Als de Vlaamsgezinde krachten die in alle partijen boven water zijn gekomen nu verstandiger reageren op de gebeurtenissen in Diksmuide, dan vier jaar geleden mogelijk was, dan kunnen ze ervoor zorgen dat het Vlaams Blok zijn vergissing nooit meer te boven komt. Wie nu in zijn discours èn in zijn politieke praktijk het Vlaamse belang, en daarmee verbonden de Vlaamse maatschappelijke problemen, prioritair stelt, en de staatkundige conclusies trekt die zich opdringen, zal volop de wind in de zeilen krijgen. Het is de rol van de Vlaamse beweging dit proces te bespoedigen en concrete bouwstenen aan te dragen. De discussie over het 'cordon sanitaire' wordt irrelevant, aangezien nu voor iedereen duidelijk is dat het Blok niet tot iets constructiefs in staat is.