Nummer 223


Ijsland | januari 2017


Nieuwe wijn in oude zakken (Lukas De Vos)<< Nummer 223

Ijsland

Nieuwe wijn in oude zakken

Van een afknapper gesproken. Elf volle weken hebben ze nodig gehad, én een openlijke repri- mande van de president, voor er op IJsland een moeizame coalitie tot stand is gekomen. Een wankele coalitie, want ze beschikt maar over 32 van de 63 parlementszetels in de Alþingi. En een teleurstellende coalitie, want de vervroegde verkiezingen waren de uitloper van – alweer – een rist financiële schandalen gekoppeld aan de Panama Papers. Ze kostten toenmalig pre- mier Gunnlaugsson zijn kop, en ze stuwden in de peilingen de anarchistische anticorruptie- partij van de Piraten naar nooit geziene bijval. Maar blijkbaar waren de kiezers (die toch maar weer met 80 % opdaagden om te stemmen; er is geen kiesplicht in IJsland) beducht voor een te radicale omwenteling, zeker na tien jaar slabakkende ekonomie als gevolg van de banken- crisis die de ondergang van de Amerikaanse bank Lehman Brothers had uitgelokt.

Ik herinner het me als gisteren, toen ik eind oktober 2008 een totaal verbijsterde eerste minister, Geir Haarde, in Reykjavik vroeg hoe het kon dat in één week tijd de drie grootste banken van Ijsland op de fles waren gegaan (Landsbanki, Kaupþing en Glitnir). Hij beet zich op de onderlip, keek hulpeloos om zich heen, en zei aarzelend: "Ik begrijp er ook niets van. Vorige week hadden de drie ban- ken nog een triple A rating, zowel van Fitch, als van Moody's, als van Standard & Poor's. En nu. Nu is alles weg". Voor een beroeps- economist die bij de Centrale Bank had ge- werkt een pijnlijke bekentenis. Het zegt na- tuurlijk alles over het speculatieve karakter van de financiële wereld, en over de bizarre invloed van niet benoemde (tenzij zelfbe- noemde) "deskundigen".

Maar dat maakte Haardes zaak niet. Hij moest aftreden, werd voor de rechtbank ge- daagd, en is de enige Europese politicus die ook veroordeeld werd, en wel door een spe- ciale volksrechtbank, de Landsdómur (die sinds de oprichting in 1905 nog nooit was bij- eengeroepen). Een paar dozijn bankiers en fi- nanciële specialisten liepen later celstraffen op tot vijf jaar, nog een unicum in Europa. Het is de verantwoordelijken bij Fortis of Dexia of KB-Lux niet overkomen, om maar die verge- lijking te maken. De staat moest overgaan tot nationalisering van de gesjeesde banken, de- valueerde de kroon, de nationale munt, met liefst 60 %, en zag de werkloosheid verdubbelen.

Maar voor alle duidelijkheid: IJslanders zijn niet haatdragend. Ze hebben de tering naar de nering gezet en boekten vorig jaar de hoogste groei in Europa, 5 %. De kroon is na de dollar de sterkste munt ter wereld gewor- den. En ondertussen is Haarde opnieuw schoongewassen: hij is in 2015 tot ambassa- deur in Washington benoemd.

Haarde behoort tot de rijke clans van Ijsland die vaak hun echte residentie in het Verenigd Koninkrijk of in de Verenigde Staten hebben, en navenant ook daar hun geldreserves be- leggen. In de Panama Papers is gebleken dat zeker 170 zakenlui en politici minder oorbare dingen in belastingparadijzen deden. Onder hen Gunnlaugsson. Hij dreef met zijn vrouw een zaak, Wintris, die een claim had op terug- betalingen door de drie banken. Gunnlaugs- son had zijn aandeel in de zaak wel voor een symbolische dollar overgemaakt aan zijn vrouw de dag voor hij eerste minister werd, maar dat deed het vertrouwen in de man, zijn partij, en de politiek in het algemeen niet di- rect toenemen. De premier was niet de enige met boter op het hoofd. Ook de vrouw van toenmalig president Ólafur Grimsson werd uit- drukkelijk genoemd, minister van binnenland- se zaken Ólöf Nordal, raadslid Júlíus Ing- varsson van de hoofdstad Reykjavik, en vooral minister van financiën Bjarni Bene- diktsson.

Laat nu diezelfde aangebrande Benediktsson op 30 december van president Guðni Jóhan- nesson de opdracht krijgen om een regering te vormen. Het leek wel een poging van de laatste kans, want de president had na drie mislukte pogingen – eerst kreeg de Onafhan- kelijkheidspartij de opdracht, dan Groen Links, en uiteindelijk de Piratenpartij die een vijfpartijenkoalitie op de been wou brengen – alle partijen de levieten gelezen, en de deur dichtgehouden tot ze er zelf uitgeraakt waren.

De Onafhankelijkheidspartij slikte haar wrok in tegen de Hervormingspartij (die pas in 2016 officieel werd gesticht, maar eigenlijk een af- scheuring was van de Onafhankelijkheids- partij, maar wel meer d0an 10 % haalde bij haar eerste aantreden), en slaagde erin de pro-Europese partij Stralende Toekomst mee in bad te trekken. Die is dan ook goed be- deeld met drie ministermandaten voor vier ge- kozenen.

Als er dan toch iets is dat de drie partijen ver- bindt dan is het hun liberale economische vi- sie. En dat ze elkaar de hand boven het hoofd houden. Het was al een kwalijke zaak dat Be- nediktsson de regering ging leiden, niet alleen vanwege zijn buitengaats geparkeerd geld, maar ook omdat hij als verantwoordelijk mi- nister van financiën het Panamarapport niet tijdig voorlegde aan de Alþingi. Eigenlijk hele- maal niet voor de verkiezingsdag, 29 oktober. Nog erger was dat hij daarover ondervraagd schaamteloos loog. Hij had het rapport over de buitenlandse tegoeden niet ontvangen of gezien. Bleek dat het ministerie van financiën dat al op 13 september had binnengekregen.

De Hervormingspartij suste snel, "dat was geen bewuste leugen, eerder een onzorgvul- digheid", en gunde hem het voordeel van de twijfel. Het rapport is nochtans niet van belang ontbloot. De schatkist loopt door de belasting- ontwijking en -ontduiking tussen de 27 en 54 miljoen euro mis. Voor een land met amper
330.000 inwoners en in volle heropbouw geen habbekrats.

De oude politieke zeden lijken dus bestendigd te worden. Met Benediktsson eindigt het ver- haal niet. De nieuwe minister van buitenland- se zaken, Guðlaugur Þór Þórðarson, zorgde ervoor dat zijn Onafhankelijkheidspartij nog flink wat giften binnenhaalde van het zaken- leven nadat de Alþingi die praktijken had ver- boden, maar de wet nog niet in voege was getreden. Of neem minister van vervoer en plattelandsontwikkeling Jón Gunnarsson. Hij zetelde als ondervoorzitter in de parlements- commissie voor industrie – terwijl die moest oordelen over de vestiging van zware indus- trie en energiecentrales, een heikel gegeven in een land dat prat gaat op bijzonder strenge milieuvoorschriften. Of financieminister Bene- dikt Jóhannesson, leider van de Hervormings- partij. Een man die ettelijke zitjes heeft in de raad van bestuur van grote bedrijven, risico- kapitalen investeert, en een eigen consultan- cybedrijf heeft sinds 1984, Talnakönnun. Dat is des te erger omdat Benediktsson tot voor kort ook baas was van Heimur, de uitgevers- koepel die ook de (onafhankelijk gewaande) Iceland Review in zijn portefeuille heeft. Of nog  Þorgerður  Katrín  Gunnarsdóttir.  Zij heeft nu visserij en landbouw onder haar be- voegdheid. Zij heeft, net als zes andere kop- stukken van de Onafhankelijkheidspartij, voor de crisis nogal gesjoemeld met voordelige le- ningen, zo blijkt uit het SIC-rapport van 2010. Ze haalde tot tien miljoen euro binnen, veelal voor haar echtgenoot die een hoge pief bij de banken was. En wat te denken van de benoe- ming tot minister van sociale zaken en gelijke rechten van Þorsteinn Víglundsson ? Hij is drie jaar lang voorzitter van het Ijslandse VBO geweest. De werkgeversorganisatie SA. Op zijn lijstje staan ook het voorzitterschap van de aluminiumnijverheid (een van de meest vervuilende industrietakken in IJsland), het Gildi pensioenfonds, cementreus BM Vallá, en een bestuursfunctie bij het Verbond van de Industrie SI. Daar kan Kris Peeters een puntje aan zuigen.

Over de helft van de elf ministers hangt met andere woorden een zware slagschaduw. Maar IJsland zou IJsland niet zijn als er toch wat verademing in de regering zit. Die komt van de kleine partner, Stralende Toekomst. Twee ministers hebben er een hoogst ongewoon parcours op zitten, ondenkbaar in Bel- gië (tenzij het langharig tuig dat Vincent Van Quickenborne was meegerekend wordt, omdat hij van heftige rock and roll hield). Voorop de vreemde eend in de bijt, Óttarr Proppé. Proppé was een gewaardeerd (nou ja, zijn rauwe stem en zijn kale kop met uitrafelend haar zullen er wel toe bijgedragen hebben) bandlid van de heavy metalgroep HAM in de jaren negentig. Hij speelde ook met RASS, en ik zie niet direct een Vlaams of nationaal minister die onbeschroomd met punkrock per- formances met RASS ("kont") voor het voet- licht treedt en ongezouten maatschappijkritiek uitbraakt met aanklachten als "Skitt með Kerfið" ("Kust mijn kloten", of "Fuck the System"), dat eindigt met het stukslaan van de gitaren, zoals The Who in hun Keith Moontijd deden, of als "Burt með Kvótann", dat de vis- serijkwota op de schop neemt. Daar liet Prop- pé het niet bij. Zoals oud EP-voorzitter Martin Schulz werkte hij zich op tot een vooraan- staand boekhandelaar in Reykjavik, zonder zijn kunstdromen op stal te zetten. Dat nam nogal bizarre vormen aan. Hij trad op met zijn eigen band, Dr. Spock (aan wie hij de 'kozmik debris'-song Hvar Ertu Nú opdroeg), en nam deel aan de Söngvekeppnin, de voorrondes om uitgezonden te worden naar het Eurovisie Songfestival. De beelden van dat optreden zijn onvergetelijk. Het is een oudere jongeren- band, met een dikke charmezanger, en een in lycra, hoge hakken en schreeuwlelijke kleuren (gifgroen op roos) uitgedoste Proppé, of el- ders met een buishoed. Uiteraard wist de jury wel beter. Toch haalde Proppé het podium in 2014, toen hij in Kopenhagen alsnog back- ground vocal mocht zijn met de groep Polla- pönk (eigenlijk een kinderliedjesgezelschap dat de beroerde resultaten van IJsland moest opkrikken. Ze werden 15e met 58 punten).

Dat volstond niet voor de milde agitator Proppé. Hij trad op in een drietal films die vooral marginalen opvoeren, Nói Albinói (2003), Ós- kabörn þjóðarinnar (2000) en vooral Sódóma Reykjavik (Afstandsbediening, 1992), en speelde overtuigend zichzelf in de documen- taire film over zijn grungegroep, HAM: Lifandi Dauðir (Levende Doden, 2001). Toen hij zich in de politiek wierp, lag aansluiting bij de Best Party van de komiek Jón Gnarr voor de   hand. Die had tegen alle verwachtingen in de burgemeesterssjerp van de hoofdstad vero- verd, en hief zijn partij op toen hij na vier jaar zijn mandaat afsloot (2014). De overstap naar Stralende Toekomst lag in de lijn der verwach- tingen, een jaar later werd de hitsige boeken- wurm en performance-artiest Proppé voorzit- ter van de partij. En nu dus minister. Dat gaat vonken geven.

Hij is niet alleen, hij wordt geflankeerd door de al even doortastende Björt Ólafsdóttir, een feministe pur sang, die tot 2013 de Alliantie voor Geestelijke Gezondheid trok. Maar ze er- kent graag dat haar tepel bekender is dan haar gezicht. In 2015 zette ze mee de bewe- ging 'Free the Nipple' op de kaart, en haalde zonder schroom haar linkerborst boven. Ze was in verwachting van haar tweeling, de te- pel mocht er best wezen. Op twitter liet ze nuchter en strijdlustig weten: "Þessi er hérna til að gefa börnum að borða. Troðiði því upp í feðraveldið á ykkur - Deze dient om mijn kin- deren te voeden. Steek het in jullie patriar- chale reet". En of ze dacht dat dat haar poli- tieke ambities zou schaden ? "Waarom ? Wie houdt er hier taboes in ere, wie houdt de on- gelijkheid in stand ? Mannen mogen al van eind negentiende eeuw met ontbloot bovenlijf rondlopen. Wat is er dan fout met een vrou- wenborst ? Wie is er pervers ?" Ze heeft gelijk gekregen. Ik zie het Miet Smet of Meryame Kitir of Helga Stevens niet direct  doen.

Nochtans was Ólafsdóttirs uitleg onweerleg- baar. "Het is niet omdat ik in het parlement zit, dat ik seksisme niet mag bestrijden. Weg met de dubbele moraal". Het belooft een span- nend boeltje te worden in een regering die weinig op heeft met diepgaande veranderingen.

Daarvoor moet je even het regeerakkoord be- kijken, dat in het Gerðarsafn Museum even buiten Reykjavik, in Kópavogur, werd voorge- steld. Essentieel om de koalitie bijeen te hou- den is de afspraak om alsnog een volksraad- pleging over toetredingsgesprekken tot de EU te houden. Daarnaast blijft de economie het zorgenkind. IJsland is uit een diep dal gekro- pen, en dankt zijn snelle opmars nu aan de explosieve groei van het toerisme. In 2016 waren er al 1,6 miljoen bezoekers, dit jaar schat de regering hun aantal op 2,35 miljoen. Daar is infrastructuur voor nodig, hotels, gast- verblijven, wegen, met het risiko dat een nieu- we vastgoedbubbel, zoals in Spanje en Tur- kije, de wat eenzijdige economie doet implo- deren. Dat gaat ten koste van de traditionele sectoren, in hoofdzaak de visserij. Om de prijzen te stabiliseren gaat de regering wel door met quota, maar een deel van de vangst wordt elk jaar per opbod verkocht, om het in- komen van de vissers te waarborgen. De be- perkte landbouwsektor krijgt ook wat togewor- pen: de taksen op kip en ham dalen, later zul- len kaas en andere landbouwprodukten vol- gen. Deze overeenkomst, belooft de regering Benediktsson, zal geregeld bijgestuurd en op- nieuw bekeken worden. Ze maakt ook komaf met voorkeursbehandelingen. De grootste zuivelverhandelaar, Mjólkursamsalan, wordt niet langer vrijgesteld van de antitrustwetgeving.

Benediktsson vatte de prioriteiten van zijn ploeg kompact samen: infrastructuur, stabi- liteit, verantwoord economisch beleid. Dat laatste moet ruim worden geïnterpreteerd, want het omvat ook gezondheidszorg, onder- wijs, communicatiemiddelen en behoud van de concurrentiekracht. Zo stelt de regering de bouw van een nieuw universitair ziekenhuis tegen 2023 in het vooruitzicht aan de Hring- braut in Reykjavik, het Landspitali. De burger zal minder remgeld moeten ophoesten, er komt betere psychiatrische bijstand, en de verzorging wordt minder afhankelijk gemaakt van de woonplaats (behalve de ringweg rond het eiland zijn er weinig direkte wegen naar de beste voorzieningen) of van de financiële toestand van de patiënt. Het riedeltje van al- tijd staat ook ingeschreven: meer kennismaat- schappij, meer groene en duurzame econo- mie (ook in het openbaar vervoer), meer geld voor onderzoek en ontwikkeling. Dat kan al- leen als de stabiliteit betrouwbaar wordt, en dat hoopt de regering te bereiken door de wis- selkoersen in de hand te houden, door de rentevoeten te verlagen, en door nationaal sociaal overleg.

Het klinkt mooi. Maar ik zou toch es op de Maagdeneilanden gaan kijken of er geen IJs- landse rekeningen geopend werden nà de aangescherpte controle op de buitenlandse bezittingen. Anders staat de IJslandse voet- balploeg, handenklappend in de lucht, eerst- daags al voor het parlement om met zijn oer- kreten ontslag te eisen: Hoe ! Hoe ! Hoe ! Het moeten niet altijd de uithalen van Björk we- zen. Eén optreden van HAM of Dr. Spock vol- staat om de meerderheid te doen kantelen. Dan komt de Piratenpartij weer in beeld (bij wie Óttarr Proppé zich eigenlijk best thuis zou voelen).

Download PDF

 

Lukas DEVOS