Nummer 21


Het Sienjaal | september - oktober 1996


Tegen de Belgische indoctrinatie: "Sienjalement" van de Vlaamse jeugd (Dirk De Haes)<< Nummer 21

Uit de gesprekken die ik links en rechts heb met Vlaamse jongeren en jonge volwassenen blijkt dat ze niet erg Vlaamsvoelend zijn. Sterker nog: men kan spreken van een scherpe aversie voor al wat Vlaamsgezind en zelfs gewoon Vlaams genoemd wordt. De correlaten 'racisme' en 'fascisme' zijn nooit veraf. De uitzonderingen hierop zijn meestal de kinderen uit traditioneel Vlaamsgezinde families en jongeren uit gemeentes aan de taalgrens en rond Brussel.

Toen ik een 17-jarig meisje uit de Kempen een zelfklever 'Vlaanderen tegen racisme' gaf, knipte ze er vlug de leeuw en het woord Vlaanderen af en kleefde alleen 'tegen racisme' op haar boekentas. Dit is geen erg geval. Vorig jaar trad voor de Gordel de popgroep Pop in Wonderland te Overijse op: ze kloegen dat ze liever geen fascistische symbolen in hun publiek hadden. Er stonden immers enkele leden van de Vlaamse Jongeren Overijse, een vrij vooruitstrevende groep, met een leeuwenvlag te zwaaien. Ze hadden zo hun pop-idolen willen bedanken omdat die het Vlaams karakter van hun gemeente mee kwamen verdedigen...

Onder jongeren uit, vergeef mij het woord, minder intellectuele milieus leeft deze afkeer tegen de woorden 'Vlaanderen' en 'Vlaams' niet zo sterk: de populaire TV-stations zoals VTM en VT4 en de veelgelezen familie- en jongerenbladen zoals TV-Story en Joepie gebruiken zonder enige terughoudendheid termen als 'Vlaamse artiesten' en de 'show-bizz in Vlaanderen'. Helaas is de politieke gevoeligheid in deze middens niet erg groot.

Jongeren die zichzelf als jonge intellectuelen beschouwen en die zich een progressieve politieke houding willen aanmeten, uiten hun aversie des te sterker. Deze groep is traditioneel qua jeugdcultuur zeer angelsaksisch gericht en onderhevig aan exotisme: al wat aan cultuur, muziek en tendensen uit Engeland, de VSA of de Derde Wereld komt interesseert hen wel.

De opstandigheid, een eeuwig kenmerk van de jeugd, is wel heel braaf geworden: organisaties zoals Amnesty International, Greenpeace en Artsen zonder Grenzen genieten hun volle steun, maar door een gebrek aan inzicht gaat dit niet gepaard met een hang naar mondiale structurele veranderingen. Ooit was het anders: in de jaren '60 en '70, toen de volksmuziek uit Ierland, Bretanje, Baskenland en Latijns-Amerika zeer populair was, klonk tegelijk een roep naar politieke inzet.

Ook het willen opvallen, het speciaal doen lijkt een uniforme zaak geworden. De uiterlijke veelkleurigheid van de jeugd is groter (maar ook commerciëler) dan ooit, maar de variatie aan genuanceerde levensbeschouwelijke houdingen met zelfstudie en inzet blijkt pover. Inzicht in en kennis van de structuren van economie en cultuur met begrip van manipulaties vanuit de machthebbers wordt in dit info-tijdperk minder en minder. Toen ik een hele klas van laatstejaars-humaniora leerlingen, waaronder de kleinzoon van een vakbondsleider, vroeg of er iemand mij kon uitleggen wat een vakbond is, kwam er geen een nog maar in de buurt. Waar is de tijd dat jongeren van die leeftijd stonden te popelen om aan de unief een studentenvakbond op te richten?

'Jonge Belgen'

En dan, als je ze vraagt naar hun identiteit, naar wat ze zich voelen, noemen er zich enkele wereldburger of Europeaan, een uitzondering Vlaming, maar allen voelen zich jonge Belgen. Op zo'n moment moet je doorvragen en trachten te weten te komen wat de jongeren onder jonge 'Belgen' verstaan, wat er de kenmerken van zijn. Luisteren naar die en die popmuziek, op die en die manier uitgaan, dit en dit graag lezen, zo en zo met de ouders omgaan, die en die film graag zien, die en die taal verstaan, etc... etc... Ja, jongeren zijn, wanneer ernaar gevraagd, redelijk in staat zich sociografisch voor te stellen. En wat stel je dan vast, wat hebben ze dan beschreven? Ze hebben de Vlaamse jeugd beschreven met de typische kenmerken die voor heel Vlaanderen gelden. Kenmerken die niet voor Wallonië en Franstalig Brussel opgaan. Daar leeft de jeugd duidelijk anders.

Indoctrinatie

De vraag is dan natuurlijk waarom de jeugd zijn Vlaamse identiteit Belgisch noemt en tegenover de termen Vlaanderen en Vlaams afkerig staat. Hebben ze dat zelf uitgevonden of is er indoctrinatie in het spel? Waarom haten velen de naam en de aangenomen symbolen van hun eigen gemeenschap die al gedeeltelijke autonomie binnen het federale België geniet? Linkse jongeren in Frankrijk haten de Franse vlag niet omdat ook Le Pen er staat mee te zwaaien, de rebelse jeugd van Denemarken verfoeit het woord Denemarken en het adjectief Deens niet... Er moet in Vlaanderen een indoctrinatie bij te pas gekomen zijn, al is het niet gemakkelijk te bewijzen.

Machtsbelangen

Al wie op dit moment in Vlaanderen een zekere macht bezit, heeft die dankzij het federale België. Deze toestand heeft jaren aan Vlaamse ontvoogdingsstrijd geduurd, daarom zijn de oudere generaties kiesvee nog in meer of mindere mate Vlaamsvoelend, zelfs de linkse. Maar de kroon op het werk, Vlaamse onafhankelijkheid, mag er niet komen: er staat te veel geld- en machtsbelangen, te veel postjes op het spel. Een onafhankelijk Vlaanderen zou wel eens meer zelfstandige mensen met zich mee kunnen brengen, minder afhankelijk van mondiaal kapitalistische wensen, van partij- of kerkbelangen. Daarom maar het schrikbeeld oproepen van een extreem-rechtse Vlaamse beweging. En wie moet je bewerken om Vlaamse onafhankelijkheid te voorkomen? Inderdaad 'the voting generation to be'. Laat de jongeren maar zo verknocht mogelijk zijn aan hun Vlaamse identiteit, maar zie dat ze die Belgisch noemen, zo bekom je dat ze anti-Belgische ontvoogdingskrachten als vijandig beschouwen. Zo verstop je de discrepantie tussen de rechtmatige verzuchtingen van de Vlaamse bewegingen en het Belgische keurslijf. En net in deze tijd is de jeugd extra-gemakkelijk te bewerken: ze willen wel opvallend en opstandig zijn, maar allemaal hetzelfde dan. Massa-media zijn heel handig om de gangbare, schijnbaar progressieve opinie te versterken en die opinie kunnen de machthebbers gemakkelijk naar hun hand zetten. Vele van die machthebbers zijn in naam immers ook links.

Welkom

Daarom heet ik het project van Coppieters en De Batselier welkom: de beide heren zijn naar mijn zin wel niet Vlaams-radicaal genoeg en hun Sienjaal is nogal oppervlakkig en zweverig, maar het debat dat dit oprechte duo in gang wil zetten, kan stilletjes aan zijn weerslag hebben op de Vlaamse jeugd, zij het aanvankelijk slechts op hun woordgebruik. Het Sienjaal spreekt o.a. van radicale democratie en van verder te zetten Vlaamse (niet 'Belgische') ontvoogding... Zo kunnen de jongeren en jonge volwassenen Vlaanderen als progressief project herontdekken, de Belgicistische indoctrinatie breken, en hopelijk, zoals het de jeugd siert, met zelfstudie en opgenomen verantwoordelijkheid, radicaler worden dan de oorspronkelijke initiatiefnemers.