Nummer 222


Editoriaal | december 2016


Open Brief aan Minister-President Geert BOURGEOIS
De desintegratie van de Nederlandse taal
(Bernard Daelemans)<< Nummer 222

OPEN BRIEF AAN MINISTER-PRESIDENT GEERT BOURGEOIS

Over de desintegratie van de Nederlandse taal

Mijnheer de minister-president,

Het is ons welbekend dat u tot de generatie behoort die zich nog actief heeft ingezet voor de bevordering van het standaardnederlands, in Vlaanderen en dat u persoonlijk ook sterk betrokken was bij de zogeheten ABNkernen die dit ideaal van volksverheffing in de Vlaamse dorpen uitdroegen. Ook vandaag nog laat u zich voorstaan op een onberispelijk Nederlands taalgebruik.

Het Algemeen Nederlands raakt echter in de verdrukking en dat stemt ons van langsom meer ongerust.

Na een aanvankelijk steeds toenemende kennis en gebruik van het standaardnederlands, is er in loop van de jaren tachtig een kentering gekomen en heeft het 'verkavelingsvlaams' gaande weg steeds meer terrein gewonnen in commerciële massamedia. Tegelijk zijn een aantal taalkundigen zich gaan afzetten tegen de vroegere taalnormering, die als betuttelend werd weggezet, en is er gepleit voor het aanvaarden van meer 'taalvariatie'. Zo werd het begrip 'Belgisch-Nederlands' geïntroduceerd. Vandaag aanvaardt ook de Vlaamse openbare omroep zegswijzen die vroeger als 'regionaal' werden beschouwd en die dus afbreuk doen aan de algemene verstaanbaarheid over het hele taalgebied.

Wordt het Algemeen Nederlands via het onderwijs nog overgedragen? Het lijkt erop dat leraars in de les veelal een tussentaal spreken. Vlaamse acteurs beweren dat ze zich in het algemeen Nederlands niet goed kunnen uitdrukken. Universiteiten zien zich verplicht cursussen 'academisch Nederlands' te organiseren omdat de schoolse basis ontoereikend is. Vreemd genoeg denken ze tezelfdertijd dat 'academisch Engels' geen probleem vormt.

We zijn bevreesd dat met de formele aanvaarding van 'Belgisch-Nederlands' een richting is ingeslagen die leidt naar een steeds grotere verwijdering van de Noord-Nederlandse standaard. We staan niet alleen met deze vrees. Nog maar kort geleden publiceerde journalist Joël De Ceulaer een uitgebreid maar wanhopig essay aan de kwestie in de weekend-bijlage Zeno van De Morgen. Diezelfde dag sprak Peter De Brabandere, docent Nederlands te Brugge en hoofdredacteur van het tijdschrift Neerlandia een bijeenkomst van sociaal-flaminganten toe met een gelijklopend vertoog. Eerder al publiceerde hoogleraar José Cajot in Ons Erfdeel een niet minder pessimistische analyse.

Deze drie autoriteiten wijzen onder meer de Taalunie met de vinger. Deze instelling die nota bene bij verdrag is opgericht met als doel om te streven naar "integratie van Nederland en de Nederlandse gemeenschap in België op het gebied van de Nederlandse taal en letteren in de ruimste zin" doet in de praktijk het tegenovergestelde. Ze billijkt alle mogelijke 'taalvarianten' en draagt zo in niet geringe mate bij tot de desintegratie van het Nederlandse taalgebied. Ze weigert nog een norm te stellen.

De culturele én economische gevolgen op lange termijn zijn niet te overzien, zo lezen we onder meer in het referaat van reeds genoemde Peter De Brabandere die in deze Meervoud-editie in extenso verschijnt.

Wij willen u met aandrang vragen om deze alarmsignalen ernstig te nemen en vanuit de Vlaamse regering aan te sturen op een grondige herziening van het beleid van de Taalunie. Als dit met deze regering, en met u als minister-president niet kan lukken, dan zal het, menen wij, nooit meer mogelijk zijn.

Bernard DAELEMANS