Nummer 22


Nieuws uit het derde gewest en zijn riante omgeving | december 1996


(Euro-)Brussel-kroniek (Bernard Daelemans)<< Nummer 22

Brusselse Ziekenhuizen : encore

Voor het eerst in de huidige legislatuur is er op 8 november over de taalproblemen in de Brusselse OCMW's (onder meer de ziekenhuizen) een ernstig debat gevoerd in de "commissie sociale zaken" van de Verenigde vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Deze keer werd de vergadering dus niet achter gesloten deuren gehouden, en minister Grijp ging vrij grondig in op de interpellatie van VU-raadslid Sven Gatz (Roeland Van Walleghem van het Vlaams Blok die eveneens een interpellatieverzoek had ingediend moest afblazen omdat hij door zijn partijleider was opgetrommeld voor de presentatie van het Vlaams Blok-plan voor Brussel dat op hetzelfde moment plaatsvond - zie verder in deze rubriek. Het zou overigens de allereerste keer geweest zijn in zijn zevenjarig Brussels mandaat dat Van Walleghem in openbare zitting het woord voerde).

Geen eensgezindheid over taalwet

Grijp verheelde niet dat er nog steeds geen eensgezindheid is met FDF-collega Gosuin over de toepasbaarheid van de taalwetgeving op het contractueel (dus niet vastbenoemd) personeel in de openbare diensten. Aangezien Gosuin zelf niet aanwezig was in de commissie, hoewel de interpellatie eigenlijk tot hèm gericht was, was het raadslid Jean-Pierre Cornelissen die dit standpunt verdedigde en in hatelijke bewoordingen de "Vlaamse strategie" hekelde. Hij stelde dat er helemaal geen sprake is van een "omvangrijke rechtspraak" met betrekking tot de contractuelen en dat er blijkens het rapport dat de regering bij twee juristenbureaus had besteld weliswaar geen vonnissen bestaan die zeggen dat contractuelen niet onder de taalwetten vallen, maar wel uitspraken die stellen dat de taalwetten terzake niet erg duidelijk zijn aangezien ze het hebben over personeel dat "benoemd" wordt, wat niet noodzakelijk hetzelfde is als personeel dat "aangesteld" wordt. Alle Nederlandstalige sprekers wezen erop dat deze woordkeuze te wijten is aan het feit dat toen deze wet gemaakt werd de quasi-totaliteit van het gemeentelijk personeel nog statutair was (vast benoemd werd), iets wat steeds minder het geval is. Cornelissen meende verder dat er in feite geen problemen zijn in de ziekenhuizen, dat er immers nauwelijks klachten zijn (dat na dertig jaar systematisch negeren van elke klacht de mensen zich schikken in het onvermijdelijke of de moed verliezen laat Cornelissen zich uiteraard niet gelegen), dat het ruim volstaat als het personeel van een ziekenhuis "zijn plan trekt" ("se débrouille") in de talen van het publiek, en dat er een falingsgraad van 70 à 80% is voor de "dodelijke" taalexamens("examens linguistiques meurtriers"), die als enig doel hebben zoveel mogelijk Vlamingen de Brusselse administraties binnen te loodsen. Guy Vanhengel (VLD) wees er de FDF-er op dat Cornelissen zelf, die germanist is, het beste bewijs vormt dat Franstaligen niet per sé zijn voorbestemd om verstoken te blijven van een degelijke kennis van de Nederlandse taal, en dat het bevorderen van tweetaligheid in Franstalig Brussel de Brusselaars alleen nader tot elkaar kan brengen. CVP-er Walter Vandenbossche wees erop dat het feit zelf van het Brussels Gewest, dat er gekomen is op vraag van de Franstaligen, staat of valt bij het respect dat wordt opgebracht voor de rechten van elke gemeenschap.

Tweetalige wervingsreserve

Grijp, die zijn afwezigheid in een vorige commissievergadering exclusief aan ziekte toeschreef, pakte uit met - jawel - de fameuze driemaandelijkse taalrapporten, waarvan hij volmondig toegaf dat hijzelf, en niet zijn collega Gosuin er de voornaamste auteur van is, en dat Gosuin niet alle conclusies ervan onderschrijft (Zo staat het ook in het rapport : "De leden van het Verenigd College nemen akte van de gegevens van het vierde taalrapport en stellen vast dat de Leden belast met het toezicht op de OCMW's het oneens zijn over een bepaald aantal punten"). Het vierde rapport, dat een synthese biedt van de voorgaande rapporten, maar dat het uitsluitend heeft over de situatie in de OCMW's (dus niet in de gemeentelijke administraties zelf) meldt dat er in de periode van 1 juli '95 tot 30 juni '96 309 dossiers van aanwervingen of bevorderingen bij de Vice-Gouverneur van Brussel-hoofdstad zijn gepasseerd, waarvan er 137 (44%) moesten worden geschorst. Geen enkele schorsing is uitgevoerd: 16 omdat ze niet of na de termijn zijn toegekomen bij Grijp (fout van de administratie van de vice-gouverneur), 35 kon Grijp niet behandelen wegens "tijdgebrek", 18 zijn zonder voorwerp omdat het betrokken personeelslid ofwel de betrokken dienst heeft verlaten ofwel geslaagd is voor het taalexamen. Voor 29 dossiers maakte Grijp uiteindelijk een annulatiedossier op, dat echter door Gosuin niet werd ondertekend.

Grijp wees er wel op dat het aantal dossiers in stijgende lijn gaat, en dat de straffeloosheid van de gemeenten die de taalwet naast zich neerleggen, een aansporing vormt voor gemeenten die zich nog wel aan de wettelijkheid hielden.

Met Gosuin kon wèl overeenstemming worden bereikt over het feit dat een werfreserve van tweetaligen moet worden aangelegd, waarbij in het ganse land gerecruteerd wordt, zodat de gemeenten geen excuus meer hebben ("men vindt geen tweetaligen") om de wettelijkheid met voeten te treden. Dit voorstel zou soelaas moeten bieden in die zin dat na een "overgangsperiode" de taalsituatie genormaliseerd wordt. Of dit werkelijkheid wordt valt echter nog te bezien, want Grijp moest er meteen aan toevoegen dat er weliswaar een akkoord is om een dergelijke werfreserve aan te leggen, maar niet om de gemeenten te verplichten aan deze werfreserve prioriteit te verlenen. Bovendien is de draagwijdte van de maatregel beperkt omdat het voornamelijk gaat over minder gespecialiseerde personeelscategorieën (klerken, opstellers, bejaardenhelpers, sociaal assistenten) en niet over het hoger geschoold medisch en paramedisch personeel. Daarvoor werd de IRIS (de koepelstructuur van de OCMW-ziekenhuizen) verzocht om zelf "de organisatie te bestuderen van een wervingsreserve van medisch en para-medisch personeel". Al staat het niet in het rapport, het zou volgens Grijp moeten gaan over een wervingsreserve waar ook weer in het hele land (en dus vooral: aan alle medische faculteiten) zou gezocht worden. Ook hier weer moest Grijp toegeven dat het slechts gaat om een "verzoek", en dat het IRIS zèlf uiteindelijk het initiatief moet nemen. (Het is trouwens erg de vraag of het dat zal doen, aangezien in het IRIS, ingevolge de herstructurering waarvoor de Vlamingen 4 miljard op tafel gelegd hebben, slechts enkele Vlamingen zetelen, en dat de Brusselse Universitaire ziekenhuizen (dus vooral: de ULB) hier structureel aanwezig zijn).

Mager Beestje

Grijp besefte zelf ongetwijfeld dat hij al bij al een mager beestje kwam presenteren. Op de vragen van Guy Vanhengel, die verwees naar stellingnamen van VU-staatssecretaris Vic Anciaux die in mei had gesteld dat de taalkwestie voor alle Vlaamse meerderheidspartijen een breekpunt vormt, en in juni dat de Vlamingen desnoods "de instellingen zouden blokkeren", antwoordde Grijp dat het effect van de voorgestelde maatregelen moet worden afgewacht, maar dat "als de situatie niet verandert, er aan Nederlandstalige kant "iets" zal gebeuren. On a suffisamment réfléchi, maintenant il faut agir." Voor TV-Brussel voegde de minister daar nog aan toe dat híj nu overwoog ook "bepaalde dossiers te gaan blokkeren die hén dierbaar zijn."

Interpellant Sven Gatz stelde dat hij "geen genoegen neemt met het antwoord, maar het voorlopig wel aanvaardt".

Doorbraak ?

Vlak voor het ter perse gaan van dit Meervoud-nummer, en nauwelijks een week na de hierboven beschreven commissievergadering, viel er een jubelbulletin van staatssecretaris Anciaux in onze bus. Er zou een doorbraak zijn bereikt, waarbij de Franstaligen (inclusief het FDF), overtuigd van het belang van de "taalhoffelijkheid" en van het democratisch recht van de Vlamingen om in het Nederlands onthaald te worden in administratie en openbare diensten, zich dan toch zouden schikken in de nog even tevoren als "Vlaamse interpretatie" omschreven stelling dat de taalwetgeving ook van toepassing is op de contractuelen en tijdelijken. Indien dit zo is, is dit inderdaad een ommekeer van formaat en verdienen de Vlaamse beleidsmensen alle lof.

Enige scepsis is echter meer dan gewettigd. Het akkoord moet klaarblijkelijk nog geacteerd worden door de Brusselse regering, óók door minister Gosuin en FDF-voorzitter Maingain heeft al laten verstaan dat het haaks staat op de partijstandpunten. Bovendien bevat het enige lacunes: in Le Soir wordt met name uitdrukkelijk gesteld dat aan het personeel dat in het verleden werd aangeworven niet wordt geraakt (Sedert de oprichting van het Gewest in '89 werden niet minder dan 3.642 onwettige aanwervingen en/of bevorderingen verricht, oftewel 40% van het totaal): daarnaast wordt voor "noodgevallen" en voor "moeilijke" personeelscategorieën, zoals artsen (!) uitzonderingen toegestaan.

De gegevens die tot nog toe bekend zijn, laten niet toe een eindoordeel te vellen over deze zaak.

Bruxelles français

De Nederlandsonkundige minister Gosuin die de taalwet weigert toe te passen organiseerde vanuit de Franse Gemeenschapscommissie een internationale campagne om buitenlanders naar Brussel te lokken om er Frans te komen leren onder het motto "Bruxelles, destination langue française". VLD-raadslid Guy Vanhengel kaatste alras de bal terug door de minister uit te nodigen zich in te schrijven in cursussen Nederlands van het Willemsfonds. Het is echter zeer de vraag of het buitenland zo happig is om in Brussel ingewijd te worden in de taal van Voltaire. Laatst blokletterde Le Monde op de voorpagina: "De Brusselaars willen hun carnavalsartikelen houden", waaronder het Frans-Brussels "taaleigen" breed werd uitgesmeerd over de kolommen van dit respectabel dagblad. "Quand le Bruxellois se fâche, le subjonctif trépasse" (Wanneer de Brusselaar zich kwaad maakt, schiet de subjonctif er het hachje bij in), zo luidde de eerste zin van dit pittige stukje, zinspelend op taalfouten in de pamfletten die een bloeiende Brusselse handelszaak in carnavalsartikelen (Cotillons Picard) verdeelde, uit protest tegen het feit dat de Brusselse Hoofdstedelijke Raad de huurovereenkomst opzegde voor de panden die de winkel beslaat in de gebouwen die aanpalen bij het toekomstig Brussels parlementsgebouw. De plaatselijke correspondent van Le Monde, Luc Rosenzweig, die nog maar pas in Brussel is gestationeerd, likt duimen en vingers af van het Brusseleer, waarin tal van volkse reacties zijn gesteld, zoals de brief van ene Jean Kerkhofs, die de Brusselse parlementsvoorzitter laat weten : "Moi, Jean K., indigène bruxellois, je vous écris pour vous dire que je ne suis pas d'accord avec les pétards que vous voulez déménager et que je vais soulever mes frères brusseleers tout contre votre orgueil mal placé. De quoi vous avez peur? Qu'on vous prend pour un dikke nek, ça c'est possible!". (Ik, Jean K., Brusselse inboorling, schrijf u om u te zeggen dat ik niet akkoord ga met de rotjes die u wilt doen verhuizen, en dat ik mijn broeders, brusseleers, zal opzetten tegen uw misplaatste hoogmoed. Waarvoor bent u bang? Dat men u voor een dikke nek aanziet, dat is mogelijk!). We wensen Gosuin nog veel succes met zijn campagne.

Brussels Bibliotheekwezen

In 1978 werd door de Vlaamse Raad het bibliotheekdecreet goedgekeurd dat voorschreef dat elke gemeente een Openbare Bibliotheek moest oprichten. Bijna twintig jaar nadien is dit in de Brusselse agglomeratie nog maar het geval voor negen van de negentien gemeenten. Drie Brusselse gemeenten beschikken in het geheel niet over een Nederlandstalige bibliotheekwerking (Sint-Jans-Molenbeek, Koekelberg en Sint-Joost-ten-Node). In zeven gemeenten zijn er bibliotheken die erkend zijn onder de wet van 1921. Dit zijn meestal vrije bibliotheken die voornamelijk draaien op de inzet van vrijwilligers, die erg beperkte openingsuren en een klein boekenaanbod hebben, en een infrastructuur die veelal te wensen overlaat (sommige beschikken geeneens over een telefoon, laat staan over een pc). Om daar verandering in te brengen organiseerden de VLD-jongeren van Brussel een rondvraag bij hun leden en maakten zij hun bevindingen bekend. Zij dokterden ook een strategie uit om de Brusselse gemeenten, voor dewelke de Vlaamse decreten niet afdwingbaar zijn, ertoe te brengen deze culturele dienstverlening ten aanzien van de Brusselse Vlamingen te organiseren. Voor de gemeenten waar geen enkele Nederlandstalige vertegenwoordiging is in de gemeenteraad stellen zij voor dat er maar meteen een uitleenpost of bibliotheekfiliaal wordt ingeplant door de Vlaamse Gemeenschapscommissie (waarbij de bestaande bibliotheekwerking "geadopteerd" en uitgebouwd kan worden door de VGC). Voor de andere gemeenten moet een Bibliotheekforum opgericht worden, waarin alle Nederlandstalige gemeenteraadsleden van de negentien gemeenten zetelen, zodat ervaringen en dossierkennis kunnen worden uitgewisseld over deze problematiek. Recent werden immers in Jette, Anderlecht en Schaarbeek Nederlandstalige gemeentelijke bibliotheken opgericht. In Evere en Molenbeek zouden plannen bestaan. De VGC zou het initiatief moeten nemen om een dergelijk Forum op te starten.

Brusselse gemeenten boycotten VGC

Om een Vlaams cultuur- en welzijnsbeleid te ontwikkelen is het uiteraard nodig dat de Brusselse overheidsdiensten de Vlamingen weten te bereiken.

Daarom vroeg de Vlaamse Gemeenschapscommissie aan de Brusselse gemeentebesturen hun de adreslijsten te bezorgen van de Nederlandstalige ingeschrevenen. Twaalf gemeenten weigerden hierop te antwoorden. De zeven andere antwoordden negatief en motiveerden hun beslissing met verwijzing naar de wet ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Nochtans stelde de Commissie die in het kader van deze recente wetgeving werd opgericht in een advies terzake dat de VGC een openbare dienst is en dus voldoet aan de voorwaarden om de gevraagde informatie te bekomen. VGC-voorzitter Robert Garcia (SP) meent nu dat er redenen zijn om aan te nemen dat de Brusselse gemeenten zullen inzien dat hun houding onterecht is. Hij beschouwt het feit dat het betrokken advies nu in het Frans wordt vertaald als een "stok achter de deur". Ook het feit dat de Commissie een federale instantie is moet op de Brusselse gemeentebesturen "indruk maken".

In afwachting werd van Vlaams staatssecretaris Leo Peeters bekomen dat hij de gemeenten uit het Vlaams gewest zal vragen alle migraties naar het Brussels gewest te melden aan de VGC.

Kakelend kieken

Ouders die hun kinderen naar de opvangcrèche verbonden aan de Kakelbontschool van de stad Brussel brengen, kregen een brief waarin laconiek de sluiting van de dienst werd medegedeeld.

Carine Vyghen, PS-schepen van sociale zaken (sic!) vond de normen van de Vlaamse subsidiërende overheid Kind en Gezin te streng en besloot de Kakelbontcrèche dan maar op te doeken.

De verontruste ouders vormden prompt een actiecomité en Rhonny Buyens, SP-gemeenteraadslid kroop in zijn pen om deze zoveelste smerige anti-Vlaamse zet aan te klagen bij burgemeester De Donnéa en schepen van onderwijs Freddy Thielemans.

Niet alleen is er algemeen gezien een tekort aan Nederlandstalige opvang in Brussel, de sluiting zou ook de doorstroming van leerlingen naar het Nederlandstalig kleuter, lager en middelbaar onderwijs in het gedrang brengen.

In samenspraak met Kind en Gezin werd uiteindelijk beslist dat de stad nog zes maanden uitstel krijgt om vooralsnog te voldoen aan de normen. Wordt vervolgd... Vyghen kunnen we ondertussen alleen maar waarschuwen dat de Brusselaars 'kiekefretters' zijn en dat ze dus maar beter oplet.

Brussel en de staatshervorming (1)

In zijn discours bij de opening van het parlementair jaar stelde Garcia dat een nieuwe fase in de staatshervorming onafwendbaar wordt en dat hij binnen de VGC een bijzondere commissie staatshervorming wil oprichten. Hij stelde zich ook bijzonder argwanend op ten aanzien van de "proeve van Vlaamse Grondwet" en vooral tegenover het voorstel om de huidige "Gewesten en Gemeenschappen" af te schaffen en te vervangen door twee deelstaten (Vlaanderen en Wallonië) en twee deelgebieden (Brussel en de Duitstalige arrondissementen). Het zit hem ook erg hoog dat de Brusselse overheid niet betrokken zou worden in een toekomstige dialoog der Gemeenschappen over de toekomstige bevoegdheidstoewijzing voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. (Hij vergeet daarbij dat er wel degelijk Brusselaars zetelen in het Vlaams Parlement) Garcia zei verder nog "elke poging tot separatisme krachtig af te wijzen. Separatisme is niet alleen schadelijk voor het samenleven van de verschillende gemeenschappen, het zou rampzalig zijn voor Brussel".

Brussel en de staatshervorming (2)

De Brusselse SP kwam ook uit met een nota over de verdere staatshervorming. Die is volgens hen onvermijdelijk omdat Brussel inderdaad 20% extra-middelen nodig heeft. (Zou het dus zo zijn dat ook de SP niet veel geloofwaardigheid verleent aan de berekeningen van Chabert, die een begroting presenteerde met een tekort van slechts 3,5 miljard, terwijl de oppositie het had over een reëel tekort van tussen de 12 en de 16 miljard?)

Behalve het feit zelf van de erkenning van de noodzaak tot hervormingen, blonk de nota voornamelijk uit door vaagheid, bevat ze tegenstrijdigheden en een amalgaam van zeer uiteenlopende desiderata. Tussen de lijnen kan men wel lezen dat de Brusselse bewindslieden van een volgende begrotingsronde verwachten dat hun eigen machtsterrein verruimd wordt.

Op de nota werd meteen gerepliceerd door de VLD in de persoon van Leo Goovaerts die het SP-voorstel om een aparte Brusselse delegatie mee te laten onderhandelen afschoot: volgens hem kunnen er Nederlandstalige en Franstalige Brusselaars opgenomen worden in elk van beide gemeenschapsdelegaties. Goovaerts stelt zich meer op het standpunt van het VEV, dat eveneens de financiële onleefbaarheid van het Brussels Gewest vaststelt, maar een aantal huidige Brusselse bevoegdheden liever ziet afvloeien naar Vlaanderen.

Macchiavellistisch Blok

De fameuze campagne die het Vlaams Blok voor Brussel zowat een jaar geleden aankondigde heeft nu vorm gekregen. Alleen het simpele feit van dit voornemen aan te kondigen veroorzaakte al heel wat deining in politiek Brussel. De bekende Blok-programmapunten: vreemdelingen buiten (ze zijn immers met te veel en verantwoordelijk voor de overhand toenemende criminaliteit) en Brussel hoofdstad van een welvarend Vlaanderen zijn nu verpakt in een tweetalige brochure die eerstdaags massaal in de Brusselse brievenbussen zal belanden. Daarbij wordt handig ingespeeld op de gevoelens van de (ook Franstalige) Brusselaars, door te zinspelen op het potverteren van de Walen en de fiscale strop die daardoor ook de Brusselaars de nek omdoet. Als enige toegeving voor deze campagne wordt het "Vlaanderen onafhankelijk" eerder voorgesteld als iets "onvermijdelijks", dan als een noodzakelijk streefdoel. Tijdens de persconferentie werd ook nogmaals gezinspeeld op de organisatorische zwakten van Franstalig extreem-rechts, dat in de Brusselse Hoofdstedelijke raad twee raadsleden verloor.

Zoals in een vorig nummer gesteld is de kans reëel dat deze campagne het Blok geen windeieren legt. Althans zo denken de meeste waarnemers erover. De Standaard noemt de campagne in zijn commentaar opportunistisch en macchiavellistisch, en meent dat "de Franstalige vis nog wel zou kunnen bijten ook".

Onze bedenkingen bij de Vlaams Blok-strategie evenals onze mening omtrent vreemdelingendebat en -politiek kwamen reeds in eerdere nummers aan bod, en we komen daar beslist nog op terug. Macchiavellisme is echter een zwaar woord, dat duidt op een niets ontziende machtsstrategie. Kan het zijn dat dit element in de meeste politieke formaties ingebakken zit? Wat valt er dan te zeggen over het feit dat de Volksunie, blijkens De Standaard van daags tevoren, het moet hebben van het playboy-imago van voorzitter Bert Anciaux. Dit is ongetwijfeld veel sympathieker dan het inpikken op gevoelens van vreemdelingenhaat, maar of dat politiek ernstig te nemen valt, is een andere vraag.

Democratisch tekort

In een vorige Meervoud-editie werd gewag gemaakt van allerlei technieken die ertoe strekken het Vlaams Blok te weren uit een aantal beheerslichamen (onder meer de beheerraad van de streekkrant Deze Week in Brussel). Het Vlaams en Brussels parlementslid Brigitte Grouwels ging intussen na in hoeverre het Vlaams Blok dan wel aanwezig is in die organen waar het wèl zijn vertegenwoordigers naar kan afvaardigen. Dit is onder meer het geval voor alle parlementaire commissies van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad, waar de partij, die twee raadsleden heeft, één van de twee Vlaamse zetels bezet. Het Vlaams Blok was in de 93 commissievergaderingen slechts tienmaal aanwezig, verontschuldigde zich tienmaal, en gaf 73 keer verstek. Grouwels besluit dat "het democratisch deficit van het Vlaams Blok hiermee nogmaals extra wordt aangetoond."