Nummer 223


Interview | januari 2017


Lucas Van der Taelen: Stadsmens zonder taboe's of dogma's (Lieven De Rouck)<< Nummer 223

INTERVIEW MET LUCKAS VANDER TAELEN

Stadsmens zonder taboes of dogma's

Luckas Vander Taelen is Brusselaar sinds 1980 en wellicht al bijna even lang een bekende Brusselaar. De schrijver, muzikant, reportagemaker, historicus en gewezen parlementslid is van vele markten thuis en niet te vast te pinnen op één bezigheid of passie, en evenmin tot één politieke stroming of ideologie.

Het boek De trek naar de stad (2010) is een absolute aanrader onder de klassiekers over de stad. Het staat prominent in de boekenkast van politici als Theo Francken (staatssecre- taris voor asiel en migratie, N-VA) en Sven Gatz (Vlaams minister voor Brussel, Open Vld). Daarin beschrijft de Canadese auteur Doug Saunders hoe steden al decennia een aantrekkingspool zijn voor binnen- en buiten- landse migratie, hoe steden daardoor veran- deren maar ook hoe de wereld daardoor ver- andert - en er volgens Saunders economisch op vooruit gaat.

Dat massale migratie met name Brussel diep- gaand veranderd heeft en voor uitdagingen stelt, is ook Luckas Vander Taelen niet ont- gaan. Twee derde van de Brusselse bevolking heeft grootouders die niet in dit land geboren zijn. Als groen politicus liet Vander Taelen zich in 2009 opmerken met een vrije tribune over een aantal samenlevingsproblemen. "Het is de verdienste van links geweest om meer aandacht te vragen voor discriminatie en so- ciale achterstand. Het probleem ligt jammer genoeg dieper: we zijn bang geweest om on- ze waarden op te dringen aan allochtonen. Die waarden zijn mij echter te dierbaar om ze verloren te laten gaan.", zo schreef hij in De Standaard.

Die zat ! Het kostte hem op lange termijn zijn politieke vel en was ook het begin van zijn be- ruchte aanklachten tegen Brusselse wantoe- standen zoals de problemen in multicultureel Brussel en binnen de moslimgemeenschap- pen – lang voor er bij het brede publiek ook maar sprake was van besef van IS en in- heemse religieuze radicalisering. Hij kaartte ook de Vlaamsvijandigheid, de sclerose en de bestuurlijke versnippering aan die elk doortas- tend beleid tegenhouden bij de Brusselse po- litieke klasse, enkel gericht op eigenbelang en politiek lijfsbehoud. En de desastreuze stads- planning in de jaren '50 van de vorige eeuw. De bestaande stad is in Brussel vaak moeten wijken voor 'het verblindende geloof in de zo- genaamde ideale stad', schrijft hij daarover verontwaardigd. Het opiniestuk uit 2009 mar- keert het begin van zijn strijd tegen de 'politie- ke correctheid'. Geen gemakkelijk 'anti-poco' geroep om het debat stil te leggen of om zon- der nuance of fatsoen te gaan schelden voor five minutes of fame, maar een nauwgezette analyse van wat fout gaat en toch taboe lijkt te blijven. Gebaseerd op vele boeiende "parti- ciperende observaties", ervaringen en ge- sprekken. Want sinds hij in Vorst woont heeft hij het gevoel "dat hij de stad voor zijn ogen ziet veranderen".

Aangezien rechtuit spreken in de Brusselse politieke cocon een prestatie is, kreeg Luckas dit jaar de erepenning Albert De Cuyper van het Vlaams Komitee voor Brussel (VKB) voor de verdienstelijke en maatschappelijk re- levante wijze waarop hij zich inzet voor (de Vlaamse aanwezigheid in) Brussel (zie daar- over trouwens Meervoud nr. 221).We spreken af op dezelfde plaats als waar hij deze prijs kreeg, in gemeenschapscentrum De Markten. Kwatongen zouden zeggen: een epicentrum van politieke correctheid. Aangezien zijn ana- lyses over de Brusselse problemen stilaan be- kend zijn, vraag ik hem of hij nog wel graag in een stad als Brussel woont. Want dat hij een stadsmens is, dat staat buiten kijf.

Luckas Vander Taelen: Brussel is de enige stad waar ik mij goed voel. Ik houd van groot- steden. Ik kom uit Aalst en heb dus nooit iets anders gekend dan een stad. Het platteland heeft me nooit aangesproken. Aalst heeft bo- vendien een bijzondere band met Brussel. Hoewel Aalst in Oost-Vlaanderen ligt is het ei- genlijk een Brabantse stad, die meer gericht was op Brussel dan bijvoorbeeld op Gent. Bo- vendien ben ik francofiel en houd ik van meer- taligheid - en dat maakt Brussel zeer boeiend voor mij.

Ik heb hier gewoonweg een grootstadsgevoel dat ik niet voel in Gent of Antwerpen. Al weet ik natuurlijk ook wel dat Brussel nog steeds een kleine stad is. Buiten Brussel zou ik wel in Parijs willen wonen, of in Londen of New York. Ik zou natuurlijk wel in Gent kunnen wonen – Gent is een zeer aangename stad - maar ik Vlaamse en culturele revival met Anne-Teresa De Keersmaeker zou er toch iets missen. Maar in een kleine provinciestad zou ik niet meer kunnen wonen en dat bedoel ik echt niet denigrerend

Hoe zou u dat 'stadsgevoel' omschrijven?

Hier voel ik de anonimiteit die ik met een grootstad associeer. Dat hangt samen met de dichtheid en verscheidenheid van deze stad: je hebt heel veel verschillende Brusselaars, qua culturele achtergrond onder meer, die dicht bij elkaar leven en moeten leven. Mees- tal is het fascinerend, maar het is natuurlijk niet altijd gemakkelijk.

Mensen buiten de stad vinden het soms gek of jammer dat ik mijn buren niet ken. Ik vind dat helemaal niet erg. Er is wel een buurt- feest, en sommigen komen daarnaartoe en leer je kennen, anderen niet. So be it, prima. Doordat je mensen niet kent weet je niet wel- ke talen ze spreken – soms hoor je toch Ne- derlands als je het net niet verwacht - of wel- ke verhalen ze met zich meedragen. Dat alles zorgt voor iets spannends, voor iets verras- sends. En dat mis ik op de meeste plaatsen buiten de stad. Ik geloof nog altijd dat de toe- komst multicultureel is. Ik denk dat er bijna niemand in mijn straat in Brussel geboren is. Brussel is na Dubai de meest diverse stad ter wereld, diverser dan Parijs of Londen.

Is Brussel wel spannend genoeg? Elke stad heeft voordelen en nadelen. Wegen de voordelen wel op tegen de nadelen?

Neen, ik vind Brussel niet spannend genoeg, al is er de laatste jaren veel veranderd ten goede. Er is wel zeer veel cultuur. De Vlaam- se culturele instellingen en een bepaalde ge- neratie Vlamingen, denk aan Anne-Teresa De Keersmaeker, Wim Vandekeybus, Arno, Marc Didden, Dominique Deruddere, heb- ben enorm veel verdienste aan de Vlaamse en culturele revival van Brussel.

En er zijn natuurlijk ook de hippe cafés, die van Frédéric Nicolay bijvoorbeeld. Sommige, zoals de Bar du Matin in Vorst, waren minder dan 10 jaar geleden nog helemaal anders. Maar buurten hebben wel zo'n cafés nodig en veel buurten hebben niks dat mensen echt aantrekt. Ik denk aan het Sint-Denijsplein in Vorst dat in de media kwam met de klopjacht op terreurverdachten. Dat plein is marginaal en intriest, daar moet wat vrolijkheid komen.

Bestuurlijk kan het ook beter.

Brussel lijkt een grootstad tegen wil en dank. Parijs is een echte grootstad, terwijl Brussel vaak een provinciaal nest blijft. Sommigen vinden dat charmant, maar mij stoort het ma- teloos. Zoals wanneer ik 17 minuten dien te wachten op een tram, om maar iets te zeg- gen. Misschien maakt dat Brussel uniek. Net zoals die 19 gemeenten, dat is letterlijk 19de eeuws. De echte stad is op een andere ma- nier geëvolueerd als haar structuren en als haar politici die zichzelf maar wat wijs maken. Dit systeem met 19 gemeenten is niet meer houdbaar voor een stad van meer dan een miljoen mensen. De politici houden een faça- de van bestuur en beleid in stand, maar het is een Potemkin-dorp. Als ik de fratsen en de zelfingenomenheid zie van Yvan Mayeur of Charles Picqué, dan zie ik het beeld van het orkest van de Titanic opdoemen.

Stel je voor dat Parijs bestuurd zou worden zoals Brussel. Dat zou een ramp zijn. Kijk naar de mobiliteitsproblematiek, of de manier waarop Brussel stad het centrum verkeersvrij heeft gemaakt zonder veel overleg met de an- dere Brusselse gemeenten. Kortom, maak een systeem zoals in New York, Londen, of Parijs, met boroughs of arrondissements.

Is het niet gewoon fijn om te midden van het spannende van de stad ook iets her- kenbaar en vertrouwelijk te hebben? Een café en een bakker?

Natuurlijk, dat is het wijkgevoel. Ik verwijs graag naar Eric Coryn, die stelt dat Brussel tientallen, zeer verschillende wijken heeft met eigen kenmerken en problematieken. Kleiner dan gemeenten maar soms ook gemeente- grenzen-overschrijdend. Op dat niveau kan je inspraak organiseren… Ik zeg niet dat er overal raden moeten komen – Brussel is voor- alsnog geen Sovjetrepubliek – maar het zou interessant zijn om een soort arrondisse- mentsraad te hebben, samengesteld uit de verschillende wijken.

Je geeft kritiek op wat in Brussel fout gaat. Promoot je Brussel ook?

De realiteit is dat Vlamingen door de geschie- denis van dit land gewoon zijn om buiten de stad te wonen: door politieke keuzes omtrent ruimtelijke ordening en de uitbouw van de spoorwegen wilde men vooral vanuit katho- lieke hoek de vorming van 'rode' banlieues vermijden en de Vlaming liever onder zijn kerktoren houden. Het gevolg is dat heden ten dage werknemers soms meerdere uren per dag pendelen om in een stad te werken en dan terug naar het veilige nest te gaan. Ik vind dat hallucinant. Want in de stad wonen is niet enkel aangenamer – want dat is mis- schien subjectief – maar ook efficiënter en ecologischer – en dat is objectief.

We hoeven ons geen illusies te maken. Bin- nen dit en 20 jaar is Vlaanderen één stad. Ik juich dat toe, maar tegelijk ben ik zeker ge- voelig voor wat er leeft bij Vlamingen die op- groeien in een dorp of kleine stad, en dan dat dorp helemaal ziet veranderen. Aalst bijvoor- beeld wordt een voorstad van Brussel, of je dat nu wil of niet.

Maar als antwoord op je vraag: in het verle- den heb ik, op vraag van Brigitte Grouwels, nog wel eens een film gemaakt om de mooie en leefbare kanten van Brussel te tonen, vooral de kanten die veel mensen buiten Brussel niet kennen. Zij stelde immers ook vast dat er heel wat vooroordelen bestaan over de hoofdstad.

Zowel het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen van de Vlaamse regering als uitspraken van de Vlaamse Bouwmeester plaatsten bouwen, verkavelen, kernver- sterking en verdichting in het publieke de- bat. Kunnen we de open ruimte wel vrij- waren als alles verstedelijkt zoals u voor- spelt?

Er is nu eenmaal een bevolkingstoename dus steden zullen uitbreiden, en er zal steeds min- der platteland zijn. Ik wil zeker niet alles vol- bouwen: open ruimte is nodig, en dat kan zo- wel buiten de stad als binnen de stad. Denk aan het Terkamerenbos, of aan de meer dan 20 parken in deze stad.

We moeten vooral verkavelingen aanpakken. Dat kan net door de steden verder te ontwik- kelen. Ook in de hoogte: er is niks mis met hoogbouw. Ik snap wel de afkeer van hoog- bouw omdat er in Vlaanderen en Brussel zo veel fout is gegaan met afschuwelijke woon- blokken.

Is hoogbouw altijd en overal aangewezen?

Kijk, deze stad kent een gigantische bevol- kingstoename van 20%. Daar kan je alleen mee omgaan vanuit een globale visie. Je moet altijd goed nadenken als je een gebouw of een buurt laat ontwikkelen. Wie komt daar wonen? Wat hebben die mensen nodig? Mo- biliteit is sowieso een basisbehoefte, dus daar moet je altijd rekening mee houden. Ik heb geen probleem met woontoren UP-site aan het Kanaal, maar is er gedacht aan een tram of metro vlakbij? Niet dus. Dat is typisch Brus- sel: eerst laten bouwen en dan zien we wel.

Dat laissez-faire komt ook terug als het over sociale mix en gettovorming gaat.

Onlangs schreef ik een vrije tribune bij de aankondiging van nieuwe woningen in de Heyvaertwijk in Molenbeek. Die buurt is reeds monocultureel-Marokkaans en heeft een hoge graad van werkloosheid. Negentig procent van de woningen zijn sociale woningen en er zouden nog sociale woningen bij komen. Die gevaarlijke mix potentieel vergroten door nog van hetzelfde soort woningen toe te laten is toch het allerslechtste dat kan gebeuren? Ik ben dan eerder voor het Amerikaanse sys- teem: er wordt gewerkt aan sociale mix door mensen te stimuleren om te verhuizen naar andere stadsdelen door een huursubsidie, of door een sociale woning elders in de stad. Zo komen mensen uit bijvoorbeeld Molenbeek in een meer gemengde buurt en de kinderen in een meer gemengde school.

Maar uiteraard is dat niet wenselijk volgens sommige politici: ze verliezen dan kiezers in hun eigen kleine gemeentelijke kieskring die ze met het nodige cliëntelisme kunnen beje- genen. Daartegenover staat de instroom van andere, meer welgestelde groepen die hun politieke macht zou kunnen aantasten.

Sociale mix betekent ook dat Brusselaars met een ander profiel in die moeilijke buurt gaan wonen. Dat is evenmin evident

Fiscaliteit wordt in België enkel repressief ge- bruikt maar kan ook een fantastisch instrument zijn. Als jij zou horen dat er net voorbij het Kanaal in Molenbeek grote appartemen- ten te koop zijn, vlakbij een speeltuin, waar je veel minder belastingen betaalt, ga je wel twee maal nadenken. Burgers voelen boven- dien dat politici daarmee bezig zijn vanuit een visie. Ze zijn niet bang van diversiteit, ze zijn bang van monoculturele en verloederde buur- ten.

In New York zijn verschillende buurten zoals de Bronx beter geworden door gentrificatie, door druk op de woningmarkt. In Brussel is er nog veel leegstand. Daardoor is er minder druk op de woningmarkt.

Men zou gezinnen naar de stad kunnen lok- ken als men bereid zou zijn om te investeren op een bepaalde manier. Maar er zijn zoveel vastgeroeste denkbeelden, bijvoorbeeld over gentrificatie. Er is politieke moed en creativi- teit nodig

Meer gentrificatie mag in Brussel?

Meer gentrificatie is nodig in Brussel! Want met bepaalde instrumenten die ik aanhaalde hoeft dat niet asociaal te zijn.

In je boek spreek je een beetje smalend over het café L'escale als voorbeeld van tristesse en marginaliteit. Zullen er niet al- tijd 'marginale' café's en buurten zijn in een grootstad?

Ik heb niks tegen marginaliteit. Brussel moet geen 'dood-gegentrificeerde' middenklasse- stad worden. Ik wil alleen dat de stad leefbaar blijft, dat de marginaliteit niet overheerst. Op bepaalde plaatsen in Brussel is dat wel zo. Maar sommige politici willen dat niet zien of benoemen.

U hebt het over een "opvallende en bijwijlen haast principieel lijkend gebrek aan belangstelling over wat in andere ste- den is gebeurd op vlak van urbanistische politiek". Van welke steden kan Brussel iets leren?

Van vele steden! Valencia is boeiend. De be- kende architect Santiago Calatrava – bekend ook van het station in Luik – heeft er heel wat gebouwen ontworpen maar ik haal Valencia vooral aan omdat ze een stroom hebben drooggelegd en een park hebben aangelegd van 15 km lang. Schitterend ! Sowieso zijn er veel Franse steden zoals Bordeaux en Straatsburg, met trams in eigen bedding, die ten goede veranderd zijn de laatste jaren. Je moet aan cherry picking doen. Ik vind het warm water niet uit, maar als je sommige din- gen hier voorstelt denken mensen dat je van Mars komt.

Kijkt een historicus anders naar een stad?

Ja, maar dat heeft ook met leeftijd te maken: het voordeel van ouder worden is dat je meer

perspectief hebt en als historicus ben ik uiter- aard nieuwsgierig naar de Brusselse historiek. Ik kwam hier wonen in 1980 – ik kan dus wel wat vergelijken – en las toen veel over de re- cente geschiedenis van deze stad. Zeker de nadagen van Expo 1958 waren fascinerend: de Noordwijk werd plat gegooid en voor de aanleg van de Noord-Zuid-verbinding jaagde men 11.000 mensen rond de Sint-Goedele- kathedraal uit hun woningen. Ik zag in de stad herinneringen aan wat ik las. Hele woonwij- ken zijn verdwenen door rampzalige beslissin- gen. De Antwerpsesteenweg in de Noordwijk was een levendige en commerciële ader van de stad

Ik ben geen nostalgische historicus omdat het verleden beter was, maar omdat men weigert te leren uit de fouten uit het verleden : men heeft dingen laten verkommeren of bewust vernield en we hebben niks van enige waarde in de plaats gekregen.

De gekste plannen hebben bestaan. Er was het idee om tussen de beurs en het Zuid- station drie enorme woonblokken van 30 ver- diepingen te maken. Dat toont de waanzin- nige, nefaste invloed van Le Corbusier. Ge- lukkig is dat niet doorgegaan. die modernis- tische visies op stadsplanning en blauwdruk- ken van de ideale stad vond je overal en bij alle ideologische strekkingen.

Zijn migratie en de stadsontwikkelingen die je aanhaalt – stadsontwrichtingen vooral – determinerend geweest voor Brussel en de stadsvlucht van de voorbije decennia?

Ik denk het wel. Migratie is zeer complex – het is echt niet enkel een verhaal van Marok- kanen en Turken – en ook een beetje dubbel. De multiculturele samenleving hoeft niet per se harmonieus te zijn, noch conflictueus. Dat heeft men aan de linkerzijde verkeerd inge- schat. Men zag enkel de culturele verrijking en dacht dat het allemaal makkelijk en harmo- nieus zou verlopen: iedereen bij elkaar op de koffie. Maar dat is in de geschiedenis veeleer de uitzondering. Conflict en wrijving is eerder de regel. We kunnen daarmee om, we kun- nen die conflicten vermijden en oplossen, maar dan moeten we wel de problemen dur- ven benoemen. Sofie Peeters was een stu- dente bij mij aan het RITCS, toen ze haar re- portage Femme de la Rue maakte. Ze werd meteen gediscrediteerd als een agente van de middenklasse die de allochtone onderklas- se zou aanvallen.

U hebt het in uw teksten wel over onze Westerse normen en waarden, over een beschavingsoffensief. Hoe ziet u dat con- creet?

Ik geloof in de universaliteit van bepaalde waarden. Waarden in onze maatschappij die voor iedereen en overal zouden moeten gel- den. Gelijkheid van man en vrouw, scheiding van kerk en staat, bepaalde evidente vrijhe- den in het dagelijkse leven, zeker voor vrou- wen. In Molenbeek mogen sommige moslim- vrouwen de deur niet uit en worden meisjes onder druk gezet om vooral niet verder te stu- deren. In sommige kleuterscholen zijn er zelfs spanningen tussen kinderen omdat ze niet gewoon zijn dat jongens en meisjes op de- zelfde manier behandeld worden. Dat is meer dan één stap achteruit, dat moeten we durven zeggen.

Maar hoe overtuig je mensen die niet van die waarden doordrongen zijn?

Door opvoeding en door onderwijs. En door problemen te benoemen. Als dat niet kan, ko- men we er nooit.

De grote verwarring verscheen vorig jaar bij Houtekiet. Boeiend over Brussel zijn ook: Brussel!: De tijdbom tikt verder (2011, Houtekiet) en Brussel: een politiek incorrecte schets (2012, Van Halewyck).

Luckas brengt de monoloog "Eigenlijk is het allemaal zo erg niet" (Aujgentlek est ammo zu eirg ni!) over de moeilijke onderwerpen in zijn boeken in CC De Werf op Aalst op 21 april. Twitter: @LuckasV1

 

Lieven DE ROUCK