Nummer 24


| februari 1997


De accaparatie kan beginnen (Christian Dutoit)<< Nummer 24

Je kan niet anders dan enorm veel respect hebben voor mensen die hun opgekropte woede op hùn manier ventileren. Als honderdduizenden landgenoten de straat opkomen om uiting te geven aan hun ongenoegen in verband met justitie en politiek, dan kan je daar niet naast kijken. Zo'n 'witte mars' is een primeur in de Belgische politiek. Als tienduizenden ongeruste arbeiders, Vlamingen zowel als Walen, op een miezerige februaridag naar het binnenkort industriële kerkhof Tubeke in Waals-Brabant trekken, dan kun je daar evenmin naast kijken, of doen alsof er niets aan de hand is.

Toch beginnen de valse noten zich op te stapelen. Bij zijn rede voor de 'gestelde lichamen', de jaarlijkse receptie waarbij een aantal uitverkorenen hun opwachting mogen doen op het koninklijk paleis, had koning Albert de tweede het over een nationale tragedie. Hij had het inderdaad over enkele tragische gevallen van kindermishandeling en -ontvoering. Dit is geen louter 'Belgisch' probleem, het probleem is wel hoe er 'Belgisch' op gereageerd wordt. De nationale tragedie sloeg wellicht niet, althans in het brein van de vorst, op de ellende van de werkloosheid, de paniek over pensioenen, de instorting van de Belgische verzorgingsstaat. Maar het accaparatie-systeem begint desalniettemin zijn vruchten af te werpen. De monarchie speelt eerste viool en speelt het vooral grof.

In Tubeke wezen door de wol (in het rood) geverfde vakbondsmensen op de enorme solidariteit tussen het noorden en het zuiden des lands. Woede is er inderdaad aan beide zijden van de taalgrens. Maar dat de Belgische en de Europese constructies voor een groot stuk de basis vormen van heel wat aangeklaagde problemen, werd zedig verzwegen.

Anderen gaan nog een stapje verder. Na de 'witte comités' werd er nu een heuse postmodernistische protestbeweging aan het publiek voorgesteld: Tri-Angel. Gesponsord nota bene door de voorzitter van de Coudenberg-groep (laat ons zeggen: het Hof), André Leysen en met enkele hofnarren à la Tom Lanoye in figurantenrollen. Kan het nog cynischer?

Inmiddels wordt er op z'n Belgisch gepalaverd over een Nieuwe Politieke Cultuur. Kamervoorzitter Raymond Langendries haalt de koppen met zijn 'Staten-Generaal voor de democratie', maar slaagt er niet in het parlement waar hij toch min of meer voorzitter van is op een iets meer democratische manier te laten functioneren. Andere verlichte geesten denken met de decumul van een burgemeestertje van een groot dorp met rond de 30.000 inwoners de gemoederen te sussen en over te gaan tot de orde van de dag.

Kortom: de Nieuwe Politieke Cultuur is een doodgeboren kind. Gewoon omdat er binnen de Belgische constructie zoals ze vandaag bestaat geen NPC mogelijk is. Via de accaparatie van het volkse ongenoegen wil men de goegemeente proberen het tegendeel te bewijzen. Dàt is onze nationale tragedie. Maar kom, misschien halen we de Maastrichtnorm...