Nummer 22


| december 1996


Een vlo in de pels van de Vlaamse leeuw (Roel Van Booitshoecke)<< Nummer 22

In zijn recente boek Achter de maskerade laat Manu Ruys, zich heel pessimistisch uit over de toekomst van de geschreven pers. Hij heeft, hoe betreurenswaardig ook, meer dan gelijk. De audio-visuele media hebben een nefaste invloed gehad op het inhoudelijke aspect van de kranten en tijdschriften (ga maar eens na hoeveel ruimte besteed wordt aan televisiesoaps), en de commercie deed de rest. Opiniekranten bestaan nog nauwelijks in de echte zin van het woord. De pulp rukt op en overheerst het Vlaamse medialandschap.

Al even apert is het quasi verdwijnen van de 'kleine' opiniepers, het soort tijdschriften dat de mensen een geweten placht te schoppen. In de jaren zeventig was er nog het bescheiden, maar in eigen kring invloedrijke weekblad Links van Marcel Deneckere, er was De Nieuwe van Mark Grammens dat meestal niet-conventionele standpunten innam, er was De Rode Vaan met vaak uitstekende cultuurbijdragen. Vandaag is er - op deze schaal - enkel nog 't Pallieterke, dat uiteraard niet tot onze strekking behoort, maar tenminste nog een opiniërende taak vervult. Ter linkerzijde is het armoe troef. Experimenten als Toestanden en Markant waren geen lang leven beschoren.

Aan de kant van de Vlaamse beweging is het al evenzeer huilen met de pet op. 't Pallieterke of Journaal als curiosum buiten beschouwing gelaten, is er nauwelijks een inhoudelijk sterke Vlaamsgezinde opiniepers. Dat die er in de jaren zestig en zeventig niet gekomen is, heeft voor een stuk te maken met sterke Vlaams-opiniërende journalisten in de 'grote' pers, zoals een De Witte (GVA), Miel Van Cauwelaert (Het Volk), Manu Ruys (De Standaard). Voor die tijd radicale revendicaties konden rustig geventileerd worden in de 'grote' pers, en de editorialisten van deze kranten hadden goede bindingen met wat toen de Vlaamse beweging was. Op een Mark Platel na is daar vandaag niet veel meer van te merken. De vele kleine verenigingsblaadjes van allerlei Vlaamse groeperingen zijn vaak - op enkele uitzonderingen na - redactioneel erbarmelijk in mekaar geflanst, en zijn cultureel blijven steken in de romantiek van Wies Moens, als het al niet Ferdinand Verknocke is.

Enfin, het kan pretentieus lijken, maar wij zijn toch een beetje fier dat we na een korte inloopperiode met Meervoud als maandblad kunnen uitpakken. Wij beseffen maar al te goed dat wij niet meer zijn dan een vlo in de pels van de Vlaamse leeuw, maar anderzijds zijn wij er vast van overtuigd dat wij als 'kleintje' nog een belangrijke rol kunnen spelen in de Vlaamse en de progressieve beweging. Wij zijn er niet bang voor om ons weinig sympathiek te maken bij bepaalde gestelde lichamen. Dat hebben we in het verleden bewezen met onze kritiek op het door de overheid gemanipuleerde Congres van de Brusselse Vlamingen, dat mede dank zij Meervoud - gelukkig - snel vergeten werd. Dat blijven we doen door bepaalde 'linkse' zaagmeelfilosofen, die er vandaag hun hobby van gemaakt hebben de monarchie te bewieroken, enig weerwerk te bieden. Wij hebben bovendien geen Van den Brande-hofhouding nodig om de radicale Vlaamse zaak te verdedigen. En in de toekomst zullen we - meer dan ooit - een eurosceptische stem laten horen. Tegen alle progressieven in, die alle heil verwachten van een sociaal corrigerend Europa, en hiermee een door het kapitaal toegejuicht mistgordijn spuien.

Wij hopen dat het lukt. Tot dusver stonden we op eigen benen, zonder subsidieverplichtingen of versmachtende relaties met welke partij of groepering dan ook. Dat willen we zo houden, en we rekenen daarvoor enkel op onze lezers. Begrepen?