Nummer 23


| januari 1997


V.E.V.: uit de stiltegordels naar de passaatwinden? (Thomas Du Plessis)<< Nummer 23

Krijgt het Vlaams Economisch Verbond na enkele jaren van inertie een nieuw elan en krijgt de Vlaamse zaak opnieuw een zetje vanuit de Vlaamse werkgeversorganisatie ?

Karel Vinck, de nieuwe voorzitter van het VEV die per 5 mei van toekomend jaar aantreedt, geeft o.a. via zijn boek De Weg naar de Doorbraak en zijn recente toespraken nieuwe hoop dat het VEV weer een slagkrachtige Vlaamse organisatie wordt. Dit imago was nog niet danig afgevlakt na het (her-)aantreden van afgevaardigd-beheerder Mieke Offeciers na een paleisrevolutie waarbij René De Feyter werd opgeofferd. Een paar jaar geleden kwam daarbij nog de voorzitterswissel die de makke 'Vlaming' Johan De Muynck aan het bewind bracht.

De 58-jarige Karel Vinck is overigens niet helemaal onbetwist in Vlaamse middens waar hij eerder een sfinx-imago meedraagt. De burgerlijk ingenieur electro-mechanica van de KU Leuven, tevens Master of Business Administration van Cornell University (VSA), heeft inzake Vlaamsgezindheid zijn overtuigingen meestal onder de korenmaat gehouden. Als afgevaardigd-bestuurder van zowel de Eternit Groep als van de Bekaert Groep werd hij door de omgeving bekeken als een stuurs en onverbiddelijk saneerder waarbij werknemers en banen van weinig tel zijn. Zo kwam hij ook over bij Union Minière (een Generale-dochter) waar hij eveneens voor een drastische saneringsoperatie werd ingehaald. Allicht omdat hij tevens vice-voorzitter is van het groepscomité van de Generale Maatschappij van België, werd Vinck nogal eens gedoodverfd als een franskiljon. Anderen zagen in hem dan weer de opvolger van voorzitter Etienne Davignon, temeer daar de Generale sinds enige tijd en althans verbaal, aanstuurt op het versterken van de Vlaamse aanwezigheid in de groep. Dat werd hem dan weer ten euvel geduid door o.m. harde Vlamingen die stellen dat "loopjongen" Vinck door de Frans-Belgische Generale alleen wordt "gebruikt". Wat er ook van zij, aangenomen mag worden dat de kansen op het voorzitterschap van de Generale voor Vinck nu verkeken zijn met het aanvaarden van het voorzitterschap van het VEV.

Naar Vlaanderen toe deed de wat op het achterplan blijvende Karel Vinck (hij is al jaren lid van het VEV-directiecomité) een opgemerkte entree tijdens het jongste VEV-congres in Antwerpen. In een toespraak tot de meer dan 500 Vlaamse bedrijfsleiders en Vlaamse prominenten pleitte hij er voor meer autonomie van de Gewesten, er duidelijk aan toevoegend geen voorstander te zijn van de splitsing van België. Opvallend was tevens zijn pleidooi voor een aangehouden dialoog met de vakbonden over het sociaal-economisch beleid. Hij toonde er zich ook, zelfs als voorzitter van de nationale werkgeversfederatie van de metaalverwerkende sector Fabrimetal, voorstander van zuiver Vlaamse sociale onderhandelingen. Daarvoor bestaat spijtig genoeg nog geen echt wettelijk kader en volgens Vinck dringt een verdere aanpassing van de federale structuren zich dan ook op. Het kan volgens de nieuwe VEV-voorzitter immers niet dat de economische en sociale dynamiek van een bepaalde regio wordt afgeremd door een ander Gewest. Het sociale is de enige wezenlijke factor waarover Vlaanderen nog geen zeggenschap heeft. Ook die factor moet een gewestelijke dimensie krijgen die nauwer aansluit bij het sociaal-economisch beleid. Vinck aanziet een uitbreiding van de fiscale bevoegdheid voor Vlaanderen als een dringende noodzaak maar ook de financiering van de sociale zekerheid moet volgens hem ter tafel komen.

Het ziet ernaar uit dat Karel Vinck op enkele terreinen tegelijk voor animositeit zal gaan zorgen. Hij durfde het zelfs aan een sacrosante instellingen de nationale werkgeversorganisatie Verbond van Belgische Ondernemingen te bestempelen als een instelling met teveel macht die zich vastrijdt in compromissen. Een dergelijke organisatie kan alleen nog maar de sectoren vertegenwoordigen in Europese organisaties en in een groot overleg tussen de gewestelijke organisaties. Dat overleg kan dan wel niet langer meer op basis van het consensusmodel, zo vindt Vinck. Indien hij dergelijke harde standpunten ook inneemt inzake kwesties die de Vlaamse zaak kunnen voorthelpen, staat er de traditionele partijen en de talrijke overleginstellingen nog een boeiende tijd te wachten !