Nummer 22


Koerdistan/Mensenrechten | december 1996


Turkije is politiek ongeloofwaardig (Derwich M. Ferho)<< Nummer 22

De afgelopen jaren waren er in Turkije niet minder dan 322 'verdwijningen' na arrestaties door de staatsveiligheidsdiensten. Dit melden een mensenrechtenorganisatie en de krant Ozgür Politika (8 november 1996). Maar dit zijn slechts de 'officieel bekende' gevallen. In werkelijkheid gaat het om een topje van de ijsberg. De werkelijke situatie is nog veel erger. Derwich M. Ferho, de voorzitter van het Koerdisch Instituut van Brussel, vindt dat de Europese Unie haar politiek ten overstaan van Turkije dringend moet herzien.

Een DSP-volksvertegenwoordiger beschrijft de toestand als volgt: "Sinds 1950 was het volk nooit zo zwartgallig als nu, zonder ook maar één sprankeltje hoop. De mensen zien de toekomst niet meer zitten, ook hun persoonlijke toekomst niet." Een andere volksvertegenwoordiger van dezelfde partij: "Turkije is een land geworden dat nog nauwelijks te besturen valt". De leider van ANAP, Mesut Yilmaz, gaat nog een stapje verder wanneer hij het heeft over de politieke chaos in het land. "De staat wordt geleid door dieven en moordenaars".

Dogu Perincek, de leider van de Arbeiderspartij, heeft ook zijn eigen mening over de toestand. Hij beweert dat de regering, en vooral dan vice-premier T. Ciller en haar partij, zeer nauwe relaties onderhoudt met de georganiseerde misdaad. Hij verwijst naar een onlangs in zeer verdachte omstandigheden plaatsgevonden ongeval, waarbij politici om het leven kwamen.

Amnesty International heeft onlangs een internationale campagne gelanceerd tegen de schendingen van mensenrechten in Turkije. Algemeen secretaris Pierre Sane verklaarde dat niet alleen Turkije, maar ook landen die wapens verkopen aan dit land, verantwoordelijk zijn voor de schrijnende situatie ter plekke. Zoals algemeen bekend is worden ook lichte en zware wapens gebruikt tegen burgers, in kleine dorpen maar nu ook zelfs in de steden.

A.I. stelde volgende eisen:

  • Het opstarten van onafhankelijke onderzoeken rond verdwijningen na arrestaties of executies;
  • alleen het ministerie van justitie mag zich nog bezighouden met de gedetineeerden en hun problemen, dus niet de politie en de militairen;
  • de onmiddellijke vrijlating van alle gewetensgevangenen;
  • het bezoekrecht van de advocaten voor alle gevangenen, dus ook de gevangenen die vastzitten op basis van de anti-terreurwet;
  • dertig dagen voorhechtenis is te lang: dit moet aangepast worden aan de internationale situatie.
Dit is slechts een greep uit de voorstellen van A.I.

De Turkse autoriteiten antwoordden zoals gewoonlijk, en stellen zich zelfs voor als 'dienaars van de mensenrechten'. Voor het ministerie van Buitenlandse Zaken is de campagne van Amnesty International onterecht en is A.I. een "ongeloofwaardige organisatie", omdat ze de PKK (Koerdische Arbeiderspartij) als een strijdende partij voorstelt.

Het ligt niet in de aard van de Turkse autoriteiten om rekening te houden met internationale verdragen en/of mensenrechtenorganisaties. Integendeel. Men wordt zelfs vijandiger en agressiever naarmate men over die feiten praat. Net voor de A.I.-campagne van start ging, maar toen de geruchtenmolen al volop draaide, werden in de gevangenis van Diyarbakir nog 10 PKK-gevangenen omgebracht. Dat was op 24 september 1996.

De A.I.-campagne gaat niet onopgemerkt voorbij. Op 2 oktober kwamen honderden vertegenwoordigers van diverse organisaties en partijen hun protest kenbaar maken in het justitiepaleis van Istamboel. De algemene voorzitter van de Turkse apothekersvereniging riep de autoriteiten op om te stoppen met de mentaliteit van 'laten we hen niet ophangen, maar liever al folterend vermoorden'. Terwijl deze woorden uitgesproken werden, verbrandde een gewetensgevangene zich uit protest tegen het verbod op bezoek van familieleden en het verbod op 'luchtpauzes'. Yakup Günes kwam om in de gevangenis van Batman na zelfverbranding. Vele anderen wachten op hun beurt de dood af. Er zijn immers duizenden gevangenen in hongerstaking gegaan voor een menselijke behandeling in de gevangenissen.

Eerder had de Turkse premier Erbakan een algemene campagne gelanceerd voor een veilige terugkeer van de vele vluchtelingen uit Koerdische dorpen. Deze campagne loopt af op een sisser. Een klein gedeelte van de slachtoffers keerde terug. Ze werden voor de zoveelste keer geplunderd en er volgden massale arrestaties.

Alle bezittingen van de dorpelingen van Xirabêtuya, bij de stad Idil, werden in beslag genomen na hun terugkeer, omdat ze het statuut van 'dorpswachter' niet wilden aanvaarden. Tal van personen werden aangehouden, de rest sloeg opnieuw op de vlucht. In practisch alle Koerdische provincies is de situatie analoog.

Niettegenstaande al deze feiten doet de islamitisch-liberale regering alsof alles koek en ei is. Op de agenda van de ministerraad begin november werd geen enkel van al de aangehaalde punten weerhouden. Men had het enkel over privatisering, en over de toestand in Iraaks Koerdistan, Afghanistan, de resoluties van het Europees Parlement...

De Turkse islamitische premier wordt uitgenodigd door de Iraakse autoriteiten. De Iraakse ambassadeur in Ankara, Rafi Dahham El-Tikritî, verklaarde onlangs dat president Saddam Hussein de Turkse premier uitnodigde voor een betere samenwerking. Enkele maanden eerder al waren nog andere ministers op bezoek in Bagdad. Deze maand moet het bezoek plaatsvinden. Zoals gewoonlijk zal het gaan om samenwerking tegen het groeiende 'Koerdische gevaar'. Want nog meer dan de anderen is Turkije gekant tegen een eventuele aanwezigheid van welke Koerdische autoriteit ook in Iraaks Koerdistan.

Ook Syrië probeert zijn invloed te doen gelden in de regio. Vooral het water van de Eufraat, die in Koerdistan stroomt, evenals de kwestie van Syrische grond onder Turkse bezetting vormen de oorzaken van onenigheid tussen de twee landen. Maar wanneer het erop aan komt het probleem van de Koerden te 'regelen', komen ze plots wèl overeen. Intussen steunen ze mekaars oppositie wel met gulle hand.

Ook een bezoek van de Turkse premier en enkele ministers aan Iran had geen andere bedoeling dat het bespreken van het Koerdisch probleem in Iraaks Koerdistan. Het ongenoegen van de V.S.A. heeft niet geholpen.

De socio-culturele chaos, de inflatie en de economische neergang tonen dat het Turkije niet voor de wind gaat. Bijna alle Turkse politici zitten verstrengeld in allerlei onwelriekende 'affaires'. Samen met de hooggeplaatste militairen wensen deze politici geen vooruitgang in het democratische proces. En mensenrechten zijn al helemaal geen zorgen voor hen.

De houding van de Turkse islamitische premier heeft wel goed aangetoond dat Turkije meer dan ooit bij de islamitische wereld hoort. De Turkse staat is "tegen de westerse hegemonie". Maar ook de militairen wensen geen machtsverlies. De Kemalische macht wil de rol van "verdediger van de eenheid van de staat" niet uit handen verliezen. Het leger blijft het laatste woord behouden. De veiligheidsraad, waarin de legertop, de president, de premier en enkele ministers zitten, is de reële staatsmacht.

Daarom moet de Europese Unie haar relaties met Turkije opnieuw bekijken. Indien men toekomstgericht denkt, dan is deze herziening nodig. Want de enige zekere toekomst in de regio hangt af van de democratie. En die kan er slechts komen als de Koerden aan hun trekken komen. Een democratische samenleving, waarin de Koerden wettelijke nationale rechten hebben, is de sleutel voor de vrede. In die vrede moeten ook andere volkeren, die thans met totale verdwijning bedreigd worden, hun deel van de koek krijgen. De Armeniërs, de Assyriërs, de Kaldeeuwers en andere minderheden moeten hun duizenden jaren oude culturen weer zien opbloeien. Veel van deze culturen vormen de wortels van de westerse beschavingen.

Zolang er niet opgetreden wordt, blijft de westerse wereld echter medeschuldig aan alle Turkse wreedheden. Want de enige steunpijlers van die dictatoriale regimes zijn de enorme wapenleveringen en de financiële steun uit de Europese landen en de Verenigde Staten.