Nummer 23


Vlaamse Volksbeweging in congres over Europa | januari 1997


Voor confederatie, maar tégen de euro! (Roel Van Booitshoecke)<< Nummer 23

Het Euroscepticisme (in de Establishment-pers steevast geduid als 'Eurohaterij') is in volle opmars in Europa en kent ook in Vlaanderen een betekenisvolle groei. Getuige de halfjaarlijkse, door de Europese Commissie gepubliceerde Eurobarometer, waaruit blijkt dat nog slechts 54% van de Belgen het een goede zaak vinden dat ons land lid is van de Europese Unie. In de provincie Vlaams-Brabant is dat slechts 29%! (De meest overtuigde Europeanen zijn nog steeds de Brusselaars met 68%). Alvast een verheugend feit en het kon dan ook niet blijven duren vooraleer een Vlaamse vereniging van enige betekenis zich zou opwerpen als boodschapper van dit euroscepticisme. Die eer viel te beurt aan de Vlaamse Volksbeweging die op 15 december te Lokeren een congres wijdde aan de Europese samenwerking.

Hoewel deze materie moeilijke stof tot nadenken oplevert die soms naar het juridische zweemt, en waarvoor een goede kennis van de werking van de Europese Instellingen vereist is, kwamen toch een 250 à 300 VVB-leden opdagen om over de voorstellen van de Congrescommissie en de ingediende amendementen te debatteren en te stemmen. Het dient opgemerkt dat de debatten hoogstaand waren en met kennis van zake gevoerd werden - iets waar de inbreng van de schare studenten niet vreemd aan was.

In algemene termen wil de VVB resoluut breken met de tendens om Europa federaal uit te bouwen: de Europese besluitvorming moet confederaal georganiseerd worden, wat wil zeggen dat de nationale staat de souvereine basiseenheid blijft. De nationale staat valt natuurlijk best samen met de culturele, volkse realiteit. Zolang dit (bijvoorbeeld voor België) niet het geval is moet Europa de interne grondwettelijke orde van de lidstaten respecteren. Dat betekent dat Europa geen afbreuk kan doen aan bijvoorbeeld de Belgische taalwetgeving.

Op het vlak van de procedures betekent de confederale optie dat er steeds eenparigheid moet zijn vooraleer een regel Europees aanvaard is. Beslissingen kunnen dus niet aan een lidstaat worden opgedrongen. Over de voorliggende regelgeving moeten de nationale parlementen voorafgaandelijk debatteren, zodat ze de afgevaardigde minister met een bindend mandaat naar de Europese raad kunnen sturen. Deze laatste vergadert in het openbaar. De Europese Commissie verliest haar initiatiefrecht.

Wat het gebruik der talen betreft, moet er voor de VVB naar gestreefd worden dat door de lidstaten erkende talen ook door Europa erkend worden en gebezigd worden in haar interne werking en in de betrekkingen met de burgers (dit opent perspectieven voor bijvoorbeeld het Baskisch en het Catalaans). In elk geval is het zo dat de Europese instellingen op de plaats waar ze gevestigd zijn de plaatselijke ta(a)l(en) als werktaal gebruiken (bijvoorbeeld het Nederlands en het Frans in de diensten van de Commissie te Brussel, het Spaans in het Merkenbureau, enz.)

Over al deze punten bestond in het Congres een bijzonder grote eensgezindheid. Over één zaak was meer controverse: over de Europese muntunie. Het voorstel van de Congrescommissie was - hoewel in voorzichtige bewoordingen - toch duidelijk tegen de euro gekant : "Inzake monetaire samenwerking moeten alternatieven voor de eenheidsmunt worden verkozen". Hiertegen werden hartstochtelijke interventies gehouden, die hoofdzakelijk werden ingegeven door het perspectief dat de euro biedt om de "onverantwoordelijke en spilzuchtige vakbonden in België, die verantwoordelijk zijn voor de immense overheidsschuld, buiten spel te zetten". Daar werd tegen ingebracht dat met de munt ook de belangrijkste economische hefboom uit handen zou worden gegeven om een op welvaartsschepping gerichte economische politiek te voeren. Er heerste enige verwarring toen contradictorische amendementen (één voor een afzwakking van het oorspronkelijke voorstel, en één voor een expliciete stellingname vóór het behoud van de nationale munt) tegelijk bleken aangenomen door de werkgroep 'Structuren'. In plenaire zitting werd uiteindelijk de oorspronkelijke tekst goedgekeurd, zodat de VVB nu officieel kan deelnemen aan het verzet tegen de euro.

Na de eigenlijke congreswerkzaamheden volgden nog de toespraken van congresvoorzitter Jaak Peeters en algemeen voorzitter Peter De Roover. Daarna werden de congresgangers onthaald door de burgemeester van Lokeren, een brave borst van de VLD, die het congresserend publiek nog een boodschap meegaf die weliswaar lijnrecht inging tegen de zopas gestemde resoluties ("voor de opbouw van een Europese natie"), maar die toch een warm applaus kreeg van de aanwezigen, al was het maar omdat het de VVB'ers niet vaak te beurt valt met zoveel plichtplegingen vereerd te worden.